
Altijd Jij: Verliefd op mijn beste vriend
Auteur
Lezers
462K
Hoofdstukken
25
Hoofdstuk 1
LAURA
Ik heb nooit in het lot geloofd.
Maar soms dacht ik dat de wereld me uitlachte.
Vooral de nacht dat Stephan Miller me kuste. Toen veranderde alles.
Toen ik hem voor het eerst ontmoette, was ik twaalf. Hij was de nieuwe jongen in de stad, met een opvallende glimlach en roekeloze charme. Onze vaders werkten samen, waardoor onze families snel bevriend raakten.
Toen ik zestien was, was Stephan mijn beste vriend.
Hij plaagde me voortdurend, gaf me gekke bijnamen, pikte mijn patat en kopieerde mijn huiswerk. Maar hij zag me ook echt. Als ik verdrietig was, had hij het als eerste door, nam me apart en maakte me aan het lachen.
Dat was het bijzondere aan Stephan. Hij kende mij goed.
Toen ik zeventien was, ontdekte ik een beangstigende waarheid. Ik hield van hem.
Het was geen vuurwerk. Het was niet plotseling. Het was langzamer dan dat—rustiger. Het was niet het soort liefde dat onverwachts insloeg als de bliksem. Het groeide langzaam, nestelde zich in mijn botten nog voordat ik de kans had om me ertegen te verzetten.
Het was daar in de manier waarop mijn hart oversloeg wanneer hij naar me lachte, in de manier waarop ik de gouden spikkels in zijn bruine ogen uit mijn hoofd kende, in de manier waarop ik mezelf nooit op meer liet hopen.
Ik liet mezelf nooit hopen. Niet echt.
Stephan was namelijk van iedereen. De meiden op school waren dol op hem. Zijn naam werd als een geheim gefluisterd in de drukke gangen. Ik vertelde mezelf dat het me niets kon schelen.
Maar er waren nachten zoals deze—filmavonden op vrijdag in zijn kelder, alleen wij tweeën, waar de wereld daarbuiten niet bestond. Waar hij zich openstelde op een manier die hij bij niemand anders deed.
Het scherm flikkerde in het donker en wierp een zacht licht op zijn gezicht. Er speelde een liedje op de achtergrond—iets langzaams, iets dat raakte aan de randjes van nostalgie. Ik wist de naam niet, maar later zou ik het nooit meer vergeten.
Op dat moment trok Stephan me namelijk dichterbij.
Zijn arm om mijn schouders was niet nieuw. Het was ook niet nieuw dat ik met mijn hoofd tegen hem aan leunde. Maar toen ik deze keer omhoog keek, keek hij al naar mij.
Mijn adem stokte.
„Laura,“ mompelde hij, als een vraag, als een geheim.
Zijn blik zakte naar mijn lippen. Even dacht ik dat ik droomde. Maar toen leunde hij langzaam naar me toe. Hij gaf me de tijd en de kans om hem weg te duwen. Dat deed ik niet. Zijn lippen raakten de mijne en hij kuste me.
Zacht. Voorzichtig. Als een vraag.
Mijn lippen tintelden door het zout van de popcorn en iets wat veel zoeter was. Mijn hart bonkte in mijn borst. Zijn hand raakte mijn arm amper aan, maar het brandde.
Ik kuste hem terug.
De sfeer veranderde. De film vervaagde. De wereld viel weg. Alleen hij was er nog—zijn adem, zijn aanraking, het stille geluid dat hij maakte toen ik dichterbij kwam.
Het was aarzelend en heel speciaal.
Toen hij eindelijk afstand nam, zocht hij mijn blik. Het leek alsof hij bang was voor wat hij in mijn ogen zou zien.
Ik kon niet praten. Ik kon niet bewegen.
Want het was niet zomaar een kus. Het was een bekentenis.
Hij bewoog een beetje en nam wat afstand. „We moeten, eh... de film afkijken,“ zei hij met een schorre stem.
Ik knikte. Ik deed alsof mijn hele wereld niet zojuist op zijn kop was gezet.
Maar die nacht veranderde alles. Ook al deden we alsof dat niet zo was.
