
Ontvoerd door Mijn Partner
3: Hoofdstuk 3
BELLE
Ik werd wakker met het gevoel dat ik werd verplaatst. Ik was me er vaag van bewust dat iemand mijn gordel losmaakte en me optilde. Ik opende mijn ogen.
Grayson had me op zijn schoot gezet zodat mijn knieën aan weerszijden van hem vielen. Hij legde mijn hoofd tegen zijn borst en sloeg zijn armen weer om me heen. Ik herinnerde me opeens dat ik in het vliegtuig zat en mijn hartslag versnelde. Hoe lang heb ik geslapen? Ik probeerde achterover te leunen om hem aan te kijken, maar hij verstevigde zijn greep op me.
"Nuh-uh. Niet zo snel. Je gaat nergens heen," zei Grayson kalm. Hij kuste mijn voorhoofd. "Ga maar weer slapen, Belle." En weer viel ik als een blok in slaap.
Ik droomde van handen die over mijn rug en middel van boven naar beneden bewogen, met mijn haar speelden, mijn heupen kneedden. Ik droomde van lieve kusjes op mijn oor, mijn neus, mijn voorhoofd. Ik droomde van een aanraking die voelde als vuurwerk dat langs mijn lichaam op en neer ging en uiteindelijk explodeerde in mijn borst, een warme gloed rond mijn hart achterlatend. Maar ik droomde vooral van zijn bosgroene ogen.
Toen ik voor de tweede keer wakker werd, was het enige waar ik me bewust van was hoe warm en vredig ik me voelde. Alles voelde zo...goed. Ik begroef mezelf dieper in de warmte en concentreerde me op het kleine vuurwerk dat op en neer over mijn rug ging. Het voelde geweldig. Ik slaakte een diepe zucht.
Toen werd mijn zucht plotseling herhaald door iemand anders en voelde ik een kus op mijn voorhoofd. Mijn ogen gingen open. Waar ben ik?
Ik keek boven me en zag Grayson. Hij had een arm om me heen, een hand ging op en neer over mijn rug en speelde met mijn haar. In zijn andere hand zat een telefoon waarmee hij iemand een bericht aan het sturen was. Zijn gezicht was samengetrokken, in volle concentratie. Ik zat op zijn schoot.
Mijn rug rechtte zich en zijn ogen schoten plotseling naar de mijne. Hij glimlachte. "Goedemorgen, schoonheid." Hij heeft echt iets met koosnaampjes. Ik probeerde van hem weg te komen maar hij greep mijn heupen vast. "Waar denk je dat je naartoe gaat?" zei hij.
Ik leek me te herinneren dat hij me op zijn schoot had gezet. Ik gluurde naar hem.. "Waarom zit ik op je schoot?" Hij haalde zijn schouders op. "Je bleef in je slaap naar me toe bewegen, probeerde je gezicht in mijn nek te leggen en bleef maar jammeren. Dus toen het lampje van de veiligheidsgordel uitging, heb ik je verplaatst naar waar je het liefst wilde zijn."
Ik voelde het bloed uit mijn gezicht wegtrekken toen ik me voorstelde hoe ik in mijn slaap naar hem toe kroop. het bloed stroomde meteen weer naar mijn wangen toe, toen ik me zijn lippen in mijn nek herinnerde. Hij voelde waar mijn gedachten heen gingen en zei: "Niet dat ik het erg vond." Hij grijnsde. Grijnsde!
Ik lachte bespottelijk en probeerde zijn handen van me af te halen zodat ik terug naar mijn stoel kon. "Je kunt hier blijven. Echt, het is prima," zei hij. "Nee, dat is het niet," zei ik, eindelijk ontsnappend aan zijn klemmende greep. Ik slaakte een zucht van verlichting toen ik weer in mijn eigen stoel gleed. Ik schaamde me dood. Waarom moet ik toch zo raar doen tegenover de eerste man in jaren tot wie ik me aangetrokken voel?
