
Een stout geheimpje
Ontwaken in de werkelijkheid
BAILEY
Bailey had een rusteloze nacht. Ze vernauwde haar ogen naar de wekker op haar nachtkastje en zag dat het drie uur ‘s nachts was.
Met een slaperige kreun trok ze een kussen over haar hoofd in een poging weer in te dommelen.
Normaal gesproken viel ze altijd snel in slaap en sliep ze de hele nacht door.
Ze had uiteindelijk haar rust hard nodig. Het was maandag, wat betekende dat haar uitgever binnenkort aan haar deur zou staan.
Ze zat midden in haar nieuwste boek Vind me, maar zat vast. Als succesvol schrijfster met een deadline in zicht zou ze zwaar in de problemen komen als ze haar verhaal niet snel weer op gang kreeg.
En het raakte niet op gang. Vind me was net zoals zij—op een dood punt.
Bailey slaakte een diepe zucht, haar schouders zwaar. Ze kneep haar ogen stijf dicht en probeerde haar gedachten tot rust te brengen.
Ze schrok wakker van geklop op haar deur. Opnieuw keek ze op de wekker: acht uur 's ochtends. Ze kreunde, maar stond op en liep naar de deur.
Kathy Goldberg was een vrouw met een heel repertoire aan glimlachen, elk met hun eigen specifieke emotie.
Ze had glimlach voor als ze blij was. Een glimlach voor als ze geïrriteerd was. Een glimlach voor als ze kwaad was.
Bailey had er de energie of het geduld niet voor om Kathy's glimlachen vandaag te ontcijferen, vooral omdat Tony, die haar PR regelde, ook nog langs zou komen.
Ze was er zeker van dat de dag op een fiasco zou uitdraaien.
Ze sprong snel onder de douche, poetste haar tanden en deed haar haar in een knot. Ze wist dat Kathy niet zou weggaan voor ze haar had gezien.
Zodra ze aangekleed was, deed ze de deur open om de vrouw van middelbare leeftijd binnen te laten.
“Bailey, lieverd!” begroette Kathy haar. Bailey gruwelde van het woord “lieverd”.
“Hallo Kathy,” zei ze, haar stem zwaar van vermoeidheid.
Kathy nipte van haar koffie, gekleed in een onberispelijk broekpak en in de weer met meerdere toestellen tegelijk.
“Je volgende deadline is over drie maanden, en ik heb nog geen nieuwe hoofdstukken gekregen,” zei Kathy.
Bailey wilde kreunen in frustratie. Alsof ze dat zelf niet wist.
“Ik doe mijn best,” zei Bailey in plaats daarvan.
Kathy keek haar aan met een waarschuwende glimlach op haar gezicht. “Je best doen is niet genoeg als het boek niet af is.”
Dat weet ik.
“Het duurt minstens een maand om het te editen, en de cover is nog niet eens klaar,” ging Kathy verder.
Bailey wilde niets liever dan deze vrouw haar huis uit krijgen.
“Ik zal een tandje bijsteken, Kathy, maar ik heb rust en stilte nodig,” zei ze.
Kathy knikte sceptisch en liep met stevige passen naar de deur, waarna ze stopte in de deuropening om Bailey bedachtzaam aan te kijken.
“Je hebt tot volgende maand om minstens vijf fatsoenlijke hoofdstukken te bezorgen,” waarschuwde ze. “De uitgever wordt ongeduldig en wil vooruitgang zien.”
Baileys gemanicuurde nagels boorden zich in de houten deurpost terwijl ze haar hand samenkneep.
Met een geforceerde glimlach knikte ze en probeerde ze de dreigende toon in Kathy's stem te negeren.
“Ik zal doen wat ik kan,” beloofde ze.
Haar hart bonsde terwijl Kathy wegliep. Ze zuchtte diep, beet gefrustreerd op haar lip en sloot haar ogen.
Toen ze haar ogen weer opende, staarde ze in fonkelende groene ogen. Plotseling voelde ze vlinders in haar buik.
Spencer grijnsde vragend naar haar met opgetrokken wenkbrauwen.
Zijn borst was bloot en zijn tatoeages daagden haar uit om haar innerlijke verleidster los te laten.
“Hoi, zonnestraaltje,” begroette hij haar.
Ze liet haar blik over zijn gespierde lichaam glijden. Ze nam zijn brede borst, sterke spieren en het spoor van haar dat in zijn short verdween in zich op.
Jeetje.
“Ik heet Bailey,” zei ze, gewoon om de stilte te verbreken.
Hij grinnikte en kruiste zijn armen voor zijn borst. “Dat weet ik, zonnestraaltje.”
“Wat doe je hier?” vroeg ze.
“Ik woon hier, weet je nog?” antwoordde hij.
Natuurlijk wist ze dat nog, maar ze kon niets beters bedenken om te zeggen. Bailey knikte, wreef nerveus haar handen tegen elkaar en keek weg van de prachtige man die voor haar stond. “Oké, nou. Doei dan... Spencer.”
Hij grijnsde naar haar, met een jongensachtige charme in zijn glimlach. “Tot later, zonnestraaltje.”
Bailey trok zich snel terug in haar appartement in en sloot de deur. Ze liet zichzelf langs de deur op de grond glijden, met haar hand op haar snelkloppende hart gedrukt. Zonnestraaltje? Waarom noemde hij haar zo? Waarom voelde het zo... bijzonder?
O nee. Hoe moest ze tegenover hem wonen? Ze fronste. Ze woonde in een chic appartementencomplex. Wat deed hij voor werk?
Wat het ook was, het moest fysiek werk zijn. Hij was erg gespierd en had een imposant figuur. Maar hij zag er soms ook zachtaardig uit.
Bailey haastte zich naar haar laptop terwijl ze een idee voor haar boek kreeg.
Cynthia staarde naar de man voor haar, herkende hem niet. Misschien waren ze te lang samen geweest. Hun liefde was ooit sterk en opwindend geweest, maar nu... Nu was het vuur gedoofd.
“Misschien,” begon ze, “moeten we er gewoon mee stoppen.”
Johns gezicht verbleekte, alsof hij de strijd opgaf. “Je wilt het opgeven?” vroeg hij zachtjes. “Gewoon opgeven?”
“Nee, maar ik ben het moe erover te ruziën. We moeten de waarheid onder ogen zien. We vechten niet voor onze liefde; we vechten erover.”
Bailey leunde achterover in haar stoel, grijnzend. Ze was weer op dreef. Haar vingers vlogen over de toetsen, terwijl ze hartverscheurende wendingen in het verhaal beschreef.
Ze voelde een speciale magie door haan heen gaan terwijl ze hoofdstuk na hoofdstuk schreef. Ze was echt op dreef—ze kon zeker een paar goede hoofdstukken af hebben tegen volgende week.
Haar humeur klaarde op, en een euforische kalmte nam het van haar over.
Maar dat werd al snel verstoord door een klopje op de deur.
Continue to the next chapter of Een stout geheimpje