
Reaper's Claim Boek 2
Auteur
Lezers
369K
Hoofdstukken
30
Pijnstillers
SEIZOEN 2
‘Geproduceerd door: Jenn Sherman’
‘Geschreven door: Ilan Benjamin & Ellis Stump’
‘Geluid door: Oskar Allen & Fionn McNeill’
ABBY
Hoe ben ik hier beland? Hoe ben ik hier in vredesnaam beland?
Dat bleef ik mezelf maar afvragen. Ik keek hoe de mannen om me heen met geld gooiden naar het halfnaakte meisje dat langs een paal naar beneden gleed.
Ik zat in een zachte stoel in de Red Flower. Dat is een luxe stripclub in the middle of nowhere. Ik werd omringd door vreemden. De lucht stonk naar zoet parfum en sigaretten.
Twee uur ten oosten van het gebied van de Satan’s Sons.
Twee uur rijden van mijn huis. Van mijn vader, mijn tweelingzus, van hem…
Kade.
Maar dat deed er nu niet meer toe. Ik had een nieuw thuis. Een nieuw doel. Het maakte niet uit of ik veel om stripclubs gaf. Ik had in elk geval een goede reden om nu afgeleid te zijn.
„Schoonheid, ik neem je mee naar huis!“ riep een van de mannen naar het arme meisje, terwijl hij geld naar haar gooide.
Ik rolde met mijn ogen. Geen enkele vrouw, stripper of niet, zou die dikke, harige rukker ook maar met een vinger willen aanraken.
Maar zolang de mannen naar haar keken, keken ze tenminste niet naar mij.
En daar kon ik prima mee leven.
Ik nam nog een slok van mijn whisky en probeerde al mijn spijt weg te slikken. Ik deed er alles aan om niet aan het verleden te denken. Toen voelde ik dat er iemand naast me kwam zitten.
„Geniet je van de show?“
Ik draaide me om en zag Damon. Hij had een gin-tonic in zijn hand. Zijn strakke maatpak met pied-de-poule-motief zat strak om zijn gespierde lichaam.
De man was gebouwd als een kooivechter, maar kleedde zich om indruk te maken. Zijn plagende lichtbruine ogen lieten zien wat voor player hij was.
Als je daar lang genoeg in keek, zou je zweren dat hij je beschermer was. Vrouwen vielen massaal voor hem. Verdomme, ik was daar zelf waarschijnlijk ook schuldig aan.
Maar ik had echt nooit toegegeven aan zijn versiertrucs. Na alles wat ik had meegemaakt... mannen waren, wat mij betrof, geen verdomde seconde van mijn tijd meer waard.
„Niets wat ik niet eerder heb gezien,“ zei ik. Ik nam verveeld nog een slok van mijn whisky en genoot van het brandende gevoel.
„Dat is wat ik zo leuk aan je vind, Abby,“ zei Damon met een lachje. „Jij laat je niet verrassen. Niet door een naakt meisje. En ook niet door een man die zwaarbewapend is.“
Ik zag vaag de vormen van zijn pistool onder zijn colbert. Het leek op een revolver met een korte loop.
Als je bent opgegroeid tussen bikers, leer je dat soort details wel herkennen.
„Is er een reden waarom je nu met mij praat in plaats van een lapdance te nemen?“ vroeg ik geërgerd.
„Die is er,“ zei hij knikkend. „En je weet precies waar dit over gaat.“
Zaken.
Hij hoefde het niet eens te zeggen. Ik snapte het al. Ik had Damon ontmoet in een louche bar langs de snelweg. Dat was blijkbaar zijn bar. Sindsdien had hij heel duidelijk gemaakt wat ik voor hem was.
Niet zomaar een grote mond met een paar mooie tieten. Nee, Damon zag potentie. Hij zag een koude en brute kant in mij. Ik had dat zelf nooit gezien, totdat…
Totdat Reaper me alleen achterliet, na alles wat hij had beloofd.
Totdat mijn hart in een miljoen stukjes brak.
Totdat ik besloot om de Satan’s Sons te verlaten. Ik reed de leegte in met maar één doel voor ogen. Ik wilde de persoon kapotmaken die ik altijd als Abby Harrison had gezien.
En een nieuw iemand worden.
Toen Damon me had voorgesteld aan de Hellbound bende, was ik eerst op mijn hoede.
Ze hadden dan wel geen patches of Harley-motoren, maar wat maakte dat uit? Het bleef een groep moordenaars.
Hun dure en glanzende stijl hield me geen seconde voor de gek. Je kunt zoveel dure drank kopen als je wilt. Een bende is nog steeds een bende.
Maar de motorclub waarin ik was geboren en getogen, liet me nooit echt meedoen. Damon deed me daarentegen een serieus aanbod. Ik hoefde niet zomaar een sletterig clubmeisje te zijn.
