
Ontvoerd door Mijn Partner
5: Hoofdstuk 5
BELLE
Toen ik weer wakker werd, was alles donker. Het enige licht dat ik kon zien kwam vermoedelijk vanuit een raam achter me, dat maanlicht door de kamer verspreidde.
Waar ben ik? Voor heel even dacht ik dat ik weer in mijn kamer thuis was en ik slaakte een zucht. Maar toen aarzelde ik. Waar ik ook op lag, het was geen kussen. Het was hard en warm en bewoog op en neer. Ik tilde mijn hoofd op om het beter te kunnen zien.
Ik lag op de borstkas van een zeer, zeer gespierde slapende man.
Ik keek naar zijn gezicht. Het was Grayson. Alles wat er de afgelopen dag was gebeurd, kwam ineens terug naar boven: het vliegtuig, zijn ogen, hij die iemand wurgde. Mijn hand vloog omhoog om mijn nek aan te raken en ik jammerde toen ik een gevoelige wonde voelde.
Hij heeft me gebeten! Grayson bewoog in zijn slaap en ik raakte even in paniek. Had ik hem wakker gemaakt? Toen trok hij me terug tegen zijn borst en sloeg zijn armen om me heen. Hij drukte zijn neus tegen mijn haar en liet een tevreden gemopper horen.
Ik hield mijn adem in, wachtend op meer beweging, maar die kwam niet. Hij sliep nog. Godzijdank. Ik raakte even in paniek en vroeg me af waarom ik alleen was in een kamer waarin hij aan het slapen was. Ik kon me niet herinneren hoe ik daar was gekomen.
O God, ben ik met hem naar bed geweest? Ik zocht snel naar mijn kleren en slaakte een zucht van verlichting toen ik zag dat ik nog steeds de legging en het T-shirt aanhad dat ik in het vliegtuig had gedragen. Grayson had echter alleen een boxershort aan.
Ik voelde mijn gezicht warm worden. Waarom had hij geen kleren aan?
Ik keek de kamer rond. Dit was zeker niet mijn slaapkamer thuis. Van wat ik in het donker kon zien, was ik in een hotelkamer - een hele mooie hotelkamer. Het was gigantisch en het bed waarop ik lag was sowieso groter dan kingsize.
Mijn oog viel op mijn bagage in de hoek. Oké, dat was goed. Ik had al mijn kleren nog. Ik strekte mijn nek uit om uit het raam te kunnen kijken. Er leek veel licht te komen van beneden - ik was sowieso in een stad.
Maar welke stad? Was ik in Parijs of had die sociopaat me ergens anders mee naartoe genomen?
Ik ademde diep uit toen ik iets uit het raam zag. Het was heel ver weg, nauwelijks zichtbaar, maar het was er wel degelijk: de Eiffeltoren. Ik zat in een hotel in Parijs met een man die ik op het vliegtuig had ontmoet en die me ontvoerd leek te hebben. Dit was niet goed.
Ik keek op naar Grayson. Het was duidelijk dat ik bij hem weg moest zien te komen. Hij was ongetwijfeld gek. Maar hoe? Mijn benen waren verstrengeld met de zijne en zijn armen waren stevig om me heen geslagen.
Kon ik ontsnappen zonder hem wakker te maken?
Ik probeerde eerst mijn benen te bewegen en ze langzaam los te maken van de zijne. Ik keek naar zijn gezicht. Hij bewoog niet.
Geslaagd! Oké, ik kan dit. Ik pakte langzaam een van zijn armen en trok die los van mijn middel. Grayson mompelde iets onsamenhangends. Mijn ogen schoten omhoog naar hem. Er was een frons op zijn gezicht ontstaan, maar het leek er niet op dat hij wakker was geworden.
Ik wachtte een paar minuten tot zijn gezicht weer normaal was voordat ik weer bewoog, waarna ik eindelijk zijn andere arm kon weghalen en die naast hem op bed verplaatste. Mijn lichaam voelde koud aan nu ik niet in zijn omhelzing lag, maar ik negeerde het.
Langzaam en rustig begon ik mijn lichaam van het zijne weg te schuiven, waarna ik naar de rand van het enorme bed kroop en me omdraaide tot mijn voeten de koude vloer raakten. Ik was vrij!
