
Drie, het perfecte aantal bonus: Wit en goud
Voordat Madison terugkeerde en de chaos toesloeg, waren er Sam en Ezra – en de vonk die alles veranderde. Dit bonusverhaal speelt zich af in de stilte voor de storm en werpt een blik achter gesloten deuren om te onthullen hoe hun band begon: onverwacht, onweerstaanbaar en een beetje roekeloos. Tussen plagerijtjes en eindeloze blikken botsen twee harten op een moment dat zowel onvermijdelijk als onweerstaanbaar aanvoelt. Dit is een verhaal over aantrekkingskracht in de stilte voor de storm, waar verlangen en het lot elkaar ontmoeten en elke keuze heerlijk gevaarlijk aanvoelt.
Wit & goud
De koele zomerwind waait langs me heen als een zachte herinnering aan de gekke situatie waarin ik mezelf heb laten meeslepen. Het privépad langs het strand is afgezet met zwart-gouden lampjes. Het maakt me duidelijk dat ik op de juiste plek ben en dat het nog niet te laat is om rechtsomkeert te maken.
De gouden uitnodiging weegt zwaar in mijn handtas, en meer dan ooit wilde ik dat mijn beste vriendin hier was. Langzaam begin ik me rot te voelen over elke beslissing die ik de afgelopen vierentwintig uur heb gemaakt.
Er waren genoeg redenen om nee te zeggen, en toch kon ik niet weigeren toen Liam, haar oudere broer, voor mijn deur stond met een jurk, het nummer van een oppas die al betaald was, en alle accessoires die ik nodig had.
Dus hier ben ik, in een zwarte satijnen jurk die me omsluit als een geheim dat ik niet mag vertellen. De gladde zwarte stof toont al mijn rondingen, en vangt het licht op een gevaarlijke manier. Het lijfje knelt strak om me heen en toont mijn sleutelbeenderen. De diepe split aan de voorkant voelt gewaagd én als een uitdaging.
Verdomme, Madison en haar gevoel voor mode.
Natuurlijk liet ze mijn berichten op “gelezen” staan.
Ik stop mijn telefoon naast de gouden uitnodiging terug in mijn tas, sla een hoek om en net als ik bijna bij de ingang van de Grotta ben, houdt een man in een zwart pak me tegen.
'Goedenavond mevrouw, mag ik uw uitnodiging zien?'
'Goedenavond. O, ja, natuurlijk.' Op het moment dat ik hem die geef, stapt er nog iemand naar me toe met een gouden masker – in Venetiaanse stijl.
'U moet het masker ophouden tot u vertrekt… en een bijnaam is vereist.'
'Trouble,' fluister ik zonder nadenken. Ik knik en het masker wordt voorzichtig over mijn gezicht geschoven. Het voelt licht maar stevig aan, het versierde gouden masker klemt zich zorgvuldig aan mijn huid vast alsof het me bezit.
In de glazen deur vang ik mijn spiegelbeeld op. Mijn korte, golvende krullen vallen in rommelige strengen langs mijn gezicht en strijken langs mijn wangen, terwijl mijn eigen grote, olijfgroene ogen me aanstaren vanachter het masker – en voor een moment herken ik de vrouw die terugkijkt nauwelijks. Dat is het effect van dit masker.
De man wijst naar de gebogen ingang die in de wand van de klif is uitgehouwen, en ik zweer dat ik een andere wereld binnenloop.
De Grotta opent zich als een geheim – een grot is omgetoverd tot een prachtige kathedraal. De ruwe stenen worden verzacht door fluwelen gordijnen en gouden kroonluchters die uit onzichtbare balken neerdalen. Flikkerende wandkandelaars werpen schaduwen die als gefluister langs de wanden bewegen. De lucht ruikt subtiel naar zout en duur parfum, en wordt vermengd met het zachte geluid van gesprekken en muziek.
Overal zie ik witte en gouden maskers. Zwarte strikjes, strakke pakken, gepoetste schoenen. Mannen draaien zich om als ik langsloop, met twinkelende ogen achter hun maskers. De vrouwen – in de minderheid – bewegen als vloeibaar goud, hun gelach draagt als de roep van een sirene.
Bij de bar lukt het me om te glimlachen. De barman, zwijgend en met een zwart masker op, schuift een kristallen glas over de bar voordat ik zelfs maar iets kan zeggen. De champagne is gekoeld en glinstert onder het gedempte licht. Mijn vingers krullen om het glas, dankbaar dat ik iets heb om vast te houden.
