
De Echte Jij
Auteur
A. Knighton
Lezers
467K
Hoofdstukken
63
Game On
TARA
Met mijn ene hand strijk ik een losse krul achter Daisy's oor en met mijn andere hand zoek ik in mijn tas.
„Schat, hij is het niet waard.“
Daisy blijft snotteren. Haar schattige neusje wordt rood, en ik zoek nog steeds naar de zakdoekjes. Mijn sleutels, een tampon, een pen, en dan… hebbes!
„Hier, pak aan.“ Ik trek een zakdoekje uit het pakje in mijn hand en geef het aan mijn huilende klant.
Ze heeft me ingehuurd om haar te helpen met haar kleding, maar nu heeft ze troost nodig, en ik kan haar niet zomaar huilend achterlaten in de koffiezaak van het winkelcentrum.
Onopvallend kijk ik op mijn horloge. Shit. Ik zou al onderweg naar de campus moeten zijn.
De jongen met wie ik afspreek in de universiteitsbibliotheek mag mij nu al niet. Als ik hem laat wachten, zal hij me nog meer haten.
„Het heeft geen zin, Tara,“ mompelt Daisy, en ze dept haar rode ogen droog. „Ik doe zo enorm mijn best, en hij merkt het niet eens op.“
Er rolt een nieuwe traan over haar wang, en ik veeg hem weg met mijn duim. Mijn blik valt op haar van nature lange wimpers.
Veel meiden zouden een moord plegen voor zulke wimpers. Ze hoeft alleen maar met die wimpers te knipperen, en jongens zouden alles doen wat ze wil.
De juiste jongens. Niet de eikel op wie ze indruk probeert te maken.
„Daisy,“ zeg ik, terwijl ik mijn hand op haar natte wang leg zodat ze me aankijkt. „Je doet je best voor jou. Je zult er prachtig uitzien in je nieuwe kleren voor jou. Voor jou, niet voor hem. Als hij niet ziet hoe geweldig je bent, is hij het niet waard.“
„Ik ben dik,“ huilt Daisy.
Ik wrijf zachtjes over haar rug. „Je bent prachtig. Hij is gewoon niet de ware voor jou.“
Janet zet een glas water op onze tafel. „Luister naar Tara,“ zegt ze. „Dit meisje weet verdomd goed wat ze doet. Die jongens zullen straks aan je voeten vallen als vliegen na een spuitje insectenspray. Kijk eens naar mij. Zie je het vlees op deze botten?“
Daisy kijkt naar Janet en glimlacht. „Je bent mooi.“
„Schat, ik weet het. Mijn man weet dat ook, want hij is de juiste jongen. Die klootzak om wie je huilt, is niet jouw jongen.“
Er komt een vrouw de koffiezaak binnen. Janet knipoogt naar ons. „Hou van jezelf, altijd.“
„Je zult er geweldig uitzien in je nieuwe outfits,“ vertel ik Daisy wanneer Janet wegloopt om de bestelling van haar nieuwe klant op te nemen. „Vergeet niet dat de jurkjes voor jou zijn. Jij moet ze dragen. Wees er trots op. Jij bent degene die de outfit draagt, niet andersom.“
Daisy drinkt haar water op en glimlacht. Ze heeft een prachtige glimlach en krullend, glanzend bruin haar dat haar schouders raakt.
Hopelijk geven de nieuwe kleren die ik met haar heb uitgekozen haar wat zelfvertrouwen.
„Dank je wel, Tara,“ zegt ze.
Ik knijp zachtjes in haar hand. „Graag gedaan.“
„Hoeveel geld krijg je van me voor de koffie?“
„Ik trakteer.“
Daisy begint me weer te bedanken, maar ik breng haar tot zwijgen door haar een snelle knuffel te geven. „Stuur me een foto, oké? En vertel me wat je beste vriendin ervan vindt.“
„Oh mijn God, ze zal het fantastisch vinden.“ Daisy slaakt een blij gilletje, en opluchting ontspant mijn spieren. Ik zou het vreselijk vinden om haar verdrietig en huilend achter te laten.
Ik sta op en pak mijn grote Chanel-tas van de leuning van mijn stoel. „Fijne middag nog, Daisy.“
„Jij ook, Tara,“ zegt ze met een grote glimlach.
Janet is terug op haar vaste plek achter de kassa. Ik loop naar haar toe en haal mijn portemonnee uit mijn tas.
