
Artemis' cadeau
De Arrogante Koning
PENNY
Wat een onbeschofte vent, dacht ik terwijl ik de zachte, dikke vacht van mijn broer vasthield. Maar zijn wolf was prachtig... De mooiste die ik ooit heb gezien. Ik zuchtte bij die gedachte. Hij was het echt.
In het maanlicht leek zijn vacht donkergrijs, maar ik wist dat het eigenlijk bijna zwart was, met witte en zwarte plukken erdoorheen.
Fascinerend vond ik het.
Ik vroeg me opnieuw af hoe hij er in menselijke vorm uit zou zien. Ik had de koning nog nooit in menselijke vorm gezien. Vast groot en sterk.
Waarschijnlijk had hij mooi haar op zijn buik.
En ik wedde dat hij een mooie... Ik voelde mijn wangen gloeien.
„Bedankt. Ik dacht dat ík je favoriet was,“ zei Jake, waardoor ik uit mijn dagdroom schoot.
Ik lachte en aaide hem. „Jij blijft altijd mijn favoriet. Je bent mijn broer. Breng me ver weg van die nare vent.“
„Ja, mevrouw,“ grinnikte hij.
Hij rende naar ons huis en zette me neer voor hij van gedaante verwisselde. Ik was eraan gewend mijn broer zonder kleren te zien, dus het deerde me niet meer. Ik zag hem niet als een man. Voor mij was hij gewoon mijn broer.
We gingen naar binnen en ik draaide me bezorgd naar hem toe. Ik herinnerde me dat hij het feest had verlaten om mij te helpen. Papa zou dat niet leuk vinden, en misschien zou de koning ook boos op hem zijn.
Hij leek me het type dat gemeen zou doen tegen mijn broer omdat die de regels niet volgde of zoiets.
„Wordt papa niet boos dat je niet terug bent gegaan naar het feest?“ vroeg ik bezorgd.
„Welnee. Ik blijf liever bij jou. De andere wolven proberen allemaal in een goed blaadje te komen bij de koninklijken,“ zei hij ontwijkend.
„Ach ja. De meisjes geven niet om je, dus kom je maar naar je zus?“ plaagde ik.
Hij werd rood en ik schoot in de lach. Ik omhelsde hem stevig, blij dat hij bij me zou blijven.
Ik had geluk met zo'n broer. Hij zorgde altijd dat het goed met me ging. Eigenlijk had hij voor me gezorgd sinds we klein waren.
Natuurlijk, omdat weerwolven zo sterk waren, kon ik als mens gemakkelijk gewond raken. Helaas geen snelle genezing voor mij.
„Eerst douchen. Ik moet de plekken schoonmaken waar die nare vent me heeft aangeraakt,“ zei ik opgewekt.
„Hij is wel onze koning, hè,“ lachte Jake.
„Wat voor koning behandelt zijn volk zo? Ik weet dat ik niet echt een van jullie ben, maar...“
Jacob legde zijn grote hand op mijn schouder en keek me opeens ernstig aan.
„Je hoort er wel bij, Penny. Denk nooit van niet.“
Ik glimlachte naar hem en kuste zijn wang. Hij was de beste. Ik had echt geluk met zo'n broer. Dat kon ik niet vaak genoeg zeggen.
„Bedankt, maar ik ga toch eerst.“
Hij lachte en mopperde wat voor hij me liet gaan. Ik liep de trap op naar mijn slaapkamer en de badkamer die we deelden.
Die was blauw geverfd met witte tegels, en ik had zelf wolven op de witte wandtegels geschilderd. Ik trok mijn kleren uit voor ik de douche aanzette.
Onder de douche dacht ik na over wat er eerder was gebeurd. Ik had de lycan ontmoet en het overleefd.
Hij was zo knap. Ik kon me elk detail helder voor de geest halen. Ik moest het tekenen.
Dat deed ik meestal met alles wat me bezighield. Tekenen klaarde mijn hoofd, en ik wist dat het me zou helpen mijn gevoelens te begrijpen, want ik was behoorlijk in de war over hem. Hij was erg onbeleefd, maar...
Er leek meer achter te zitten. Ik wist hoeveel de wolven van hem hielden en hem respecteerden. Ook had het fijn gevoeld toen hij me aanraakte.