Even laat ik mezelf opgaan in de menigte. Ik nip. Adem. Doe net alsof ik erbij hoor.
Dan verschijnt hij.
Lang en breed, zijn witte masker vangt het licht van de kroonluchter terwijl hij te naar me toe leunt en langs me strijkt alsof we elkaar al kennen.
'Het komt niet vaak voor dat we een nieuw gezicht zien,' zegt hij. Zijn stem klinkt glad, maar mijn maag trekt samen bij de hand die te gemakkelijk naar mijn taille beweegt.
'En hoe weet jij dat ik nieuw ben?'
'De vaardigheid om iemand te herkennen wanneer die voor het eerst binnenstapt, komt met de tijd.' Hij lacht, laag en ontspannen, en komt weer dichterbij.
'Nou… ik ben hier alleen voor de champagne,' antwoord ik luchtig, terwijl ik mezelf van hem wegdraai.
'Zonde om zo'n avond als deze te verspillen door in je eentje te drinken. Waarom gaan we niet naar buiten? Het uitzicht op de zee is indrukwekkend.'
Mijn huid jeukt door de manier waarop zijn hand laag en zwaar op mijn taille ligt. 'Nee, dank je. Ik blijf liever hier… trouwens, ik heb nog niet eens de tijd gehad om rond te kijken. Ik ben nieuw, weet je nog?'
De charme verdwijnt plotseling van zijn gezicht. Zijn greep verstevigt zich om mijn pols. Het is niet genoeg om me pijn te doen, maar wel voldoende om me eraan te herinneren dat hij vindt dat hij het recht heeft om dit te doen
'Je zegt hier geen nee, schatje. Dat leer je nog wel.'
Een steek van woede schiet door mijn borst, direct gevolgd door angst. Ik open mijn mond om hem precies te vertellen waar hij die les kan steken – maar voordat ik dat kan doen, is hij weg.
Niet verdwenen, maar weggetrokken.
Een sterke hand grijpt de schouder van de klootzak en trekt hem met zo’n kracht naar achteren dat hij struikelt. De nieuwkomer stapt in de ruimte tussen ons. Hij is lang en indrukwekkend in zijn perfecte smoking, zijn masker glanst als gesneden ivoor en ik ruik die geur van dennen en whisky die me aan iemand doet denken.
De vreemdeling met het witte masker verheft zijn stem niet en veroorzaakt verder geen ophef. Maar de waarschuwing in zijn houding is duidelijk.
'Ga weg,' zegt hij.
De man die me vastgreep, probeert iets te zeggen Hij doet een poging om wat waardigheid terug te winnen, maar één plotse kanteling van het hoofd van de vreemdeling zorgt ervoor dat hij heel zacht vloekt en in de menigte verdwijnt.
'Gaat het?' Zijn stem is laag en zelfverzekerd, en wordt gedempt door het masker dat zijn gezicht bedekt.
Ik adem sputterend uit, en ik realiseer me dat ik me heb ingehouden. Ik knik en doe net of ik rustig ben. 'Ja. Alleen – hij was –'
'Ik weet het,' onderbreekt hij me zachtjes, alsof hij verder geen informatie nodig heeft. Alsof hij alles al heeft gezien.
'Eerste keer hier, toch?' Zijn stem zweeft tussen ons in, glad en sterk tegelijk. Ik kantel mijn hoofd en hou mijn glas vast als een schild. 'Zie ik er zo verloren uit?'
Een vaag geluid ontsnapt hem, half geamuseerd, half aandachtig. 'Je ziet er uit… alsof je nog steeds onder de indruk bent. Dat is alles.'
Zijn aanwezigheid zou overweldigend moeten zijn – lang, gemaskerd en beschermend op een manier die veel te persoonlijk voelt. Maar in plaats daarvan merk ik dat ik naar hem toe leun. Mijn hartslag komt niet tot rust; hij gaat alleen over naar een nieuw ritme.
'En jij?' vraag ik, in een poging nonchalant te klinken. 'Maak jij er een gewoonte van om vrouwen in nood te redden?'
'Alleen wanneer de vrouw weigert toe te geven dat ze in nood was.' Ik kan zijn gezicht niet zien, omdat het masker het grootste deel van zijn uitdrukking verbergt, maar merk dat hij speels glimlacht.
Ik voel me ineens warm worden, het is een onverwacht maar sterk gevoel. Ik nip van de champagne om af te koelen, maar het versterkt dat bruisende gevoel dat al door mijn lichaam golft alleen maar.
