
Een fijne verhouding
Auteur
Mel Ryle
Lezers
4,7M
Hoofdstukken
30
Word op en ruik de intimidatie
ZOEY
Sinds ik zes jaar geleden afstudeerde aan de Universiteit van Illinois, liep het allemaal niet zoals ik had gedacht.
Misschien kwam dat wel omdat ik eigenlijk geen echt plan had.
Vroeger had ik overal een plannetje voor.
Maar dat was een paar jaar terug, en sindsdien is er heel wat veranderd.
Ik had een diploma Bedrijfskunde op zak. Mijn droom was om Reclamemanager te worden.
Ik vond de strategie achter het werk geweldig.
Op alle niveaus betrokken zijn bij een organisatie.
Uitzoeken wat een bedrijf echt was en waar ze behoefte aan hadden.
En hoe je dat aan de buitenwereld kon laten zien zonder het met zoveel woorden te zeggen.
Ik hield van wat ik deed.
Nou ja, wat ik probeerde te doen.
Ik was er nog niet helemaal.
Net van de universiteit noemde ik mezelf zo.
"Een aspirant Marketingmanager."
Maar die titel gebruiken werd steeds lastiger naarmate de tijd verstreek.
Een gezondheidsprobleem in de familie - mijn moeder kreeg te horen dat ze een hoge bloeddruk had - zette mijn leven op z'n kop.
Zoiets had ik nog nooit meegemaakt, het zette me echt aan het denken over mijn leven.
Over wat er echt toe deed voor mij.
Natuurlijk wilde ik carrière maken en succesvol zijn. Mijn hele familie hoopte dat voor me.
Maar als het ten koste ging van wat echt belangrijk was, kon ik het dan bovenaan mijn lijstje zetten?
Uiteindelijk moest ik kiezen: gaan voor de baan die mijn carrière kon lanceren of mijn ouders bijstaan in de moeilijkste periode van hun leven...
De keuze was toen makkelijk. Ik volgde mijn hart... en zette mijn carrière even op een laag pitje om mijn familie te helpen.
We hadden geluk en mijn moeders gezondheid verbeterde. Maar tegen die tijd waren de stage en latere baan aan mijn neus voorbijgegaan.
Ik heb nooit spijt gehad van die beslissing.
Ik was blij dat ik er kon zijn toen mijn moeder me nodig had, en de vertraging in mijn carrière nam ik op de koop toe.
Ik vond het niet erg om de handen uit de mouwen te steken.
Lange dagen te maken.
Al die dooddoeners.
...Maar eerlijk is eerlijk, sommige dagen op sommige banen stelden mijn geduld behoorlijk op de proef.
***
"Zoey? Oooooh, Zoey?" Ik hoorde meneer Daniels door de muur roepen en ik rolde met mijn ogen.
Ik zat in de personeelsruimte, las een online tijdschriftartikel en probeerde buiten beeld te blijven.
Ik deed mijn oordopjes in en concentreerde me op mijn artikel.
Hawksley Heeft Een Hete! Excentrieke CEO's Nieuwe Landontwikkelingsproject is een Ambitieuze Onderneming.
Ik was gek op gebouwen, en elk kantoor en hotel dat Hawksley Enterprises neerzette was om van te smullen. Ik volgde alles wat ze deden op de voet.
Tijdens mijn studie Bedrijfskunde had ik me in ze verdiept, maar daar deed ik nu helemaal niks meer mee.
Op mijn zevenentwintigste zag het er niet naar uit dat ik snel carrière zou maken in het bedrijfsleven.
Mijn studietijd leek al een eeuwigheid geleden, en ik had nooit gedacht dat ik als secretaresse bij een reclamebureau zou belanden.
Maar ik had verplichtingen.
Tegenover mijn ouders. Nu mijn moeder niet meer kon werken, hadden ze hulp nodig met de rekeningen.
Tegenover mijn vriend. Als hij in de stad was tenminste.
Tegenover mijn huisbaas.
En nu helaas ook tegenover Vlashion, het reclamebureau dat ik twee jaar geleden in de "Gevraagd" advertenties in de krant had gevonden.
Ze zochten een secretaresse, en ik had werk nodig.
Na mijn afstuderen was ik de weg een beetje kwijt en had ik moeite om weer aansluiting te vinden bij mijn oude studiegenoten.
