
Hoe diep we gaan
Auteur
Niccolite Slater (with S. S. Sahoo)
Lezers
545K
Hoofdstukken
20
Hoofdstuk 1
ANGELA
Geërgerd gooi ik mijn paardenstaart over mijn schouder, starend naar de rekening van het etentje die de serveerster een halfuur geleden op onze tafel heeft gelegd.
Pap praat met een zakenpartner en negeert mijn innerlijke onrust over de rekening van 300 dollar die me aanstaart en me uitlacht om wat ik straks onvermijdelijk moet gaan doen.
Pap heeft geen geld meer. Dat is al maanden zo, hoewel hij thuiskomt met leugens over hoe Carson Scientific nog steeds veel geld binnenhaalt.
Er is al meer dan een jaar geen winst gemaakt, maar op de een of andere manier houdt hij het draaiende. Tot nu toe.
Zonder een grote donatie of een sponsor raken we het bedrijf kwijt. Hoe jammer ik het ook zou vinden om de uitnodigingen voor de chique feestjes te verliezen, eigenlijk zal ik niets missen.
Ik heb mijn eigen studie betaald, ben afgestudeerd in biochemie aan Cambridge, en woon sindsdien op mezelf. Ik weet niet eens of Pap heeft gemerkt dat ik officieel het huis uit ben, en het kan hem ook niets schelen.
Mam is eenzaam, dat zie ik, maar ze zal de waarheid vroeg of laat onder ogen moeten zien.
Met nog een diepe zucht tik ik op tafel om aan te geven dat ik wegga, en Pap lacht breed als hij ziet dat ik de rekening pak. Ik haat het dat hij er gewoon van uitgaat dat ik het regel.
Hij heeft zich er nooit voor verontschuldigd dat hij het geld niet heeft om het te betalen—maar daar kan ik me nu niet druk om maken.
Ik maak me meer zorgen over hoe ik mijn huur deze maand ga betalen, want dit etentje gaat ten koste van het geld dat ik had gespaard om de stad te verlaten.
Ik heb hier niets meer te zoeken—als Carson Scientific failliet gaat, heb ik geen baan of bedrijf om op terug te vallen.
En met de elite die in deze stad rondloopt, zou de schande die constant boven mijn hoofd zou hangen me tegenhouden om ergens anders te werken.
Ik sjok naar de toonbank en geef de serveerster een klein, strak lachje. Ze kent me goed. We komen hier altijd, een schattig Italiaans restaurantje aan de rand van de stad.
De meeste leden van de elite blijven weg van dit soort kleine eettentjes, wat Pap de ruimte geeft om klanten te ontmoeten zonder bekeken te worden. Ze weten allemaal dat we eigenlijk blut zijn en ik denk dat hij het zat is om dat te horen.
“Laat hij je weer betalen?”
Ik haal mijn schouders op. “Ik heb liever niet dat hij het vraagt in het bijzijn van zijn nieuwste klant.”
Susie kijkt naar de tafel en dan weer naar mij. “Dat is geen klant, Angela.”
Dat weet ik. Mijn ogen glijden terug naar de tafel en vallen op de man naast mijn vader. Hij is niet veel ouder dan ik, misschien eenendertig of tweeëndertig, de zoon van de eigenaar van een bedrijf waarvan ik de naam niet eens kan uitspreken.
Hij zwemt in het geld en zijn kleding kost meer dan ik voor mijn studie heb betaald. Tenminste, zo ziet het eruit, en de helft van de woorden die uit zijn mond komen, klinkt alsof hij naast een woordenboek heeft geslapen.
Maar voor mij klinkt hij gewoon arrogant.
Dat maakt hem een favoriet van Pap.
En een mogelijke kandidaat.
De klanten die Pap ontmoet, zijn niet alleen om zijn bedrijf te redden, want dat is nooit de deal. De deal is mijn hand in ruil voor hun geld. We leven niet in de middeleeuwen, maar iemand is vergeten dat aan mijn vader te vertellen.
“Dus, wie is dit?” vraagt Susie, terwijl ze me in mijn zij port.
Ik hou van haar en haar gekke grapjes—ze is de enige vrouw die me bij mijn verstand houdt in deze stad. Ze is een van de weinigen bij wie ik niet hoef te doen alsof ik een verwaande, chique snob ben, en ze hoeft niet te doen alsof ze aan mijn voeten buigt.
“Riley Harrison.”
Susie trekt haar neus op terwijl ze om de toonbank loopt en de rekening van me overpakt. “Klinkt als een echte klootzak, maar hij is tenminste knap? Bij de laatste paar die je vader meebracht, was ik bang voor de kinderen die je zou produceren.”
Ik laat een bittere lach horen, want dat is de enige juiste reactie op zoiets. Er komen geen kinderen in deze huwelijken.
Ik zal maar lang genoeg blijven tot ons bedrijf weer wat voet aan de grond krijgt en daarna een manier vinden om vriendschappelijk uit elkaar te gaan met welke rijke man Pap me dan ook koppelt.
Helaas, hoe langer ik naar de donkerharige, arrogante kwal kijk die met mijn vader praat, hoe meer ik me realiseer dat ik mijn vrijheid niet wil verliezen.
Trouwen betekent meer regels waar ik me aan moet houden. Ik zal me een persona en een garderobe moeten aanmeten die daarbij passen, net als mijn moeder deed.
Ik vertel mezelf dat ze zichzelf verloochend heeft, vooral omdat ik de heldere blik in haar ogen zie wanneer ze naar jongere foto's van zichzelf kijkt.
Ik kan niet zo'n persoon zijn.
Susie tikt op mijn schouder en haalt me uit mijn gedachten. “Hé, meid. Ik heb wat dingen van de rekening gehaald. Het komt uit op honderdvijftig dollar.”
“Dat kun je niet blijven doen. Je baas maakt je af.”
“Ik kan het wel en ik doe het ook. Ik zeg wel dat die Riley boos werd of zoiets. Pak dit cadeautje aan, Angela. Je hebt een pauze nodig.”
Ik ga hierover niet met haar in discussie, want het betekent meer geld voor huur en dat heb ik wanhopig nodig. Ze haalt mijn pas erdoor en geeft me mijn bon nadat ik teken, waarna ze me nog één laatste stukje advies meegeeft.
“Als je niet wilt trouwen, doe het dan niet. Ik weet dat je vader zijn bedrijf probeert te redden en dat het een comfortabele positie is, maar het is het niet waard.”
Ik wuif het weg en ga via de achterdeur naar buiten, omdat ik niet wil dat Pap me weer in het gesprek trekt. Susie weet hoe het is om vast te zitten in een liefdeloos huwelijk. Ze heeft het zes jaar lang gedaan.
Maar ik heb niet de luxe om zomaar weg te lopen. Mijn vader in de steek laten staat niet op mijn bingokaart voor dit jaar, want dat zou mijn familie verwoesten.
Terwijl ik diep ademhaal, spring ik in mijn open jeep, genietend van de wind op mijn blote schouders. Het zijn de kleine vrijheden zoals deze die ik kwijt zou raken als ik getrouwd zou zijn met een CEO in de schijnwerpers.
Ik zou op mijn imago moeten letten, de auto die ik rijd, de kleren die ik draag en de emoties die ik op mijn gezicht laat zien. Ik ben waardeloos in het opvolgen van regels, en het wordt nog erger wanneer mensen me specifiek vertellen wat ik moet doen.
Riley lijkt me een man die niets minder dan totale gehoorzaamheid eist, maar als hij denkt dat ik me zomaar overgeef, dan heeft hij het goed mis.
















































