
Onder het blauwe ijs
Natasha dacht dat ze haar oude vlam achter zich had gelaten toen ze verhuisde, maar het lot sleept haar terug naar Boston – en rechtstreeks naar hetzelfde appartement als de arrogante hockeyspelende broer van haar beste vriendin. Layson was altijd verboden terrein, maar de manier waarop hij nu naar haar kijkt, maakt dat regels niets meer lijken dan breekbaar glas. Hij is de ster die iedereen wil, met een grijns die ijs kan doen smelten, maar bij Natasha verandert er iets – iets diepers, iets gevaarlijks. Ze is het stille meisje met de blauwe ogen en een gesloten hart, maar toch geeft ze hem het gevoel dat hij de controle verliest. Kunnen ze weerstand bieden aan wat er tussen hen ontstaat, terwijl het verlangen oplaait en de grenzen vervagen, of zal hun verhaal zich onder de sterren herschrijven?
Hoofdstuk 1
NATASHA
Ik parkeerde mijn auto voor het huis. Mijn hart bonkte in mijn borst. Dit was het - de plek die ik de komende drie jaar thuis zou noemen. Ik zag Evie, mijn beste vriendin, als een gek met haar armen zwaaien vanaf de veranda.
Ik had nooit gedacht terug in Boston te belanden, maar het leven loopt niet altijd zoals je verwacht.
Evie had me de logeerkamer aangeboden in het huis dat ze deelde met haar oudere broer, Layson. Het was perfect - dicht bij de campus, dicht bij mijn moeder.
Ik zette de motor uit en had amper tijd om mijn portier te openen voordat Evie het pad af kwam rennen met haar armen wijd open.
Ze omhelsde me zo stevig dat ik nauwelijks kon ademhalen. “Ik heb je gemist!” gilde ze. “Hoe was de rit vanuit New York?”
“Viel wel mee,” zei ik, in een poging nonchalant te klinken, ook al voelden mijn benen nog steeds wankel van de reis.
Evie deed een stap achteruit. “Hoe gaat het met je moeder?”
Ik haalde diep adem en liet de lucht langzaam ontsnappen. “Het ging wel met haar toen ik haar eerder zag. Sommige dagen zijn zwaarder dan andere, maar ze doet haar best.”
Evie gaf een kneepje in mijn hand. “Maak je geen zorgen. Mijn moeder gaat bijna elke dag langs om haar gezelschap te houden.”
Ik glimlachte en voelde me iets beter. Het zou moeilijk worden om terug te zijn, maar ik zou tenminste dicht bij mijn moeder zijn.
“Laat je spullen maar staan. Layson zal die wel dragen,” zei Evie, al onderweg naar de deur.
Ik schudde mijn hoofd. “Nee, hoeft niet, ik kan het zelf wel.”
Ze wierp me een blik toe en trok haar wenkbrauwen op. “Waar heb je anders een oudere broer voor dan om zware dingen te dragen?”
Ik lachte en liet haar me het pad op trekken, het huis in. Ze sloot de deur achter ons en ik nam even de tijd om rond te kijken.
Het was er veel netter dan ik had verwacht - vooral Evie kennende. Haar kamer zag er vroeger toen we klein waren altijd uit alsof er een tornado in had plaatsgevonden.
Ze stak haar arm door de mijne en leidde me de woonkamer in. “Dus, dit is de woonkamer. Laysons hockeyvrienden komen soms langs, maar ze zijn niet al te rommelig. En ze zijn eigenlijk best aardig.”
De kamer was groot en licht, met lichtgrijze muren en donkergrijze banken die er veel te deftig uitzagen voor studenten. Een witte, marmeren salontafel stond in het midden, en de tv hing aan de muur.
We liepen door de hal naar de keuken. Op dat moment zag ik dat de deur van de koelkast openstond.
Hij zwaaide met een plof weer dicht, en daar stond Layson - zonder shirt, met een fles water in zijn hand en een zelfverzekerde grijns op zijn gezicht.
“Kijk eens aan, Blue. Helemaal volwassen. Hoelang is het geleden - drie jaar?” zei hij plagend.
Ik had Layson ontmoet toen hij en Evie zeven jaar geleden naar Boston verhuisden. Hij was twee jaar ouder en toen al geobsedeerd door hockey.
Ze kwamen naast ons wonen en Evie en ik werden dikke vriendinnen. We waren altijd bij elkaar thuis, bijna als zusjes.
Layson verhuisde naar de campus toen hij ging studeren, maar toen Evie achttien werd, kocht hun moeder dit huis voor hen zodat ze allebei dicht bij school konden wonen.
Het was best wel lief. Hun moeder wilde zeker zijn dat Evie niets tekort kwam, en Layson was altijd de beschermende grote broer.
Hij noemde me Blue vanaf de dag dat we elkaar ontmoetten, en ik wist nooit echt waarom. Ik had wel een theorie - het was makkelijker voor hem om meisjes bijnamen te geven dan al hun namen te onthouden.
Er waren tenslotte een hoop meisjes.
Evie rolde met haar ogen. “Kun je misschien een shirt aantrekken, tenminste als je in huis rondloopt?”
Layson lachte alleen maar en wreef met zijn hand over de stoppels op zijn kin. Ik zag hoe hij me van top tot teen bekeek, en mijn wangen werden warm.
