
Haar peetbroer
Auteur
T. L. Webb
Lezers
15,3K
Hoofdstukken
18
Hoofdstuk 1
STACY
Zodra ik uit school thuiskwam, zaten mijn moeder, Claire, Tom en Chase in de woonkamer. Het leek alsof ze op me zaten te wachten. Hun gezichten baarden me de meeste zorgen.
„Ga zitten, Stacy. We moeten praten,“ zei mam met een zachte stem.
Zodra ik naast mijn moeder ging zitten, hoestte ze. Er ontsnapte een zachte snik aan haar lippen. „Ik heb kleincellige longkanker, Stacy.“
Mam kwam direct ter zake. Ze sprak vastberaden, alsof ze zich vanbinnen leeg en emotieloos voelde. Claire, de beste vriendin van mijn moeder, haar man Tom en haar zoon Chase zaten er zwijgend bij. Ze lieten haar praten.
De dokters dachten eerst dat het een longontsteking was. Tot mam onlangs bloed ophoestte. Er volgden meer onderzoeken. Nu stond ze voor de zwaarste strijd van haar leven.
Mijn moeder had duidelijk de tijd gehad om het nieuws te laten bezinken. Ik echter niet.
Toen de woorden van mam tot me doordrongen, besefte ik wat er aan de hand was. Ik schudde mijn hoofd en mompelde: „Nee, nee, nee—“
Ik kon mijn moeder niet verliezen. Dat kon ik echt niet. Ze was alles wat ik had. Ik had haar nodig.
Een pijnscheut trok door mijn hele lichaam. Mijn borst brandde van de wanhoop.
Ik was verlamd. Ik was bang. Ik kon haar niet ook nog kwijtraken.
Machteloos liet ik de tranen over mijn wangen glijden. Het ongeloof werd langzaam mijn nieuwe werkelijkheid.
„Niet mijn moeder,“ zei ik zo zachtjes dat ik zeker wist dat niemand me hoorde.
Alsjeblieft, God, bad ik in stilte. Neem mijn moeder niet ook nog van me af.
Kanker had mijn vader weggenomen, en nu zou het waarschijnlijk ook mijn moeder van me afnemen. Ik zou me nooit kunnen voorbereiden op een leven in een wereld zonder mijn ouders.
Ik staarde naar mijn moeder terwijl de tranen uit mijn ogen vielen. „Je moet deze strijd aangaan en winnen, mam. Ik kan je niet verliezen.“ Ik haalde diep adem. „Je bent mijn moeder. Je bent mijn beste vriendin.“
Alleen al die gedachte gaf me een leeg gevoel. Ze was mijn houvast. Zonder haar wist ik niet hoe ik overeind moest blijven.
Het verlies van papa had onze wereld kapotgemaakt. Mam was degene die alles weer had opgebouwd. Ze deed dat stilletjes en koppig. Op een manier die alleen zij kon.
Zelfs in onze moeilijkste tijden gaf ze ons hoop. Een hand op mijn schouder. Een maaltijd op tafel. Liefde zonder voorwaarden of uitleg. Ze was er gewoon altijd, net zoals de lucht die je inademt.
Nee. Nee, ze mocht niet weggaan. Ze was mijn steun en toeverlaat. Mijn kracht. Mijn hele basis.
Ik pakte haar hand vast. Mijn woorden klonken zacht en gebroken. „Ik kan niet zonder jou leven, mam.“
Ik kon simpelweg niet stoppen met huilen. Ik staarde haar alleen maar aan, terwijl de tranen over mijn gezicht stroomden.
„O, lieverd.“ Ze trok me dicht tegen zich aan. Haar hand wreef langzaam en zachtjes over mijn arm. „Ik zal elke dag vechten, voor jou en voor mezelf. Maar Stacy, als het toch slechter met me gaat, moet je iets weten. Je zult nooit alleen zijn. Je hebt Claire, Tom en Chase.“
Ik knikte. Ik wist dat ze wilde dat ik sterk was. Ik wist ook dat ze gelijk had. Tom en Claire zouden me altijd blijven steunen.
