
Een tweede kans voor de alfakoning
Auteur
Skylar Greene
Lezers
3,7M
Hoofdstukken
30
Hoofdstuk 1.
FREYA
Ik word wakker in een vreemd bed, met mijn handen en voeten vastgebonden aan de bedpalen met zilveren handboeien. Als ik naar beneden kijk, zie ik dat ik alleen mijn ondergoed aan heb.
Waar zijn mijn kleren? denk ik. Waarom ben ik vastgebonden?
De slaapkamerdeur gaat open en de broer van mijn partner komt binnen. „Ah, je bent wakker. Ik was bang dat ik je te veel wolfswortel had gegeven,“ zegt hij kalm.
Terwijl de man dichterbij komt, probeer ik zo ver mogelijk weg te schuiven. De handboeien branden op mijn huid, maar ik voel de pijn nauwelijks. Ik denk alleen maar aan ontsnappen.
Dan hoor ik een luid dierlijk gegrom en zie ik de deur in splinters uiteenvallen.
***
DRIE MAANDEN EERDER
„Freya... Freya, heb je het al gehoord?“ roept mijn beste vriendin.
„Wat heb ik gehoord, Penelope?“ vraag ik terwijl ze mijn slaapkamer binnen stormt, met mijn peettante op haar hielen.
„Juffrouw Penelope, juffrouw Freya lag nog te slapen,“ zegt de oudere vrouw geïrriteerd.
Penelope rolt met haar ogen, dus zeg ik vriendelijk: „Het geeft niet, juffrouw Greta.“ Ik wil juffrouw Greta niet van streek maken; ze heeft mijn moeder bijgestaan toen ik werd geboren.
Mijn moeder... Ik mis haar zo.
Nee, ik ga mijn dag niet somber beginnen.
Penelope springt op mijn bed en juffrouw Greta verlaat mijn kamer met een zucht. Als mijn peettante weg is, zegt mijn beste vriendin op zangerige toon: „De prins komt eraan!“
Ik kijk haar verward aan. Ik weet dat ze mijn broers leuk vindt, maar die zijn al thuis. Ze zijn niet weg geweest.
Penelope rolt weer met haar ogen, blijkbaar begrijpend wat ik denk. „Niet je knappe broers. Ik bedoel prins Jasper. De broer van koning Ezra.“
Mijn ogen worden groot voordat ik mijn gezicht weer in de plooi krijg. Koning Ezra staat bekend als gemeen en koud. Men zegt dat hij knap is, maar niemand komt dicht genoeg bij hem om dat zeker te weten. Hij blijft op zichzelf, tenzij er oorlog is, en we hebben al jaren geen oorlog gehad - vooral omdat hij iedereen uit de weg ruimt die hem tegenspreekt.
Alleen al de gedachte aan hem doet me huiveren.
„Hij zoekt een vrouw,“ zegt Penelope, me terugbrengend naar ons gesprek.
„Een vrouw?“
Ze knikt. „Ja, prins Jasper zoekt een vrouw. Men zegt dat zijn broer, koning Ezra, wil dat hij snel een vrouw vindt, maar dat is moeilijk te geloven omdat iedereen weet dat de prins veel vrouwen heeft. Hij lijkt niet van plan zich te settelen.“
Dat klopt. De prins staat bekend om zijn vele veroveringen, nooit twee keer dezelfde. Maar wat Penelope niet weet - wat niemand in mijn koninkrijk weet behalve ik, mijn vader en mijn broers - is dat de prins ook een weerwolf is.
Ja, je hoort het goed. Koning Ezra en prins Jasper zijn weerwolven. Mijn broers en ik ook, maar niemand buiten onze familie weet dat.
Er zijn vier koninkrijken: het mensenkoninkrijk, weerwolfkoninkrijk, heksenkoninkrijk en vampierkoninkrijk. Koning Ezra regeert over het weerwolfkoninkrijk en mijn vader, koning Oscar, over het mensenkoninkrijk.
Mijn vader is een mens, maar mijn moeder, koningin Flora, was een weerwolf. Het is ongebruikelijk voor weerwolven om met mensen te trouwen, maar mijn moeder maalde daar niet om. Toen ze mijn vader ontmoette, werden ze meteen verliefd - althans, dat is me verteld. Ik heb altijd een liefde gewild zoals die van hen... of nou ja, zoals die van hen voordat...
