„Het spijt me heel erg dat ik je dit moet vertellen, Bella. We moeten je ontslaan.“
Dat waren de allereerste woorden die mijn baas, Susan, vandaag zei. Vandaag had ik verwacht dat ze me zouden feliciteren. Ik had namelijk een heel groot contract binnengehaald voor mijn werkgever. Ik hoopte vandaag alleen maar op goed nieuws en lieve dingen. Het was de dag waar iedereen elk jaar naar uitkijkt. Ik ook.
Mijn verjaardag.
„Wat zeg je?“ Ik kon mijn oren niet geloven. „Wat?“
„We moeten je ontslaan,“ zei ze. Haar stem klonk vol medelijden en spijt. „Het is triest, maar we kunnen het niet voorkomen. Aan het einde van de dag ontslaan we de helft van ons personeel.
„Je kent onze financiële situatie op de markt. De verliezen stapelen zich op. We verdienen minder geld dan ooit. We hebben geen andere keuze dan te bezuinigen en op salarissen te korten. Het spijt me heel erg.“
Ik was met stomheid geslagen. Werd ik ontslagen? Op mijn verjaardag? Een dag nadat ik de grootste deal van het jaar had gesloten? Gebeurde dit echt?
„Maar… ik… ik heb die deal gisteren gesloten…“ Ik kon amper een paar woorden mompelen van de schrik en het ongeloof.
„Dat weten we allemaal, Bella,“ antwoordde Susan. Deze keer klonk ze minder emotioneel. „We zijn allemaal trots op je. Maar je weet net zo goed als ik dat het dit jaar waarschijnlijk niet beter zal gaan. Of zelfs volgend jaar niet.
„Dat contract dat je met 99 Cents hebt gesloten, levert niet genoeg geld op om dit bedrijf te redden. Het is een druppel op een gloeiende plaat. Misschien moeten we in de herfst de deuren wel sluiten.“
„Maar… ik kan deze baan niet verliezen. Ik heb het nodig,“ smeekte ik haar. Ik probeerde hard om de tranen in mijn ooghoeken tegen te houden. „Kan ik naar een andere afdeling? Of naar een ander bedrijf binnen de groep? Alsjeblieft!“
„Ik wou dat ik je hoop kon geven, Bella, echt waar.“ Susan klonk nu veel zakelijker. Ze kneep haar ogen nog verder samen. Het beetje medelijden waarmee ze begon, was nu verdwenen. Ze was nu alleen nog maar een harde zakenvrouw.
„Maar de hele groep heeft deze lente zware klappen gekregen op de financiële markten. Iemand een andere plek geven is nu gewoon niet mogelijk. Misschien over een paar maanden…“
Mijn schouders stonden strak gespannen terwijl ze me succes wenste voor de toekomst. Ik wist niet of ze het echt meende. Mijn hart klopte pijnlijk in mijn keel. Ik keek haar aan en kon de situatie waarin ik zat maar niet bevatten.
Ik verliet haar kantoor vol ongeloof en verdriet. Het was moeilijk om deze plotselinge tegenslag te accepteren. Dit was de enige goedbetaalde baan die ik in maanden kon vinden in Athena City. En ik was hem kwijt.
Ik had bijna geen spaargeld. Ik zou waarschijnlijk niet snel een nieuwe baan vinden. Zeker niet een baan die goed betaalde. Ik zou maandenlang werkloos zijn.
Godzijdank had ik Simon.
Simon was mijn enige redding. Hij was mijn vriendje en had een vast inkomen. Hij kon me een tijdje helpen. Ik kon van zijn geld leven totdat ik een nieuwe baan had. Ik wist dat hij me met liefde zou steunen. Hij had altijd gezegd dat hij er voor me zou zijn, ongeacht de situatie of de tegenslagen.
Ik slaakte een zucht van verlichting. Nog niet alles was verloren.
Ik probeerde te glimlachen. Het was tenslotte mijn verjaardag. En ik kon de rest van de dag met Simon doorbrengen.
Ik kon de dag nog steeds onvergetelijk maken.
Simon en ik ontmoetten elkaar een jaar geleden op een zomeravond. Ik was toen aan het winkelen met heel weinig geld. Ik liep toevallig dat schattige kleine boetiekje op de hoek binnen. Daar knoopte hij een praatje met me aan.
Van het een kwam het ander. Ik belandde in zijn armen en we kregen een relatie. Die liep nu al een jaar erg goed. Zes maanden geleden vroeg hij of ik bij hem wilde intrekken.
Ik liep langs een bakkerij op de hoek. Daar kwam ik al sinds ik met Simon samenwoonde. Ik besloot een verjaardagstaart voor mezelf te kopen.
Daarna kocht ik lavendel. Een hele bos. Dat is mijn favoriet. Lavendel wordt meestal niet gezien als een bloem voor een verjaardag. Toch kreeg ik al zo lang ik me kon herinneren elke verjaardag een verse bos lavendel.
