
De tweelingdrakenreeks: de drakenprinses
Onder de Maan
SUMMER
Ik zat voor de spiegel terwijl Nell me klaarmaakte voor het feest. Mijn gedachten dwaalden af naar iets anders.
Ik dacht aan het bos, gisteravond.
Het ene moment was ik alleen, het volgende stond er een Draak naar me te kijken. Ik voelde me opgewonden en bang tegelijk. Ik zag hem dichterbij komen. Hij zag er prachtig en sterk uit.
Toen, in een oogwenk, veranderde hij in de knapste man die ik ooit had gezien.
Hij had zwart haar, een mooie glimlach en felblauwe ogen met een groene gloed.
En hij had geen kleren aan.
Ik voelde mijn wangen gloeien toen ik me zijn perfecte lichaam herinnerde, zijn spieren, en wat er onder zijn middel zat...
Hij kende mijn naam en vertelde me de zijne.
Dane...
Ik keerde terug naar het hier en nu toen Nell een harde knoop uit mijn haar borstelde. Ze was al mijn hulpje sinds we kleine meisjes waren en kende mijn lange haar als geen ander. Ze kende mij ook als geen ander.
„Je moet echt beter voor jezelf zorgen," zei Nell tegen me in de spiegel. „Je bent tenslotte een prinses."
„Mhm," mompelde ik zachtjes. Ik hield niet van grote feesten. Al die rijkelui die de aandacht probeerden te trekken. Ik was liever alleen in de natuur dan op welk feest dan ook. Vooral het Volle Maan Feest.
Vooral omdat mama en papa er niet meer waren...
„Dus?" vroeg Nell. Haar stem klonk anders en ik zag de ondeugende glimlach op haar gezicht. Ze wiebelde met haar wenkbrauwen. „Hoe ver ben je gegaan met Koning Culling?"
„Nell!" riep ik uit, terwijl ik voelde dat ik rood werd.
Jordan Culling was een bezoekende koning uit het naburige Koninkrijk Marbledon. Hij was een van de vele mannen die met mij wilden trouwen.
Maar in tegenstelling tot de anderen was hij...
„Wat?" vroeg ze onschuldig. „Hij is knap, slim en heel aardig. En hij is een koning." Ze zuchtte. „Ik zou het je niet kwalijk nemen als je... stout bent geweest."
Ik lachte en schudde mijn hoofd. „Ook al zou jij het me niet kwalijk nemen, iedereen anders wel. Ik moet puur blijven tot ik getrouwd ben, omdat ik een prinses ben."
„Ach, de problemen van het koningshuis. Was je maar een gewoon meisje zoals ik, dan kon je lol hebben met wie je maar wilt."
„Hou toch op," zei ik quasi-geïrriteerd. Toch kon ik niet ontkennen dat ik er weleens aan had gedacht. Jordan Culling was erg aantrekkelijk, en de manier waarop hij me aankeek met die doordringende ogen van hem...
Danes gezicht verscheen voor me, badend in het maanlicht.
Ik knipperde met mijn ogen en schudde mijn hoofd om mijn gedachten te ordenen.
Waarom kan ik niet ophouden aan hem te denken?
Nell was klaar met mijn haar en vroeg me op te staan zodat ze mijn jurk kon fatsoeneren. Ik voelde me opgesloten in deze jurk, de taille zat veel te strak.
„Je ziet er..."
„Belachelijk uit?" vulde ik aan.
„Prachtig uit," zei Nell glimlachend. „Koning Culling zal zijn ogen niet van je af kunnen houden."
Ik rolde met mijn ogen, maar haar woorden maakten me opgewonden. Ik vroeg me af wat hij ervan zou vinden.
„Waar wacht je nog op, prinses?" vroeg Nell, terwijl ze me naar de deur duwde. „Het Volle Maan Feest wacht."
***
Ik liep de grote kasteeltrap af en zag Culling beneden op me wachten. Ik bleef voor hem staan en zijn blik liet mijn huid tintelen.
„Je ziet er adembenemend uit." Hij glimlachte naar me terwijl hij zijn arm aanbood.
Ik nam hem aan en glimlachte terug.
Hij droeg een chique militair uniform met een donkerblauwe cape vastgemaakt op zijn schouder met een gouden blad. Hij was de Krijgerkoning, Jordan Culling, die op een Draak ten strijde trok. Zijn donkere haar was gladgestreken en hij stond er lang en zelfverzekerd bij.
„Jij ziet er ook goed uit," zei ik.
Dat was zacht uitgedrukt.
Hij lachte en toonde zijn perfecte tanden.
„Dan zullen we er samen goed uitzien, nietwaar?" Hij leidde me naar de grote binnenplaats waar het feest zou plaatsvinden, onder de volle maan.
Zachte, gloeiende lichtjes verlichtten de ruimte en ik rook heerlijk eten en hoorde muziek en gelach.
Het leek alsof heel het Koninkrijk Patter aanwezig was.
