
De Drake-tweeling
Auteur
Rowan Cody
Lezers
1,5M
Hoofdstukken
44
Flashback
REECE
Mijn benen bleven maar trillen, terwijl ik buiten het kantoor van Drake zat te wachten. Ik zat op mijn sollicitatiegesprek van tien uur te wachten. De secretaresse had gezegd dat ik op tijd moest zijn. Ze had gezegd dat het heel belangrijk was. Ze had me gewaarschuwd dat de Drakes er niet van hielden als mensen te laat kwamen.
Maar hier zat ik dan, bijna een uur later, nog steeds te wachten.
Moet ik gewoon weggaan? Ik had beter moeten weten dan bij die twee klootzakken te solliciteren.
De Drake-tweeling, Theo en Will, was als mijn ergste nachtmerrie – keer twee. Waarom deed ik mezelf dit na zeven jaar aan?
O, juist. Omdat ik een baan nodig had. En zij hadden er een die goed betaalde.
Ik kon niet beslissen of het vinden van hun vacature online geluk of pech was. Hun vader was Drake Construction in de jaren tachtig begonnen. Beide tweelingbroers waren naar de universiteit gegaan, zodat ze belangrijke functies in het bedrijf konden vervullen.
Uit mijn nachtelijke internetonderzoek wist ik dat Theo architect was en Will ingenieur. Maar ik vroeg me eerlijk gezegd af hoeveel werk ze daadwerkelijk deden.
Ze hadden op de middelbare school in het kantoor van hun vader gewerkt en toen hadden ze vooral gewoon gekloot. Drake Construction had vorige week een vacature voor een accountspecialist geplaatst. Deze persoon moest met de debiteuren en crediteuren gaan helpen.
Ik had gewacht met solliciteren, vooral nadat ik erachter was gekomen dat de tweeling daar nog steeds werkte. Ik was zeven jaar geleden na mijn eindexamen met de eerste bus de stad uitgegaan.
Ik had mijn hele leven geld gespaard voor een kans om uit Cass weg te komen. Als enig kind opgroeien met een alcoholistische vader en een moeder die echt goed was in mentaal misbruik was geen pretje.
School had mijn veilige plek moeten zijn. Maar Theo en Will hadden ervoor gezorgd dat het helemaal niet veilig was.
Misschien was het door mijn verknipte thuissituatie gekomen. Of misschien vond ik hun soort marteling gewoon minder erg dan de marteling van mijn ouders. Maar de waarheid was dat ik tijdens de hele middelbare school stiekem op ze was gevallen.
Ik haatte ze, maar ik droomde ook over ze. Ja. Mijn hoofd was serieus verknipt.
Ze begonnen me zo ver als ik me kon herinneren te pesten, maar de middelbare school was het ergst. Theo en Will waren co-aanvoerders van het footballteam en de droom van elk meisje.
Ze waren alles wat elke andere jongen wilde zijn. En ik was gewoon de mollige roodharige die een makkelijk doelwit was.
Ik haalde diep adem en staarde naar de vloer. Ik dacht terug aan hoe het met hen op de middelbare school was geweest.
ZEVEN JAAR GELEDEN
Ik opende mijn kluisje en keek de gang door. Ik wilde er zeker van zijn dat er niemand aankwam, voordat ik mijn boeken begon te pakken. Als ik me niet haastte, dan zou ik te laat zijn voor het vierde uur.
Mevrouw Kirkland, mijn lerares Engels, had ons na de les laten nablijven, omdat iemand brutaal tegen haar was geweest. Ik duwde mijn Engelse boek naar binnen en reikte naar mijn AP Economie-spullen.
Ik voelde, meer dan dat ik het zag, een schaduw over me heen vallen. Mijn hart sprong op toen ik me omdraaide en Theo Drake vlak naast me zag staan.
Zijn kluisje was naast het mijne, maar iedereen dacht gewoon dat hij daar was voor zijn boeken. Ze wisten niet dat hij zijn kluisje nauwelijks gebruikte.
Hij kwam alleen maar langs om me te pesten. Ik keek naar hem op en probeerde normaal te ademen.
Theo Drake was als een god en hij wist het. Hij stond daar met zijn armen over elkaar, op me neer te staren alsof ik degene was die in zijn ruimte stond.
Ik sloot mijn kluisje en probeerde weg te lopen, maar verstijfde. Will – Theo's tweelingbroer en ook als een god – stond aan de andere kant van mijn kluisje. Zijn armen waren over elkaar geslagen, hij blokkeerde mijn pad.