Maar dat besef nam deze diepe pijn niet weg. Ze hielden van me. Daar twijfelde ik niet aan.
Maar niemand kon haar plek innemen. Helemaal niemand.
Claire was al sinds de middelbare school de beste vriendin van mijn moeder. Ze was de zus die mijn moeder nooit had gehad, want mam was enig kind. De twee waren altijd samen, dankzij hun jarenlange vriendschap. Als iemand begreep wat het verlies van mijn moeder zou betekenen, dan was het Claire.
En dan was er Chase. Onze band was altijd moeilijk in woorden te vatten. Chase probeerde problemen niet op te lossen. Hij praatte stiltes niet vol. Hij was er gewoon altijd voor me.
Buiten mijn moeder was hij mijn enige echte vriend. Soms dacht ik dat Chase me beter kende dan ik mezelf kende.
Ik sloeg mijn armen om haar heen en trok haar dicht tegen me aan. Ik hield haar vast zoals je iets vasthoudt dat je absoluut niet wilt verliezen. Te strak, en tegelijkertijd niet strak genoeg.
„Je bent onvervangbaar, mam.“ Mijn stem sloeg over toen ik de woorden uitsprak. Ik huilde tegen haar schouder. Het kon me niets schelen en ik kon niet stoppen.
Haar hand streek langzaam door mijn haar. „Als mij iets overkomt, Stacy, beloof me dan één ding. Beloof me dat je van het leven zult genieten. Beloof me dat je het vrolijke, lieve meisje blijft dat je nu bent.“
Ik wilde zeggen dat er niets ergs zou gebeuren. Ik wilde het ook echt geloven. Haar hand ging nog steeds zachtjes door mijn haar, net als toen ik klein was. Ze probeerde me te troosten. Het werkte niet, maar ik liet het haar toch proberen.
Wat ik haar niet vertelde, was dat ik wist dat de pijn van het verlies van een ouder nooit echt weggaat. Diep vanbinnen voelde ik dat verdriet opnieuw. Het was alsof er weer een koude schaduw over me heen viel.
Op dat moment kon ik alleen maar denken aan het feit dat ik mijn moeder misschien nooit meer zou kunnen knuffelen.
Dat ik haar lach nooit meer zou horen en haar nooit meer aan mijn zijde zou hebben.
„Ik heb al met Claire en Tom gesproken. Ze hebben beloofd om voor je te zorgen als—“
„Stop daarmee, mam.“ Ik sprong op van de bank. Mijn stem klonk wanhopig en gebroken. „Stop met praten alsof je doodgaat.“ Ik snikte en ademde zwaar. Ik schudde mijn hoofd, alsof ik de woorden zo kon verdrijven. „Je gaat niet dood.“ Ik verborg mijn gezicht in mijn handen. „Je mag niet doodgaan.“
Sterke armen sloegen zich om me heen en trokken me in een knuffel. Ze hielden me overeind toen ik het gevoel had dat ik zou vallen. „Alles komt goed, Stacy.“
Ik sloeg op de borst van Chase. Ik reageerde al mijn woede en pijn af op mijn beste vriend. „Het komt helemaal niet goed, Chase,“ huilde ik harder. „Ze is mijn moeder,“ snikte ik. Mijn benen voelden slap aan. Ik gleed uit zijn armen en zakte op de grond. „Als ze sterft, komt het nooit meer goed.“
„Hé.“ Chase ging naast me op de grond zitten. Hij legde zijn vingers onder mijn kin en tilde mijn gezicht op, zodat ik hem aankeek. „Ze is er nog. Ze leeft nog.“ Hij legde zijn hand zachtjes op mijn borst. „Jouw hart klopt nog, en dat van haar ook.“ Ik zag een traan over zijn wang glijden.
„We redden ons wel,“ stelde hij me gerust terwijl hij me in zijn armen trok. Ik liet het toe en kroop tegen hem aan. „Hou van haar zolang het nog kan,“ fluisterde hij.
Leeslijsten
Alles weergevenDuik in romantische boekencollecties samengesteld door onze lezers.







