Mensen uit alle lagen van de bevolking stonden te praten en lachen, van eenvoudige boeren tot rijke gasten uit andere koninkrijken. Het Volle Maan Feest was er om het leven te vieren, ongeacht rijkdom of status.
Het was mama en papa's favoriete feest geweest.
Mijn ouders waren vriendelijke en zachte heersers geweest. De geliefde koning en koningin van Patter. De koning die meewerkte op het land met de boeren, de koningin die arme vrouwen hielp bij bevallingen.
Ze waren ook vriendelijk voor mensen buiten ons koninkrijk. Ze stuurden vaak voedsel en hulp naar andere steden. Ze weigerden nooit vluchtelingen die oorlog en honger ontvluchtten.
Het Volle Maan Feest was precies zoals zij.
Maar vorig jaar waren ze in hun slaap gestorven.
Het hele koninkrijk was in rouw. Er werd gefluisterd dat ze vermoord waren, maar we konden geen bewijs vinden. Het was gewoon pech, goede mensen die te vroeg stierven.
En ze waren nog zo jong...
Dit feest zou het eerste zijn zonder de koning en koningin, en de mensen van Patter wilden feesten om hen te herdenken.
Ik was er minder enthousiast over.
„Summer, Summer!"
Ik keek naar beneden en zag Maddie naar me opkijken met een glimlach. Ze zag er schattig uit in haar witte jurk met bloemen in haar haar.
„Dit feest is zo saai," zei ze met een pruillip. „Neem je me weer mee om de Draken te zien?"
„Ssst!" Ik schrok en keek om me heen naar de wachters. Geen van hen leek het gehoord te hebben. Culling keek me echter met opgetrokken wenkbrauw aan. Ik boog me voorover zodat ik op ooghoogte was met mijn kleine nichtje.
„Dat moest geheim blijven, weet je nog?"
„Ik weet het, maar ik wil ze zo graag weer zien. We bleven de vorige keer niet lang!"
Culling boog zich naast me voorover zodat ook hij op ooghoogte was met Maddie. Hij was zo dichtbij en rook zo lekker dat ik dichter naar hem toe wilde kruipen...
„Als je braaf bent, neem ik je straks mee om mijn Draak te zien. Wat denk je daarvan?" vroeg Culling haar.
„Jij hebt een Draak?" Maddies ogen werden groot.
„Inderdaad," zei Culling. „En als je extra braaf bent, laat ik je haar zelfs aaien."
Maddie hapte naar adem en sloeg haar handen voor haar mond.
„Oh, alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeblieft!" Ze sprong op en neer van opwinding.
Culling lachte en legde zijn hand op haar hoofd. Hij knipoogde naar haar.
„Vooruit maar. Ik kom je later wel halen."
Maddie knikte heftig en glimlachte nog een keer naar me voordat ze naar de desserttafel rende.
Ik keek schuin naar Culling. Hij keek Maddie na met een kleine glimlach.
Dus hij kan ook goed met kinderen omgaan...
Plotseling keek hij me aan en mijn hart sloeg een slag over. Ik keek snel weg, maar het was te laat.
Hij had me zeker zien kijken.
Hij stond op, bood me zijn hand aan en glimlachte breed.
„Zullen we?"
Ik zuchtte en pakte zijn hand.
Misschien waren feesten toch niet zo erg.
CULLING
Dus, ze was zonder toestemming de Drakenhokken binnengegaan. Ze had een zwak voor Draken.
Daar zou ik wat aan doen.
Prinses Summer was een lust voor het oog. Haar lange bruine lokken golfden sierlijk over haar schouders. Haar heldere, intelligente ogen fonkelden in het schijnsel van de lantaarns. Ze was ook behoorlijk koppig en stak haar mening niet onder stoelen of banken.
Ik had gemerkt dat ze er niet voor terugdeinsde om haar zegje te doen, ongeacht wie er aanwezig was of wat de gevolgen konden zijn.
Maar dat zou ik ook aanpakken.
Ze zou binnenkort mijn kinderen baren, en ze zou wat ingetogener en volgzamer moeten worden.
Ik observeerde haar terwijl ze haar broer met een ontevreden blik aankeek. Koning Ross zat aan zijn tafel, met op elke knie een meisje en in elke hand een beker. Hij lachte luidkeels, terwijl de vrouwen hem kaas en vlees voerden. Hij was nog groen achter de oren, nauwelijks volwassen. Pas zestien lentes oud.
Hij kon van pas komen.
Makkelijk te beïnvloeden. Makkelijk naar mijn hand te zetten.
„Kijk uit, Ross," zei Summer zachtjes maar scherp. „Je bent onze koning. Gedraag je er ook naar."
„En omdat ik koning ben..." zei Ross, terwijl hij wat wijn morste op een van de meisjes op zijn schoot. Ze bleef glimlachen, alsof ze het niet merkte. Arm schaap. „Kan ik doen waar ik zin in heb."
„Als mama en papa je nu eens konden zien..." begon Summer.
„Gun hem toch wat plezier," zei ik, haar onderbrekend. „Koning zijn is geen sinecure. Wat heeft een feest voor zin als je er niet van kunt genieten?"