De muziek wordt luider – het klinkt als iets duisters, orkestraal, met een verleidelijk tintje door de noten geweven. Hij steekt zijn hand naar me uit, vastberaden en afwachtend. 'Dans met me.'
Ik zou moeten weigeren. Ik zou moeten zeggen dat ik niet met vreemden dans. Maar mijn hand glijdt al in de zijne, mijn lichaam verraadt me met zijn honger naar een roekeloze actie.
Zijn handpalm voelt warm, zijn greep is vastberaden, en de menigte verdwijnt wanneer hij me de dansvloer op trekt. Hij raakt me niet onfatsoenlijk aan. Het is alleen zijn hand die vast en leidend op mijn taille ligt, bij elke aanraking schieten er vonken over mijn huid. Ik volg onder zijn leiding, hoewel het eigenlijk voelt alsof ik me aan hem heb overgegeven.
'Je hoeft niet nerveus te zijn. Ik bijt je niet,' fluistert hij, met zijn lippen gevaarlijk dicht bij mijn oor.
'Dat is moeilijk, aangezien ik je naam niet eens weet.'
Hij lacht, laag en ruw. 'Vind je dat vervelend?'
Mijn maag draait zich om. Hoewel ik zijn naam niet ken, voelt hij onder het masker en de smoking… vertrouwd.
'Nee… Jij?'
'Nee… Soms is het beter zo… En, waarom ben je hier?'
'Door mijn onvermogen om nee te zeggen tegen mijn beste vriendin, blijkbaar… en nou ja, ook een beetje uit nieuwsgierigheid… jij?'
'…werk. Ik kreeg ook te horen dat ik op een vriendin moest letten, maar ze is niet komen opdagen, dus…' Hij lacht net als het nummer eindigt, en om de een of andere reden ben ik buiten adem wanneer ik zijn borst tegen de mijne voel. Ik zou weg moeten lopen, maar dat doe ik niet. Hij houdt me dichtbij, zijn hand volgt de ronding van mijn ruggengraat, lager en lager, totdat mijn dijen pijn doen van verlangen naar de wrijving die ik hardop niet wil erkennen. Ik voel zijn spieren verborgen onder de dure stof van zijn smoking.
'Ga je met me mee?' zegt hij en geeft me de keuze, ook al voel ik dat die al gemaakt is.
Ik laat me door hem een trap op leiden, die verborgen is aan de achterkant van de Grotta. Het geluid van het feest vervaagt terwijl we naar bovenlopen.
Hij opent een deur, met een schemerige kamer daarachter die baadt in een gouden licht dat uit een kroonluchter straalt, het brede raam toont het uitzicht op de zee. Het geraas van golven klinkt vaag door het glas.
Hij sluit de deur, maar doet hem niet op slot. Zo geeft hij me alle de kans om te vertrekken als ik dat zou willen.
Ik hou mijn adem in terwijl hij naar me toe stapt, totdat zijn handen voorzichtig en langzaam langs mijn armen bewegen. Hij gaat niet voor mijn masker, probeert het niet eens weg te nemen. In plaats daarvan houdt hij mijn kaak aandachtig vast, zijn duim strijkt er langs.
'Is dit oké voor jou?'
'Ja.' Ik antwoord fluisterend, maar hij lijkt het te horen.
'Wil je stoppen… en teruggaan naar beneden?'
Snel schud ik mijn hoofd.
'Weet je het zeker?'
'Ik weet het zeker.' Mijn stem is deze keer sterker.
'Ik ben een onbekende…' Door de manier waarop hij het zegt, voel ik precies het omgekeerde.
'Ik weet het.' Maar is dat wel zo?
Hij komt dichterbij, tilt zijn masker net genoeg op om zijn mond te laten zien. Zijn lippen gaan langs mijn hals, zijn tanden schrapen licht over mijn sleutelbeen totdat ik tegen hem aan leun en wanhopig verlang naar meer. Zijn handen weten precies waar ze moeten zijn, hoe ze me strak tegen zijn gespierde lichaam moeten trekken.
Maar voordat hij meer neemt, wordt hij stil. Zijn lippen zweven bij mijn oor. 'Ik moet het je vragen – wat wil je vanavond?'
Mijn wangen worden rood onder het masker. 'Jou.'
Dat ene woord is alles wat nodig is.
Zijn handen trekken aan de bandjes van mijn jurk, schuiven ze centimeter voor centimeter van mijn schouders. Het satijn verzamelt zich bij mijn voeten, laat me naakt en bevend achter, terwijl hij naar me kijkt.
