
Capture Me Boek 3
Auteur
Daphne Watson
Lezers
171K
Hoofdstukken
15
Hoofdstuk 1
Boek Drie: Hou van mij
Katherine
Ik had een maand bij mijn vader in New York doorgebracht. Ik had de dynamiek van de stad en de eindeloze mensenmassa's gemist.
Het enige wat ik niet miste, was het verkeer.
Ik zat in een taxi naar het vliegveld. Maar we stonden al een kwartier helemaal stil.
Pap liet me liever niet teruggaan, maar hij wist dat ik wel moest. Mijn leven was nu eenmaal in Londen.
De dag dat ik Xavier verliet, had ik in het vliegtuig gehuild. Ik was gekwetst en ik had wat afstand nodig. Maar tegelijkertijd wilde ik bij hem zijn. Ik was behoorlijk in de war.
Pap wist dat er iets was gebeurd, maar gelukkig drong hij niet aan op antwoorden.
De vlucht naar Londen zou lang duren. Maar zo had ik tenminste tijd om na te denken over wat ik tegen Xavier zou zeggen. Ik had hem niet verteld dat ik vandaag terugkwam. Ik wilde hem verrassen.
En ik wilde hem vandaag ook stiekem volgen. Ik wilde zien wat hij uitspookte als ik er niet was.
Hij hield mij waarschijnlijk ook in de gaten, dus ik vond dat ik dat ook mocht.
Na twintig minuten in de file kwam de taxi eindelijk aan op de luchthaven. Ik was nog vroeg. Daarom zocht ik een rustig plekje achterin om op mijn vlucht te wachten.
Tijdens deze maand weg had ik veel tijd om na te denken. Ik was gekwetst en verdrietig, maar vooral eenzaam. Ik was echt aan Xavier gehecht geraakt.
Ik begreep nog steeds niet hoe dit mogelijk was. Ik bedoel, hij zit in de maffia. Hij vermoordt mensen. Onschuldige mensen. En hij doet het telkens weer. Maar toch zijn we nu hier.
Ik wist dat ik hem niet kon veranderen, maar misschien kon ik hem wel kalmeren.
Nu ging ik terug, maar dan op mijn eigen voorwaarden. Ik zou nu het laatste woord hebben, tenminste als hij me terug wilde.
Ik was niemands bezit meer. Als hij bezitterig wilde doen, zou ik net zo bezitterig terugdoen. Hij zou precies hetzelfde terugkrijgen.
Ik werd uit mijn gedachten gehaald door de oproep om in te stappen.
Ik stapte snel in het vliegtuig en sloot mijn ogen. Een kort dutje zou me goed doen.
***
„Mevrouw? Mevrouw, u moet wakker worden. We zijn geland.“
De stewardess wekte me uit mijn slaap. Het vliegtuig had Londen eindelijk bereikt. Ik had de hele vlucht geslapen.
Ik glimlachte naar haar en mompelde een kort bedankje.
Ze liep door en maakte de andere passagiers wakker.
Ik liep de luchthaven uit. Ik belde Arabella op, zodat ze me kon ophalen en ik vannacht bij haar kon slapen. Morgen zou ik bij Xavier op de stoep staan.
Eerst wilde ik ontdekken wat die man allemaal uitspookte.
Tegen de tijd dat ik bij het appartement van Arabella aankwam, was het al één uur 's middags. Ik had de hele ochtend gemist door mijn vlucht.
Arabella wachtte op me voor haar flatgebouw. Zodra ze me zag, rende ze op me af en gaf me een stevige knuffel.
„Mijn god. Ik heb je zo erg gemist. Bellen is toch niet hetzelfde. Hoe gaat het met je?“
„Beter, vooral nu ik weer thuis ben.“
Ze gaf me een brede glimlach en hielp me om mijn tassen naar haar appartement te brengen.
„Is er dan iets ergs gebeurd?“ vroeg ze.
„Hoe bedoel je?“
„Nou, ik dacht dat je gelukkig was met je vent. En opeens hoor ik dat je Londen voor bijna een maand hebt verlaten.“ Ik had haar niets verteld over de ruzie voordat ik vertrok.