Nee, Damon wilde me een baan geven binnen de gelederen van Hellbound.
Een baan, zo beweerde hij, die alleen een meisje zoals ik kon doen.
„En?“ vroeg hij ongeduldig. „Blake gaat niet eeuwig wachten.“
Blake. De grote baas. De neef van Damon kwam bijna nooit in dit soort bars. Hij hield van zijn privacy. En hij leidde Hellbound met harde, verdomde hand.
Ik had hem nog steeds niet ontmoet. Maar iedereen praatte over Blake alsof hij een soort God was. Alwetend. Doodeng.
Ik voelde een rilling over mijn rug lopen toen hij zijn naam noemde. Ik probeerde het te verbergen door mijn glas whisky leeg te drinken.
„Ik weet het niet zeker,“ zei ik. „Je vraagt nogal wat.“
„Kijk eens om je heen, Abby,“ zei Damon, terwijl hij een hand op mijn schouder legde.
Het gevoel van zijn eeltige hand op mijn blote huid deed me bijna ineenkrimpen. Ik had sinds Kade geen enkele man meer aan me laten zitten. En daar had ik een goede reden voor.
Maar Damon probeerde me alleen maar te overtuigen. Hij was niet aan het flirten. Grotendeels niet, tenminste.
„Zie je deze gasten om je heen?“ vroeg hij, terwijl hij van de een naar de ander wees. „Eric is al zes jaar deel van onze familie.
„Liam?“ ging hij verder. „Pas een paar weken. Hij is nog onervaren, maar hij heeft al veel opgegeven om zich Hellbound te mogen noemen.“
Ik keek van Eric naar Liam. Ik had met geen van beiden veel gesproken. Maar ik kon hun loyaliteit van kilometers afstand herkennen.
„En?“ vroeg ik. „Wat is er met hen?“
„Ze hebben bewezen dat ze een deel van deze familie zijn, Abby. Ben jij klaar om hetzelfde te doen?“
Het was moeilijk te geloven. Liam was een schattig ogende jongen. Hij bloosde toen een vrouw haar tieten in zijn gezicht duwde. Had hij echt gedaan waar Damon het over had?
Liam had gemoord.
En nu wilde Damon dat ik hetzelfde zou doen.
„Wat zeg je ervan, Abby?“ vroeg hij me opnieuw. „Ben je klaar om een van ons te worden?“
Ik mocht dan wel het idee van Abby Harrison hebben vernietigd.
Maar was ik ook klaar om een echte moordenaar te worden?
REAPER
Vanaf het eerste moment dat ik Abby ontmoette, wist ik dat dat meisje mijn ondergang zou worden. En als je de Reaper zelf de dood in jaagt, zegt dat wel wat.
Ja. Ik wist dat ze een ramp zou zijn. Ik wist dat ze me kapot zou maken en in stukken zou achterlaten. Ik wist het allemaal, en toch besloot ik haar de mijne te noemen.
En kijk eens wat het verdomme met me heeft gedaan. Niets had me hierop kunnen voorbereiden.
„Wil je nog een lijntje, baby?“ spinde het meisje naast me.
Ze droeg alleen een string. Maar alles aan haar stootte me af. Van haar uitgelopen zwarte make-up tot haar eindeloze trek in drugs.
Toch hield ik haar in de buurt. Gezelschap, zelfs van de slechtste soort, is beter dan niets.
„Geef hier,“ gromde ik.
Ze deed wat haar werd gezegd. Ze gaf me de spiegel aan met de coke. Het was versneden met God-weet-wat.
We snoven al twee weken lang aan één stuk door coke. We stopten alleen om meer drank te halen en af en toe wat te rotzooien.
Maar we neukten niet. Ik wist dat daar niets goeds van zou komen.
Dat niet alleen. Op een zieke manier probeerde ik mezelf waarschijnlijk nog steeds op te sparen voor Abby.
Dat is fucking bizar. Ze was er immers als een speer vandoor gegaan nadat ik was vertrokken. Zelfs voordat ik terug kon komen om de boel te lijmen.
Waarom had ik me door Amber laten chanteren om weg te rennen?
Amber zat nu aan de andere kant van het land. Ze deed God weet wat. De hele Shields-familie was opgerot. Ze lieten mij achter in de puinhoop.
En nu was Abby ook weg. Ze negeerde me volkomen. Zouden we ooit nog de kans krijgen om onszelf uit te leggen?
Op dat moment gaven de zonden uit het verleden of de gemaakte fouten me niets meer. Het kon me alleen schelen wat ze precies op dit moment aan het doen was. En of ik ooit nog iets van haar zou horen.
Hoop is wat je uiteindelijk verdomme echt de das omdoet.
Ik wilde net nog een lijntje snuiven toen mijn telefoon trilde op de glazen tafel. Ik negeerde dat ding al eeuwen. Maar toen ik de naam van de afzender zag, kon ik het niet laten.