Ross grijnsde naar me en hief een van zijn bekers, waarbij hij nog meer wijn morste.
Ik glimlachte terug.
Domme hals.
„Hij zou er wat netter mee om kunnen gaan," mompelde Summer.
Ik zag George Wilkins op ons afkomen en probeerde niet te zuchten. Ik boog me naar Summer toe om in haar oor te fluisteren, zodat alleen zij het kon horen.
„Pas op, prinses. Daar komt weer een man aan die je wel ziet zitten. Zal ik mijn Draak halen zodat we er vandoor kunnen gaan?"
Ze lachte, en ik voelde haar hand mijn arm knijpen.
„Ik zal het in overweging nemen," fluisterde ze, haar ogen glinsterend met een blik die verried dat ze kattenkwaad in de zin had.
Hm.
Ze hield er duidelijk ook van om de boel op stelten te zetten.
Daar zou ik ook wat aan doen.
SUMMER
Ik zette een glimlach op mijn gezicht toen de Meester der Draken van mijn broer naar me toe kwam. George Wilkins was een schurk. Hij behandelde draken slecht en onthield ze voedsel om ze in het gareel te houden.
De herinnering aan het donkere bloed op de vloer in de drakenhokken deed mijn maag omdraaien.
Nog erger was dat de man een oogje op me leek te hebben.
'Prinses Summer,' boog hij.
'Wilkins.'
'Hoe bevalt het Vollemaan Feest dit jaar?' vroeg hij.
'Het gaat zijn gangetje.'
Hij knikte, niet onder de indruk van mijn korte antwoord. We stonden een tijdje zwijgend naast elkaar en de spanning was om te snijden.
Ik wierp een blik op Culling en hij deed zijn best om zijn lach in te houden.
Met mijn ogen smeekte ik hem om hulp.
Hij knipoogde naar me.
'Zeg eens, George,' begon Culling, 'hoe staat het met die tuigen waar je mee bezig bent?'
'Tuigen?' Ik trok mijn wenkbrauwen op.
'Ah ja, de tuigen.' George's gezicht klaarde op. Ik vond het vreselijk hoe deze man zo enthousiast kon worden over het mishandelen van andere wezens. Het deed me walgen. 'Ik heb een grote doorbraak gehad. Ze zijn klaar voor gebruik.'
'Oh? Vertel eens wat meer,' zei Culling. Ik keek naar hem en hij leek erg in zijn nopjes met zichzelf.
Wat was hij van plan?
'Mijn onderzoek heeft uitgewezen dat draken een bepaalde plek in hun vleugels hebben die erg gevoelig is. Door het scherpe deel van de tuigen daar te plaatsen, kan een ruiter hem makkelijk in bedwang houden. Zelfs de grootste draken gehoorzamen met een klein rukje.'
'Onderzoek?' zei ik geschokt. Ik kon mijn oren niet geloven. 'Je bedoelt martelen. Hoe kun je de draken zoiets aandoen?'
'Het zijn dieren, prinses.' George keek me aan alsof ik niet goed bij mijn hoofd was. 'Zie ze als lastdieren. Zoals een os. Of een paard.'
'Je zou een paard nooit zo wreed behandelen,' zei ik verontwaardigd.
'Dat komt omdat paarden tam zijn,' zei Wilkins. 'Omdat paarden geen gepantserde man doormidden kunnen bijten of kasteelmuren kunnen smelten. We kunnen pas aardig tegen ze zijn als ze naar ons luisteren.'
'Draken hoeven niet naar ons te luisteren.' Ik stapte weg bij Culling zodat ik oog in oog met Wilkins stond. Ik voelde mijn handen tot vuisten ballen. 'Draken verdienen respect. Ze moeten vrienden zijn, niet opgesloten en gemarteld worden voor ons gemak.'
'Ach prinses.' Wilkins lachte schamper. 'Ik denk niet dat je het kunt begrijpen. Je bent tenslotte maar een vrouw. Laat deze zaken over aan de—'
Hij maakte zijn zin niet af.
Mijn hand raakte zijn gezicht en het geluid galmde door de nachtlucht.
Iedereen in de buurt stopte om te kijken. Wilkins staarde me aan, te verbouwereerd om boos te zijn. Tenminste, voor nu.
Ik trilde van woede en mijn hand tintelde van de klap.
Vanuit mijn ooghoek zag ik wachters dichterbij komen, klaar om in te grijpen bij onrust. Ross lachte luidkeels, bijna stikkend in een stuk kaas dat hij wegspoelde met een beker wijn.
Cullings gezicht bleef onbewogen.
En ik zag nog een man die opviel tussen de menigte.
Hij droeg eenvoudige maar fraaie zijde, zo zwart als de nacht. Hij was lang en knap met zwart haar dat sierlijk viel, een charmante glimlach en blauwgroene ogen die fonkelden als de sterren aan de hemel.
En hij keek recht naar mij.
Ik verstijfde, mijn hart bonzend in mijn keel.
Dane.
Continue to the next chapter of De tweelingdrakenreeks: de drakenprinses