
De Mates van de Dokter Boek 1
Auteur
Corinthe Davies
Lezers
16,2K
Hoofdstukken
45
Hoofdstuk 1
ANASTASIA
De blauwe ziekenhuisdeur vloog met veel lawaai open. Ik schrok van het geluid en verslikte me in een stukje kaaspopcorn.
„Ik blijf geen seconde langer in de buurt van die klootzakken.“ Mia gooide haar handen in de lucht terwijl ze luid stampend door de pauzeruimte liep.
Ik hoestte om de maïskorrel uit mijn keel te krijgen. Mijn telefoon viel kletterend op de grond. Ik veegde het kaaspoeder van mijn werkkleding af en bukte me om te kijken of het scherm niet kapot was. „Wat is er aan de hand? Welke klootzakken?“ vroeg ik.
Het was een vrij rustige nacht op de spoedeisende hulp. Al wilde ik de goden niet verzoeken. Ik had nog maar tien minuten pauze voor mijn avondeten.
„Twee enorme kerels brachten hun vriend binnen met een schotwond. Hij heeft duidelijk een operatie nodig. Maar de vriend van deze gast liet mij of de verpleegkundigen niet in zijn buurt komen. Wat heeft het voor zin om hem naar een ziekenhuis te brengen als hij me hem niet laat onderzoeken?“
Mia trok de deur van haar kluisje open en pakte een pakje sigaretten. Ze had gezworen dat ze gisteren bij het begin van haar dienst cold turkey zou stoppen. Ik oordeel niet, hoor. Ik heb tenslotte zelf ook mijn slechte gewoontes.
Ze keek boos in haar donkere kluisje. „En toen had hij het lef om in het Russisch tegen me te schreeuwen. Alsof ik ook maar enig fucking idee heb wat hij zegt...“
Dokter Mia Chen en ik waren arts-assistenten in hetzelfde ziekenhuis in Colorado. We kregen een baan op de spoedeisende hulp nadat we geslaagd waren voor onze examens.
Mia bleef altijd kalm bij patiënten en in de operatiekamer. Daar had ik respect voor. Wat ik minder leuk vond, was wanneer ze haar muur liet zakken en al haar negatieve emoties op mij afreageerde.
Ik had blij moeten zijn dat ik überhaupt een vriendin op het werk had. Maar op dit moment was het gewoon vervelend.
„Oké,“ begon ik langzaam. „Zei hij waarom hij niet wilde dat je zijn vriend aanraakte?“
„Zie ik eruit alsof ik Russisch kan? Ana, ik weet dat je pauze hebt, maar jij moet ze van me overnemen. Ik ga roken en tot Jezus bidden dat ik vanavond niet nog zo'n onbeschofte Russische maffiapik tegenkom.“
Ik pauzeerde bij de wasbak vlak voordat ik de kraan open kon draaien. Mijn vingers trilden. Ik keek er streng naar en wilde dat ze stilhielden. „Waarom ga je ervan uit dat ze bij de maffia zitten?“
Mia wierp me een lange, vernietigende blik toe met opgetrokken wenkbrauwen. „Schat. Wij zijn het maar. Kom op.“
Ik rolde met mijn ogen. Ze wist het dus niet. „Wow. Jij trekt lekker snel conclusies. Je bent echt een stralend voorbeeld voor de mensheid. Een bescheiden genezer van het gewone volk. Ik krijg er werkelijk tranen van in mijn ogen.“
Mia liep stampend weg terwijl ze haar middelvinger naar me opstak. Ik glimlachte. Die kleine belediging had ik wel verdiend. Ik was nu tenslotte de trotse dokter van dat bewuste groepje klootzakken.
Ik trok mijn doktersjas aan en liep naar Kamer A, met mijn laptop onder mijn arm. Zodra ik binnenstapte, bleef ik stilstaan.
Er zat overal bloed op de vloer en de onderzoekstafel. Mijn patiënt was weg. Er stonden alleen twee schoonmakers in volledige beschermende pakken te dweilen. Ze stopten allebei om naar me te kijken.
„Wat is er gebeurd?“ vroeg ik met een vragend gebaar.
Gabe, een man van middelbare leeftijd die al tientallen jaren in het ziekenhuis werkte, trok zijn masker af. Hij wees met zijn hoofd naar de gang. „Ze zijn naar achteren verplaatst. De blonde gast was aan het schreeuwen en joeg iedereen de stuipen op het lijf.“
„Begrepen.“ Ik draaide me om om weg te gaan, maar Gabe riep mijn naam nog een keer. Ik keek over mijn schouder terug.
„Laat de beveiliging met je meegaan. Ik heb dit soort gasten al vaker gezien.“ Hij schudde zijn hoofd. „En wat je ook betaald krijgt? Geloof me, het weegt niet op tegen wat je daarbinnen aantreft.“
Ik glimlachte en gaf hem een snelle, begrijpende knipoog. Daarna liep ik naar het achterste deel van de spoedeisende hulp.
Dit deel van het ziekenhuis werd meestal niet gebruikt. Het was namelijk oud en miste de moderne voorzieningen die de nieuwere vleugel wel had.
Ik liep langzamer toen de tl-buizen boven me onheilspellend knipperden. Voor een tel keek ik ernaar op. Daar achterin zijn voelde soms alsof ik in de openingsscène van een horrorfilm stapte.
Ik haalde diep adem en gooide mijn schouders naar achteren. Ik zette mijn allergrootste professionele glimlach op voordat ik de deur openduwde. „Hallo! Ik ben dokter Hansen—wow, dat is een hoop bloed.“
Een belachelijk grote man met een getinte huid, veel tatoeages en bruin haar stond voorovergebogen. Hij hield zijn zij vast. Tussen zijn vingers spoot het bloed eruit.