Met de taart en de bloemen in mijn handen liep ik snel naar het appartement dat ik met Simon deelde. Ik vroeg me af hoe verrast hij zou zijn. Zeker als hij zou zien dat ik op dit tijdstip al thuiskwam.
Ik wist zeker dat hij zich zorgen zou maken over mijn ontslag. Maar omdat het mijn verjaardag was, zou hij er alles aan doen om me op te vrolijken.
Zo'n man was Simon nou eenmaal.
Toen ik het appartement binnenkwam, leek er iets niet te kloppen. De deur was niet op slot, maar wel dicht. Er lagen overal kleren op de vloer in de woonkamer. Simon was normaal nooit zo slordig. Hij wist dat ik het vreselijk vond als hij zijn kleren op de vloer liet liggen.
De deur viel met een klik achter me dicht. Mijn ogen gleden door de kamer. Ik hield de bloemen en de taart stevig vast. Mijn adem stokte in mijn keel. Ik zag een rok liggen tussen de weggegooide kleding.
Ik deed een stap naar voren. Dat is niet mijn rok...
Mijn hartslag bonsde onder in mijn keel. Ik liep op mijn tenen naar de deur van de slaapkamer zonder geluid te maken. Ik stond sprakeloos stil. Ik was vol schrik en afschuw over wat ik zag.
Voor de deur van de slaapkamer lagen twee paar schoenen slordig op de grond. Alsof ze snel waren uitgeschopt. Eén paar was van Simon. Het andere was een paar naaldhakken.
En toen hoorde ik het. Een geluid dat ik al eerder had gehoord. Een geluid dat een rilling over mijn rug deed lopen.
Het gekreun herhaalde zich steeds en ging maar door. Het kwam van een vrouwenstem en klonk in een vast ritme.
Wat gebeurde hier?
Met trillende vingers gooide ik de slaapkamerdeur open.
Ik hapte naar adem.
De taart en de bloemen vielen kapot op de grond voor mijn voeten. Ze namen mijn hart met zich mee.
Ik kon mijn ogen niet geloven.
Simon en een andere vrouw lagen op bed. Ze waren allebei helemaal naakt en zaten onder het zweet. Ze gloeiden van de opwinding en voldoening na hun wilde seks. Ze schaamden zich helemaal niet voor hun blote lichamen. Ze trokken zich er brutaal niets van aan hoe fout dit was.
Ze deden niet eens de moeite om zichzelf te bedekken toen ik binnenstapte.
Ik herkende de vrouw. Lily. Zij en Simon werkten samen. Ze waren altijd heel close. Ze fluisterden altijd met elkaar en raakten elkaar vaak aan.
Ik vond dat niet gepast. Maar hij wimpelde het dan weg met een lachje. Hij zei dan: „Daar hoef je je geen zorgen over te maken, schat. We zijn collega's en goede vrienden.“
En nu had ik deze twee „goede vrienden“ betrapt terwijl ze met elkaar sliepen. Op het bed dat we samen hadden uitgekozen en al zes maanden deelden. In de kamer die we samen hadden ingericht. En in het appartement waar we samen een huurcontract voor hadden getekend.
Mijn blik schoot wanhopig heen en weer tussen hen. Ik wilde antwoorden. Maar ik zag geen greintje spijt op hun gezichten.
„Wat is hier in vredesnaam aan de hand?“ Mijn hoge stem klonk vreemd in mijn eigen oren. „Simon, what the fuck!“
Simon keek naar het plafond en daarna naar de vloer. Hij keek overal, behalve in mijn ogen. Alsof het een vermoeiende taak was om me in de ogen te kijken. En Lily deed niet eens de moeite om op te staan.
„Simon, ik eis een antwoord,“ riep ik. Ik balde mijn vuisten strak naast mijn lichaam.
„Een antwoord waarop?“ snauwde hij terug. Hij streek met een hand door zijn kastanjebruine haar. „Ik weet niet wat je van me wilt.“
„Maak je een grapje?“ huilde ik. Mijn keel was schor van het inhouden van mijn tranen. „Je hebt op mijn verjaardag met een andere vrouw geslapen! Hoe kon je?“
Lily grinnikte naast hem. Er verscheen een gemeen lachje in haar mondhoek. Ze speelde rustig verder met een pluk van haar rode haar. Het kon haar niets schelen dat mijn wereld op dat moment instortte.
„Waarom ben je niet op je werk?“ vroeg hij schaamteloos. In zijn diepblauwe ogen was totaal geen spijt te bekennen.
„Is dat de reden waarom je haar vroeg om bij je in bed te kruipen? Omdat ik nu eigenlijk op mijn werk zou moeten zijn? Schaam je, vuile klootzak…“
Ik kon Simon niet langer in de ogen kijken. Ik rende de kamer uit zonder mijn zin af te maken.
