
De grens over
Auteur
CAROLE73
Lezers
16,4K
Hoofdstukken
52
Eerste Opdracht
POV: APRIL
Mijn naam is April en ik was voorheen een politiek journalist. Toen mijn lokale krant sloot, moest ik mezelf helemaal opnieuw uitvinden in een compleet ander vakgebied: sport.
Vanochtend is mijn eerste vergadering met de grote baas, Nicolas. Tijdens mijn sollicitatiegesprek kwam hij een beetje gespannen en opdringerig over, maar ik deed alsof ik dat niet merkte. Hij moet ergens in de veertig zijn en ziet er altijd uit alsof hij zich ergens voor schrap zet.
Hij houdt zich stijf en rechtop, alsof de wereld een persoonlijke wrok tegen hem koestert.
Ik neem plaats aan de lange vergadertafel en mijn nieuwe collega's kijken me met openlijke nieuwsgierigheid aan. Ik probeer niet terug te staren, maar ik voel hun blikken op me rusten—misschien is het een oordeel, of gewoon nieuwsgierigheid naar wat ik aan het team ga toevoegen. Eindelijk stapt de grote baas naar binnen.
Hij werpt iedereen een snelle, bijna mechanische glimlach toe voordat hij gaat zitten en van start gaat.
„Ik wil graag een nieuw lid van ons team voorstellen, April Curtis, onze nieuwe sportverslaggever. Ze vervangt Andy, die naar New York is vertrokken.“
Een zware stilte daalt neer over de kamer en het ongemak kruipt langs mijn ruggengraat omhoog. Dan klapt een van hen—een man met een dikke baard—langzaam, bijna spottend in zijn handen.
„Triest. Een vrouw voor de sportafdeling... Kon je echt niemand beters vinden, Nick?“ zegt hij met een grijns.
Mijn hart klopt als een bezetene, maar ik houd mijn gezicht in de plooi. Nicolas draait zijn hoofd abrupt naar hem toe, alsof hij dit al had verwacht.
„Houd je mond, Baltazar. Ze is meer dan gekwalificeerd. Ik heb haar cv gelezen en dat is perfect.“ Dan draait hij zich naar mij toe. „Wat voor onderwerpen behandelde je ook alweer?“
Ik slik, maar mijn stem klinkt krachtig en trots. „Politiek.“
Baltazar barst in een luide, minachtende lach uit. Maar Nicolas laat het er niet bij zitten.
„Tja, politiek of sport—dat is één pot nat. Er is altijd een winnaar en een verliezer,“ zegt hij met een droge glimlach, alsof hij de steek onder water ombuigt tot zijn eigen grap.
Iedereen lacht geforceerd, behalve ik en Baltazar. Dat is prima. Ik mag hem nu al niet en niets zal daar verandering in brengen.
Ik ben het rancuneuze type. Er zijn twee dingen die ik haat in dit leven: idioten en sport.
Dus toen ik ermee instemde om de sportverslaggever van de krant te worden, stond ik niet bepaald te springen. Maar zoals ze zeggen: er moet brood op de plank komen, en dit was de eerste baan die ik kon bemachtigen.
Wat die idioten betreft, er zit er al een recht tegenover me. Iets zegt me dat de sportwereld er vol mee zit. Hoe luidt het gezegde ook alweer? Wel spieren, maar geen hersens.
Nicolas maakt zijn stropdas wat losser en doet het bovenste knoopje van zijn overhemd open, alsof de kamer ineens te warm is geworden. Ondertussen gaat er een kan koffie de tafel rond en wanneer die mij bereikt, schenk ik een flinke mok voor mezelf in. Ik heb het nodig, zeker nadat ik vannacht amper geslapen heb door de zenuwen voor mijn eerste werkdag.
Ik haal diep adem en neem een slok. De koffie is niet te drinken... maar goed.
Ineens merk ik dat iedereen me aanstaart. Ik heb iets gemist. Ik was niet aan het luisteren—te veel afgeleid door mijn koffie.
„En?“ zegt Nicolas.
„En wat?“
„Ik vroeg of je afwist van het grote sportevenement dat naar onze stad komt.“
„Voetbal?“ gooi ik er maar een beetje willekeurig uit. Ik weet het niet. Ik heb niet echt iets met sport.
Hij zucht, en natuurlijk is het de idioot, Baltazar, die antwoordt.
„IJshockey! We bevinden ons in dé ijshockeystad!“
„IJshockey inderdaad. En je gaat meteen een afspraak inplannen met de sterspeler van het team, Samuel Bardan.“
Ik schrijf zijn naam op en glimlach als een idioot.
„Weet je op z'n minst wie hij is?“
„Ja, natuurlijk.“ Ik lieg zo makkelijk dat ik er zelf van schrik. Ik zoek hem later online wel op.
„Het doel is een interview en een speciale editie over het hele team,“ vertelt Nicolas me.
Ik knik, terwijl ik mezelf al vertel dat dit veel ingewikkelder gaat worden dan ik dacht. Ik haal diep adem en dwing mezelf om kalm te blijven, zelfs nu een knoop van zenuwen zich samentrekt in mijn maag.
