
De weerwolfkoning
Redder
RORY
In een oogwenk was Mike verdwenen, nadat hij me nog stevig had vastgeklemd.
Het duurde even voor ik weer normaal kon ademen. Het voelde alsof ik lang onder water was geweest en eindelijk boven kwam, happend naar lucht.
Deze keer leek het echter of ik kilometers ver had gezwommen. Ik voelde me uitgeput.
De wereld om me heen zag er wazig en vreemd uit. Ik zag nog steeds vlekken voor mijn ogen, maar ik leefde tenminste nog. Ik voelde een tintelend gevoel in mijn tenen toen het bloed weer begon te stromen na te zijn afgekneld bij mijn nek.
Mijn polsen deden pijn van de kneuzingen, maar gelukkig kon ik ze nog voelen. Toch?
Poeh, proberen positief te blijven maakte me misselijk. Ik was net aangevallen. Hier viel weinig goeds aan te ontdekken.
Mijn oogleden voelden zwaar en ik deed mijn best ze open te houden. Ik vocht tegen de neiging om flauw te vallen. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt en ik wist niet hoe ik mezelf beter moest laten voelen.
'Gaat het?' riep een diepe stem bezorgd naar me.
Toen ik zijn grote gestalte dichterbij zag komen, wilde ik me het liefst verstoppen. Ik wilde nu door niemand aangeraakt worden. Maar dit moest de man zijn die die schurk van me af had getrokken.
'I-Ik denk het,' bracht ik met moeite uit door mijn pijnlijke keel. 'Je kwam als geroepen.'
Net op tijd. Wat als hij niet...?
Nee, zo moest ik niet denken. Ik zou niet gaan piekeren over wat er had kunnen gebeuren. Het was te vroeg, te pijnlijk. Ik ben geen arts, maar dat kon onmogelijk goed voor me zijn.
'Je hebt geen idee hoe lang ik...,' begon de man opnieuw te praten, en ik kon hem nu duidelijker zien.
Hij was erg lang en zag er gespierd uit. Dat verklaarde hoe hij Mike van me af had kunnen gooien alsof hij een veertje was.
Zijn kleding zag er duur uit, en zijn blauwe shirt paste perfect bij zijn oogkleur - zijn ogen leken wel van kristal. Maar voor ik iets anders kon opmerken, werd hij onderbroken.
'Jij,' schreeuwde Arya, en ik had haar nog nooit zo woedend gehoord.
Ze keek razend naar wat er gebeurd was. Haar ogen, normaal gesproken groen, boorden zich in de mijne. In dit licht leken ze bijna zwart. Hoe was dat mogelijk?
'Jij kleine slet! Je kon je poten niet thuishouden, hè?' schreeuwde ze en haalde uit alsof ze me wilde krabben.
Mijn lichaam reageerde te traag om weg te duiken, maar gelukkig sprong de grote man tussenbeide om me te redden - opnieuw. Twee keer in minder dan tien minuten. Dat moest wel een record zijn, toch?
'Maak dat je wegkomt, Arya. Het was haar schuld niet,' zei hij streng, en ik vroeg me af wie hij voor haar was, om zo tegen haar te durven praten.
Zij en haar broer leken hier de lakens uit te delen, en iedereen leek ontzag voor haar te hebben. Ik meende gisteren zelfs een dienstmeisje voor haar te zien buigen.
'Niet haar schuld? Ze wilde waarschijnlijk met hem het bed in duiken voordat ze betrapt werden! Alsjeblieft, Darius, neem haar niet in bescherming.' Ze probeerde weer op me af te stormen, maar hij ving haar op alsof ze zo licht was als een pluimpje.
'Waag het niet mijn partner nog een keer aan te vallen, of ik zal je moeten straffen,' zei hij met een stem als een donderslag. Hij gromde zelfs! Wat was hier in vredesnaam aan de hand?
Ik merkte de woorden die hij gebruikte pas later op, en hoewel hij Nederlands klonk, vroeg ik me af waarom hij dat Engelse woord gebruikte.
We hadden elkaar net ontmoet, maar hij redde me voor de tweede keer, dus ik denk dat het oké was dat hij me zijn vriend noemde.
'Wa-? Nee,' schreeuwde ze.
'Ja, Arya. En zij is niet degene die de schuld krijgt. Zeg me, ben je zo blind dat je de blauwe plekken in haar nek en op haar armen niet ziet?'
Ik probeerde me te verstoppen, wetend dat ik de blauwe plekken niet echt kon verbergen maar dat toch wilde. Ik voelde me erg kwetsbaar hier, en er begonnen steeds meer mensen op te duiken.
'I-Ik... Wat bedoel je, Darius?' Haar stem werd eindelijk zachter.
'Ik bedoel dat jouw partner de mijne aanviel, en ik kwam net op tijd om te voorkomen dat ze stierf.'
Ze draaide zich nu naar mij met tranen in haar ogen, maar ik keek snel weg. Ik verdiende haar woede niet, en ik wilde haar medelijden niet - als dat al was wat ze nu voelde.
'Rory...,' begon ze, maar de man kapte haar af.
'Rory moet rusten. Laat Caroline haar naar boven brengen en haar nieuwe kleren geven. Ik hoef je niet te vertellen dat de ceremonie van morgen niet doorgaat.
'Je mag van geluk spreken dat ik hem in leven heb gelaten,' zei hij tegen wie ik nu denk dat zijn zus is, met een stem die door merg en been ging.
Ik bedoel, wie anders dan haar broer zou zulke bevelen geven? Hij was duidelijk ook hier de baas.
'Darius, ik kan haar wel-' begon ze, maar weer onderbrak hij haar.
'We hebben dingen te bespreken, Arya, en dat is niet voor andermans oren. Laat Rory met rust.' Zijn stem zwol aan, en ze boog zelfs een beetje haar hoofd.
'Rory, dit is Caroline. Caroline, breng Rory naar boven en geef haar wat kleren. Ze is mijn partner, dus behandel haar met alle egards,' zei hij tegen mij, wijzend naar een blonde vrouw in de buurt.
Ze boog haar hoofd nog dieper dan Arya had gedaan, wat ik erg vreemd vond, maar wat me het meest verontrustte was de hand van deze man die uitgestoken was om me overeind te helpen.
Hoewel hij aardig was geweest door me te verdedigen en te beschermen, was ik nog niet klaar om aangeraakt te worden.
Zou hij boos worden als ik hem dat vertelde? Ik bedoel, het zou niet zo verrassend moeten zijn, en ik had sowieso nooit van aanraken gehouden.
'I-Ik, nou... dank je,' zei ik met moeite, mijn pijnlijke keel maakte het moeilijk om te praten terwijl ik de muur gebruikte om op te staan.
'Graag gedaan, Rory,' antwoordde de knappe vreemdeling vriendelijk, maar hij zei mijn naam heel zachtjes alsof hij het uitprobeerde. Dat was vreemd, toch?
'Deze kant op, Luna,' Caroline begon naar het einde van de gang te lopen, en ik vond de kracht in mijn benen om haar te volgen.
'Mijn naam is Rory, niet Luna.'
Continue to the next chapter of De weerwolfkoning