
De Koningin der Lycantropen
5: Hoofdstuk 5
"Aarya, wat is er gebeurd?" riep Sophia's paniekerige stem.
Ik draaide me om en zag haar doodsbang naar me toe rennen.
Ze ging naast me zitten en ik keek toe hoe haar ogen me afspeurden om te controleren of alles goed met me was.
"Ik heb geen idee wat er mis is met mijn wolf," gaf ik toe. "Ze was zo boos dat ik bijna veranderde. Ik moest daar weg."
"Wat? Je wolf is nog nooit zo geweest," riep Sophia uit.
"Ik weet het, ik weet het. Daarom ben ik zo in de war. Ze lijkt nu wel rustig te zijn. Ik denk dat ik klaar ben om weer naar binnen te gaan."
Sophia keek me wantrouwend aan. "Weet je zeker dat je terug wilt? Als je wolf raar doet, moet je dat misschien niet doen."
Ik schudde mijn hoofd. "Nee, dat kan ik niet doen. Ik kwam hier met Carter, en het ziet er slecht uit voor de roedel als ik wegga. Ik voel me nu prima."
Ik stond op en glimlachte om mijn punt te bewijzen. Sophia keek me nog steeds voorzichtig aan toen we richting het paleis liepen. Ik voelde me nerveus, maar ik wilde niemand ongerust maken.
Zodra we het paleis binnenkwamen, haastte Carter zich naar me toe.
"Ben je in orde? Ben je niet gewond?" Hij keek bezorgd.
Ik glimlachte en schudde mijn hoofd. "Ik ben in orde, Carter. Eerlijk gezegd had ik gewoon wat frisse lucht nodig. Ik voel me nu een stuk beter."
Ik zag dat Carter niet overtuigd was, maar hij knikte toch.
Sophia schraapte haar keel. "Ik moet naar Luke toe. De koning komt er zo aan. Carter, zorg voor Aarya"
Ze liep weg en ik draaide me om naar Carter, die hand in hand liep met Diya. Ik grijnsde.
"Partners met mijn nichtje, hè?"
"Ze is nu mijn partner en jouw Luna," zei Carter zelfvoldaan.
"Ze is mijn nicht eerst en dan mijn Luna , domkop," antwoordde ik.
Diya glimlachte naar me. "Dat is waar; dat ben ik."
"Hé, je hoort aan mijn kant te staan," protesteerde Carter.
Ik stak mijn tong uit. "Sisters before Misters"
Niya lachte. "Jullie ruziën als kinderen."
"Het is je 'zus' – zij begon." Carter rolde met zijn ogen.
Ik trok mijn wenkbrauwen op. "En dat is iets wat een kind zou zeggen." We lachten alledrie.
Ik bleef bij Carter en mijn neven en nichten. We hoefden niet lang te praten, want de drukte werd al snel minder. Ik keek op en zag een Lycan vooraan in de balzaal staan, wachtend op stilte.
Boven ons was een balkon met twee tronen – de plaatsen waar de koning en Savanah zouden zitten. Dat zat mij en mijn wolf niet lekker.
Ik wilde niet riskeren dat mijn wolf gek zou worden, dus probeerde ik snel aan iets anders te denken. Ik leidde mezelf af door de kamer rond te kijken naar de uitbundige outfits van de verschillende gasten te staren.
"Dames en heren, ik dank u allen voor uw komst hier vandaag," begon de Lycan. "Namens de koning heet ik u welkom op het Lycan Bal. Ik hoop dat dit een plezierige avond voor u allen zal zijn. Binnenkort, zal de koning zich bij ons voegen en hij zal vergezeld worden door Savanah Willows."
De man probeerde zijn afschuwte verbergen na het uitspreken van Savanah's naam.
Mijn ogen vonden Sophia en Luke, die er superongemakkelijk uitzagen. Mijn wolf roerde zich plotseling weer, haar woede bouwde zich op.
Oh nee, niet weer.
De koning kwam eraan. Ik kon het me niet veroorloven om de controle te verliezen. Om mezelf af te leiden keek ik naar Hunter en Lana, die elkaars hand vasthielden, en ik keek toe hoe Hunter Lana op haar wang kuste.
Ook al haatte ik het om dat te zien, het leidde de aandacht van mijn wolf af. Ze kalmeerde langzaam.
"Ik kan niet wachten om de koning te zien," zei Diya.
"Hij heeft een bepaalde aura waardoor iedereen een glimp van hem op wil vangen," zei Carter.
Een bepaalde aura? Misschien was mijn wolf daarom zo opgewonden. Op de een of andere manier had ik nog steeds het gevoel dat er iets anders aan de hand was. Mijn huid voelde nerveus aan, alsof de klauwen van mijn wolf net onder het oppervlak waren.
Er was geen tijd om erbij stil te staan. Iedereen werd plotseling weer stil. Bewakers kwamen aan de zijkanten van de balzaal staan.
