
De alfakonings hybridepartner
De Ceremonie
Leviathan
. . Ik ben niet bepaald een liefhebber van dit soort bijeenkomsten. Zade, mijn rechterhand, vond dat ik de tiende paringsceremonie moest organiseren om de roedels tevreden te houden.
Zade is streng, maar ook slim. Toen het nieuws zich verspreidde dat ik dit jaar gastheer zou zijn, raakten roedels in het hele land in rep en roer.
Doorgaans verschijn ik alleen in het openbaar als er iets ernstigs aan de hand is of als ik een formele gelegenheid moet bijwonen. Mensen zien me vaak als een voorbode van onheil.
'Als je me buiten een vergadering tegenkomt, zit je waarschijnlijk in de problemen,' zeg ik altijd.
Deze evenementen maken me nog steeds nerveus, ook al leef ik al eeuwen en heb ik het voor het zeggen over alle wolven. Ik voel me nog steeds ongemakkelijk tussen grote groepen. Mijn wolf, Damien, is er ook niet dol op.
Hij wordt onrustig als we omringd zijn door anderen, en vandaag is hij gespannener dan gewoonlijk.
Ik loop naar het balkon van mijn kantoor, dat uitkijkt over de tuin waar de ceremonie zal plaatsvinden. Overal zie ik prachtige zwarte kanten versieringen.
Mijn mensen leggen de laatste hand aan de voorbereidingen, en veel alleenstaande wolven stromen de tuin binnen met zwarte en blauwe bloemen. Het ziet er adembenemend uit.
De lucht is helder en de maan schijnt fel. Het blauwe maanlicht danst op het meer naast de tuin. Het belooft een perfecte avond te worden.
De wind steekt op en ik ruik het bos, maar er is nog een andere aangename geur die ik niet kan thuisbrengen.
Het lijkt hier niet op zijn plaats, maar het maakt mij en mijn wolf zeer alert. Damien begint te woelen en probeert de overhand te krijgen.
Het voelt alsof iets heel zwaars tegen mijn borst beukt. Hij vecht echt met me om de controle!
'LAAT ME ER NU UIT!'
Ik voel hem tegen de muren duwen, in een poging zich een weg naar buiten te banen.
Wat bezielt hem om zo naar buiten te willen terwijl er duizenden roedelleden om ons heen zijn? Hij zou ze allemaal kunnen verwonden.
'NU NAAR BUITEN!'
Damien duwt opnieuw.
Ik duw hem met alle macht terug en dwing hem om binnen te blijven. Dit is niet het moment om met zijn koppigheid om te gaan.
Ik moet zo de openingstoespraak voor de ceremonie houden. Ik werp een blik op de klok en zie dat ik naar het podium buiten moet gaan.
AsaLynn
Na het verlaten van de badkamer tref ik Flora aan en we gaan samen arm in arm naar buiten.
Zodra we de tuin in stappen, voel ik de wind langs mijn dunne jurk strijken en ruik ik de planten om me heen.
Een sterke geur van ceder en citrus dringt mijn neus binnen, en ik voel Cypris weer onrustig worden.
Hou je gedeisd, wolf. Niet nu!
We lopen verder en merken dat alle ogen op ons gericht zijn. Kijken ze naar mij?
Ik zie mensen van andere roedels de lucht opsnuiven alsof ze iets proberen te vangen. Dit is niet het moment om op te vallen door mijn geur.
Mijn vader zei dat ik me koest moest houden. Ik zie alle mannen naar me gluren. Mijn lichaam bekijken. Dit korte jurkje helpt niet bepaald.
Ik sta te trillen op mijn benen. Ze kijken me aan met hongerige ogen. Dit is precies waarom ik liever niet tussen mensen kom.
„Meid, zie je al die opgefokte kerels! Het lijkt wel of ze alles wat beweegt willen bespringen!“
„Ik kan niet wachten om te ontdekken welke van deze knappe mannen mijn partner is,“ roept Flora luidkeels terwijl ze knipoogt naar een stel aantrekkelijke kerels waar we langs lopen.
Vanwege wat mijn vader zei, heb ik Flora gevraagd achteraan in de menigte te blijven. Ik wil uit de buurt van het podium en de alfakoning blijven.
“Rustig blijven. Rustig blijven,“ maan ik mezelf.
Ik houd mijn ogen neergeslagen of gericht op Flora terwijl ze moppert dat we zo ver achteraan staan dat we het podium nauwelijks kunnen zien.
We staan op de beste plek. Ver genoeg om op te gaan in de menigte en ver genoeg van het podium dat niemand me twee keer zou aankijken als ze me al zouden opmerken.
Precies goed.
Het geroezemoes van de menigte wordt zachter tot je de insecten in het bos kunt horen. De alfakoning moet nu op het podium zijn.
Ik staar naar het gras, in een poging niemand aan te kijken, maar dan begint mijn wolf door te draaien. Cypris begint te janken en blaffen! Blaffen?
Wanneer blaft ze ooit als een hond? Ze springt nu als een dolle in mijn hoofd rond. Ze krabt en jankt zo erg dat mijn hoofd bonkt.
