
Het leven is geen spelletje Boek 2
Auteur
Kara Verbeek
Lezers
16,7K
Hoofdstukken
46
Proloog
Boek 2: Love Is Not a Game
ABIGAIL
Het stadion was echt een gekkenhuis. Het gejuich van het publiek overstemde zelfs de stem van de omroeper. Het onmogelijke was gebeurd. De grote favoriet was verslagen door de underdog. Het was een prachtig verhaal over een onbekend team dat onverwacht won, en de fans vonden het geweldig.
Nou ja, de meeste fans tenminste. Op mijn rij in de arena werd niet gejuicht. Er was geen blijdschap. Er was alleen maar verdriet en schok te zien op mijn rij, want dit waren de gereserveerde plaatsen voor de familie en vrienden van de Sun Stones.
Er rolde één traan over mijn wang. Ik dacht aan wat deze uitslag zou betekenen voor mijn broer, mijn steun, mijn beste vriend, mijn held. Hij moest wel helemaal kapot zijn. Ik wist dat ik mijn tranen hier moest laten vloeien, voordat ik naar hem toe ging.
Ik moest me groot houden voor hem. Mijn teleurstelling mocht hem en zijn teamgenoten niet nog een slechter gevoel geven. Hij had het niet slecht gedaan, het andere team speelde gewoon beter.
Het andere team was goed, bizar goed zelfs. Ik keek al jaren naar deze toernooien, maar zoiets had ik nog nooit gezien. Het was niet zo dat elk lid van het team de beste van de wereld was. Eigenlijk leken ze even goed te zijn als het team van mijn broer.
Wat hen anders maakte, waren echt de tactieken die ze gebruikten. Ik had hun promovideo's gezien, net als iedereen in het publiek. Blijkbaar had Mars, de enige vrouw in hun team, hun strategieën bedacht.
Een laatstejaars op de middelbare school, net als ik. Ze moest wel een absoluut genie zijn.
Ik keek toe hoe Carter en zijn teamgenoten de handen schudden met het andere team, voordat ze de arena verlieten. Ik wilde hem troosten, dus stond ik snel op en liep via de achterdeur naar buiten. Om bij de backstageruimte te komen, moest ik omlopen via de hal van de arena.
Hierdoor moest ik me langs de andere toeschouwers worstelen. Ze liepen naar de toiletten, de eetkraampjes en waar ze verder ook naartoe gingen. Zodra ik voorbij het laatste kraampje en uit de menigte was, begon ik te rennen naar de backstageruimte. Ik moest naar mijn broer toe. Ik moest zeker weten dat het goed met hem ging.
Nog één gang en dan zou ik weer bij hem zijn. Ik trok een sprintje de hoek om, nog maar drie deuren te gaan. Toen ging er plotseling een deur voor me open. Ik ging te snel om te stoppen. Ik was te snel om de botsing te voorkomen.
Het volgende moment lag ik verdoofd op de grond.
„Au,” zei ik, terwijl mijn hoofd op de warme vloer lag.
Wacht eens even. De gang was koud en de vloer was van beton. Het hoorde niet warm te zijn. Mijn gezicht was duidelijk tegen iets warms aangedrukt. Mijn hand raakte ook iets warms aan.
„Hoe erg ik normaal ook geniet van een vrouw bovenop me, zou je eraf willen gaan?” hoorde ik een zware stem zeggen. Ik schrok ervan.
Ik sprong snel overeind. Ik besefte dat de warmte tegen mijn wang de borstkas van een jongen was. Ik was in mijn haast niet alleen zelf gevallen. Ik had ook een jongen getackeld die, afgaande op zijn borst, erg gespierd was.
„Het spijt me echt zo ontzettend erg,” zei ik snel. Ik schaamde me te veel om naar zijn gezicht te kijken.
„Heb je eigenlijk een rijbewijs?” vroeg hij nonchalant.
„Huh?” Ik schaamde me nog steeds te veel om op te kijken. Zijn vraag overrompelde me echt.
„Want je hebt me net overreden en bent met mijn hart gevlucht,” zei hij achteloos, alsof het niets was.
„Wat? Werken dat soort versiertrucs echt?” vroeg ik. Ik keek eindelijk op en verstijfde toen ik zag tegen wie ik was gebotst.
De jongen voor me was een van de spelers die ik net in de arena had gezien. Het was Neptune. Hij zat in het team van de Romans, het onbekende team dat net van mijn broer had gewonnen. Op tv zag hij er goed uit, maar van dichtbij was hij nog veel knapper.