Geen sombere gedachten, Freya.
Aangezien de bezoekende heersers weerwolven zijn, betekent dat dat prins Jasper eigenlijk op zoek is naar zijn partner, niet zijn vrouw. Maar dat weet Penelope niet.
Ik heb medelijden met de partner van prins Jasper. Ze zal moeten dealen met alle verhalen over hem die met andere vrouwen slaapt. Ze zal waarschijnlijk zelfs met die vrouwen zelf moeten dealen.
Wij weerwolven horen bij onze partners te zijn - onze perfecte wederhelft. We horen geen andere partners te hebben, tenzij onze partner sterft.
Soms kunnen we een tweede partner krijgen, maar dat gebeurt niet vaak. Ook denk ik niet dat de koning op zoek is naar een nieuwe partner; niemand zou zijn koude hart kunnen verwarmen.
„Luister je wel naar me?“ vraagt Penelope, met haar vingers knippend voor mijn gezicht. „Soms zit je met je hoofd in de wolken.“
Ik duw de hand van mijn vriendin weg. „Ik luister. Je bent opgewonden omdat de prins komt en een vrouw zoekt. Je hoopt dat hij jou kiest.“
Penelope hapt naar adem en haar gezicht wordt rood. „Dat laatste heb ik niet gezegd, Freya.“
Ik lach. „Misschien heb je het niet gezegd, maar je dacht het wel.“
Ze schudt haar hoofd. „Je kent me te goed. Ja, ik hoop zijn vrouw te worden.“
Glimlachend sta ik op uit bed en ga naar de badkamer, waar ik een lange, eenvoudige lichtblauwe jurk aantrek die mijn lichaam mooi omhult. Mensen zouden misschien de draak steken met mijn lichaamsvorm als ik geen prinses was, maar dat kan me niet schelen. Ik heb mijn rondingen van mijn moeder geërfd en ik hou ervan.
Als ik de badkamer uitkom, fluit Penelope. „Ik wou dat ik jouw lichaam had, Freya. Ik ben gewoon mager, maar jij... jij hebt borsten en een kont.“
Ik schud mijn hoofd. „Penelope, je bent prachtig. Ik heb misschien borsten en een kont, maar mijn lichaam laat me ook opvallen tussen andere meisjes. Iedereen wil slank zijn.“
„Ik heb liever jouw rondingen,“ zegt ze zachtjes.
Met een droevige glimlach haak ik mijn arm in de hare en leid haar mijn kamer uit, richting de keuken. Zoals gewoonlijk zal ze met mij en mijn familie eten terwijl de dienstmeisjes ons bedienen.
Want hoewel ik Penelope mijn „beste vriendin“ noemde, is de waarheid dat ze de enige vriendin is die ik heb.
***
Niet lang nadat Penelope en ik zijn gaan zitten om te eten, komt mijn broer Nicholas binnen met een meisje aan zijn arm. Ze kijkt ons boos aan voordat ze probeert te gaan zitten.
Nicholas merkt het op. „Je kunt naar huis gaan,“ zegt hij.
Ze kijkt geschokt.
„Je kunt naar huis gaan,“ herhaalt hij. Als het meisje niet reageert, gaat hij verder: „Dacht je dat ik niet zag hoe je mijn zus aankeek? Niemand kijkt haar zo aan, dus ga naar huis en bel me niet meer.“
Terwijl ze boos wegloopt, genegeerd door Nicholas, gaat mijn andere broer Lance ook aan tafel zitten. We zijn een drieling - Nicholas is twee minuten ouder, dan Lance, dan ik - maar we lijken niet op elkaar. Ik lijk op mama en mijn broers lijken op papa.
We zijn vorige maand allemaal achttien geworden, maar geen van ons heeft zijn partner gevonden. Nicholas geniet van zijn tijd met veel vrouwen terwijl Lance een friends-with-benefits situatie heeft met een meisje dat niet zijn partner is. Ik ben de enige die echt heeft gewacht.
„Waarom keek dat meisje je zo aan?“ vraagt Lance.
Ik haal mijn schouders op. „Weet ik niet, kan me niet schelen. Jullie weten allebei dat de meeste meisjes me niet mogen.“
„Ze heet Emma,“ zegt Penelope.
Nicholas trekt zijn neus op. „Oh, zo heet ze.“
Ik snuif. „Je kent haar naam niet, maar ze lag wel in je bed.“
Hij haalt zijn schouders op en begint veel eten op zijn bord te scheppen.