Ik baalde er niet van dat mijn carrière nog niet van de grond was gekomen. Ik had gewoon de juiste baan nodig om op stoom te komen.
Niet dat dit die baan zou zijn.
Vanaf dag één wist ik dat hetzelfde wat me mijn vorige banen had doen verliezen, me ook deze zou doen opgeven, vroeg of laat.
Slechte behandeling.
Meneer Daniels, of Don zoals hij me soms vroeg hem te noemen, had geen boodschap aan professionaliteit of respect, of toestemming vragen zoals de rest van de wereld.
En ik was degene op wie hij het gemunt had.
Toen ik hem buiten hoorde lopen, schoof ik stilletjes mijn stoel achter de muur met kluisjes. Als hij de personeelsruimte in zou komen, zou hij me misschien over het hoofd zien.
Als ik niet snel las, zou ik de rest van de dag alleen maar bezig zijn met het verzinnen van smoesjes om nee te zeggen tegen het etentje, de borrel na het werk of het late drankje dat hij bijna dagelijks voorstelde.
Niet aan die vent denken, zei ik tegen mezelf. Je hebt tien minuten. Lezen!
Hawksley Enterprises had een groot feest in hun nieuwe Britse kantoor in Londen, met de high society, beroemdheden, modeontwerpers, van alles en nog wat.
Het artikel ging over hoe goed het bedrijf het had gedaan in vastgoed in de Verenigde Staten, Australië en Europa, en vertelde dat ze ook voet aan de grond probeerden te krijgen in Azië en Latijns-Amerika.
"Toon wat wereldwijd initiatief!" zei hun CEO Julian Hawksley graag.
Het zag ernaar uit dat 'Hawksley' binnenkort net zo'n begrip zou zijn als 'Rockefeller' vroeger.
Er stond een video bij het artikel: een interview met Julian en Jensen Hawksley, de eigenaren van het bedrijf.
Ik startte de video, en zag de drukke straten van Londen achter de twee knappe mannen voorbij flitsen.
Julian nam als eerste het woord en beantwoordde een vraag. "De locatie is geweldig - fantastisch! We geven je zo een rondleiding, kom mee!"
Jensen, de serieuzere jongere broer, schraapte zijn keel, en Julian rolde met zijn ogen en kalmeerde wat.
Julian zag er een beetje wankel uit. Hij had duidelijk al wat champagne op, en hij haalde zijn schouders op naar zijn kleine broertje, zonder spijt te hebben van het feestgedruis.
Julian ging verder, "We zijn erg blij met de plek, maar ik wil meer! We zitten in Londen, we zitten in New York City, er komen er nog een paar in Azië en Europa!
"Ik zal je vertellen waar ik helemaal wild van ben - beginnen in de Windy City!"
Jensen knikte en nam het woord, "Ja, we kijken naar een nieuw kantoor in de VS. Er zouden veel dingen uitgezocht moeten worden, vooral voor een gebouw zo groot als we voor ogen hebben. Dus verwacht het niet van de ene op de andere dag -"
Julian greep Jensen bij de schouder, plotseling opgewonden. "Maak je geen zorgen! Een toast!"
Hij probeerde uit een champagneglas te drinken, maar het was leeg.
Ik rolde met mijn ogen maar moest glimlachen. Zeg wat je wilt van een feestbeest als Julian Hawksley, hij leek me wel een toffe peer.
Jensen zei, "Hoe dan ook, niet op korte termijn, er komt veel bij kijken: toegang tot water, transport, dicht bij het centrum en het zakendistrict - er is veel..."
Ik dacht aan mijn thuisstad, en somde in gedachten de verschillende wijken op die zouden passen bij wat de rijke heren zochten...
Wrigleyville... Lincoln Park... Streeterville... The Loop... South Loop...
Ik lachte hardop.
Wie hield ik voor de gek? De kans dat deze gedachte ook maar iets uitmaakte was nul komma nul. Niet zo hoog van de toren blazen, meid, zei ik tegen mezelf.
Mond dicht. Je hebt dingen te doen.
In de video had Julian op de een of andere manier een fles champagne te pakken gekregen en hij ontkurkte hem met een luide knal.
Meneer Daniels moet aan de deur hebben staan luisteren, want direct daarna zwaaide de deur van de personeelsruimte open en kwam hij binnen. Hij keek rond en zag me in de hoek zitten.
"Ik dacht al dat ik je hier zou vinden..." zei hij, terwijl hij de deur zachtjes sloot, in de hoop dat niemand buiten hem naar binnen had zien gaan.