De koning kwam eraan.
Ik greep Niya's hand net toen de omroeper riep: "Ik stel u voor Zijne Koninklijke Hoogheid, Koning Adonis Dimitri Grey, vergezeld door Savanah Willows."
Ik keek vol ontzag toe hoe de koning langs de omroeper liep. Iedereen boog en ik volgde. Ik keek op en zag het donkerbruine haar van de koning dat perfect in model zat.
Hij gaf een plechtig knikje naar de menigte en ging op zijn troon zitten, zijn cape om hem heen geslagen.
Mijn blik viel op Savanah, die achter de koning zat. Ze wilde net op haar troon gaan zitten, maar de koning stak zijn arm uit om haar tegen te houden.
Savanah's uitdrukking vervlakte toen de koning een wachter liet komen, die haar in plaats daarvan naast de koning liet staan.
Mijn ogen vonden opnieuw hun weg naar het haar van de koning en ik stelde me voor hoe het zou voelen om mijn handen erdoorheen te halen.
Verdomme, Aarya, stop met die gevaarlijke gedachten. Dit kan nooit goed aflopen. Ik wendde mijn blik af. In plaats daarvan keek ik naar mijn schoenen. Ik kon niets doen om mezelf voor schut te zetten door naar mijn schoenen te kijken.
"O, mijn God, kijk wat de koning aan het doen is!" fluisterde Niya tegen me.
Nee, Aarya, niet kijken, zei ik tegen mezelf. Doe het niet, je zult er spijt van krijgen.
Ugh, verdomme.
Ik kon er niets aan doen. Ik keek op en zag de koning de lucht opsnuiven.
Nou, dat was niet wat ik verwacht had te zien. Wat was hij in vredesnaam aan het doen? Savanah keek hem vreemd aan, maar dat kon de koning duidelijk niets schelen.
In een fractie van een seconde verbonden zijn diepbruine ogen zich met de mijne en ik snakte naar adem.
Holy shit. Ik had nog nooit zulke mooie ogen gezien. Ik verdonk in ze.
De koning schoot overeind, waardoor ik uit mijn dagdroom schoot.
O nee, zeg me alsjeblieft dat dit niet gebeurt.
Mijn wolf sprong op en neer en ik wist precies wat dat betekende.
Maar dat betekende niet dat ik het wilde.
Toen de koning opstond, begon de menigte langs me heen te dringen om bij hem te komen. Ze leken te denken dat hij naar beneden kwam om hen te begroeten. Als ze dat eens wisten.
Zijn diepbruine ogen verloren de mijne niet. Zijn blik was strak op mij gericht.
De lucht voelde zwaar. Toen ik in de ogen van de koning staarde, voelde het alsof er op dat moment niemand anders was dan wij.
Ik vergat tijdelijk al mijn problemen en mijn liefdesverdriet.
Er kwamen steeds meer mensen bij, waardoor ik naar achteren viel en het oogcontact verbrak. Onze connectie was verloren. Niya was weg. Carter en Diya ook. Ik stond alleen achteraan in de menigte. Er waren nog maar een paar wolven over.
Iedereen wilde de koning zien. Iedereen behalve ik.
Ik ademde zwaar en dacht diep na. Zalik wegrennen? Dit was het perfecte moment om dat te doen – ik zou misschien geen andere kans meer krijgen.
Mijn wolf protesteerde, maar ik luisterde niet. Ik rende naar buiten. Deze keer rende ik langs het bankje de tuinen in.
De rillingen liepen over mijn rug toen ik een krachtige brul hoorde.
Shit! Dat was zeker de koning.
Ik kreunde en haastte me naar een rij struiken en ging zitten om op adem te komen.
Die films waarin de vrouwelijke personages op hakken rennen, hebben het helemaal mis. Je kunt niet op hakken rennen, zonder je enkels te breken; dat is gewoon onmogelijk. Mijn tenen brandden toen ik tussen de bladeren van de struiken ging zitten.
Terwijl ik op adem kwam, hoorde ik een plotseling geluid vanuit het paleis – de deur moet open zijn gevlogen, waardoor de wilde menigte zich in de duisternis verspreidde.
Ik voelde dat er iemand op me af kwam. Mijn ogen werden wijder en ik slikte de brok in mijn keel weg.
Ik zat in de problemen. Mijn hart bonkte, maar mijn wolf bleef zelfvoldaan kalm, alsof ze had geweten dat dit ging gebeuren. Het leek alsof ze ervan genoot om me te zien worstelen. Wat vervelend.
"Je kunt wegrennen, mijn partner, maar ik zal je altijd vinden," zei een diepe stem die mijn wolf in razernij bracht.
Hij zei het – het woord dat ik al zo lang vreesde; partner.
Mijn partner was de koning.
Continue to the next chapter of De Koningin der Lycantropen