
Royal Legacy 2: Wanneer de maan rood kleurt
Auteur
Lezers
825K
Hoofdstukken
53
Hoofdstuk 1
Boek 2: Als de maan rood kleurt
EVIE
„Niet weer,“ mompelde ik zachtjes. Mijn blik was gericht op het gebouw waar ik al twee keer langs was gelopen.
Mijn vingers klemden zich strakker om de band van mijn rugzak terwijl ik om me heen keek.
„Je ziet eruit alsof je verdwaald bent.“ De stem van een meisje haalde me uit mijn gedachten. Ze lachte vrolijk en vriendelijk.
„Is het zo duidelijk?“ antwoordde ik, terwijl ik een beetje zenuwachtig lachte.
„Je schoenen verraden het.“ Ze haalde haar schouders op en keek naar mijn nieuwe laarzen. „Je bent in Lafayette, vlak bij de bayou. Iedere rechtgeaarde inwoner van Louisiana zou modder op haar laarzen hebben,“ legde ze uit met een veelbetekenende glimlach.
„Schuldig, denk ik,“ gaf ik toe met een verlegen grijns.
„Ik ben Molly,“ stelde ze zich voor, en ze stak haar hand naar me uit.
„Evie,“ antwoordde ik, en ik schudde haar hand.
„Waar moet je naartoe?“ vroeg ze, terwijl ze met haar hand over de campus van de universiteit wees.
„Het gebouw voor schone kunsten,“ bekende ik. Mijn schouders hingen een beetje van teleurstelling.
Molly lachte en wees naar de andere kant van de campus.
„Dat is helemaal aan de andere kant,“ vertelde ze me.
„Typisch.“ Ik zuchtte, boog mijn hoofd en begon te lopen.
„Ik laat je de weg wel zien. Ik hoef nergens anders te zijn,“ bood Molly aan, en ze liep met me mee.
„Dus, waar kom je vandaan?“
Ik keek naar de lange, vrolijke brunette die naast me liep. Ik besloot dat ik de enige vriendin die ik tot nu toe had gemaakt, niet moest afwijzen.
„Ik ben hiernaartoe verhuisd vanuit Massachusetts, maar ik kom oorspronkelijk uit Hawaï,“ vertelde ik.
„Wauw, een wereldreiziger. Ik ben nog nooit buiten Louisiana geweest,“ gaf Molly toe, met een beetje ontzag in haar stem.
„Wat brengt je hier?“ vroeg ze.
„Hun masteropleiding over folklore,“ antwoordde ik kort.
„Echt waar?“ Molly klonk oprecht verbaasd.
Ik keek haar aan, en ik voelde me een heel klein beetje beledigd.
„En jij?“ vroeg ik haar, terwijl we over de paden van de campus liepen.
„Oh, ik weet het nog niet. Ik zit in mijn tweede jaar en ik heb mijn leven nog niet op de rit,“ bekende Molly lachend.
„Mij hoef je dat niet te vertellen,“ mompelde ik, vooral tegen mezelf.
Ik was verrast toen Molly antwoordde.
„Ik weet het niet, je ziet er voor mij best wel georganiseerd uit,“ reageerde Molly, terwijl ze me van top tot teen bekeek.
„Ik heb een master in politicologie van Harvard, en ik heb mijn diploma nog nooit gebruikt. In plaats daarvan besloot ik weer te gaan studeren voor een andere master. Geloof me, weten wat je wilt betekent niet dat je je leven op de rit hebt,“ legde ik uit toen we stopten voor het gebouw voor schone kunsten.
„Wauw, daardoor voel ik me eigenlijk best wel beter,“ gaf Molly toe met een glimlachje.
„Bedankt, Molly,“ zuchtte ik.
„Hé, Evie,“ riep Molly. Ze pakte mijn arm en hield me tegen voordat ik de trap van het gebouw op liep. „Ik geef je mijn nummer. Er is morgenavond een kampvuur bij de bayou. Je moet echt komen.“
Molly krabbelde haar nummer met een pen op de palm van mijn hand.
„Ik weet het niet, het is mijn eerste weekend hier. Ik moet nog even wennen,“ zei ik schouderophalend.
„Kom alsjeblieft! Je hebt vrienden nodig om te overleven, nieuweling,“ plaagde ze.
„Ik zal erover nadenken,“ beloofde ik, voordat ik het gebouw binnenging en in de klas ging zitten.
***
Het was mijn eerste week op de campus, en ik had nog steeds moeite om mijn lokalen te vinden. Ik had het altijd al lastig gevonden om de weg te vinden. Zelfs nadat ik een jaar lang de wereld had rondgereisd, verdwaalde ik nog steeds heel erg makkelijk.
Mijn appartement lag op een paar minuten van de campus. Het was net ver genoeg weg om de hoge huurprijzen voor studenten te ontwijken, maar dichtbij genoeg om de bus van de universiteit te kunnen pakken.
Ik had nooit verwacht dat ik weer zou gaan studeren. Toen ik drie jaar geleden afstudeerde, dacht ik dat ik klaar was. Ik zou beginnen aan een makkelijke carrière in de politiek, misschien ergens ambassadeur worden en een beetje reizen.