"Jep..." zei ik, proberend hem te negeren, hopend dat hij de hint zou snappen.
Meneer "Don" Daniels snapte nooit een hint.
"Ach schatje, kun je niet wat enthousiaster zijn? Ik weet dat je niet dol bent op dit werk - maar het betaalt je rekeningen, toch?" zei hij.
Dat soort praat maakte me echt pissig. Ik zei, "Ik doe mijn werk altijd heel goed en zorgvuldig -"
Hij wuifde met zijn hand, liep naar me toe en begon mijn schouders te masseren. "Ik weet dat je dat doet. Ik voel gewoon... kom op, je weet wel."
Mijn lichaam verstijfde. Wie dacht hij wel niet dat hij was om me aan te raken?
"Nee, ik weet het niet. Ik weet wel dat ik nog drie minuten pauze heb," zei ik, terwijl ik mijn telefoon en mijn snack in mijn tas stopte en probeerde op te staan.
Hij liet me gaan, maar volgde me naar mijn kluisje. Hij leunde ertegen en zei, "En wat zouden we in drie minuten kunnen doen?"
"Pardon, meneer Daniels."
"Zoey... Don, kom op, één keertje maar. Ik wil dat je me 'Don' noemt," zei hij.
"Meneer Daniels, ik wil nu deze kamer uit."
"'Don,' ik wil...?"
Ik keek hem met een serieus gezicht aan.
Hij stak zijn handen op alsof hij zich overgaf. "Jeetje, wat een serieus gezicht! Oké. Ik kwam hier binnen om meer papier voor de kopieermachine te halen, je hebt het weer op laten raken -"
"Dat is niet waar, hij zit bomvol! Ik vul hem elke ochtend bij!"
"Nou, doe het dan voor mij, oké? Ik wil er zeker van zijn dat we niet zonder komen te zitten. We zijn een reclamebureau, kunnen niet zonder papier zitten, pak een nieuwe doos."
Ik rolde met mijn ogen, met zin om hem eens flink de waarheid te zeggen. Dat slaat nergens op.
Het kon hem geen bal schelen of we zonder papier kwamen te zitten, hij wilde me alleen maar zien bukken om een doos op te pakken, zodat hij naar mijn kont kon gluren.
We bewaarden extra papier in de personeelsruimte bij het brandalarm, zodat het kantoor er netjes uitzag voor klanten.
Helaas voor mij was er geen manier om de doos op te tillen zonder mijn achterwerk te laten zien.
Ik bukte om de papierdoos vast te pakken, toen Daniels achter me kwam staan en tegen me aan drukte. "Help met je evenwicht," zei hij.
Mijn gedachten raasden. Ik dacht niet dat ik in gevaar was, maar ik zou Daniels niet laten beslissen.
Ik moest nu meteen deze kamer uit en bij hem vandaan, en het eerste wat ik zag was het brandalarm.
Ik dacht niet na - ik reikte ernaar en trok er zo hard als ik kon aan!
Een lang RRRRRRRRRRRRRIIIIIIIIIIINNNNNNNGGGGGGG gilde door het hele kantoor, en voetstappen donderden door het gebouw terwijl iedereen vertrok.
Meneer Daniels staarde naar het geluid en was voldoende afgeleid dat ik hem gemakkelijk weg kon duwen, waarbij ik de doos papier in zijn armen duwde.
"Neem jij hem maar!" zei ik, en rende de kamer uit, waarbij ik de deur dichtsloeg.
Ik voegde me bij de menigte kantoormedewerkers die naar de uitgangen gingen. Ik haalde mijn schouders op samen met mijn collega's, alsof ik van niks wist. "Een brandoefening?" "Wie zal het zeggen?"
Terwijl ik met iedereen naar buiten liep, kwam Daniels uit de personeelsruimte met de papierdoos, en keek woest naar me vanaf de andere kant van de lobby.
Niet de blik van een boze baas, maar van een jager wiens prooi hem te slim af was.
Niet elke dag was zo erg als dit laatste incident in de personeelsruimte, maar het was ook niet zijn slechtste gedrag.
Genoeg is genoeg, dacht ik bij mezelf.
Ik moet echt op zoek naar een nieuwe baan!










































