
Koningin van Mijn Hart
Auteur
Lezers
354K
Hoofdstukken
20
Hoofdstuk 1
RONALD
„Ik denk dat dit alles is voor vandaag, Gabriel. Ik moet nu naar huis. Je weet dat Alessandra niet zonder mij gaat slapen,“ zei Ronald, terwijl hij opstond uit de stoel achter zijn bureau en zijn mappen begon te ordenen.
Hij was de documenten aan het uitzoeken om te bepalen welke hij in het weekend mee naar huis nam om aan te werken en welke hij op kantoor achterliet.
„Geen probleem. We zijn klaar met ons werk voor vandaag. Jemma maakt zich vast ook zorgen om mij,“ antwoordde Gabriel.
„Dan kun je maar beter met je reet uit die stoel komen en die zwangere vrouw niet laten wachten,“ waarschuwde Ronald.
„Je hebt gelijk, bro. Tot maandag. Doe de groeten aan Alessandra,“ zei Gabriel, terwijl hij opstond en Ronald een afscheidsknuffel gaf.
„Doe ook de groeten aan Jemma. We komen dit weekend waarschijnlijk wel even bij jullie langs,“ zei Ronald.
„Ik weet zeker dat ze dat leuk zal vinden,“ zei Gabriel, voordat hij het kantoor van Ronald uit liep.
Ronald Gidwani was een succesvolle directeur. Hij was niet de rijkste man van het land, maar hij hoorde zeker bij de top zes. Hij was een alleenstaande vader van zijn schattige zesjarige dochter, Alessandra.
De vader van Ronald was twee jaar geleden overleden. Hierdoor bleef hij achter met zijn moeder, zijn jongere zusje Elena, Alessandra en zijn beste vriend Gabriel.
De CEO van een telecombedrijf zijn was geen makkelijke taak, maar Ronald redde zich goed, omdat hij een harde werker was.
Ronald wist zeker dat Alessandra nog wakker zou zijn, ook al was het nog maar net voor negenen. Ze was eraan gewend dat hij haar een verhaaltje voorlas. Daarom zou ze niet gaan slapen zonder dat hij haar instopte.
Ronald was het niet gewend om lang op kantoor te blijven. Vandaag was een uitzondering omdat hij zoveel te doen had.
Daarnaast had het de hele dag geregend. De regen was in de avond erger geworden en hij vond het geen goed idee om met dat soort weer te rijden.
Als de CEO en oprichter van zijn bedrijf had Ronald het mooiste, grootste en duurste kantoor in het gebouw.
Nadat hij de documenten op zijn bureau had uitgezocht, stopte hij degene die hij mee naar huis nam in zijn bruine leren tas. Hij pakte zijn mobiele telefoons en stopte ze in zijn zak, waarna hij het kantoor verliet.
In plaats van de lift te gebruiken, nam Ronald de trap, omdat deze een kortere weg naar de ondergrondse parkeergarage had.
Hij bereikte de parkeergarage vrijwel direct en liep naar zijn auto, die stond geparkeerd op de plek die was gereserveerd voor de CEO.
De parkeergarage was stil, op het geluid van de regendruppels na. Het regende nog steeds, maar de regen was niet meer zo hard als een uur geleden.
Ronald had zijn chauffeur al naar huis gestuurd toen hij besefte dat hij lang op kantoor zou blijven, dus had hij geen andere keuze dan zelf te rijden.
Ronald legde zijn tas op de achterbank. Hij ging op de voorstoel zitten, startte de motor en reed de parkeergarage uit.
Ronald en zijn chauffeur namen meestal een kortere weg. Maar vandaag was het anders omdat hij de afslag miste, dus besloot hij de langere route te nemen.
Ronald zag dat de meeste winkels gesloten waren en dat zelfs de weg vrij leeg was. Dit was erg vreemd. „Misschien komt het door de regen,“ fluisterde hij tegen zichzelf.
Bij een rood stoplicht trok iets Ronalds aandacht.
Het regende buiten, dus alles was een beetje vaag. Maar hij zag een vrouw op de grond liggen met een klein meisje van hooguit drie jaar oud dat naast de vrouw knielde.
Met haar kleine handjes bleef het kind het bovenlichaam van de vrouw schudden. Ze smeekte haar om op te staan.
Het stoplicht sprong op groen. Ronald schudde zijn hoofd en reed weg. Het was tenslotte niet zijn probleem.
Hij reed verder naar zijn huis, maar kon het beeld van de jonge vrouw op de grond en het intens huilende kleine meisje niet uit zijn hoofd zetten.
Ronald slaakte een diepe zucht. Hij keerde de auto om en reed terug naar de plek waar hij ze eerder had gezien.
Hij zette de motor van de auto uit, deed zijn jasje uit en legde het op de bijrijdersstoel.
Ronald herinnerde zich dat hij een paraplu in de kofferbak had en pakte deze zodra hij uitstapte. Hij klapte de paraplu uit en liep naar de mensen toe die hij wilde helpen.
„Mama, ik ben bang. Word alsjeblieft wakker,“ zei het kleine meisje huilend. Ze bleef het lichaam van haar moeder schudden. Zowel het kleine meisje als haar moeder waren doorweekt.
„Hé.“ Ronald hurkte naast het kleine meisje.
„Mama,“ zei ze, wijzend naar de vrouw op de grond, terwijl er nog meer tranen over haar gezicht rolden.
„Het is goed. Je moeder komt wel weer in orde. We moeten haar naar het ziekenhuis brengen,“ zei Ronald met een luide stem, omdat de regen harder werd. Hij belde het alarmnummer, en al snel arriveerde er een ambulance met loeiende sirenes.
Terwijl hij de paraplu boven hun hoofden hield, hielp hij de ambulancebroeders om de driejarige de ambulance in te tillen.
De ambulancebroeders ontfermden zich over haar bewusteloze moeder.
Ronald zag overal bloed. Hij kon alleen niet zien welk deel van haar lichaam bloedde. Hij zag ook een blauwe plek op haar gezicht en haar arm. Ze zag eruit alsof ze door iemand was geslagen.
Hij draaide zich weer naar het kleine meisje. Ze keek hem aan met haar grote blauwe ogen. Ze trilde van de kou.
Hij klom in de ambulance, pakte zijn jasje, haalde zijn telefoons uit de zak en sloeg het jasje om haar heen.
„Dank je wel,“ fluisterde ze. Als Ronald niet op haar had gelet, had hij niet gemerkt dat ze iets zei.
„Wat zeg je?“ vroeg hij met een gefronste blik.
„Mama zei dat als iemand mij helpt, ik dank je wel moet zeggen.“
„Graag gedaan.“ Ronald glimlachte naar haar terwijl hij haar gordel vastklikte. „Dus, hoe heet je?“ vroeg hij haar.
„Adriana. En mijn mama heet Raina. En jij?“ vroeg ze hem.
„Ik ben Ronald,“ antwoordde hij, en ze knikte.
„Mag ik je oom Ronnie noemen?“ Ze keek hem aan met haar onschuldige ogen.
„Natuurlijk!“ antwoordde hij hartelijk. „Ik zie je in het ziekenhuis, oké?“
Terwijl de ambulancebroeders Raina op de brancard in de ambulance tilden, stapte hij uit, ging in zijn auto zitten en volgde de ambulance naar het ziekenhuis.









