Ik verplaatste mijn gewicht van de ene voet naar de andere en probeerde niet naar zijn buikspieren te staren, maar het was onmogelijk. De manier waarop zijn donkere haar in zijn ogen viel, de manier waarop zijn glimlach je het gevoel gaf dat je de enige persoon in de ruimte was - het was geen wonder dat de meisjes voor hem vielen.
Layson grijnsde, pakte zijn T-shirt en gooide het over zijn schouder. “Tot later, Blue,” zei hij, zijn stem speels terwijl hij langs me heen liep.
“Ugh, mijn broer is zo’n engerd,” zei ze, terwijl ze zich weer naar me omdraaide. “En waag het niet met die blik - hij is echt niet zo knap.”
Ze grijnsde, haar stem helemaal blij en opgewonden. “Kom op, ik breng je naar je kamer.”
De eerste keer dat ik Layson ontmoette, had ik een enorme crush op hem. Zo’n crush die je hart een slag doet overslaan en je de adem beneemt.
Maar natuurlijk zag hij me altijd alleen maar als de vriendin van zijn kleine zusje. Niet dat het wat uitmaakte - Layson was niet bepaald het type jongen voor een serieuze relatie.
Hij was meer het type voor losse avontuurtjes. Zelfs als hij me wel zou zien staan, zou ik mezelf nooit toelaten het zoveelste meisje te zijn dat hij zou vergeten. Geen denken aan. Ik had meer zelfrespect dan dat.
Toen Evie klaar was met haar rondleiding door het huis, haastte ze zich naar de campus, waardoor ik alleen achterbleef. Ik trok mijn korte zwarte spijkerjasje uit en gooide het op de stoel, waarna ik op de rand van het bed ging zitten en de kamer rondkeek.
Godzijdank had ze geluisterd toen ik haar vroeg om de muren niet roze te verven. Ze was geobsedeerd door die kleur - haar notitieboekjes, haar pennen, zelfs haar sokken waren altijd een of andere tint roze.
In plaats daarvan had ze voor dit zachte grijsviolet gekozen. Het was perfect. Het paste bij mij.
Ik moest nog steeds mijn spullen uit de auto halen, en ik ging Layson echt niet om hulp vragen. Hij zou waarschijnlijk een of ander grapje maken of er iets voor in de plaats willen.
Ik dwong mezelf om van het bed op te staan en liet een zucht ontsnappen terwijl ik naar de deur liep.
Ik zag Layson niet eens tot ik bijna tegen hem op botste. De doos was het enige dat ervoor zorgde dat ik niet met mijn gezicht recht tegen zijn borst aanliep.
“Blue, geef me die doos.” Zijn handen raakten de mijne toen hij ze van me overnam, en mijn hart maakte een vreemd sprongetje. Mijn wangen schoten in brand. Ik schraapte mijn keel en stopte mijn lange, warrige blonde krullen achter mijn oren.
“Ik kan mijn eigen dozen dragen, hoor.” Ik probeerde ze terug te pakken, maar hij hield ze gewoon buiten mijn bereik.
Hij lachte, moeiteloos en warm. “Rustig maar. Ik heb nooit gezegd dat je dat niet kon. Ik wilde alleen helpen.”
“Ik heb de andere ook prima gedragen,” zei ik, in een poging sterk te klinken.
Hij haalde zijn schouders op, en zijn stem werd zachter.
“Je had het kunnen vragen. Dan was ik meteen naar beneden gekomen.”
Ik rolde met mijn ogen en sloeg mijn armen over elkaar, terwijl ik mijn gewicht van de ene voet naar de andere verplaatste.
“Ik ben geen hulpeloos meisje dat je moet redden.”
Hij grijnsde.
“Dat zou ik niet durven denken, Blue.” Toen draaide hij zich om en liep naar het huis, met de doos in zijn handen.
Ik rolde opnieuw met mijn ogen, maar volgde hem naar binnen.
Toen we bij mijn kamer kwamen, opende ik de deur en liet hem binnen.
Hij zette de doos neer, maar zijn ogen dwaalden af naar mijn bureau.
“Nog steeds gehecht aan je pen en notitieboek, hè?” zei hij plagend.
Hij maakte vroeger altijd grappen over het feit dat ik altijd in mijn notitieboek een het schrijven was. Hij grapte dat ik uiteindelijk met mijn handen en gezicht vol inkt zou eindigen.
Ik sloeg mijn armen over elkaar.
“Nou, niet iedereen kan een steratleet zijn.”
Hij stak zijn handen omhoog alsof hij zich overgaf, maar toen stapte hij dichter naar me toe en streek een paar losse krullen uit mijn gezicht.
Zijn vingers bleven even liggen, maar een seconde.
“Ik weet het niet, Blue...” Zijn ogen staarden in de mijne. “Ik durf te wedden dat je een plaatje bent op het ijs.” Hij stopte het haar achter mijn oor en liep toen de kamer uit voordat ik zelfs maar kon ademhalen.
Ik ging op de rand van het bed zitten en staarde naar de deur.
Mijn hart ging tekeer. Mijn mond voelde droog.
Ik drukte mijn handen tegen mijn gezicht en liet me achterover op het bed vallen.













