"Het spijt me. Ik heb meestal persoonlijke grenzen. Ik weet niet wat er vandaag met me aan de hand is." Hij wuifde het gewoon weg en zei dat het niet erg was. "Hoe lang heb ik geslapen?" Hij keek op zijn horloge. "Ongeveer acht uur."
Ik hapte naar adem. "Heb ik acht uur geslapen?" Hij knikte, een glimlach verscheen op zijn gezicht. "Je hebt me acht uur lang op je laten slapen?" vroeg ik, compleet en volkomen geschokt. Hij knikte opnieuw. "O mijn God." Ik legde mijn handen op mijn gezicht.
"Als het helpt," zei hij, "ik ben ook even in slaap gevallen. Het was de beste nachtrust van mijn leven." Ik keek naar zijn grijnzende gezicht en vernauwde mijn ogen. "Weet je, toen je van stoel wisselde met de kerel die naast me zou zitten, was ik eigenlijk opgelucht.
"Maar misschien was het beter geweest om naast die enge kerel te zitten die naar mijn borsten staarde. Misschien was ik dan niet in mijn slaap op zijn schoot gekropen." Het was bedoeld als een luchtige grap, maar toen ik Grayson aankeek, kon ik zien dat hij het niet zo opvatte. Zijn ogen werden weer zwart, zijn kaak balde zich en aders puilden uit zijn nek en voorhoofd. Hij zag er moordlustig uit.
"O mijn God. Is alles goed?" Hij gaf geen antwoord. In plaats daarvan sloot hij zijn ogen, greep de zijkanten van zijn stoel stevig vast en haalde diep adem. Ik begon me zorgen te maken. Ik wist niet helemaal wat er aan het gebeuren was, maar om de een of andere reden wilde ik dat Grayson oké was. Ik wilde hem geruststellen. "Kan ik iets doen?" Hij zei niets. "Grayson?", probeerde ik opnieuw.
Bij het horen van zijn naam schoten zijn ogen naar de mijne, en ik schrok van hun zwartheid. Een gerommel kwam van diep uit zijn borst terwijl hij de achterkant van mijn nek vastpakte en mijn gezicht naar het zijne bracht. Hij drukte zijn neus in mijn nek en begon diep te ademen. Zijn hele lichaam was aan het trillen. "Ik hou ervan als je mijn naam zegt," zei hij. Zijn stem klonk nu dieper, ruwer, in niets lijkend op de tederheid van eerder.
Hij leunde achterover en keek diep in mijn ogen. Ik had schrik moeten hebben van hoe zwart zijn ogen waren. Ik bedoel, hij zag er gewoon bezeten uit. Maar om de een of andere reden vond ik zijn zwarte ogen bijna net zo mooi als zijn groene. "Blijf hier," zei hij duister. "Niet bewegen." Ik knikte, zonder enige intentie om tegen zijn bevelen in te gaan terwijl hij er zo dodelijk uitzag.
Ik keek toe hoe hij opstond en zich een weg baande naar de voorkant van het vliegtuig, door de kleine deuropening die naar de eerste klas sectie leidde. Ik leunde achterover in mijn stoel. Misschien moet hij gewoon naar het toilet...
Maar toen hoorde ik mensen schreeuwen en de stewardess rende het gangpad op. Passagiers stonden op uit hun stoelen. Ik sprong op en rende naar de eerste klas om te zien wat er aan de hand was. Daar aangekomen, deed het tafereel dat zich voor mijn neus afspeelde mijn hart stilstaan.
Grayson hield meneer de Gluiperd bij zijn nek in de lucht. Probeert hij hem te vermoorden? Er waren mensen om hem heen die zijn aandacht probeerden te trekken en aan hem trokken zodat hij zou stoppen de gluiperd te wurgen.
Maar Grayson bewoog niet. Hij was als een standbeeld. Hij probeerde hem te vermoorden.
