
Meer dan zwartwit boek 2: King
Auteur
A. Duncan
Lezers
735K
Hoofdstukken
38
Hoofdstuk 1
Boek 2: King
KING
In een zee van zwart haar en smaragdgroene ogen roept een prachtige vrouw mijn naam. Ze is als een meer vol schoonheid en elegantie, maar vol geheimen. Angst woelt in die smaragden - diepgeworteld en niet zomaar te vergeten.
“Laat me je naar huis brengen, engel.”
Ik wist niet zeker of ze me dat zou laten doen. We zitten al eeuwen in het ziekenhuis bij Kallie, in afwachting tot ze wakker wordt, tot ze ons laat zien dat ze nog bij ons is.
Verdomme, Kallie, word wakker.
Angst vulde die groene ogen toen ze naar me keek. Ik kan het haar niet kwalijk nemen. Ik ben als al haar nachtmerries die tot leven komen.
Maar zij is de laatste persoon die ik ooit pijn zou doen, en ik zou alles doen om haar te beschermen. Dat is het minste wat ze verdient. Ik ken haar verleden niet, maar ik kan aan de blik in haar ogen zien dat ze er nog steeds bang voor is, er nog steeds van droomt.
Ik wou dat ik die diepgewortelde geheimen kende.
Ze moet iets in mijn eigen ogen zien. Misschien is het de vermoeide angst om mogelijk iemand te verliezen van wie ik hou, of de uitgeputte vermoeidheid van de baas te moeten zijn. Hoe dan ook, ze knikt, en ik leid haar naar mijn auto en de donkere nacht in.
De rit is volledig stil. Alleen de weerspiegeling in het raam laat me weten dat ze nog wakker is. Ze heeft haar armen niet gekruist, maar haar handen zitten stevig weg onder haar dijen.
Mijn eigen hand grijpt het stuur terwijl haar geur de auto vult. Zodra ik parkeer, doet ze haar deur open alsof de auto in brand staat.
“Hier is prima, King.”
“Niets van. Ik wil zeker zijn dat het hier veilig voordat ik vertrek. Gun me dat tenminste.”
Ze lacht zachtjes maar opent de deur en laat me binnen. Dan loopt ze naar de badkamer.
Het kost niet veel moeite om rond te kijken in dit kleine studio-appartementje. Het is volledig open, en het meeste meubilair komt uit Bishops oude appartement in Seattle.
Er staat een groot bed in het midden van de kamer, samen met een klein keukentje en een zithoek.
Ik besluit te wachten tot ze naar buiten komt wanneer alles me ineens lijkt te raken. Mijn ademhaling begint mijn borst zwaar te laten aanvoelen. Ik ben moe, en het is niet alleen mijn lichaam.
Ik voel de vermoeidheid helemaal tot in mijn botten.
Ik ga zitten op de rand van het bed in het midden van deze grote kamer, en leun voorover met mijn ellebogen op mijn knieën. Ik leg mijn hoofd in mijn handen en vraag me af of ik ooit wat rust zal vinden. Al is het maar een beetje.
Het is niet alsof ik om een leven lang vraag, want ik weet dat een man zoals ik nooit een gelukkig einde zal krijgen.
Ik voel haar zachte vingers over mijn polsen glijden en omhoog naar mijn handen, dan door mijn haar op mijn hoofd. Mijn lichaam reageert instinctief op de warmte van haar lichaam dat voor me staat.
Bij haar thuis lijkt haar angst voor mij verdwenen. Of misschien lijk, ik in mijn zwakke staat, veiliger.
“King? Gaat het?” vraagt ze.
Ik vouw mijn armen los en ik sla ze om haar middel, waarna ik mijn voorhoofd tegen haar buik leg. Ze verstijft niet en ze duwt me niet weg.
Ik haal diep adem. Ze ruikt naar lavendel en voelt als thuis. Voor heel even kan ik weer ademhalen.
Terwijl ik haar vingers door mijn donkere haar voel gaan, sluit ik mijn ogen en laat los, laat ik de gevoelens de overhand nemen. Ik voel hoe haar nagels lichtjes over mijn hoofdhuid krabben, hoe ze kippenvel veroorzaken.
De geur van deze vrouw, haar zachtheid tegen me - het doet me alles vergeten wat morgenochtend op me wacht.
