
Het boek van de duivel 1: Dansen met de duivel
Auteur
Shala Mungroo
Lezers
1,1M
Hoofdstukken
30
Hoofdstuk 1.
BOOK 1
ARIA
Waarom ben ik nou weer te laat? Aria Cassidy komt nooit te laat.
Normaal gesproken sta ik om vijf uur op, ben ik om half zes in de bakkerij en heb ik om zes uur mijn heerlijke muffins in de oven, klaar voor mijn vaste ochtendklanten.
Maar nu was het half zes en ik was nog steeds bezig met klaarmaken, omdat ik gisteravond als een blok in slaap was gevallen.
Ik bracht mijn laatste beetje mascara aan en bekeek mezelf in de spiegel. Mijn groene ogen zijn groot in mijn kleine ovale gezicht, waardoor ik er volgens een jonge klant ooit uitzag als een kaboutertje.
Mijn donkerbruine haar was licht golvend en in laagjes geknipt tot halverwege mijn rug, met een pony aan de zijkant van mijn gezicht.
Chad heeft me dit laten doen. Hij zei dat ik de nieuwe stijl moest volgen omdat ik te druk ben om veel aandacht aan mijn haar te besteden.
Ik zuchtte. In tegenstelling tot mijn beste vriendin, geef ik geen zier om haarverzorging.
Ik bond mijn dikke haar snel in een hoge paardenstaart en zette de pony vast met een speld om hem uit mijn gezicht te houden.
Tevreden met mijn uiterlijk liep ik in mijn spijkerbroek naar de keuken, zag mijn tas op het aanrecht, griste die en mijn sleutels mee, en haastte me de deur uit, die ik achter me op slot deed.
Ik rende snel twee trappen af, wat me bij de hoofdingang bracht en op de stoep. Ik sloeg linksaf en daar was mijn oogappel: The Cinnamon Bakery and Café.
Ik voelde me altijd opgewonden als ik door de deuren liep, wetend dat het helemaal van mij was; klein en nauwelijks winstgevend, maar toch helemaal van mij.
Het licht was al aan, wat betekende dat Dana, mijn enige serveerster die ook als kassière en mijn hulp werkte, waarschijnlijk al aanwezig was.
Harry, mijn andere medewerker, die oud genoeg was om mijn vader te zijn, deed verschillende klusjes in het café en werkte ook aan de kassa als dat nodig was, maar hij kwam pas om zeven uur, wanneer het meestal spitsuur was.
Ik ontgrendelde de cafédeur en deed hem weer op slot achter me.
Recht voor me stond de vitrine, al vol met verschillende plakjes cheesecake die ik de avond ervoor had gemaakt, en andere lekkernijen.
Net rechts van de vitrine, naast het grote raam dat uitkeek op de stoep, stond de kassa en het koffiegedeelte, dat heerlijk rook naar verse koffie.
Ik kon niet anders dan even een kopje voor mezelf inschenken voordat ik langs de vier vierkante tafels tegenover de vitrine liep en naar de keuken ging.
Ik duwde de klapdeur open en zag Dana verse bosbessen in het beslag doen dat ze aan het mengen was.
'Hé, baas!' zei ze terwijl ze opkeek zonder haar werk te onderbreken. 'Ik kwam binnen en zag dat je er nog niet was, dus ben ik begonnen met de muffins. Is dat oké?'
Ze keek weer op en ik zag dat ze niet zeker wist of dat goed was.
Ik wuifde met mijn hand en nam een grote slok van mijn koffie. 'Ik weet dat je me dit vaak hebt zien doen. Je doet het prima.'
Ik leunde tegen een kastje en dronk mijn koffie, even een momentje voor mezelf nemend voordat ik aan de slag ging. Ik keek naar haar, trots als een pauw.
Dana was negentien en studeerde literatuur aan de plaatselijke hogeschool.
Ze was langer dan ik, waar we vaak grapjes over maakten, en haar haar was felrood en stekelig, heel anders dan haar zeer bleke huid.
Ze had een neuspiercing en droeg altijd felrode lippenstift.
In het geheim wenste ik dat ik net zo uitbundig kon zijn als zij. Ze was de eerste die reageerde op mijn advertentie voor een serveerster, en ik mocht haar meteen tijdens het korte sollicitatiegesprek.
Ik dronk mijn koffie op en zuchtte luid, terwijl ik het kopje in de gootsteen zette.
'Die koffie was geweldig. Als je zo doorgaat, slaap ik vaker uit!' grapte ik terwijl ik een schort van het aanrecht pakte.
Ze gaf me een snelle glimlach en begon beslag in een ingevette muffinvorm te scheppen, terwijl de oven achter haar opwarmde.
