
De Eternalacademie Boek 3
Auteur
Queen Vega
Lezers
718K
Hoofdstukken
43
Proloog
Boek 3
CATALINA
De celdeur sloeg met een definitieve klap dicht. Ik deinsde terug en keek hoe de boze bewaker wegliep. Dit was niet best.
„Waarvoor zit jij hier, nieuweling?“
Ik draaide me snel om, onwetend dat er nog iemand anders in de kamer was. Als Lucifer er ooit achter zou komen dat ik mijn omgeving niet goed in de gaten had gehouden, zou ik nog een maand extra training krijgen.
Mijn nieuwe celgenoot was enorm, met blond haar en een lichaam vol tatoeages. Ooit hadden ze haar vast voor een Barbiepop aangezien, maar nu? Het leek alsof ze een Barbiepop had opgegeten.
Ik kruiste mijn armen en nagelde haar vast met mijn blik. Toon geen zwakte. „Ik geloof niet dat jou dat iets aangaat.“
Op dat moment schoot me nog iets te binnen. Dit was een menselijke gevangenis; met een celgenoot zou Kol me niet kunnen bezoeken. Ik moest van haar af zien te komen.
Ik bekeek haar nog eens. Ze leek best vriendelijk, in tegenstelling tot de andere gevangenen die ik bij binnenkomst had gezien. Maar vriendelijk of niet, ze zat hier met een reden en het was slim van me om dat te onthouden—vooral omdat ik haar nu moest doden.
Ze lag nonchalant op het bovenste bed, met één been over de rand. Haar vermoorden zou me een enkeltje naar de isoleercel opleveren. Zodra ik daar was, kon ik contact opnemen met Kol en een manier vinden om uit deze rotzooi te ontsnappen.
Ik drong mijn lycan terug, die stond te springen om een gevecht. Ze was zo bloeddorstig. Maar er was geen reden om haar in te zetten tegen een mens, ook al was die twee keer zo groot als ik. Goed, tijd om te kijken of Jaydens vechtlessen hun vruchten hadden afgeworpen.
Ik liep naar voren, sloot mijn hand om haar enkel en gaf er een harde ruk aan.
„What the hell?“ vloekte ze toen ze op de grond viel.
Ik sprong achteruit en nam een vechthouding aan. Ze veerde overeind en keek me woedend aan, met moord in haar ogen. „Daar ga je voor boeten, vers vlees.“
Al grijnzend hield ik mijn hoofd schuin. „Oh ja? En wie gaat me dwingen?“
Met een strijdkreet stormde ze op me af als een stier, letterlijk. Ik kreunde toen haar hoofd in mijn buik boorde. Holy shit, daar was ik niet op voorbereid.
Ik vloog naar achteren tegen de metalen tralies van de cel, waar mijn hoofd hard tegenaan klapte. Een diep gegrom trilde in mijn borst, maar ik duwde mijn lycan weer weg. Ik kan dit.
Door opzij te rollen, ontweek ik haar veel te grote voet die mijn hoofd dreigde te verpletteren. Ik pakte haar been vast en gaf er een harde ruk aan, waardoor ze met een klap op de vloer viel. Ik sprong op, ging schrijlings op haar buik zitten en trok mijn vuist naar achteren, maar aarzelde toen. Kon ik haar echt in koelen bloede vermoorden, ook al had ze me niets misdaan?
Mijn moment van aarzeling kostte me duur. Ze smeet me van haar lichaam af. Ik rolde over de vloer en hurkte neer, klaar voor de volgende aanval.
„Laten we het hierbij laten,“ pufte ze, duidelijk niet iemand die vaak in gevangenisgevechten belandde. Ik vermoedde dat haar stoere uiterlijk anderen wel op afstand hield. „Ik wil niet in de isoleercel belanden.“
Ik grijnsde. „Dat geldt dan maar voor één van ons.“ Met een snauw stormde ik naar voren.
***
Ik ijsbeerde heen en weer in de kleine ruimte, voor zover je het zo kon noemen, en probeerde opnieuw contact te krijgen met Kol. „Verdomme, Kol!“ Kol Kol Kol Kol Kol. Opnieuw kreeg ik geen antwoord. What the fuck?
Ik probeerde te bedenken wie hem nog meer kon bereiken, zonder dat hij hen tijdens dat proces zou aanvallen. Welke van mijn mates mocht hij het liefst?
Mateo!
Catalina! Waar ben je? De bezorgdheid in zijn stem maakte me duidelijk dat ik zwaarder in de shit zat dan ik dacht. Lucifer zegt dat je hem moet deblokkeren.
Ik schudde mijn hoofd, even vergetend dat hij me niet kon zien. Er was een reden waarom ik mijn gedachten voor iedereen had geblokkeerd.
Mateo, je moet contact zoeken met Kol. Waar is hij? Hij geeft me geen antwoord.
Ik stopte met ijsberen en besloot tegen een van de aarden muren te leunen. De ‘isoleercel’ bleek letterlijk een gat te zijn—bijna vier meter diep aan de achterkant van de gevangenis. De enige weg naar buiten was de ladder waarmee ze me naar beneden hadden gebracht. Gelukkig voor mij waren we in Californië; het was koel buiten, wat het gat draaglijk maakte.
Lucifer heeft hem.
Ik zuchtte. Natuurlijk had hij hem! Waarom vergat ik toch altijd dat Kol voor hem werkte?
Hij wil je locatie en hij weet dat hij die heeft. Catalina, waar ben je?
Zeg dat hij Kol moet laten gaan, of ik zie jullie nooit meer terug!
Met die laatste gedachte verbrak ik de verbinding. Ik had Kol nodig, maar ik had ook nodig dat ze samenwerkten. Er was geen sprake van dat ik een levenslange celstraf zou uitzitten. Al die mensen die ik had vermoord—die hadden het verdiend.
„Oranje staat je goed.“
Mijn hoofd schoot omhoog toen Kol vanuit de opening van het gat grijnzend op me neerkeek.
„Kol! Kom naar beneden voordat iemand je ziet.“
Hij grinnikte, waarna er een seconde later donkere schaduwen voor me verschenen waar hij langzaam uitstapte. Zonder waarschuwing wierp ik mezelf op hem en sloeg mijn armen om zijn nek. Het was vierentwintig uur geleden sinds ik hem of een van mijn andere mates had gezien. Ik had de aanraking nodig.
Zijn armen vonden hun weg om me heen en drukten me stevig tegen hem aan. „Sorry dat het zo lang duurde; de duivel hield me op.“
Ik lachte, wat er meer uitkwam als een snik. Mijn armen verslapten, maar ik liet hem niet los.
„Hoe graag ik ook voor altijd zo zou willen blijven staan, niets is romantischer dan knuffelen in een gat,“ grapte hij, terwijl hij mijn armen uit zijn nek losmaakte. „Maar we hebben zaken af te handelen, kitten.“
„Klopt.“ Ik deed een stap achteruit en liet mijn handen langs mijn lichaam vallen.
Zijn mondhoek trilde en hij stak zijn hand uit om de mijne te pakken. „Laten we een ontsnapping plannen.“













































