
Geliefd in de rijken 2: Van gedachten veranderd
Auteur
M. L. Knight
Lezers
154K
Hoofdstukken
40
Het menselijke rijk
Boek 2: Van gedachten veranderd
Azlyn dook weg tussen de struiken. Ze probeerde zichzelf zo goed mogelijk te verbergen. Net op tijd had ze zich verstopt voordat verschillende demonen door het portaal kwamen. Ze kon alleen maar hopen dat ze haar niet hadden gezien.
Sinds ze erdoor was gevallen, kwam ze bijna elke avond naar het portaal. Ook al was het gevaarlijk, ze ging toch, in de hoop dat vanavond de avond zou zijn waarop Reve haar eindelijk zou volgen.
Het was twee jaar geleden dat ze in de mensenwereld was beland. In het begin was ze er zeker van geweest dat Reve zou komen, maar hij was nog steeds niet verschenen en haar hoop begon te vervagen.
Ze wist niet hoelang ze nog kon blijven doen alsof. Als Reve nog van plan was om te komen, zou hij er dan niet allang moeten zijn?
Maar deze twijfels weerhielden haar er niet van om te blijven wachten.
Meestal was rustig bij het portaal en dan kon ze daar alleen zitten met haar eigen verdriet om een partner en echtgenoot die nooit zou komen. Maar op avonden als deze was haar keuze om elk vrij moment bij een portaal naar de demonenwereld door te brengen gevaarlijk.
Ze keek toe terwijl een kleine groep demonen elkaar op de open plek ontmoette. Ze begonnen te praten over hun plannen voor de avond. Het was al snel duidelijk dat ze zwakke mensen wilden opjagen om te ontvoeren en mee te nemen naar hun wereld om ze als slaven te verkopen – hetzelfde lot dat zoveel anderen had getroffen.
Azlyn was Dalair heel dankbaar. Hij had haar laten zien hoe ze haar geur kon verbergen terwijl ze zich zo in het open veld bevond. Ze gebruikte modder, mos en andere planten om zichzelf te bedekken en had dit mengsel over haar huid gewreven.
Ze rook zo sterk naar de natuur waarin ze verborgen was dat het bijna onmogelijk zou zijn voor de demonen om haar te vinden.
Tenminste, wat haar geur betrof. Als ze haar zagen of hoorden, zou ze weinig kunnen doen om hen tegen te houden. Haar hart bonkte snel in haar borst omdat ze zo dicht bij haar schuilplaats stonden, dat ze zichzelf moest kalmeren.
Ze hield de groep scherp in de gaten en keek toe hoe ze grapjes maakten en lachten over hun kwaadaardige plannen om de levens te verwoesten van nietsvermoedende mensen.
Het was typisch voor deze demonen. Ze gaven weinig om iemand anders dan om zichzelf.
Ze wilde dat ze iets kon doen voor de andere mensen die niet zo veel geluk zouden hebben als zij. Zij had kunnen ontsnappen, maar zoveel anderen zouden dat niet doen.
Maar ze wist dat ze niets kon doen.
Ze was maar één klein mens en er stond gewoon te veel op het spel.
Ze moest ervoor zorgen dat ze haar niet konden vinden, ze kon echt niet terug naar dat leven. Niet na alles wat zij en Reve hadden opgegeven om haar naar de mensenwereld te krijgen.
En zeker niet nu er zoveel hier van haar afhing.
Hoe graag ze ook de arme zielen wilde redden die de komende dagen door toedoen van deze demonen hun lot tegemoet zouden gaan, het zou simpelweg te riskant zijn om zich ermee te bemoeien. En ze was geen held.
Ze was niet eens de held van haar eigen verhaal geweest, laat staan dat ze de held van iemand anders kon zijn.
Ze liet een treurige zucht ontsnappen bij die gedachte. Wat had het voor zin om te weten wat mensen in de andere wereld doormaakten? Wat had het voor zin om de pijn te kennen die ze voelden als ze er toch niets aan kon doen?
Rechts van haar hoorde ze geritsel en ze hield angstig haar adem in. Ze zat hier volkomen onbeschermd.
Ze kon zichzelf wel vervloeken om haar onvoorzichtigheid.
Zou ze ontdekt worden? Had ze haar geur niet goed genoeg bedekt?
Was dit een of andere demon die door het bos liep op weg naar huis? Zou alles waar Dalair haar voor had gewaarschuwd nu uitkomen?
'Azlyn,' fluisterde een ruwe stem. Gelukkig was het er een die ze goed kende.
Ze ademde opgelucht uit toen een met modder bedekte Dalair zijn hoofd door de struiken stak. Met een geïrriteerde blik keek hij haar aan. Hij vond het niet fijn dat ze alleen naar het portaal ging, dat had hij meer dan eens duidelijk gemaakt.
Azlyn voelde zich echter schuldig dat ze hem elke avond bij zijn gezin weghield om alleen maar op een lege open plek met haar te zitten. Dus was ze begonnen om zonder hem weg te sluipen wanneer ze maar kon.
Op deze manier kon hij de avond met zijn gezin doorbrengen, en kon zij bij het portaal zitten om te wachten op Reve. Ze vond dat het op die manier voor iedereen het beste was.
Hoewel Dalair er niet blij mee was.
Hij voelde zich verantwoordelijk voor Azlyn. Zowel zijn zus, Umay, als zijn beste vriend, Reve, hadden erop vertrouwd dat hij voor haar zou zorgen.
Bovendien was hij haar als familie gaan beschouwen tijdens de tijd die ze samen hadden doorgebracht.
Hij was erg beschermend over haar en vond het niet fijn dat ze zichzelf in gevaarlijke situaties bracht. Als haar iets zou overkomen, zou hij het zichzelf nooit vergeven. En hij ging er niet vanuit dat Penelope dat ook zou doen.