Ik kon zeker verdwalen in zijn ogen.
„Niet echt. Sorry, jouw schoonheid zorgde ervoor dat mijn hersenen stopten met werken,” antwoordde hij. Mijn wangen werden er warm van. „Je bent nog mooier als je bloost.”
Was hij nu serieus met me aan het flirten? Er had nog nooit een jongen met me geflirt. En deze Adonis was dat nu echt aan het doen?
„Nep, kom je nog terug?” riep een meisje vanuit de kamer waar hij net uit was gekomen.
Verdorie, dat is waar ook. Ik moest terug naar mijn broer. Hij draaide zich om om iets tegen het meisje te zeggen. Ik greep die kans om weg te rennen. Ik ging terug naar mijn oorspronkelijke doel: de backstageruimte van de Sun Stones bereiken.
Ik stormde door de deur van hun kamer. De metalen klink klapte met een harde klap tegen de muur. Er viel een oorverdovende stilte. Niemand keek op en niemand merkte me op. Ieder teamlid zat gevangen in zijn eigen wereld. Ze probeerden het verlies te verwerken en dat ze van de top waren gevallen.
Carter zat in een fauteuil. Zijn hoofd hing omlaag en was verborgen in zijn handen. Ik liep langzaam naar hem toe en ging op de leuning van de stoel zitten. Ik sloeg mijn armen om zijn brede schouders en gaf hem een dikke knuffel. Onze normale rollen waren omgedraaid. Normaal was hij degene die mij troostte.
Mijn geschaafde knie toen ik als tienjarige van mijn fiets viel. Mijn tranen toen Jack me dik noemde in de brugklas. Mijn eerste onvoldoende in de Engelse les van meneer Gregory. Carter was er ontelbare keren voor mij geweest. Hij troostte me dan en vertelde me dat alles goed zou komen. Nu was het eindelijk mijn beurt om er voor hem te zijn en hem een beter gevoel te geven.
Carter leunde naar me toe en legde zijn hoofd op mijn been. Er werden geen woorden gewisseld. Er waren ook geen woorden nodig. Ik deed mijn uiterste best om mijn eigen emoties niet te tonen. Toch kon ik de tranen die over mijn wangen stroomden niet stoppen.
Het was te veel voor me om mijn held zo overstuur te zien. Ik boog me voorover en legde mijn hoofd op zijn rug. Ik sloeg mijn armen stevig om hem heen. We zaten daar gewoon samen. We huilden zachtjes en zochten troost bij elkaar.
We bleven ongeveer vijf minuten zo zitten. Toen kwam Ricky, de beste vriend en teamgenoot van mijn broer, naar ons toe gelopen.
„De prijsuitreiking is over vijf minuten,” zei hij zachtjes.
Ik tilde mijn hoofd op om naar Ricky te kijken. Ik zag dat hij net zulke ietwat gezwollen ogen had. Dit liet zien dat hij de afgelopen minuten op dezelfde manier had doorgebracht als wij. Ik wilde opstaan en hem ook knuffelen. Ik wist echter dat Carter daar niet blij mee zou zijn.
Zelfs als het een vriendschappelijke knuffel was, wilde hij niet dat ik een jongen knuffelde. Om een of andere reden dacht ik even terug aan mijn ontmoeting in de gang. Daarna schudde ik de gedachte van me af en richtte ik me weer op de mannen voor me.
Carter nam nog één minuut de tijd voordat hij zijn hoofd ophief en een glimlach opzette. Hij veegde het bewijs van zijn verdriet weg. Het was tijd voor hem om zelfverzekerd over te komen. Hij wilde de wereld laten zien dat de Sun Stones goed tegen hun verlies konden.
„Oké, dit kunnen we,” zei hij, terwijl hij opstond en zijn hand op mijn hoofd legde. „Bedankt, kleintje,” zei hij met een oprechte glimlach. Het was de speciale glimlach die alleen voor mij was bedoeld.
„Je weet dat ik er altijd voor jou zal zijn, net zoals jij er voor mij bent,” zei ik tegen hem. Ik veegde de tranen van mijn gezicht.
„Daar kun je op rekenen.”
„Ik hou van je, Bubba,” zei ik tegen hem, en ik wist er een zwakke glimlach uit te persen.
„Ik hou ook van jou,” zei hij. Hij trok me overeind en gaf me een stevige knuffel. Hij liet me zo weten dat alles in orde zou komen.