'Ik ga de donuts maken,' zei ik tegen haar, terwijl ik naar een kom reikte.
'Het deeg is al gemaakt,' vertelde Dana me met een glimlach, wijzend naar een afgedekte kom achter me. 'We hoeven ze alleen nog maar uit te steken en te bakken.'
Ik trok mijn wenkbrauwen op, verrast. 'Probeer je mijn baan over te nemen?'
Ze fronste en stopte met werken, plotseling serieus. 'Ik weet dat je de afgelopen weken non-stop hebt gewerkt om de bakkerij draaiende te houden, baas.
'Harry en ik zien dat je er moe uitziet. Ik wil gewoon meer helpen.'
Geweldig. Mijn medewerkers denken dat ik er als een vaatdoek uitzie. Ik liep naar haar toe en omhelsde haar stevig. Ik kon het niet helpen.
'Bedankt, schat. Jij en Harry doen hier al zoveel. Ik kan niet vragen om meer dan dat. Ik betaal jullie al niet genoeg.'
Ik voelde dat ik bijna moest huilen, maar hield me in. Ik zou niet huilen. Tenminste, niet tot ik alleen was.
Deze zaak was mijn lust en mijn leven. Mijn vader stierf toen ik vier was, en mijn moeder hertrouwde en woonde nu in Duitsland met haar nieuwe man. We waren nooit close geweest.
Toen ik vijfentwintig werd, kreeg ik het geld dat mijn vader voor me had gespaard en begon ik de bakkerij.
Sinds er vorig jaar twee winkelcentra in de buurt waren geopend, was de omzet flink gedaald, zelfs in deze drukke winkelbuurt.
Het leek alsof mensen liever door de winkelcentra slenterden dan langs de lokale winkels op de stoep.
Ik kon amper mijn hypotheek betalen en ervoor zorgen dat mijn personeel op tijd betaald kreeg.
Ik stapte bij Dana vandaan. 'Kom op! Geen emotionele dingen meer.' Ik snoof terwijl ik de frituurpan aanzette voor de donuts. 'De klanten komen zo.'
LUCIAN
Lucian De Angelis staarde uit over de straten beneden hem, twaalf verdiepingen lager. Zijn handen zaten in de zakken van zijn donkerblauwe pak.
Hij had zijn bijpassende das eerder afgedaan. Die lag nu op zijn bureau. Zijn witte overhemd was zichtbaar.
De zaak waaraan hij werkte werd steeds ingewikkelder. Zijn cliënt vertelde niet de hele waarheid. Lucian vermoedde dat Ivan Francovich zich bezighield met zeer ernstige, illegale praktijken.
Hij haalde zijn hand door zijn zwarte haar, waardoor het in de war raakte. Normaal gesproken zat zijn haar netjes, een beetje over zijn voorhoofd hangend tot aan zijn kraag.
Er werd op zijn deur geklopt. Lucian draaide zich snel om.
'Luc.' Aidan Callaghan, Lucians beste vriend en zakenpartner, kwam binnen en nam plaats.
Aidan en Lucian hadden elkaar leren kennen op de rechtenfaculteit. Na een paar jaar bij verschillende kantoren te hebben gewerkt, besloten ze hun eigen advocatenkantoor op te richten, Callaghan en De Angelis.
Lucian had donkere trekken. Aidan was licht, van zijn blonde haar tot zijn huidskleur.
'Ben je gisteravond wel thuis geweest?' vroeg Aidan, terwijl hij naar voren leunde met zijn handen in elkaar. Hij nam Lucs slordige uiterlijk in zich op.
Lucian zuchtte. 'Francovich bezorgt me grijze haren.' Hij ging aan zijn bureau zitten en leunde achterover. Zijn blauwe ogen stonden scherp, ondanks zijn gebrek aan slaap.
'Nog steeds geen nieuws over de vermiste dochter?' vroeg Aidan, ook achteroverleunend.
Lucian pakte een pen op en tikte op zijn notitieblok. Er stonden talloze aantekeningen op geschreven.
'Mijn bronnen zeggen dat Francovich tot over zijn oren in de mensenhandel zit. Ze beweren zelfs dat hij zijn eigen dochter heeft verkocht.'
Aidan ging rechtop zitten. 'We moeten hiermee kappen, Luc. Laten we de politie inlichten over wat we weten. Dit gaat onze pet te boven.'
Lucian zuchtte en knikte. Aidan had gelijk. Ze konden niet veel meer doen dan de politie inlichten over wat ze wisten. Normaal gesproken hielden ze zich bezig met ondernemingsrecht.