Graysons greep op de nek van meneer de Gluiperd werd met de seconde strakker. Van iedereen die hem smeekte om te stoppen, was er één man die het hardnekkigst was.
Hij schreeuwde: "Alfa! Alfa! Stop! Je gaat hem vermoorden!"
Grayson schonk hem geen aandacht en kneep alleen maar harder in de nek van de gluiperd. Ik duwde me door de menigte mensen heen en baande me een weg naar hem toe.
"Grayson!" riep ik toen ik hem eindelijk bereikt had. Ik ging recht voor hem staan en probeerde zijn aandacht te trekken. "Wat ben je aan het doen?"
Zijn ogen kruisten de mijne en ik deed een stap achteruit. Hij was angstaanjagend.
Zijn nek was twee maten gegroeid en aders liepen over zijn gezicht en rond zijn zwarte ogen. Hoektanden staken onder zijn lippen uit en schuim verzamelde zich rond zijn snauwende mond.
"Partner, aan de kant," zei hij tegen me met een uitdrukking die geen ruimte liet voor discussie.
Graag.
Ik deed een paar stappen achteruit, doodsbenauwd, toen een hand mijn pols greep en me terug naar de deuropening achterin trok. Ik draaide me verbaasd om. Het was de man die Grayson eerder "Alfa" had genoemd.
"Ben jij zijn partner?" vroeg hij verwoed.
Ik wist niet wat hij bedoelde. "Wat? Nee!" zei ik, in een poging aan zijn greep te ontsnappen. Hij liet me niet los. Maar toen herinnerde ik me vaag dat Grayson me eerder zo had genoemd.
"Ik weet het niet!" schreeuwde ik.
Hij trok zijn neus op en snoof de lucht op.
Wat krijgen we nou?
"Je bent een mens," concludeerde hij. "Maar je ruikt naar de alfa."
"Wat?" gilde ik.
"Kijk, er is geen tijd om het uit te leggen. Als je hem niet kalmeert, dan vermoordt hij die man."
Ik keek om naar Grayson en zag dat hij meneer de Gluiperd nog steeds aan het wurgen was, wiens gezicht nu paars werd terwijl hij naar lucht hapte en aan Graysons hand krabde.
"Hem kalmeren? Hoe moet ik hem kalmeren? Hij is iemand aan het wurgen!" schreeuwde ik.
"Raak hem aan, praat met hem, wat dan ook! Zorg dat hij stopt!"
Ik keek naar de man voor me. Hij had een paniekerige uitdrukking op zijn gezicht.
"Hem aanraken?" vroeg ik. Dat kon ik doen. Ik kon hem aanraken. Ik was hem de hele vlucht al aan het aanraken.
De man knikte bemoedigend en trok me mee naar Grayson.
De stikkende man bewoog steeds langzamer en zijn hoofd begon naar één kant te zakken. Shit... Ik moet iets doen.
Ik haalde diep adem en legde toen een trillende hand op Graysons schouder.
"Grayson?" vroeg ik. Hij draaide zijn hoofd om me aan te kijken. Ik slikte. "Hou alsjeblieft op. Je doet hem pijn."
Hij gromde, hij gromde echt. "Nee." Zijn blik ging weer naar de gluiperd.
Wel, dat haalde niet veel uit.
Ik draaide me om naar de man achter me.
"Blijf het proberen!" schreeuwde hij.
Ik jammerde, stapte toen voor Grayson en legde mijn handen aan weerszijden van zijn woeste gezicht zodat hij gedwongen werd me aan te kijken.
"Grayson, stop ermee. Je maakt me bang."
Dat deed hem pauzeren. Zijn ogen verzachtten een beetje. Zijn greep moet losser zijn geworden, want ik hoorde plotseling verwoede happen naar lucht.
Het lukt me! Het werkt!
Maar toen verhardde zijn uitdrukking.
"Partner, aan de kant, of ik verplaats je. Ik ben de dreiging aan het afhandelen. Ik ben je aan het beschermen."