Dus ondanks zijn tegenzin om te wachten op Reve, volgde hij haar toch. Hij geloofde al lang niet meer dat de prins zou komen, maar hij wist dat zij zou gaan en er moest toch iemand bij haar zijn.
Iemand die haar kon beschermen als het ergste zou gebeuren.
Elke demon zou Azlyn als een prijs meenemen naar de slavenhandelaren. Zelfs als ze niet wisten wie ze was, zou ze veel geld waard zijn.
En elke demon die wél wist wie ze was, zou nog veel gevaarlijker zijn omdat ze haar maar al te graag over zouden dragen aan de koninklijke familie. De koninklijke familie zou haar waarschijnlijk laten doden of verminken vanwege de problemen die ze twee jaar geleden had veroorzaakt.
'Wat doe je hier?' fluisterde hij scherp. Hij hield zijn stem zacht zodat ze niet gehoord zouden worden. 'Ik heb je toch gevraagd om hier niet naar toe te gaan zonder het me eerst te laten weten.'
'Het spijt me, Dalair, maar jij en Penelope waren Barin aan het helpen. Ik wilde niet storen,' legde ze uit. Ze wist heel goed dat hij haar excuus niet zou accepteren, want dat deed hij nooit. Penelope was waarschijnlijk thuis en had vast ook een preek voor haar bedacht.
Ze probeerde niet met haar ogen te rollen bij de gedachte. Ze wist heus wel dat ze gewoon voor haar probeerden te zorgen. Maar ze kon niet anders dan zich een beetje geïrriteerd voelen. Ze was tenslotte volwassen.
'Je kunt dit niet blijven doen, Azlyn. Het is veel te gevaarlijk voor je om hier alleen te zijn. Dit is precies waarom.' Voorzichtig wees hij naar de open plek waar de demonen nog steeds over hun ontvoeringsplannen praatten.
'Het spijt me. Ik kan het gewoon niet loslaten,' gaf ze toe. 'Ik ben te bang dat precies de avond dat ik besluit niet te komen, Reve eindelijk wel komt opdagen. En dat ik er niet ben om hem te ontmoeten.'
'Azlyn,' zuchtte hij.
Dalair wist dat ze hem wel begreep, maar hij wist ook dat hij voorzichtig moest zijn met de manier waarop hij dit aanpakte. Ze had Reve niet opgegeven tijdens de afgelopen twee jaar. En hoewel hij ook wilde geloven dat zijn vriend op een dag voor zijn vrouw en partner zou komen...
Hoe meer tijd er verstreek, hoe minder zeker hij daarvan was geworden. En daarmee had hij ook minder geduld voor de manier waarop ze zichzelf door haar koppigheid in gevaar bracht.
'Waarom is hij er niet, Dalair? Waarom heeft hij me verlaten?' huilde ze zachtjes.
Verdrietig schudde hij zijn hoofd. Het was niet de eerste keer dat ze dit soort vragen stelde, en het zou waarschijnlijk ook niet de laatste keer zijn.
'Ik weet het niet. Ik wou dat ik een antwoord had, maar dat heb ik niet.'
De waarheid was dat, ook al waren Dalair en Reve close geweest, Dalair vaak moeite had gehad om de redeneringen en het gedrag van Reve te begrijpen. Ze waren misschien de beste vrienden, maar ze waren twee heel verschillende demonen.
Reve was het traditionele, sterke mannelijke type. Hij werd snel boos en was gewend aan geweld. Hij was waarschijnlijk het soort demon waar je aan zou denken als je het woord hoorde.
Dalair daarentegen had een veel zachtere, gevoeligere kant. Hij haatte geweld en vermeed het tenzij hij geen keus had. Net als Kane had hij goed zakelijk inzicht.
Reve was gemaakt voor oorlog. Het was een van de vele redenen waarom Dalair zo verrast was geweest toen hij hoorde dat Reve een mens als zijn partner had gekozen.
Het ging niet alleen in tegen alle langgekoesterde overtuigingen van zijn familie, het leek gewoon niet iets wat Reve zou doen. Al moet hij toegeven dat hij het begreep zodra hij Azlyn had ontmoet.
Ze was misschien niet de sterke demonenvrouw die Dalair had verwacht, maar ze was het licht in de duisternis van Reve. Ze was de rust in zijn chaos.
Waar hij gemeen was, was zij liefdevol: een perfecte match. Twee tegengestelden die samenkwamen om een perfect geheel te vormen.
Ze bleven in stilte zitten terwijl ze wachtten tot de groep demonen eindelijk het gebied verliet. Zodra ze er zeker van waren dat ze weg waren, stonden ze op uit hun schuilplaatsen. Dalair wachtte geduldig terwijl Azlyn een laatste keer rondkeek.
Ze liet een teleurgestelde zucht ontsnappen. Hij wist dat dat betekende dat ze eindelijk klaar was voor vanavond en accepteerde dat Reve niet zou komen opdagen.
'Kom op, Azlyn. We gaan naar huis. Het wordt laat en het is koud hierbuiten. Hunter wacht waarschijnlijk op je,' zei hij.
Ze keek nog een keer naar de open plek, zoals ze altijd deed. Ze haalde diep adem voordat ze instemmend knikte.
Net als elke avond ervoor was Reve niet gekomen.
'Je hebt gelijk. Ik moet terug naar Hunter,' zei ze.
Ze verlieten de open plek en begonnen aan de lange wandeling naar huis.
Het kleine beetje hoop dat in Azlyns hart was blijven branden, werd zwakker. Dit gebeurde elke avond die ze zonder Reve doorbracht.










