'Je staart,' plaagt hij.
'Verwachtte je dat ik dat niet zou doen?' Ik antwoord buiten adem maar brutaal, en ik voel de drang om op mijn onderlip te bijten, maar dat doe ik niet.
Ik schud die gedachten van me af – en laat in plaats daarvan mijn handen lager gaan, langs de tailleband van zijn broek, maar ik durf niet lager te gaan, niet wanneer zijn vingers mijn polsen grijpen. 'Dus, Trouble, ben je altijd zo… avontuurlijk of alleen vanavond?'
Hoe… Ik wil vragen hoe hij mijn bijnaam weet, maar ik laat het gaan en antwoord vastberaden. 'Alleen vanavond… denk ik.'
'Mm. Ik snap het… en weet je zeker dat dit is wat je wilt?'
'Ik weet het zeker.' Mijn stem klinkt deze keer zekerder.
Zijn lippen krullen in een glimlach die ik meer voel dan zie. 'Goed. Want ik ben van plan mijn tijd te nemen.'
Dan komt hij naar me toe en trekt met zijn tong langzaam een pad langs mijn nek, plagend en likkend. Hij bijt heel zachtjes in mijn oorlel voordat hij erop zuigt, en ik buig naar hem toe, wanhopig voor meer.
Een laag, hongerig geluid verlaat zijn keel. Zijn handen dwalen over mijn taille, langs mijn billen en mijn dijen – niet ruw, maar net genoeg om me naar hem te laten verlangen. Wanneer een rilling me ontsnapt, schuift hij één hand tussen mijn benen, zijn vingers volgen de natheid die zich al heeft gevormd.
'Heerlijk,' fluistert hij, met een stem die ruw is van honger.
Ik hap naar adem, slik een kreun in en mijn vingers verstrengelen zich in zijn korte, lichtbruine haar terwijl hij me aankijkt.
'Vind je dat lekker, Trouble?' plaagt hij. Zijn vingers gaan langs mijn gladde spleet terwijl zijn duimen mijn clit vinden. Die bijnaam stuurt een rilling door me heen, maar zijn vingers zijn wat me op mijn lippen doet bijten.
'Ja.' Het lukt me bevestigend te hijgen, net als zijn middelvinger tegen mijn ingang ligt.
'Laat me je dan horen…'
Zijn hete gefluister brandt tegen mijn huid, en ik snak naar adem. Maar het is op het moment dat zijn lippen mijn harde tepels vinden en zijn middelvinger bij me naar binnen gaat, dat ik me laat gaan en van me laat horen.
Hij blijft mijn tepels aanraken en bijt net genoeg in de gevoelige huid om me te laten kreunen. 'Zo nat… voor een onbekende,' fluistert hij, en steekt een tweede vinger in me. Die glijdt gemakkelijk naar binnen, gezien ik al erg nat ben. Het geluid van mijn natheid is het enige dat we kunnen horen.
'Fuck… ik moet je proeven,' zegt hij.
Voordat ik zelfs maar kan begrijpen wat er gebeurt, knielt hij voor me en schuift zijn masker nog een beetje omhoog. Hij legt een van mijn benen over zijn schouder voordat hij tussen mijn benen duikt, maar niet voordat hij de twee vingers schoon likt die me net nog gek maakten.
'Fuck…'
Wanneer zijn tong me vindt, begint een langzame, zorgvuldige marteling. Hij proeft me, plaagt me, brengt me keer op keer tot de rand. Mijn heupen rijden hulpeloos tegen hem aan, mijn nagels krassen over zijn rug, totdat ik beef en volledig verloren ben. Wanneer zijn tong niet bezig is me te veroveren, zuigt en bijt hij op mijn clit, maar het is wanneer zijn vingers weer in me stoten dat ik mezelf verlies.
'O mijn… fuckkk.' Ik kom over zijn hele gezicht klaar, maar hij stopt niet totdat mijn benen het begeven. 'God…' Hij likt mijn dijen, kust de gevoelige huid voordat hij opstaat en mijn been naar beneden drukt, me stilhoudt. Ik beef nog steeds – en ben zacht als boter tegen zijn lichaam. Ik kan zijn voldane glimlach niet zien, net als zijn strakke kaaklijn.
'Je smaakt ook naar problemen, Trouble.' Hij likt zijn lippen, voordat hij mijn handen pakt.
Hij leidt me achteruit totdat ik met mijn naakte rug tegen het koele glas van de ramen aan druk. Met de zee als een donkere, stille getuige daarbuiten.