Zijn stem was dodelijk.
Ik deed een stap naar achter en draaide me om naar de man die me in deze puinhoop had gebracht.
Ik had weer in mijn leuke, gezellige stoel kunnen zitten, alleen, zonder me met dit alles bezig te moeten houden. Maar nee! In plaats daarvan moest ik de woedende demonenman aanraken. Ik moest praten met de psychotische man die iemand aan het wurgen was!
"Wat nu?" vroeg ik hem.
"Kus hem!" schreeuwde hij.
"Wat?" gilde ik. "Nee! Dat doe ik niet!"
"Ik weet dat dit eng is, maar we hebben geen andere optie! Of je kust hem, of die man sterft. Het is aan jou."
Dit sloeg nergens op. Waarom zou het helpen om Grayson te kussen? Ik keek naar de man die hij in zijn greep had. Meneer de Gluiperd was bijna helemaal slap geworden, alleen zijn voeten schokten nog een beetje. Grayson stond op het punt de klus af te maken.
Ik moest wel iets doen.
"Fuck it," zei ik. Ik greep Graysons gezicht en plantte mijn lippen op de zijne.
Eerst reageerde hij niet. Het was alsof ik een heel warm, heel smooshy standbeeld kuste.
Maar toen mompelde hij iets tegen mijn lippen: "Partner."
Grayson trok mijn lijf tegen het zijne aan en duwde zijn tong in mijn mond, waarmee hij meteen de dominantie over de mijne opeiste.
Hij streelde de rondingen van mijn lichaam met zijn enorme vingers en ik hoorde meneer de Gluiperd op de grond vallen. Ik was me vaag bewust van gehijg en gesputter toen Grayson mijn kont vastgreep en me in zijn armen optilde. Vervolgens sloeg hij mijn benen om zijn middel en droeg me uit de eerste klas cabine.
Nee, nee, nee! Dit was niet wat ik wilde. Het plan was een snelle kus op de lippen. Ik wilde hem gewoon tegenhouden zodat hij die gluiperd niet zou laten stikken en dan maken dat ik wegkwam.
Ik had niet gedacht dat hij me mee zou nemen naar mijn onvermijdelijke ondergang.
Ik haalde mijn lippen van de zijne, in de hoop dat hij zou stoppen en me neer zou zetten, maar hij gromde alleen maar en begon langs mijn nek omlaag te kussen, nog steeds op weg naar God weet waar.
"Grayson, wat doe je? Zet me neer!" zei ik, kloppend op zijn schouders.
Man, is deze man gemaakt van staal of zo?
Hij stopte zelfs niet even.
"Partner. De mijne," zei hij waarna hij verderging mijn nek met open mond te kussen.
Ik gluurde over zijn schouder naar de 'behulpzame' man van daarnet. Hij stond daar gewoon naast de deuropening die naar de eerste klas leidde en bekeek ons terwijl mensen zich verdrongen rond de gluiperd die het amper overleefd had
"Help!" riep ik naar hem.
Hij haalde zijn schouders op en gaf me een blik die zei: Wat wil je dat ik eraan doe?
Ik wilde schreeuwen.
Wat was er in godsnaam aan het gebeuren? Ik had me mentaal voorbereid op een lange, ongemakkelijke vlucht. Dit was zo veel meer dan dat..
Grayson droeg me naar de toiletten van het vliegtuig en zette me snel neer op de kleine wastafel. Hij positioneerde zichzelf tussen mijn benen en pakte mijn heupen vast.
"Grayson, wat-"
Zijn lippen waren plots terug op de mijne.
En mijn God, wat voelde dat goed.
Pro Tip!
Je vindt kortingen, promoties en de laatste updates op onze [https://www.facebook.com/groups/galatea.stories](Galatea Facebook) groep! Word vandaag nog lid van onze community!
Continue to the next chapter of Ontvoerd door Mijn Partner