“Cypris, wat bezielt je?! Hou op. Ik mag niet opvallen! Verdomme, wolf, luister naar me! Je kunt dit nu niet flikken.“
Ik grijp naar mijn borst omdat het pijn doet van haar pogingen om eruit te breken. Hoe kan ik een beetje van gedaante verwisselen om de roep te beginnen als ze me zo hard duwt?
Als ik het doe, zal ze er zeker uitkomen. In mijn 200 jaar heb ik nog nooit met Cypris hoeven vechten om controle over mijn lichaam, en uitgerekend nu slaat ze op hol.
Vijf dagen voor mijn verjaardag en ze brengt me nog naar de knoppen! Ik heb misschien geen partner, maar ik zal tenminste nog in leven zijn.
Flora is door het dolle heen over de toespraak van de koning, die ik niet eens kan horen door Cypris' constante gehuil dat mijn hoofd vult.
Dan ziet Flora dat ik pijn heb en komt me te hulp.
„Schat, gaat het wel? Wat is er aan de hand?“ vraagt ze bezorgd, terwijl ze haar hand op mijn blote rug legt.
„Het stelt niets voor. Mijn wolf doet erg lastig. Maar het gaat wel. Maak je geen zorgen.“
Flora trekt een wenkbrauw op en geeft me een vreemde glimlach.
„Denk je dat je wolf je partner voelt? Je zei dat ze nooit praat en niet erg actief is. Dit klinkt heel anders voor jouw wolf.“
Ik begin zachtjes te lachen, in een poging om niet op te vallen en de toespraak van de koning niet te verstoren.
„Ja, tuurlijk. Jij en ik weten allebei dat je iemand moet aanraken, in de ogen moet kijken of hun gehuil moet horen voordat je wolf hun partner herkent. Volgens mij wil Cypris gewoon dat ik het loodje leg.“
Cypris bonkt een laatste keer tegen de muren in mijn hoofd in een poging om eruit te komen als ik dit zeg. Ik wankel even en grijp weer naar mijn borst, en eindelijk gaat ze terug naar janken.
Ik begin weer mensen te horen praten, voel de opwinding om me heen. De mensen in mijn buurt beginnen allemaal hun zwarte kleding uit te trekken.
„Wolven, het is tijd om de ceremonie te beginnen! Trek je kleren uit en van gedaante verwisselen voor de traditionele paringsroep!“ hoor ik de bèta luid over de menigte roepen.
Flora kijkt me aan en lacht hard terwijl ze snel haar jurk uittrekt en haar welgevormde lichaam showt.
Ze zorgt ervoor dat ze een beetje springt zodat haar lichaam op alle juiste plekken beweegt. Ik kijk weg terwijl ik volg en langzaam mijn jurk uittrek.
Het is oké. Het komt goed. Laten we dit gewoon doen en naar bed gaan.
„Laten we de beest uithangen!“ schreeuwt Flora, en ik hoor de menigte luid juichen als reactie.
Ik ga haar vermoorden. Welk deel van blijf rustig begrijpt ze niet?
De menigte wordt stil terwijl iedereen naakt staat. Wachtend. Geduldig. Nerveus. Je kunt de opwinding in de lucht proeven.
„Je kunt dit, Asa,“ fluister ik tegen mezelf terwijl ik wacht op het blazen van de hoorns.
Eerst is het een beetje van gedaante verwisselen. Tweede stoot is om de roep te beginnen.
De ceremoniële hoorn klinkt luid in de nacht, en geeft ons het teken om van gedaante te verwisselen. Ik begin van gedaante te verwisselen samen met iedereen om me heen. Gelukkig doet het geen pijn.
Ik zie een prachtige grote zwarte wolf op het podium. Hij is zo mooi dat het bijna pijn doet om naar hem te kijken.
Dat moet de alfakoning zijn. Hij is de enige die volledig in een wolf mag veranderen als leider van de ceremonie.
De tweede hoorn klinkt, en de menigte begint te huilen. Het geluid is zo mooi dat ik mezelf even vergeet.
Om me heen zie ik vrouwen naar mannen rennen nadat ze de speciale roep van hun partner hebben gehoord. Mannen duwen om bij hun vrouwen te komen. Het is prachtig.
Dan zie ik het gebeuren bij Flora. Ze heeft haar partner gehoord!
Flora's lichaam verstijft. Haar gehuil stopt meteen. En ze kijkt me aan en glimlacht.
„Ik heb een sexy bèta! Succes!!!“
Weg is ze, rennend naar het podium, en ik kijk en zie Beta Zade van het podium springen, door de menigte rennend om bij haar te komen. Dat geluksvogeltje.
Mijn wolf gromt boos, en ik herinner me dat ik nog niet gehuild heb.
SHIT! Ik kijk omhoog naar de hemel en leg al mijn hart en gevoel in één luide, emotionele huil, in de hoop dat het de Maangodin bereikt en ze me zegent voor het te laat is.
Maangodin, hoor me alstublieft en geef me een partner.
Dan wordt de menigte stil.
Continue to the next chapter of De alfakonings hybridepartner