Penelope draait zich naar mij. „Ze mag je waarschijnlijk niet omdat je haar vertelde dat ze nooit bij je broer kon zijn.“
Ik trek een gezicht. „Dat zeg ik tegen veel meisjes. Ze denken allemaal dat ze een van hen kunnen laten settelen. Ik probeer ze alleen te helpen, maar ze vatten het verkeerd op.“
Net dan komt papa binnen en gaat naar zijn stoel. De dienstmeisjes buigen. Zodra hij zit en zijn eten heeft, beginnen we allemaal te eten.
Na een minuut stil eten, schraapt papa zijn keel. „Prins Jasper komt vandaag met wat gasten, en ze blijven een week. Martha heeft de gastenkamers voor hen klaargemaakt. Ik verwacht dat jullie je allemaal goed gedragen.“
Papa geeft mijn broers een ernstige blik en ze mopperen maar protesteren niet. We eten de rest van ons ontbijt in stilte, en dan stuurt papa ons weg.
***
De meeste nachten laat ik mijn wolf los in het bos rond ons koninkrijk. Het is ongeveer de enige tijd dat ik mijn hoofd kan leegmaken. Maar overdag maken Penelope en ik wandelingen hier, en dat is bijna net zo fijn.
„Denk je dat de prins me leuk zal vinden?“ vraagt mijn vriendin nu. „Denk je dat hij sexy is? Hoe zit het met zijn broer?“
Ik heb de prins nog nooit gezien, voor zover ik me kan herinneren, maar dat vertel ik Penelope niet. Ik ben te afgeleid door mijn wolf.
“Denk je dat we onze partner snel zullen vinden?“ vraagt Lupa.
“Ik denk het wel, Lupa. Nou ja, ik hoop het in ieder geval. Als die droom van gisteravond iets betekent, zullen we hem snel vinden.“
Net dan hoor ik een gil.
Als ik naar mijn vriendin kijk, zie ik dat haar gele jurk een grote koffievlek heeft - en dat mijn koffiemok naar haar jurk gekanteld is. „Het spijt me zo, Penelope. Ik lette niet op.“
Er komen tranen in haar ogen, maar ze zegt snikkend: „Het is oké. Ik weet dat je het niet expres zou doen. Het is gewoon... Dit is mijn lievelingsjurk, en ik wilde er mooi uitzien voor de prins.“
Zonder iets te zeggen, pak ik Penelope's hand en leid haar naar het kleine riviertje in het bos. Ik kijk om me heen en zeg dan: „Trek je jurk uit.“
Ze kijkt verlegen.
„Er is niemand in de buurt,“ zeg ik. „Trek hem uit, dan was ik de vlek eruit. Het is zo warm dat hij snel zal drogen.“
Penelope doet wat ik vroeg, en na wat schrobben krijg ik de vlek eruit. Ik leg de jurk dan op een rots in de zon en we wachten tot hij droog is.
Na ongeveer dertig minuten horen we een hoorn die aankondigt dat de gasten zijn gearriveerd. Penelope trekt snel haar nu droge jurk weer aan en we haasten ons naar de voorkant van mijn huis, waar iedereen staat te wachten. Ik ga net op tijd naast mijn vader en broers staan als vier sterke mannen komen aanlopen.
Rechts van mij glimlacht Penelope breed naar de knappe prins, die lang en gespierd is met blond haar en bruine ogen. Hij straalt een krachtige energie uit die mijn wolf normaal gesproken zou doen buigen, maar Lupa lijkt eigenlijk blij hem te zien.
Prins Jasper stopt met lopen en draait zijn hoofd naar mij. Als we elkaar aankijken, schreeuwt Lupa “Partner!“ in mijn hoofd, en ik moet bijna glimlachen.
Dan zie ik de blik van afschuw op zijn gezicht. Hij kijkt alsof hij me haat.
„Dienstmeid,“ fluistert hij. Ik denk niet dat iemand anders het hoorde, en als ik geen weerwolfgehoor had, zou ik het ook niet gehoord hebben.
Lupa jankt, maar ik ga rechterop staan. “Niets daarvan, Lupa. Als hij ons niet wil, dan willen wij hem ook niet.“











