'Ik weet niet hoe jij smaakt,' zeg ik. Ik voel me brutaal, ook al is mijn stem slechts een fluistering.
'Ik ben bang dat dat moet wachten.'
De seconde nadat hij een kleine, glimmende verpakking uit zijn zak heeft gehaald, ligt zijn broek al op de grond. Zijn boxershort volgt, en mijn mond valt open wanneer ik zijn erectie zie. Ik heb echter geen tijd om er lang bij stil te staan omdat hij met zijn tanden het folie openrijt – en in een seconde doet hij hem om.
Hij grijpt ruw mijn dijen, maar het voelt goed, en wikkelt mijn benen om zijn middel om me tegen het glas te zetten.
'Laatste kans om te stoppen…'
'Dat wil ik niet.'
Hij dringt in me, beneemt me mijn adem, centimeter voor centimeter. Ik hap naar adem, graaf mijn nagels in zijn schouders, maar hij lijkt het niet erg te vinden. 'Haal adem…' fluistert hij, voordat hij me nog meer vult. Wanneer het voelt alsof hij me uit elkaar scheurt, wordt hij stil en neemt zelf een diepe ademteug.
Zijn lippen vinden de mijne, maar hij kust me niet. In plaats daarvan bijt hij me voordat hij zijn lippen langs mijn kaak beweegt, waar hij kussen achterlaat en zachtjes bijt. Wanneer ik klaar ben om hem te smeken verder te gaan, trekt hij zich terug, stoot dan weer in me, met één diepe maar langzame beweging.
Hij doet dat een paar keer en beweegt voorzichtig, doelbewust en geniet van elke centimeter. Zijn lichaam is sterk van jaren in de sportschool, een wapen van kracht en precisie. Elke stoot van zijn heupen is verwoestend.
'Nog steeds oké?' Zijn stem klinkt ruw bij mijn oor, maar hij wacht.
'Ja,' breng ik uit, het woord klinkt als een kreun.
Dan laat hij los en zijn tempo bouwt op, harder, sneller, hij drijft me verder. Zijn hand glijdt naar mijn keel, voegt net genoeg druk toe om me het gevoel te geven dat hij me bezit, me ziet en me intens begeerd.
'Je voelt zo…' Stoot. 'Fucking…' Stoot. 'Perfect.' Stoot.
Mijn geest is wazig en ik kan mijn orgasme voelen, klaar om te barsten.
Zijn bewegingen zijn nu nog zorgvuldiger en dieper, en ik weet zeker dat hij plekken in me heeft geraakt die nog nooit eerder geraakt zijn.
Het hoogtepunt overvalt me, gewelddadig en verterend, het verscheurt me totdat ik in elkaar zak in zijn armen. Mijn benen voelen aan als pudding, en als hij me niet vasthield, zou ik op de vloer in elkaar zijn gezakt. Kort daarna volgt hij met een lage grom, die hij dempt tegen mijn schouder. Zijn stoten vertragen, en hij komt klaar in het condoom terwijl hij me door de naschokken heen vasthoudt.
Een tijdje lang bewegen we allebei niet. Het enige geluid is onze snelle ademhalingen en het geraas van de golven achter ons. Onze harten kloppen luid tussen ons in.
Met één kus op mijn voorhoofd – bijna te intiem – trekt hij zich voorzichtig terug en helpt me naar beneden.
Zodra ik stabiel op mijn voeten sta, draait hij zich om om het gebruikte condoom weg te gooien, en het schemerige licht valt op zijn linkerschouder. Dat is wanneer ik het zie.
De tatoeage – drie driehoeken die doorkruist worden door een pijl. De middelste is ingekleurd in zwart, en de andere twee zijn omlijnd, net als die van Madison.
Ik kan mezelf niet meer voor de gek houden. De man die me net tegen het glas heeft gedrukt, met een masker dat ik allang af had moeten rukken, heeft de naam die mijn gedachten me toeschreeuwden – het is de oudere broer van mijn beste vriendin en de jongen waar ik al een tijdje een crush op heb: Ezra.
Hij draait zich weer naar me toe, naakt en met alleen het masker nog op. Hij staart me met zijn groene ogen aan en even hoop ik dat de vloer zich opent en me opslokt.
'Ik denk dat we nu allebei kunnen stoppen met doen alsof, vind je niet, Sam?' vraagt Ezra.















