We praatten nooit over die eerste kus. Totdat we op een avond op het dak zaten. Toen zei hij eindelijk dat hij er de hele tijd aan dacht.
Daarna kuste hij me opnieuw. Het voelde alsof we de enige twee mensen op aarde waren. Alsof de sterren toekeken en hun adem voor ons inhielden.
Die tweede kus was vuur. Wanhopig en allesoverheersend. Zijn vingers raakten verstrikt in mijn haar, zijn mond stortte zich op de mijne. Het was hitte, adem, tong—een rilling door mijn lichaam. Alle gevoelens die ik had begraven, spoelden over me heen, te veel en tegelijkertijd niet genoeg. Ik smolt in hem. Liet hem me tegen het dak drukken, en proefde munt, wijn en Stephan.
Toen riep zijn vader zijn naam.
We verstijfden. De werkelijkheid kwam als een koude wind tussen ons in.
Stephan fluisterde een vloek. Hij legde zijn voorhoofd tegen het mijne. Hij wilde niet stoppen. Maar hij deed het wel. Hij moest wel. Hij liep via de trap naar beneden en verdween. Ik bleef achter, met een hart dat in mijn borst bonkte.
De volgende dag deed hij alsof er niets was gebeurd.
Hij was nog steeds dezelfde—luidruchtig, plagend, charmant. Maar er was nu een twinkeling in zijn ogen. Iets onuitgesprokens. Toch kuste hij die week een ander meisje. Waar ik bij was. En dat brak iets in mij open.
We praatten er nooit over. Niet na die nacht. Ook niet na de tweede of de derde kus. We bleven gewoon... beste vrienden. Met geheimen tussen ons in. Als opgevouwen briefjes die we niet durfden open te maken.
Dat maakte het juist erger.
Elke keer dat hij naar een ander lachte, elke keer dat hij een ander meisje kuste alsof hij mijn mond niet op de zijne had gevoeld slechts enkele dagen ervoor—brak er iets in mij dat ik niet wist hoe ik moest repareren.
Maar ik heb hem nooit gevraagd om te stoppen. Dat kon ik niet.
Ik probeerde afstand te nemen. Ik vertelde mezelf dat ik ruimte nodig had. Maar Stephan liet me nooit gaan. Hij wist me altijd weer naar zich toe te trekken. Met onze favoriete films, onze oude grapjes en ons vertrouwde ritme.
En toen op een dag verdedigde hij me. Een jongen maakte een grove opmerking en bij Stephan knapte er iets. Hij duwde hem, gromde een bedreiging, en toen ik zijn arm aanraakte om hem te kalmeren, zag hij er kapot uit—alsof de gedachte dat iemand me pijn zou doen hem verwoestte. Dat moment voelde niet als vriendschap.
Vanaf dat moment volgden er meer kussen. In de auto. Bij hem thuis. Onder de sterren. Er werd nooit over gepraat, nooit iets uitgelegd. Alleen maar hitte en zwaartekracht.
Ik vertelde mezelf dat het niets betekende—dat het me niet kon schelen wanneer hij ook andere meiden kuste. Maar dat deed het wel. Ik haatte de manier waarop hij mij het ene moment kon kussen en daarna met een ander flirtte. Ik haatte het om te doen alsof het geen pijn deed.
Maar als hij belde, nam ik op. Als hij vroeg of ik langs wilde komen, ging ik erheen. Omdat ik het heerlijk vond om bij hem te zijn. Omdat ik niet wist hoe ik bij hem weg moest blijven.
Toen was het tijd voor het eindgala.
We hadden allebei geen date. Het verbaasde me niet dat ik niemand had. Maar Stephan had iedereen kunnen krijgen.
Dus toen hij zich op een avond naar me omdraaide, nonchalant een stukje popcorn in zijn mond gooide en zei: „Ga met mij mee naar het gala,“ verslikte ik me bijna in mijn drankje.
Ik veegde mijn lippen af en dwong mezelf om te lachen. „Heel grappig.“
„Ik meen het,“ zei hij, terwijl hij me aankeek, echt aankeek, alsof dit overduidelijk was. „Je bent mijn beste vriendin. Er is niemand anders met wie ik de avond liever doorbreng.“
Hij zei het heel gewoontjes.