Er zijn geen papieren, geen vergaderingen, en geen telefoontjes om me op voor te bereiden. Er zijn geen bedrijven om te contacteren, geen mannen om in het gareel te houden, en geen moeilijke beslissingen te nemen.
Kallie probeert ons niet te verlaten, en mijn broers zijn allebei oké. Voor heel even heeft niets of niemand me nodig.
Mijn schouders zijn vrij van verantwoordelijkheid.
“Laat me voor je zorgen, King.”
Ik knik alleen maar tegen haar buik en voel haar handen over mijn rug glijden, waar ze de onderkant van mijn shirt vastgrijpen en omhoog trekken. Ze duwt me naar achteren zodat ik haar moet aankijken, zodat ik in die prachtige ogen moet staren, maar toch moet ik het haar vragen.
“Weet je dit zeker? Want dit is alles wat ik kan geven.”
“Ik weet zeker dat ik het beter niet doe, maar toch moet ik het doen. Jij bent niet de enige die verlichting nodig heeft.”
Er zijn nooit betere woorden uitgesproken. Maar zodra ik Laken Nash proefde, wist ik dat ik in de problemen zat.
Er zit geen angst meer in haar, voor nu. Alleen het comfort van elkaars lichamen en de troost van onze zielen. Het maakt alleen maar een verlangen in me wakker, diep van binnen, dat nooit bevredigd zal worden.
***
Sinds we Kallie terug hebben, zijn we alleen nog maar bezig met de nasleep van de puinhoop die de gouverneur en Soren hebben veroorzaakt. De nasleep die alleen onze duistere soort aankan.
Soren zal nooit gevonden worden, en Kallies vader heeft met James Ashford afgerekend.
Bovendien zijn er ook nog de gevolgen van het hoofdletsel dat Kallie heeft opgelopen. Hoofdpijn die haar erg ziek maakt en haar urenlang in een donkere kamer laat verschuilen,.
Gelukkig nu minder vaak, maar ze komen nog steeds op de meest willekeurige momenten. Maar wie zijn wij om te klagen? Ik heb liever hoofdpijn dan een begrafenis.
Ik ben net langsgegaan bij een paar bedrijven die het slecht lijken te doen, wanneer mijn telefoon maar blijft overgaan. Ik heb hem al meerdere keren naar de voicemail laten overgaan.
Ik heb ook nooit rust. Iemand heeft altijd iets nodig. Ik ben al in een slecht humeur en neem mijn zeurende telefoon op zonder zelfs te kijken wie belt, want ik ga neem aan dat het een van mijn broers is.
“Met King, hou het kort,” eis ik.
“King, ik ben het,” zegt Laken aarzelend.
“Laken, is alles in orde?”
“We moeten praten. Het gaat over de nacht dat we samen waren.”
“Laken, hoe zeer ik die nacht ook genoten heb, ik denk niet dat het verstandig is om het nog een keer te doen. Ik doe niet aan relaties.”
Ze snuift. Serieus, ze snuift alsof dit het gekste is wat ze ooit gehoord heeft.
“Ik ook niet, King. Ook al was die nacht voor mij ook aangenaam, geloof me, daarom bel ik niet. Je hebt iets belangrijks achtergelaten.”
“Ik weet vrij zeker van niet.”
“O, ik weet vrij zeker van wel.” Haar stem is nu sterker.
“En je vertelt me dit nu pas? Dat was maanden geleden.”
“Ik ben er net achter gekomen.”
“Prima. Wat is het?”
“King, ik ben zwanger van jouw baby.”
“Verdomme! Weet je zeker dat ik niet gewoon mijn portemonnee heb achtergelaten?”
Bishop vertelde me ooit dat het lot en vrije wil samenwerken. Het leven verandert afhankelijk van je keuzes.
Maar lotsbestemming? Dat is echt een kreng. Ze komt je achterna en verandert alles wat je gepland had. Doe geen moeite om het tegen haar op te nemen.
De uitkomst zal toch hetzelfde zijn.
Mijn naam is King Constantine. Ik ben de Don van het grootste syndicaat in de VS.
En ik ben niet bang om dat kreng, de lotsbestemming, te vertellen dat ze kan opdonderen.
















