Ik had hem maar een paar minuten gezien en ik had al gemengde gevoelens over hem.
Ik waste me snel maar grondig, trok toen mijn pyjama aan en ging naar mijn kamer. Ik ging bij mijn raam zitten en keek naar de maan voor ik begon met het tekenen van de indrukwekkende wolvenvorm van de lycan.
Ja. Hij was net zo knap als hij gemeen was, dus zeker iets om te tekenen.
Ik tekende tot laat en besloot naar bed te gaan. Ik hoorde mijn broer snurken in de kamer ernaast. Ik grinnikte en kroop in mijn bed. Die nacht had ik een droom.
Ik droomde over de knappe lycan, en hij was veel aardiger tegen me op een vreemde, romantische manier die me liet weten dat het zeker een droom was.
Ik werd vroeg wakker omdat het vandaag werkdag was. Ik moest de wolven helpen met de was. Ik vond het werk niet erg.
Eigenlijk vond ik het geweldig, omdat ik naar muziek kon luisteren en met mijn vrienden kon kletsen. Het was altijd fijn om samen te werken voor de roedel.
Ik verliet mijn kamer en zag door de open deur dat mijn broer nog in diepe slaap was. Altijd zo'n sloddervos. Ik ging zijn kamer in en trok het laken weer over hem heen voor ik wegging.
Als toekomstig alfa waren zijn taken anders dan de was doen of de vloeren van het roedelhuis dweilen, dus hij kon uitslapen op werkdag.
Ik pakte wat fruit in de keuken beneden en bad stilletjes dat ik de koning niet zou tegenkomen voor ik naar de wasruimte van het roedelhuis ging.
Ik wilde mijn ochtend niet verpesten door zijn boze blik of gemene opmerkingen.
Iedereen groette me onderweg naar het roedelhuis, en ik zwaaide terug terwijl ik mijn fruit at.
Toen ik het roedelhuis naderde, zag ik dat Kyle op me stond te wachten bij de ingang. Hij zwaaide zodra hij me in het oog kreeg.
Zijn lichtbruine haar glansde in de ochtendzon. Hij zag er goed uit. Hij was niet zo gespierd als mijn broer, maar Kyle was slechts een bewaker, dus hij hoefde niet zo intensief te trainen als mijn broer.
Hij had speelse blauwe ogen, en dat maakte hem bijna net zo populair bij de meisjes als mijn broer, behalve dat het hem koud liet.
Ik had gevraagd of dat was omdat hij in het algemeen niet van meisjes hield, maar hij had alleen zijn schouders opgehaald en gezegd dat hij niet geïnteresseerd was in de liefde.
Dat begreep ik nooit, want ik was dol op romantiek. Ik was een vierentwintigjarige maagd, nou en?
Een partner vinden was het belangrijkste voor een wolf, maar het kon hem niet schelen. Hij zei altijd: „Ik heb de tijd, Penny.“ Dat klopte, maar soms voelde ik me in de weg staan.
Hij wilde nooit dat ik bij hem weg was, en dat kon zijn mogelijke partner afschrikken. Ik wilde niet degene zijn die tussen hem en zijn partner in stond. Dat zou me pijn doen.
„Klaar voor een zware werkdag?“ vroeg ik toen we samen op de veranda van het roedelhuis stonden.
Hij trok een gezicht en ik giechelde. Ik wist dat Kyle een hekel had aan werkdag, maar hij deed het voor mij. We wilden altijd tijd samen doorbrengen. Het was nooit genoeg. We waren echt beste vrienden.
We gingen naar binnen en liepen rechtstreeks naar de wasruimte op de begane grond. Ik zette onze favoriete muziek aan, en Britney Spears's „(You Drive Me) Crazy“ begon te spelen.
De vrouwelijke wolven die ons hielpen lachten toen ik het strijkijzer pakte en begon te dansen en mee te zingen. Ik hield van die momenten, en ze lieten me de onbeleefde lycan bijna vergeten. Bijna.
Maar toen dacht ik aan zijn sterke spieren. Zijn boze gezicht.
Ik voelde een rilling over mijn rug lopen.
Een rilling van angst.
En van iets anders ook.
Continue to the next chapter of Artemis' cadeau