Zijn vriend met het zwarte haar hield een hand stevig op de wond gedrukt. Alsof hij met pure spierkracht de rode stroom kon stoppen.
Voordat ik een stap dichterbij kon komen, ging er een lange, goudblonde man in een donkere spijkerbroek en een leren jasje voor me staan.
Ik moest mijn nek uitrekken om in zijn ijsblauwe ogen te kijken. Ergens in mijn achterhoofd registreerde ik dat hij waanzinnig knap was.
Eigenlijk waren ze dat alle drie.
Mia was vergeten dat detail te vermelden. Ik schat dat ze te veel afgeleid was door het geschreeuw.
De man met het gouden haar zei iets in het Russisch. Ik knipperde met mijn ogen. Nu viel het me pas op dat zijn ogen doorbloed waren en zijn pupillen wijd openstonden.
Zonder na te denken, legde ik mijn hand op zijn schouder.
Hij stopte halverwege zijn zin en stotterde even. Hij staarde naar de plek waar ik hem aanraakte. Zijn mond viel open alsof ik een vreselijke, onuitsprekelijke misdaad had begaan.
„Ik ben hier om te helpen.“ Ik tikte op mijn naambadge. In grote blokletters stond er duidelijk DOKTER onder mijn naam en mijn foute, lachende foto.
De foto was genomen op de eerste dag van mijn opleiding. Een of andere eikel bij de administratie had gezegd dat ik de foto pas mocht veranderen als ik met hem op date zou gaan.
Het hielp dus waarschijnlijk niet echt om vertrouwen uit te stralen als een kalme en ervaren arts. Maar goed, ik deed in elk geval mijn best.
De blonde man staarde ongewoon lang naar mijn naambadge.
„Anastasia. Hansen,“ las hij voor. Zijn accent was verdwenen. Zijn woorden klonken nu zacht. Ik knipperde met mijn ogen vanwege de plotselinge verandering in zijn gedrag.
„Ehm, heb je de laatste tijd een flinke klap op je hoofd gekregen? Of heb je toevallig interessante straatdrugs gebruikt?“
Hij bleef me alleen maar aanstaren. Zenuwachtig klopte ik nogmaals op zijn schouder.
„Sorry. Goed. Daar komen we later wel op terug,“ zei ik. „Ik denk dat je aangeschoten vriend waarschijnlijk eerst door mij gezien moet worden. Ik ga hem alleen maar onderzoeken, niet pijn doen. Ik heb een eed afgelegd enzo. Ja?“
Met lichte tegenzin stapte hij opzij met een verlegen knikje.
De grotere man die de wond van de patiënt vasthield, keek vol verbazing naar me. Opeens ging hij rechtop staan, alsof hij mij aan het keuren was, en andersom.
Wie waren deze gasten in vredesnaam?
Ik was één meter vierenzestig, woog zo'n zestig kilo en had nul spieren. De super fitte fysiotherapeut waar ik vorig jaar een oogje op had, noemde me schattig en zacht. Dat betekende eigenlijk gewoon dat ik niet zo slank was als ik zou moeten zijn.
Echt waar, fuck die gast.
Maar wat ik bedoel is: ik zag er niet bedreigend uit. Ik keek kort naar beneden. Ik spoorde hem aan om naar mijn stomme pasfoto te kijken, net zoals zijn vriend had gedaan.
„Ik weet dat je je zorgen maakt om je vriend,“ begon ik vriendelijk terwijl zijn schouders zakten. „Maar ik ben hier om te helpen. Verder niets.“
De man slikte en de brede spieren in zijn nek spanden zich aan. Langzaam knikte hij.
Ik schonk hem een dankbare glimlach. Daarna pakte ik een nieuw paar neopreen handschoenen uit de doos boven de wasbak.
Ze hadden zijn shirt uitgetrokken. Hierdoor was de volle breedte van zijn gespierde rug te zien. Deze gast was in topvorm. Om niet in herhaling te vallen: dat waren ze allemaal... het was zo extreem dat het bijna gephotoshopt leek.
Het bloed doordrenkte de huid rond een rafelige schotwond.
„Oké, een kogelgat dat,“ begon ik. Ik boog dichterbij en tilde voorzichtig de hand van de zwartharige man op, zodat ik de andere kant kon bekijken. „Het ziet ernaar uit dat de kogel er dwars doorheen is gegaan.“
„Dat is een goed teken,“ zei de gast met het zwarte haar.
Ik knipperde naar hem. „Niet altijd. Je moet je afvragen wat de kogel vanbinnen geraakt heeft op weg naar buiten.“
Mijn hand rustte zachtjes op de rug van de patiënt. Na een tel nagedacht te hebben, besloot ik om niet rond de wond te drukken of te voelen.
Interne bloedingen zouden het echte probleem zijn.
Met dat in mijn achterhoofd pakte ik mijn portofoon en drukte ik op de spreekknop.
„Hé, met Hansen. Ik heb een CT- en MRI-scan nodig. En maak voor de zekerheid de operatiekamer meteen klaar voor een schotwon—“
De portofoon werd uit mijn hand geslagen. Ik zag hoe het apparaat kletterend over de vloer gleed.
„Hé!“ riep ik uit. „What the fuck?“
„Geen operatiekamers.“ De ogen van de zwartharige man waren bijna net zo donker als zijn haar. Ze keken me zo intens aan dat mijn borst strak aanvoelde. „Geen scans. Daar is geen tijd voor.“










