Ik moest wel even kijken.
Trigger
ff opletten
Trigger
roach komt naar je toe
Reaper
Wat de fuck wil hij?
Reaper
Hoe weet hij überhaupt waar ik ben?
Trigger
je bent niet moeilijk te vinden, reaper
Trigger
denk dat het over abby gaat
Ik liet mijn telefoon zakken. Mijn ogen werden groot van ongeloof. Waar kon Roach het in vredesnaam met mij over willen hebben? Sinds hij me had betrapt terwijl ik zijn dochter neukte, was ik eigenlijk dood voor hem.
Toen ik wegrende na de bedreigingen van Amber, nam ik aan dat Abby klaar met me was. Ik dacht dat ze was teruggekeerd naar Kim en haar vader. En dat was het dan.
Maar als Roach nu onderweg hierheen was, moest het wel serieus zijn.
Ik gooide de spiegel, de coke, alles aan de kant. Ik sprong meteen op.
„Wat is dit nou?!“ zei het meisje. Ze probeerde haastig de restjes coke op haar tandvlees te smeren. „Waarom doe je dat?“
„Eruit,“ zei ik.
„Ben je seri—“
„Nu.“
Ze keek me in de ogen en ik zag de angst het overnemen. Ze wist dat ik verdomme geen grapje maakte. Ze stond op en rende zonder een woord de kamer uit.
Ik haalde diep adem. Ik had geen idee hoe lang het zou duren voordat Roach hier was. Maar ik moest eerst het een en ander opruimen.
Ik had de restanten van de drugs nog niet eens kunnen verstoppen. Toen werd er al hard op de deur geklopt.
Fuck, dat ging snel.
„Een seconde,“ zei ik. Ik propte alles wat ik kon in een lade en liep naar de voordeur.
Ik deed de deur open en zag de President zelf. Hij keek kwaad, omdat hij hier überhaupt moest zijn.
Maar wat nog erger was: de man zag er bezorgd uit.
„We moeten praten, Reaper.“
***
Ik ijsbeerde heen en weer. Ik kon niet stilzitten en werd helemaal gek. Ik kon niet geloven dat ze al drie maanden weg was en dat Roach het me nu pas vertelde.
Abby was... vermist? Wat betekende dat in godsnaam? Vermist, net als je sleutels ofzo?
„Waar is ze in vredesnaam naartoe gegaan?!“ riep ik.
„Dat weet ik verdomme niet!“ brulde Roach terug. „Denk je dat ik hier zou zijn als ik dat wist?“
Ik schudde mijn hoofd. De twee weken aan coke en het gebrek aan eten eisten hun tol op mijn uitgeputte lichaam.
„Ga je in godsnaam nou eens zitten?!“ zei hij radeloos.
Ik had geen zin om te zitten. Maar ik deed het toch. Gewoon om meer antwoorden uit die klootzak te krijgen.
„Vertel,“ zei ik. „Wat weet je?“
„Niets,“ gaf hij toe. „De enige reden dat ik hier nu ben, is omdat Kim in haar eentje naar haar is gaan zoeken. Ze is nu ook weg. Allebei mijn meiden. Ik...“
Roach brak en keek weg. Ik wist dat dit de enige zwakke plek van de stoere klootzak was. Het idee dat de tweeling allebei vermist was.
Het maakte hem duidelijk helemaal kapot.
Nu wist niemand waar een van de meiden was.
„Ik weet niet wat ik moet doen,“ gaf hij toe. „Jij bent de allerlaatste persoon op aarde naar wie ik toe wil gaan. Maar als ze in gevaar zijn...“
„Heb je mij nodig.“
Hij knikte. Nu pas nam hij mijn uiterlijk in zich op. Hij bekeek ook het krot dat ik mijn thuis noemde.
„Had ik al gezegd dat je er belabberd uitziet?“ vroeg hij.
„De volgende keer zal ik me voor je opmaken,“ snauwde ik terug.
Roach glimlachte heel even. Maar toen keerde de angst terug in zijn gezicht. Hij keek naar beneden naar zijn handen. Hij was een vader, doodsbang voor de veiligheid van zijn kinderen.
„Wat gaan we in hemelsnaam doen, Reaper?“
Ik stond op. „Ik zal je vertellen wat we gaan doen, Roach. We gaan ze vinden. Allebei.“
Hij keek me in de ogen en zag dat ik het meende.
Kut, Abby Harrison mocht dan wel mijn leven op zijn kop hebben gezet. Maar ik was niet van plan om haar zomaar te laten verdwijnen.
Ik kom eraan, Abby, dacht ik. Zelfs als het mijn dood wordt, ik ga je vinden.











