„Krijg ik ook een knuffel?” vroeg Ricky aan mij nadat Carter me losliet.
„Raak haar aan en je bent er geweest,” zei mijn broer direct. Ik zou erom gelachen hebben als ik niet vrij zeker was dat hij de waarheid sprak.
„Waarom bedreig je me altijd? Je weet dat ik maar een grapje maakte. Ze is als een zusje voor me,” verdedigde Ricky zich snel. Hij stak zijn handen omhoog als teken van overgave.
„Je weet dat je over haar geen grapjes moet maken. Niemand raakt mijn kleine zusje aan,” antwoordde Carter.
Ik hield van mijn broer, maar hij was echt veel te overbezorgd.
„Kom op, Bubba, wat als ik een jongen vind die ik heel leuk vind? Je kunt niet voor altijd alle jongens bij me weghouden,” zei ik. Opnieuw dwaalden mijn gedachten af naar de gebeurtenis van eerder.
„Zeker wel. Je mag niet met jongens uitgaan. Iedereen die ook maar naar je kijkt, zal de gevolgen moeten dragen.”
„Dat is niet eerlijk! Ik ben zeventien, geen zeven. Volgend jaar ga ik al studeren!” klaagde ik.
„Dat is precies de reden waarom je niet mag daten. Ik weet hoe jongens van jouw leeftijd zijn en jij verdient beter. Vergeet niet, ik was vijf jaar geleden ook zo oud als jij nu bent.”
„Sorry, kleintje, maar hij heeft gelijk. Achttienjarige jongens willen maar één ding,” was Ricky het met hem eens.
„Jullie zijn toch ook met superveel meisjes uitgegaan, en dat doen jullie nog steeds. Willen jullie dan ook maar één ding?” vroeg ik. Ik wilde niet echt een antwoord, maar wilde gewoon mijn punt maken.
„We hebben het nu niet over ons. We hebben het over jou,” antwoordde Carter.
„Geweldig, ik ga als maagd sterven,” mompelde ik.
„Dat hoorde ik wel. En ja, dat klopt,” antwoordde hij.
Ik rolde maar gewoon met mijn ogen. Het enige positieve aan dit gesprek was dat ze nu even niet aan hun verlies dachten.
Gelukkig hoefde ik niet van onderwerp te veranderen om van mijn datingleven, of het gebrek eraan, af te komen. Hun manager kwam binnen en vertelde dat het tijd was om terug te gaan naar de arena. Carter glimlachte nog één keer naar me, voordat hij met zijn teamgenoten wegliep naar de prijsuitreiking.
Ik ging terug naar mijn plek in het publiek, klaar om naar de uitreiking te kijken. Toen het team van Carter werd omgeroepen om hun tweede prijs in ontvangst te nemen, juichte ik harder dan wie dan ook in de arena. Zelfs al was hij tweede geworden, ik was onwijs trots op hem.
Het laatste team dat op het podium stond, was het winnende team. Ik kon het niet laten om even naar hen te kijken. Ik zag dat Neptune trots naast zijn teamgenoten stond. Hij was zeker heel knap, maar hij leek zich daar ook goed van bewust. Hij was niet het type jongen dat ik van Carter zou mogen daten. Niet dat ik ook maar iemand zou mogen daten van hem.
***
Het was inmiddels twee weken geleden sinds het toernooi. Tweede worden had niet veel veranderd in het leven van mijn broer. Carter en zijn team hadden nog steeds sponsoren. Ze deden nog steeds mee aan online toernooien en waren het grootste deel van hun tijd aan het oefenen.
Ik vermoedde dat de eerste of tweede plaats over het algemeen niet zoveel verschil maakte. Ze waren nog steeds razend populair. Ze moesten nu alleen de aandacht delen met het andere team.
„Hé, Abs, wil je met me gamen?” vroeg Carter toen ik uit school thuiskwam. Mijn ouders waren nog niet thuis van hun werk.
„Ik dacht dat je vandaag op een evenement was?” vroeg ik. Ik had hem de hele week niet gezien, omdat hij het zo druk had met het opnemen van reclames en oefenen.
„We waren vroeg klaar. En ik miste het ook om tijd met je door te brengen.”
„Ahw, ik miste jou ook. Helaas kan ik niet meedoen, want ik heb huiswerk dat ik moet maken,” antwoordde ik.
„Kom op, gewoon even kort?” smeekte hij.
„Huiswerk,” zei ik. Ik wees naar de tas over mijn schouder.