„Die meiden hebben geluk met jou,“ zegt Janet, terwijl ze met haar kin naar de weglopende Daisy wijst. „Ik wou dat ik mijn Tara had toen ik twintig was en nergens iets van afwist. Ik heb de laatste foto's gezien die je hebt geüpload. Dat is geen personal shopping, lieve meid. Dat is kunst.“
Ik haal mijn schouders op, en de hitte stijgt in mijn nek. „Ik maak mensen graag blij. Werk je tot laat vandaag?“
„Zeker weten,“ zegt Janet met een knipoog. „Maar dat is niet erg. We sparen voor die cruise, meid. Ik kan niet wachten.“
Ik houd mijn pinpas tegen de automaat. „Het wordt fantastisch.“
„Dat hoop ik maar,“ zegt Janet, terwijl ze me haar bekende brede grijns geeft. Ze walst door naar een andere klant.
Ik zwaai gedag en loop de koffiezaak uit, waarbij ik mijn pas versnel wanneer ik op mijn horloge kijk en de tijd zie.
Het winkelcentrum is druk, en ik weet meer dan zeker dat de wegen dat ook zijn. Ik zal in de file staan en te laat komen, maar het is niet alsof ik Daisy alleen kon laten tijdens haar inzinking.
Ze heeft me misschien ingehuurd om haar met kleding te helpen, maar ze is een mens dat de steun van een ander mens nodig had—niet zomaar een klant die me heeft betaald.
Haar achterlaten was geen optie, maar terwijl ik achter het stuur van mijn rode Mercedes kruip, hoop ik dat de prijs voor het doen van het juiste niet te hoog zal zijn.
***
Een half uur later parkeer ik op de campus.
Vijf minuten. Ik ben maar vijf minuten te laat. Opluchting overspoelt me terwijl ik mijn studieboek en map strak tegen mijn borst druk en naar de bibliotheek ren.
Mijn kamergenoot Lily hoeft vandaag niet te werken. Een ander meisje, Josie, begroet me met een zwaai wanneer ze het getik van mijn hakken op de houten vloer hoort.
Onze universiteitsbibliotheek is prachtig. Alles is gemaakt van hout, zelfs het plafond.
Er hangen kroonluchters aan, en de hoge ramen laten veel zonlicht naar binnen. Voeg daar de ingelijste kunstwerken aan de muren en de geur van boeken aan toe, en je hebt de gezelligste plek op de campus.
Het zou de gezelligste plek zijn, ware het niet voor de bijna twee meter lange jongen die bekendstaat als De Nerd.
Hij is het kleine steentje dat in je stiletto's terechtkomt en lopen tot een ware hel maakt, de vloeibare eyeliner die lekt en alles in je make-uptasje verpest.
Mijn plaaggeest. Mijn ergste nachtmerrie.
Maar helaas ook mijn projectpartner.
Hoe ironisch het ook is, we haten en hebben elkaar evenveel nodig om met een goed cijfer voor Filosofie te slagen. Bedankt voor niks, dr. Gonzalez.
De Nerd tilt zijn hoofd op van het studieboek dat hij aan het bestuderen was en geeft me een arrogante grijns.
Ja, dat klopt. Hij lacht nooit vriendelijk.
Hij grijnst.
Ik vermoed dat hij ook niet praat, want hij doet niets anders dan naar me snauwen. En ik doe mijn verdomde best om hem terug te pakken.
„Barbie,“ zegt hij. „Is de Swarovski-shit van de wijzerplaat van je horloge gevallen? Kon je de tijd daardoor niet lezen? Heb je geen telefoon?“
„Ik was—“
„Nee.“ De Nerd slaat zijn boek hard dicht en springt op. Nadat hij zijn spullen heeft gepakt, knipoogt hij naar me. „Tijd is geld, en ik had duidelijk gemaakt dat ik niet zou wachten.“
Ik word ontzettend boos. „Het is amper vijf minuten, eikel.“
De Nerd, a.k.a. Sebastian, a.k.a. Bast, draait zich om op zijn hielen en loopt weg, waarbij hij me alleen achterlaat bij het bureau.
Ik hoor gefluister om me heen. Ik kijk door de bibliotheek en zie een paar studenten die gebogen over hun aantekeningen zitten. Ze doen alsof het niet zo is, maar ze hebben onze woordenwisseling en mijn vernedering zeker gezien.
Mijn ogen vallen op Josie. Ze geeft me een glimlach vol medelijden. Ik haat dat.
Ik haat hem.
Zo. Verdomd. Erg.
Maar dit is de waarheid over De Nerd: hij kent mij niet. Hij denkt dat hij Tara Van Doren doorheeft, maar dat is heel ver verwijderd van de werkelijkheid.
Ik trek mijn schouders naar achteren en strijk de voorkant van mijn beige jurk glad voordat ik op een stoel ga zitten en mijn aantekeningen open.
Ik ga geen onvoldoende halen voor dit vak door hem. Geen sprake van.
Er staan je nog veel verrassingen te wachten, Bast.
Game on.








