Francovich had zich tot hen gewend toen zijn bedrijf werd onderzocht op witwaspraktijken. Het was niet hun gebruikelijke werk, maar ze hadden de zaak aangenomen op aanbeveling van een vriend.
'Ga je vanavond naar het liefdadigheidsdiner in het Greenwood Museum?' vroeg Aidan, in een poging het gesprek een andere wending te geven.
Lucian trok een wenkbrauw op. 'Je weet dat ik ga. Cat vertelde me dat ze jou ook had gevraagd en dat je nee zei.'
Aidan zuchtte. 'Luc, ik hou van je zus alsof ze mijn eigen—'
Lucian lachte kort. 'Je kijkt niet naar haar alsof ze je zus is,' zei hij.
Aidan fronste naar hem. 'Het zal niet werken. Dat heb ik haar al vaak genoeg verteld. Ze luistert niet.'
'Dat komt omdat ze van je houdt. Dat heeft ze altijd gedaan.'
Aidan verschoof ongemakkelijk in zijn stoel.
'Oké, ik zal er niet meer over beginnen,' zei Lucian, terwijl hij opstond en naar zijn das reikte.
Hij moest toegeven dat het vermakelijk was om zijn zus, Catarina, en Aidan samen te zien. Het was de enige keer dat hij zijn beste vriend nerveus en tegendraads zag worden.
Hij wist dat Aidan van haar hield; zijn vriend had het alleen nog niet aan zichzelf toegegeven.
'Kom je vanavond?' vroeg Lucian terwijl hij zijn das omdeed.
Aidan trok een gezicht. 'Ik was niet van plan te gaan, maar ik heb Cat verteld dat ik al met iemand anders ging.'
Lucian lachte. 'Dat is jouw probleem, vriend.'
ARIA
De ochtendspits was voorbij en de vitrines waren meer dan halfleeg.
Ik sloot de kassa met een klik en zag hoe Dana de laatste twee klanten van verse koffie voorzag.
Met trek in een bakkie voor mezelf, liep ik naar het koffiezetapparaat.
Mijn telefoon ging af, luid spelend een deuntje van will.i.am en Britney. De bekende melodie was altijd te horen, zelfs in het drukke café.
'Hallo.' Ik klemde de telefoon tussen oor en schouder terwijl ik koffie inschonk.
'Goedemorgen, schoonheid.'
Ik moest meteen glimlachen. 'Hé Chad. Kom je een broodje halen?' vroeg ik, terwijl ik met mijn koffie naar de keuken liep.
Chad Whitcombe was mijn beste vriend en favoriete persoon op de hele wereld.
We leerden elkaar kennen op de universiteit, waar we allebei bedrijfskunde studeerden. Chad stapte echter over naar geneeskunde toen we beiden inzagen dat dat zijn ware roeping was.
Nu was hij een succesvolle arts in spe, met een salaris waar ik alleen maar van kon dromen.
'Ik zou vaker langskomen als je me een stille vennoot liet zijn,' zei hij plagend, maar ik wist dat hij het meende.
Ik trok een gezicht en zette mijn kopje op het aanrecht. Chad kende mijn problemen met de bakkerij en wilde altijd een handje helpen.
'Je weet dat ik je geld niet kan aannemen,' zei ik. We hadden dit gesprek al zo vaak gevoerd. Hij dacht waarschijnlijk dat ik begon te zwichten, maar dat was niet zo.
'Zo bedoel ik het niet. Het is een lening, Aria,' probeerde hij opnieuw. 'Je kunt me terugbetalen wanneer het je uitkomt.'
Wetend dat hij nooit een cent van me zou aannemen, veranderde ik van onderwerp. 'Hoe gaat het met Royce?'
'Ach, ik denk niet dat het iets wordt,' zei Chad verveeld. 'Hij wil dat we vaker in het openbaar uitgaan. Je weet hoe ik daarover denk.'
Ik knikte voor mezelf, wetend dat hij het niet kon zien. 'Chad, ooit moet het gebeuren. Je kunt dit niet eeuwig onder de pet houden. Niet als je gelukkig wilt zijn.'
'Ik ben er nog niet aan toe, Ari.' Hij klonk bedroefd. 'Daarom wilde ik je vragen om vanavond met mij mee te gaan naar een liefdadigheidsdiner.'
Typisch Chad, mij gebruiken als schijnvriendin op evenementen om de schijn op te houden.
'Chad...'
'Ik heb al een jurk voor je gekocht,' zei hij enthousiast. 'Je zult er geweldig uitzien. Je móét wel ja zeggen.'
Ik zuchtte, wetend dat ik zou toegeven, zoals altijd.















