We dansten. We lachten. Hij gaf me het gevoel dat ik het middelpunt van de wereld was. Voor een paar uur geloofde ik dat hij hetzelfde voelde als ik.
Aan het einde van de avond leunde hij naar me toe. „Laten we hier weggaan,“ fluisterde hij.
Ik had nee moeten zeggen. Ik had hem eraan moeten herinneren dat we slechts vrienden waren.
Maar dat deed ik niet.
Want ik was er niet klaar voor om hem los te laten. Ik wilde me liever helemaal aan hem overgeven dan me af te vragen wat er had kunnen gebeuren.
Zijn huis was leeg.
Zijn ouders waren dat weekend weg voor werk. Zodra de deur achter ons in het slot viel, veranderde de sfeer.
We spraken bijna niet. Ik ademde amper.
Stephan trok me in één vloeiende beweging tegen zich aan en ik smolt. Het was alsof we onze eigen perfecte bubbel hadden wanneer er niemand in de buurt was—gewoon wij tweeën, alleen dit—en ik genoot ervan.
Zijn lippen waren zacht maar veeleisend, zijn handen voorzichtig maar stevig. Hij kuste me alsof hij zich had ingehouden, alsof hij hier net zo lang op had gewacht als ik.
We stommelden naar zijn slaapkamer, terwijl onze lippen elkaar geen moment loslieten. Mijn rug raakte het matras en plotseling was ik niet meer bang. Niet hiervoor. Niet met hem.
Ik verlangde alleen maar naar hem.
Zijn handen zwierven rond alsof ze al die tijd op dit moment hadden gewacht; ze streken over mijn armen, pakten mijn gezicht vast, gleden langs mijn nek en grepen vervolgens mijn middel vast om me dichterbij te trekken. De hitte van zijn erectie drukte tegen me aan en een warme gloed ontstond laag in mijn buik—een honger die ik jarenlang had begraven, maar nu zonder aarzeling verwelkomde.
Stephans mond vond mijn kaak en daarna mijn hals, terwijl zijn handen de bandjes van mijn jurk opzij schoven. Zijn lippen volgden het pad van zijn vingers en lieten kippenvel achter in hun kielzog.
Mijn adem stokte. Hij bereikte het punt waarop ik helemaal naakt voor hem zou zijn als hij verder ging. Hij boog over me heen en streek een plukje haar uit mijn gezicht. Weet je het zeker?
Hij wist dat ik maagd was. Hij had me er eerder over gevraagd—niet veroordelend, maar uit nieuwsgierigheid. Ik had mezelf nooit bewust opgespaard, maar ik had simpelweg nooit het juiste moment, de juiste persoon gevonden. Maar dit verliezen aan mijn beste vriend? Hoe perfect kon dat zijn?
Ik knikte.
Zijn ogen werden zachter en daarna kuste hij me opnieuw. Langzamer deze keer, eerbiedig, alsof hij me uit zijn hoofd aan het leren was. Alsof ik kostbaar voor hem was. En voor het eerst besefte ik dat ik dat misschien… misschien ook wel was.
Hij deed mijn jurk uit. Hij had zoveel geduld dat mijn lichaam ervan trilde. Elke aanraking was zacht. Elke kus was bewust.
Toen zijn lippen zich om mijn tepel sloten, hapte ik naar adem en boog mijn rug naar hem toe, terwijl de hitte zich tussen mijn benen verzamelde. Zijn hand gleed verder naar beneden, zijn vingers plaagden me en verleidden me tot een genot dat ik nog nooit had gekend. En toen volgde zijn mond.
Mijn adem stokte toen zijn lippen tegen mijn meest intieme plek drukten. Er ontsnapte een kreun aan mijn lippen voordat ik hem kon tegenhouden. Ik durfde naar beneden te kijken. Zijn bruine ogen keken me recht aan. Er zat iets ondeugends in zijn grijns. Toen bewoog hij zijn tong en verloor ik alle controle.









