Maar ik had geen tijd om het te vieren. Ik moest een telefoon vinden of een manier om hier weg te komen voordat Grayson wakker werd. Ik scande de kamer op zoek naar een telefoon, maar er was er geen te bekennen.
Oké, dus mijn enige optie was naar buiten gaan en als een gek naar de eerste de beste voorbijganger rennen en om hulp te vragen. Ik liep op mijn tenen naar de deur die het dichtst bij me was, ineenkrimpend telkens als de hardhouten vloer kraakte.
Net toen ik mijn hand op de klink wilde leggen, klonk er een stem:
"Belle."
Ik sprong op en slaakte een angstige kreet. Ik draaide me snel om en zag Grayson op zijn zij in bed liggen, zijn hoofd ondersteund door zijn hand terwijl hij naar me keek met een geamuseerde blik op zijn gezicht.
"Kom terug naar bed," klonk zijn hese stem. De rillingen liepen over mijn rug. "Het is te vroeg in de ochtend en ik ben doodmoe."
Hij rolde zich op zijn rug, sloeg zijn arm over zijn ogen en zuchtte. Zijn borstkas begon ritmisch op en neer te gaan.
Was hij weer gaan slapen? Ik draaide me om naar de deur en drukte op de klink.
"Dat is een kast, liefje," zei zijn stem.
Ik keek naar hem over mijn schouder. Hij lag nog steeds op zijn rug en keek me niet aan. Ik opende de deur en gluurde naar binnen. Hij had gelijk. Dit was een kast.
Ik rende naar de deur aan de andere kant van de kamer en rukte hem open. Maar voordat ik naar buiten kon sprinten, hoorde ik Grayson weer spreken.
"Belle, kom alsjeblieft terug naar bed. Ik weet dat je geschrokken bent, maar ik beloof je dat ik je later alles zal uitleggen. Ik heb geen energie meer om me hiermee bezig te houden nadat ik bijna van gedaante verwisseld ben en je daarna gemerkt heb."
Ik had geen idee waar hij het over had. Van gedaante verwisseld? Gemerkt? Hij keek me nu aan met een luie, geërgerde uitdrukking, alsof ik het hem erg lastig maakte.
Ik maakte het hem lastig?
Hij had mij~ ontvoerd! Ik was doodsbang en hij lag daar gewoon zijn schoonheidsslaapje te doen?
Later met hem praten? Nooit meer met hem praten, ja! Ik draaide me om naar de deur, klaar om naar buiten te rennen, maar zijn stem hield me opnieuw tegen.
"Belle, als je deze kamer verlaat, zul je je ziek en duizelig gaan voelen. Je mag niet zo snel na het merken bij me weggaan. Ik durf te wedden dat die bijtwonde in je nek al pijn begint te doen, of niet?"
Het was me nog niet eerder opgevallen, maar nu hij het erover had, voelde ik de wonde kloppen - bijna alsof die een eigen hartslag had. Ik raakte het merk in mijn nek aan en jammerde toen het pijn begon te doen.
Grayson ging rechtop zitten en keek naar mijn besluiteloosheid terwijl ik van hem naar de deur bleef kijken. Ik zette instinctief een stap in zijn richting en voelde meteen dat de pijn een beetje minder werd. Vreemd...
"Zie je, ik weet waar ik het over heb, nietwaar? Ik weet dat het pijn doet, liefje, maar kom terug naar bed en ik zal alle pijn laten verdwijnen. Ik zal voor je zorgen."
Het was alsof ik betoverd was. Zonder na te denken deed ik een paar stappen naar voren, en plotseling lag mijn rug tegen de zijden lakens gedrukt, met Graysons heerlijke lichaam bovenop me.
Ik likte mijn lippen. Wacht, noemde ik zijn lichaam net heerlijk?
Het voelde alsof mijn lichaam in brand stond. Mijn blik gleed langs zijn ruige kaaklijn, zijn brede schouders, zijn gespierde borstkas, zijn perfecte buikspieren die in een sensuele V naar beneden liepen naar zijn...
Mijn God, Belle! Doe normaal! Ik probeerde mijn hoofd leeg te schudden, maar plotseling liepen zijn vingers langs mijn dijen en vergat ik mijn eigen naam.
"Ontspan je, schoonheid." Zijn hese stem stuurde rillingen over mijn ruggengraat. "Ik ga je naar de hemel brengen."
Continue to the next chapter of Ontvoerd door Mijn Partner