„We hadden gewoon wat ruimte nodig. We hadden enorme ruzie, en wat afstand was de beste oplossing.“
„O, oké. Dus je blijft hier slapen en morgenochtend ga je weer terug naar de villa?“
„Precies. Ik ben vandaag een dagje in de stad, en dan ben ik weer terug.“
Ik was op een vrijdag teruggekomen, dus Arabella moest nog gewoon werken. Daardoor had ik de hele dag vrij om te zien wat Xavier deed. In het weekend zou ik dan weer teruggaan naar de villa.
„Oké, dan moet ik nu snel terug naar mijn werk om alles klaar te maken voor jouw terugkeer op maandag. Ik zie je om zes uur, goed?“
„Zeker, tot dan.“
Ze gaf me nog snel een knuffel en vertrok.
Mooi, nu kan ik uitzoeken waar Xavier is en beslissen wat ik met hem ga doen.
Ik kleedde me snel om. Toen ik op het punt stond om te vertrekken, schoot me ineens iets te binnen.
Waar kon ik Xavier vinden in deze grote stad? Ik had geen flauw idee waar hij uithing. Als hij thuis was, had ik pech. Hetzelfde gold als hij op kantoor zat.
Fuck it, ik bel zijn assistent gewoon. Misschien weet hij waar Xavier is.
Ik zocht zijn nummer op en belde hem. Hoe heette hij ook alweer?
„Met Richard, de assistent van meneer Lexington.“
„Richard. Hallo, met Katherine. Katherine Carlone.“
„Mevrouw Lexington. Hallo. Waar kan ik u mee helpen?“
„Ik probeer Xavier te verrassen, maar ik heb geen idee wat hij vandaag op de planning heeft staan. Zou je me alsjeblieft zijn agenda voor vandaag kunnen sturen?“
„Natuurlijk. Kan ik nog iets anders voor u doen?“
„Nou, het zou heel fijn zijn als je niet tegen hem zegt dat ik heb gebeld.“
„Natuurlijk, dat is geregeld. Nog een fijne dag, mevrouw Lexington.“
„Bedankt. Jij ook.“
Ik hing op. Een minuut later gaf mijn telefoon een geluidje. Richard had de planning voor de dag gestuurd.
Xavier zou tot twee uur op kantoor zijn voor een vergadering. Om half drie had hij een lunchafspraak met iemand. Vreemd, er stond geen naam bij.
Daarna was hij de rest van de dag vrij. Wat gek. Hij werkte normaal altijd tot vier of vijf uur.
Ik liep het appartement uit en belde een taxi.
„Waar wilt u heen?“
„Naar het Rosemary restaurant, alstublieft.“
De chauffeur knikte en startte de auto.
Ik had een lange, zwarte bodysuit en een dikke zwarte jas aangetrokken. Londen was koud, en ik wilde vandaag het liefst onzichtbaar blijven.
De taxi zette me af en ik liep verder door de straat.
Precies toen ik de hoek van de straat omging, zag ik een zwarte auto. Er stapte een bekende figuur uit.
Xavier wandelde het restaurant in. Hij zag er goed uit.
De eerste week in New York kon ik nauwelijks mijn bed uitkomen. Ik had hem zo erg gemist.
Ik liep langzaam door de straat en stak over. Vanaf de overkant kon ik zo het restaurant in kijken. Ik dacht dat hij me op die manier minder snel zou zien.
Ik keek rond in het restaurant en liet mijn blik over de aanwezige mensen glijden. Door het glas heen kon ik alles goed zien. Mijn blik stopte plotseling. Ik zag hem. Hij was net gaan zitten en glimlachte vrolijk.
Maar de tranen brandden in mijn ogen toen ik zag met wie hij daar was. En naar wie hij zojuist zo lief had geglimlacht.

















