Maar dat was niet hoe mijn leven liep. Een paar maanden geleden besloot ik weer terug naar school te gaan.
Dus hier ben ik dan, aan de universiteit van Louisiana in Lafayette. Ik volg een master van achttien maanden in folklore. Iedereen dacht dat ik gek was geworden, inclusief ikzelf.
Na nog twee lessen zat ik weer in de bus op weg naar huis. Toen ik uitstapte, kon ik het gevoel dat ik in de gaten werd gehouden niet van me afschudden.
Zenuwachtig klemde ik mijn rugzak in mijn ene hand vast, en de sleutels van mijn appartement in de andere. Ik keek rond in de goed verlichte straat. De zon begon net onder te gaan.
Het was niets meer dan de normale drukte. De straten van Lafayette waren nooit stil. Ik schudde mijn hoofd en lachte om mezelf omdat ik zo dramatisch deed.
Gehaast liep ik naar mijn huis, dat in een gezellige wijk lag. De buitenkant was een mix van grijs en blauw, met een uitnodigende veranda aan de voorkant en een ruim houten terras aan de achterkant.
Ik deed de marineblauwe deur van het slot en deed de lichten aan. Mijn sleutels kregen hun vaste plekje op het tafeltje in de hal terwijl ik mijn schoenen uitschopte.
Nadat ik mijn rugzak aan de kapstok had gehangen, haalde ik mijn telefoon uit mijn achterzak, precies op het moment dat hij begon te rinkelen.
„Hoi, mam,“ begroette ik haar, terwijl ik op mijn comfortabele bank plofte.
„Hoi lieverd, hoe was je eerste week?“ De vrolijkheid in de stem van mijn moeder maakte me meteen blijer.
„Niets bijzonders, het was leuk,“ antwoordde ik.
„Heb je nog leuke plannen voor het weekend?“ wilde ze weten.
„Ik ben uitgenodigd voor een kampvuur, door een meisje van school,“ bekende ik.
„Oh, dat klinkt fantastisch!“ riep ze uit.
Mijn moeder was een echte cheerleader. Ze moedigde me altijd aan om sociaal te zijn en vrienden te maken. Ik leek echter meer op mijn vader. Ik was diep vanbinnen een eenling en bleef het liefst gewoon thuis.
Op de middelbare school deed ik precies genoeg buitenschoolse activiteiten om mijn cv voor de universiteit wat op te krikken. Mijn vijf jaar op Harvard bestonden vooral uit studiegroepjes en debatteams.
„Ja, we zullen zien,“ mompelde ik.
Ik kon mijn moeder haar ogen bijna horen rollen toen ze zuchtte.
„Evie…“
Daar gaan we.
„Je hebt het studentenleven al een keer meegemaakt. Probeer deze keer meer te doen dan alleen maar leren.“
Ik was ervan overtuigd dat ik de enige moeder ter wereld had die tegen me zei dat ik niet moest studeren.
„Oh, je vader wil even met je praten,“ kondigde ze opeens aan.
Er was een hoop gerommel aan de andere kant van de lijn, totdat de stem van mijn vader te horen was.
„Hé daar, visje.“
Ik grinnikte om mijn bijnaam uit mijn kindertijd. Ik was opgegroeid in Hawaï en de zee was mijn favoriete plek. Ons huis stond direct aan het strand. Mijn ouders moesten me vaak tot ver na zonsondergang uit het water sleuren.
„Hoi, pap.“
„Hoe gaat het met je?“
„Een beetje moe,“ gaf ik toe.
„Pak je rust, lieverd. En voor de duidelijkheid, je moeder heeft in één ding gelijk: je werkt te hard.“ Mijn vader grinnikte.
„Ja, ja, ik weet het.“ Ik wimpelde hem af.
„Ik hou van je.“
„Ik hou ook van jou.“
Ik hing op en gooide mijn telefoon op tafel. Ze hadden geen ongelijk. Ik werkte inderdaad te hard, en ik had het hele studentenleven al eens meegemaakt.
Ik maakte me geen zorgen of ik deze opleiding wel zou halen. Leren ging me altijd heel makkelijk af. Maar vrienden maken? Dat was een ander verhaal.
Ik keek naar het nummer dat op mijn hand was gekrabbeld. Het begon al te vervagen. Nog een paar keer langs mijn broek wrijven en het nummer zou onleesbaar zijn. Dat zou me een goed excuus geven om het feestje van Molly over te slaan.
Ik zuchtte. Ik was naar Louisiana verhuisd voor een nieuwe start, om aan mijn verleden te ontsnappen. Misschien was het tijd voor verandering.
Ik toetste het nummer in op mijn telefoon en stuurde Molly een snel berichtje. Ik wist heel goed dat ik daar de volgende ochtend waarschijnlijk alweer spijt van zou hebben.












