„Je bent super slim, dus ik weet dat je er niet de hele avond mee bezig zult zijn. Speel gewoon heel even met me. Alsjeblieft?” smeekte hij.
„Oh, oké, goed dan. Ik speel een uurtje, maar daarna moet ik echt aan de slag met school,” gaf ik toe.
„Yes!” juichte hij, waardoor ik moest lachen.
Ik gooide mijn tas op de grond in de gang en ging naast hem op de bank zitten. Hij pakte de extra controller van de salontafel en gooide hem naar me toe. Dat had hij al duizenden keren eerder gedaan. Ik was bij lange na niet zo goed in videogames als hij. Ik zou ook nooit een professional worden. Maar ik speelde al mijn hele leven samen met hem, dus ik was er best prima in.
Samen gamen was echt ons speciale dingetje. Zo brachten we tijd door samen. Ik zou het nooit toegeven, maar ik vond het echt geweldig om games met hem te spelen.
Een van mijn oudste herinneringen is dat ik bij hem op schoot op de vloer zat. Hij hielp me toen met een of ander vechtspelletje. Ik moet pas drie of vier jaar oud zijn geweest. Ik herinner me dat ik een stripachtig meisje koos met twee knotjes op haar hoofd. Ik vond haar leuk omdat ze mooie waaiers gebruikte om mensen aan te vallen.
„Wat gaan we spelen?” vroeg ik nieuwsgierig. Soms speelden we samen Strike from Above. Dat speelde hij alleen nooit op een console, dus ik wist dat dit niet het spel was dat we vandaag gingen spelen.
Hij keek me aan met een gemene grijns. Daarna startte hij een basketbalspel op.
„Oh, doe niet zo flauw!” klaagde ik. „Je weet dat ik een hekel heb aan sportgames.”
„Dat komt gewoon omdat je er vreselijk slecht in bent,” plaagde hij.
„Hé!” riep ik. Ik gooide een sierkussen naar hem toe.
Hij negeerde mijn aanval met het kussen. Hij sloeg het laadscherm over en we kozen allebei ons team. Hij begon met de bal en gebruikte een snelle actie om tussen zijn benen te dribbelen. Zo draaide hij weg van mijn verdediger en scoorde een punt. Twintig seconden na de start en ik stond nu al achter.
Het was nu mijn beurt om de bal te pakken en ik besloot om mijn vaardigheden te laten zien. Dat kon ik ook wel. Ik gebruikte een andere actie om de bal achter mijn rug naar een vrijstaande speler te gooien. Die scoorde vervolgens een driepunter.
„Yes! Pak aan!” juichte ik, want dat betekende dat ik voorstond.
We gingen zo het grootste deel van het spel door. We lieten allebei acties zien waarvan we dachten dat de ander ze niet kende. Het was zo leuk om met hem te spelen, ook al hou ik eigenlijk niet van dit soort spellen.
Ondanks dat Carter zei dat ik er vreselijk slecht in was, verloor ik uiteindelijk maar met drie punten verschil. Dat was niet slecht, als je bedenkt dat hij een professionele gamer was en ik gewoon, tja, mijzelf.
Toen ik op de klok keek, zag ik dat het bijna zes uur was. Ik had nog heel veel werk te doen. Ik besefte dat ons uurtje lol voorbij was.
„Oké, Bubba, ik moet nu echt mijn huiswerk gaan maken,” vertelde ik hem, terwijl ik opstond om naar mijn kamer te gaan.
„Abs, bekijk dit even voordat je gaat,” zei Carter. Hij gaf me zijn telefoon, waarop hij net zijn sociale media had gecheckt.
„Sinds wanneer volg jij de Romans?” vroeg ik.
„Ik moet de concurrentie wel in de gaten houden. Maar kijk eens naar hun laatste bericht.”
Het was een bericht van Neptune op hun officiële sociale media.
„Ik ben op zoek naar het mysterieuze meisje tegen wie ik opbotste bij het toernooi. Onze ontmoeting was kort, maar onze klik was diep. Mysterieus meisje, als je dit leest en de klik ook voelde, stuur me dan een privébericht,” las ik hardop voor.
Carter snoof luid. „Wat een player. Dat is nou precies het soort jongen dat je moet vermijden.”
Om een of andere reden deden die woorden meer pijn dan zou moeten. Ik kon hem absoluut niet vertellen dat ik dat mysterieuze meisje was.

















