Waarom, Simon? Waarom ik? Waarom vandaag?
Simon en Lily keken me wezenloos aan terwijl ik met tranen in mijn ogen al mijn spullen pakte. Ik stopte wat ik kon in een grote koffer en liep naar buiten. Hij verontschuldigde zich niet één keer voor zijn vreemdgaan. Hij probeerde me ook niet tegen te houden.
Naar de hel met hem en zijn bimbo. Ik zal hun gezichten nooit meer zien.
Maar dat veranderde niets aan het feit dat ik wegliep met een gebroken hart.
Ik sleepte mijn koffer een uur lang doelloos door de straten van Athena City. Ik had twee belangrijke dingen in mijn leven om naar uit te kijken: mijn baan en mijn vriendje. En ik was ze vandaag allebei kwijtgeraakt.
Op mijn twintigste verjaardag.
In slechts een paar uur tijd was ik blut, werkloos, ongeliefd en dakloos.
Hoe kon alles zo snel zo fout gaan?
Ik ging op de stoeprand langs de weg zitten. Ik legde mijn handen achter mijn hoofd en boog voorover. Zo kon ik mijn gezicht verbergen op mijn knieën.
Er ontsnapte een traan uit mijn oog. Hij rolde ongewild over mijn wang.
Binnen een paar seconden braken de dijken door. De tranen rolden over mijn wangen en vielen op de grond. Ik huilde de ogen uit mijn kop van frustratie en wanhoop.
En toen hoorde ik die woorden. „Maak je geen zorgen. Alles komt goed. Blijf gewoon doorgaan.“
Dat waren de enige troostende woorden die ik de hele dag had gehoord. Ik durfde in deze toestand niet omhoog te kijken. Ik wilde het gezicht van de man niet zien. Hij was gestopt met lopen en stond nu recht voor me. Ik voelde aan alles dat deze man een goed hart en een zachte ziel had. De man stak zijn hand naar me uit met een papieren zakdoekje.
„Dank je wel.“ Ik pakte het zakdoekje aan zonder omhoog te kijken. De tranen stroomden als een waterval uit mijn ogen. Het was geen mooi gezicht, dus ik hield mijn hoofd naar beneden.
Ik zag wel iets. Een tattoo op zijn pols. Een vliegende adelaar die op het punt stond om vol trots de lucht in te vliegen. Hij stond precies in het midden van de pols die hij naar me uitstak.
„Wat ontzettend lief dat je…“ Voordat ik mijn zin kon afmaken, liep hij al weg. Hij liet me alleen en verdrietig achter.
Ik keek naar zijn voeten terwijl hij naar het drukke kruispunt liep. Ze verdwenen al snel in een zee van haastige mensen. Hij was totaal uit mijn zicht verdwenen.
Ik keek op mijn horloge. Het was zes uur.
Ik voelde opeens een sterke behoefte om mezelf te verdrinken in drank en eenzaamheid. Al was het maar zodat de alcohol de scherpe pijn in mijn borst kon verdoven. Zodat ik alles wat er was gebeurd kon vergeten, al was het maar voor één avond.
Ik wilde me helemaal lam zuipen.
Mijn besluit stond vast. Ik ging naar Billy's Tavern, een louche kroeg in het centrum. De oude Billy schonk de slechtste alcohol voor de allerlaagste prijs. Ik was nu blut en dakloos. Waar kon ik dus beter mijn verdriet verdrinken?
Binnen de kortste keren had ik meer gedronken dan ooit tevoren in mijn leven. Net toen ik dacht dat mijn doel bereikt was en ik echt stomdronken was, viel me iets vreemds op. Een paar tafels verderop.
Twee forse mannen leken iets in het drankje van een derde man te gooien. Het zag eruit als wit poeder. De derde man was even weg. Deze twee deden openlijk iets in zijn drankje zonder zich ergens iets van aan te trekken.
Ik was nieuwsgierig en keek zwijgend toe. De derde man kwam al snel terug van de wc. Hij pakte zijn drankje en ging weer bij zijn vrienden zitten. Hij sloeg het in één keer achterover als een dorstige nomade. Alsof zijn leven ervan afhing.
Moest ik ingrijpen? Moest ik hem vertellen dat zijn vrienden met zijn drankje hadden geknoeid? Een deel van mij vond van wel. Een ander deel zei dat ik op mijn horloge moest kijken. Ik had nog maar een paar uur te gaan op deze vreselijke dag. Ik was daar om dronken te worden en de gebeurtenissen van de dag te vergeten. Niets meer.
En toen zag ik het. Opnieuw.
Toen de derde man zijn hand optilde om uit zijn glas te drinken, zag ik het. Het was zo makkelijk te herkennen. Ik had het immers eerder op de avond al gezien.
Een tattoo van een vliegende adelaar, precies in het midden van zijn pols.