Een interview met Samuel Bardan... Deze had ik totaal niet zien aankomen. En nu moet ik me echt in een wereld storten waar ik niets vanaf weet.
Nicolas staart me even aan en leunt dan voorover, met zijn handen in elkaar gevouwen op tafel.
„Je kent ijshockey, April, maar het draait niet alleen om wie de goals scoort. Het is een compleet universum. Heb je weleens volledige wedstrijden gekeken? Weet je waarom mensen helemaal gek worden van mannen met sticks en schaatsen?“
Ik voel me in het nauw gedreven door zijn vragen en zoek naar de juiste woorden; ik aarzel even voordat ik antwoord geef.
„Ik ken de basis, maar ik ga niet tegen je liegen, Nicolas. Ik heb de sport nooit echt gevolgd.“
Stilte. Nicolas staart me aan en knikt dan, alsof hij erover nadenkt.
„Dat is wat ik wil horen. De waarheid. Maar dat betekent wel dat je erin moet duiken, April. Ga eropuit. Maak je handen vuil. Die Samuel Bardan is niet zomaar een speler—hij is het gezicht van het team. Zijn interview moet vlekkeloos zijn. Er is geen ruimte voor improvisatie.
„Je gaat hem uiteraard over zijn carrière vragen, maar ook over zijn rol in het team. Waarom hij zo belangrijk is. Je moet begrijpen waarom iedereen hem volgt, waarom alles op zijn schouders rust. Je moet hem zover krijgen dat hij over zijn persoonlijke strubbelingen praat, zijn relaties met de andere spelers.
„Je bent daar om te graven, niet om hem met complimentjes te overladen.“
Ik ben nog bezig om dit allemaal te verwerken wanneer hij verdergaat.
„Wees voorzichtig met zijn antwoorden, April. Laat niets aan je voorbijgaan. Dit kan een cruciaal moment zijn. Als je hem op een persoonlijker vlak kunt krijgen, is dat de jackpot.“
Hij pauzeert, neemt me even op en gaat dan weer rechtop zitten.
„En dan moet je aan de slag met een breder stuk. Niet alleen Samuel. Het hele team. Wat hen verbindt, wat hen verdeelt. Waarom ze presteren—of juist niet. Iets wat mensen pakt, snap je.“
Ik voel me steeds meer verloren, maar ik heb geen keuze. „Ja, natuurlijk.“
Hij kijkt me een lange tijd aan met zijn koude, doordringende ogen voordat hij ademhaalt.
„Dit is niet zomaar een interview, April. Het is een onderzoek. Een missie. Je hebt één maand de tijd om het af te ronden en te publiceren. Eén maand. En je hebt niet de luxe om het te verknallen.“
Elk woord dat hij uitspreekt voelt alsof het een ton weegt. Eén maand. Ik heb een maand de tijd om een volledige sport, een team en een speler te begrijpen.
Het is angstaanjagend, maar ik mag niet falen. Hij staat op, werpt me nog één blik toe en zijn toon wordt scherper.
„Bereid je voor. En het belangrijkste: onthoud dat je nu deel uitmaakt van het team. Opgeven is geen optie.“
Voordat ik ook maar één woord uit kan brengen, loopt hij al naar de deur. Ik blijf verstijfd staan en probeer alles te verwerken wat hij zojuist op me heeft afgevuurd.
Dit interview, deze opdracht... Ik weet niet eens waar ik moet beginnen. Ik werp een blik op de beruchte Baltazar, die me zowat in mijn gezicht uitlacht terwijl hij zijn hoofd heen en weer schudt. Als ik zeg dat hij een idioot is, meen ik dat echt.
De vrouw naast me glimlacht. „Hoi, ik ben Sheila. Mode- en beautysectie.“
„Ik ben April...“
„Sportafdeling,“ maakt ze mijn zin af, bijna spottend. Haar ogen glijden naar mijn koffiekopje. „Het is niet te drinken. Hij is gierig. We hebben een hele, hele gierige, maar óók een heel erg veeleisende baas. En ik wil echt niet nog meer druk op je leggen, maar hij ontslaat je zonder pardon als hij denkt dat je de kantjes ervan afloopt.“
„Ik ben niet van plan de kantjes ervan af te lopen.“
„Nou, da's mooi, want je ziet er niet bepaald gemotiveerd uit.“
„Dat ben ik wel hoor.“
„Echt waar?“
Ze staat op en loopt de kamer uit, waarbij ze Baltazar een glimlachje toewerpt dat me het bloed onder de nagels vandaan haalt. Ik sla de koffie in één teug achterover. Hoe bitter het ook is, het zou me op z'n minst wakker moeten houden.
Dan loop ik terug naar mijn kantoor. Nou ja... kantoor is een groot woord. Het is een omgebouwde bezemkast. Maar het belangrijkste is dat ik alleen ben, zonder iemand in de buurt om me af te leiden.
Ik klap mijn laptop open en typ de naam in—Samuel Bardan. Ik ga werkelijk alles uitzoeken wat ik over hem kan vinden, en dan bedenk ik wel hoe ik hem te pakken krijg voor dit fucking interview.












