Je zou denken dat ik iets had gedaan om dit te verdienen. Alsof ik geruchten over hen had verspreid of zo.
Maar dat had ik niet. Ik bestond gewoon en dat leek genoeg te zijn om hen boos te maken.
Misschien had ik iets op de kleuterschool tegen ze gedaan en herinnerde ik het me gewoon niet. Het voelde alsof ze er hun missie van maakten om mijn leven verschrikkelijk te maken.
Niet dat ik daar hulp bij nodig had. Mijn leven was al erg genoeg.
'Pardon,' zei ik tegen Will, terwijl ik probeerde langs hem heen te glippen.
Hij bewoog en blokkeerde me. 'Niet zo snel, Red.'
'Will, alsjeblieft. Als ik nog een keer te laat kom, dan moet ik nablijven.'
'Jammer dan,' zei Theo achter me.
De gang was bijna leeg. Ik keek om me heen, hopend op iemand – een leraar, leerling, conciërge, wie dan ook – om op te duiken.
Ik draaide me om naar Theo en wenste dat ik dat niet had gedaan. De tweeling had allebei die gebruinde huid en dat donkere haar, maar Theo's ogen waren dieper bruin, bijna eng.
'Theo, alsjeblieft.'
Soms werkte het om bij hen te smeken. Ze hielden van controle – ze waren er eerlijk gezegd dol op.
Maar aan de manier waarop Theo me nu aankeek, kon ik zien dat vandaag niet een van die dagen zou zijn. 'Ben je bang dat als je na moet blijven, je te laat gaat komen voor je dienst in de supermarkt?' Theo's stem was gemeen, zijn ogen glommen. 'Ik weet zeker dat meneer Cooper het door de vingers zou zien als je hem mee naar achteren nam en hem pijpte.'
Ik slikte moeizaam toen Theo dichterbij kwam. Mijn lichaam reageerde voordat mijn brein het kon bijhouden – ik deed een stap achteruit, zo tegen Will aan.
Theo keek over mijn schouder naar zijn broer en ik wenste dat ik hun gedachten kon lezen. Wat zijn ze van plan?
Ik had ervan gedroomd om zo dicht bij hen te zijn, maar het voelde nooit zo. Niet als ik echt tussen hen in vastzat.
'Misschien moet je nablijven tijdens de lunch proberen,' zei Will, zijn stem bijna speels. 'Een maaltijd overslaan zal je echt niet doden.'
Will griste mijn boek en map uit mijn handen en gooide ze achter zich, alsof het niets was. De bel ging luid door de gang, waardoor ik opsprong, maar zij knipperden niet eens met hun ogen.
Niemand zou het ooit durven wagen om hen als te laat te noteren. 'Alsjeblieft, laat me gewoon gaan,' fluisterde ik, naar de vloer starend.
Theo leunde naar voren, zijn stem was zacht. 'Smeek me nog een keer, Red.'
God, waarom word ik geil van deze klootzakken? 'Alsjeblieft, Theo.'
Hij lachte en leunde tegen het kluisje, alsof hij alle tijd van de wereld had. 'Waarom kom je überhaupt naar school? We weten allemaal dat je net als je hoer van een moeder zult eindigen. Misschien kan ze je een paar trucjes leren, zodat je je kleren niet uit de Goodwill-bak hoeft te halen.'
Zijn woorden deden pijn, ze waren scherp en vertrouwd. Ik had het allemaal eerder gehoord, maar het recht in mijn gezicht horen was anders.
Het deed meer pijn. Ze wisten dat ik onzeker was – over mijn rondingen, mijn rode haar, alle dingen die me lieten opvallen.
'Laat me gewoon gaan,' smeekte ik opnieuw.
Wills telefoon zoemde. Hij nam op en voor een seconde groeide er hoop in mijn borst. Misschien belde iemand hen om naar de les te komen. Misschien had ik geluk.
'Ik moet gaan, Red,' zei Will, terwijl hij naar Theo keek voordat hij de gang door liep.
Eindelijk.
Ik draaide me om om weg te gaan, maar Theo's hand schoot uit, greep mijn middel en duwde me terug tegen het kluisje. Mijn adem stokte.
Voordat ik zelfs maar kon reageren, drukte hij zijn lichaam tegen het mijne en sloot me in.
'Heb ik gezegd dat je kon gaan, trailerpark-trash?' Zijn woorden waren koud, maar zijn lichaam was heet tegen het mijne.
Ik haalde scherp adem en voelde tranen over mijn wangen glijden. Ik wist niet welk ding hem liet lachen – misschien allebei.
'Nee,' fluisterde ik, mijn ogen stijf dichtknijpend.
Theo bewoog niet. Zijn geur wikkelde zich om me heen en ik wist dat ik de hele dag naar hem zou ruiken. Niet dat ik dat erg vond.
Hij rook geweldig. Hij greep mijn kin en dwong mijn ogen open. Zijn gezicht was zo dichtbij, zijn ogen brandden in de mijne.
'Ik had je gezegd om bij ons uit de buurt te blijven, Red.'
Ik kreeg niet eens de kans om te zeggen dat zij altijd degenen waren die achter mij aan kwamen. Zijn lippen drukten zich op de mijne – hard, wild, er was niets liefs aan.
Het was voorbij voordat ik zelfs maar kon bevatten wat er gebeurde.
Theo stapte zo snel achteruit, dat je zou denken dat ik hem had verbrand. Hij bukte zich, greep mijn boek en map en duwde ze naar me toe.
'Ga naar de les,' zei hij boos en liep toen weg alsof er niets was gebeurd.
De lucht voelde ijl aan, alsof ik niet kon ademen. Mijn lippen tintelden nog van zijn kus.
Theo Drake had me gekust.
Mij.
Ik wist dat ik hier later voor zou boeten. De tweeling was nooit aardig tegen me. Kon je dat überhaupt aardig noemen?
Ik had alleen maar gedroomd over het voelen van hun aanraking. Met mijn ogen dicht wist ik dat ze lastposten waren, maar ik kon er niets aan doen dat ik Theo's lippen weer op de mijne wilde voelen.
HEDEN
'Mevrouw Frazior?'
Ik knipperde en kwam terug in de realiteit. De oudere dame van eerder stond voor me, die er nu minder dan blij uitzag.
'Ja?'
'De Drakes zijn klaar voor u.'
Maar was ik klaar voor hen?
Ik stond op en streek mijn shirt glad, hopend dat ik er oké uitzag. Ik had een blauwe spijkerbroek gekozen, een zwarte blouse en zwarte ballerina's.
De vrouw aan de telefoon had gezegd dat ik me casual moest kleden. Het voelde minder als een sollicitatiegesprek en meer als het binnenlopen van een vuurpeloton.
Ik volgde de vrouw door de gang, mijn hart bonkte zo luid dat ik zeker wist dat ze het kon horen. Ze stopte bij een paar dubbele deuren en duwde ze open, waardoor er een vergaderruimte zichtbaar werd die veel te groot aanvoelde voor alleen ons drieën.
De tweeling was er al, aan het andere eind van de tafel zittend. Ze staarden me aan alsof ik een soort puzzel was waar ze niet op konden wachten om op te lossen.
Er was zeven jaar voorbijgegaan, maar ze zagen er bijna precies hetzelfde uit. Ik kon ze niet meer uit elkaar houden – niet dat ik dat ooit echt had gekund.
Ik kan dit niet. De gedachte raakte me hard en het zorgde ervoor dat mijn handpalmen gingen zweten.
Toen de deur achter me dichtklikte, was het alsof ik zo weer terug op de middelbare school was gedropt. Terug bij mijn kluisje, omringd door herinneringen die ik zo hard had geprobeerd te vergeten.
'Hallo, Red,' zei een van hen, zijn stem was donker en gladjes en een beetje gevaarlijk.
Theo. Die stem glipte nog steeds soms mijn dromen binnen, of ik dat nu wel of niet wilde.
Will knikte naar de stoel tegenover hen. 'Zitten.'
Ik liep erheen en voelde hun ogen de hele weg op me. Ook al was ik sinds de middelbare school wat gewicht kwijtgeraakt, ik was nog steeds curvy – maat 42 op een goede dag.
Ik kon elke centimeter van mezelf onder hun blik voelen.
Ik ging zitten, klaar om hen te bedanken dat ik mocht komen, maar de woorden bleven in mijn keel steken. Er was iets in hun ogen – iets donkers en wilds – dat me weg wilde laten rennen.
Maar tegelijkertijd kon ik niet anders dan me opgewonden voelen door weer het middelpunt van hun aandacht te zijn.
Ik ben zo de lul.











































