Galatea Logo
Klantenservice
Bekijk categorieën
Beoordeeld met een 4,6 in de appstore
ServicevoorwaardenPrivacyImpressum
Galatea on FacebookGalatea on InstagramGalatea on TikTok
Cover image for Verbonden met mijn stiefvader

Verbonden met mijn stiefvader

Auteur
Daphne Anders
Lezers
17,3K
Hoofdstukken
41
Auteur
Daphne Anders
Lezers
17,3K
Hoofdstukken
41
🐺Paranormaal🐺Weerwolven en Shifters💘Voorbestemde partners👩‍❤️‍👨Uitverkoren partner🧙‍♂️Paranormaal en fantasy💪🏻Alfamannetjes💪Sterke vrouwen🧑🏽‍🦳Leeftijdsverschil

Ava, een twintigjarige studente en half mens, half weerwolf, heeft haar moeder al jaren niet gesproken. De nieuwste echtgenoot van Ava’s moeder, Lucas Blackthorn, Alpha van de Blackthorn-roedel, belt Ava op een dag met verontrustend nieuws: haar moeder is overleden. Maar niets bereidt haar voor op de waarheid die zich begint te ontrafelen op het moment dat ze Lucas oog in oog komt te staan. Hij is haar partner.

Hoofdstuk 1

AVA

„Dit is Lucas Blackthorn.“ De stem was zacht, ruw en gespannen, maar wakkerde iets in me aan alleen al door ernaar te luisteren. Ik bevroor op mijn plek, terwijl mijn hand trilde toen ik de telefoon tegen mijn oor hield.
Ik kende de naam. Niet heel goed, maar goed genoeg. De nieuwe man van mijn moeder. De man met wie ze trouwde nadat ze, opnieuw, uit mijn leven was verdwenen. Ik had nog nooit met hem gesproken en hem nog nooit in het echt ontmoet, maar in de meest letterlijke zin was hij mijn stiefvader.
Ik hoorde een ademhaling aan de andere kant van de lijn. Toen zei hij zacht maar beslist: „Ik bel met… moeilijk nieuws. Je moeder is gisteravond overleden.“
De woorden drongen eerst niet tot me door. Ze bleven in de lucht hangen, schokkend en stil. „Ze—wat?“
„Ze is rustig in haar slaap gestorven.“ Zijn stem trilde niet, en sloeg ook niet over. „Het spijt me dat ik degene ben die je dit moet vertellen.“
Ik staarde wezenloos uit het raam van het café. De bomen buiten bewogen zachtjes in de wind en lachende groepjes studenten liepen voorbij, maar ik was onder water.
Ik dreef. Nee: ik verdronk.
Ik had mijn moeder al jaren niet gezien. Toen ik vorig jaar twintig werd, nam ze niet eens de moeite om te bellen. En nu zou ze dat ook nooit meer doen.
„Ik vond dat je het moest weten,“ ging Lucas verder. „De begrafenis is morgenavond in het Blackthorn roedelhuis in het noorden van Oregon. Ze zou willen dat je komt.“
Roedelhuis. De woorden galmden ergens in mijn achterhoofd en haalden half begraven herinneringen naar boven: aan scherpe tanden en zacht gehuil, aan de manier waarop mijn moeder soms naar de maan staarde alsof die alleen tegen haar sprak, aan het leven dat ze verkoos boven een leven met mij.
Mijn stem klonk kil en onverschillig, hoewel ik vanbinnen kapot was van gevoelens die ik niet eens begreep. „Oké.“
„Ik kan iemand sturen om je op te halen, of je het adres geven als je liever zelf komt.“
„Ik rijd er zelf naartoe,“ zei ik.
„Heel goed. Ik stuur je de coördinaten in een berichtje.“
Er viel een lange stilte. Ik dacht erover om op te hangen, maar deed het niet.
„Ze vroeg naar je, aan het einde,“ zei hij. „Ze hoopte dat je zou komen.“
Ik zei niets terug.
„Ik laat je maar weer,“ zei hij ten slotte. „Goede reis, Ava.“
Hij hing op voordat ik ook maar iets kon bedenken om te zeggen. Daarna staarde ik nog heel lang naar mijn telefoon.
***
Ik huilde niet: niet in de auto, niet tijdens het inpakken, en zelfs niet toen ik naar de oude foto keek die ik onderin mijn sokkenla bewaarde, die waarop ze mij als baby vasthield, haar gezicht moe maar stralend, haar wilde gouden haar wapperend in de wind.
Ze was al zo lang weg. Ze zei altijd dat de wolf in haar luider was dan de wereld om haar heen, en dat het haar wegtrok van het gewone leven. Daarom had ze mijn vader verlaten, daarom had ze mij verlaten.
Ik vertelde mezelf jarenlang dat het goed was, dat ik haar niet nodig had. Maar nu, terwijl ik naar de wildernis van Oregon staarde die zich voor mijn voorruit ontrolde, besefte ik dat ik dat nooit had geloofd. Niet echt. Ze was mijn moeder.
Ik reed urenlang naar het noorden, verder de wildernis in en verder weg van mijn oude leven. De stad uit, weg van alles wat ik kende. De dennenbomen stonden dichter op elkaar, ongewoon hoog.
Het gebied van de Blackthorn roedel stond op geen enkele GPS. Ik moest de coördinaten gebruiken die Lucas had gestuurd en ze handmatig intypen.
De weg veranderde eerst in grind en daarna in zand. Mist kroop langzaam tussen de bomen door. Er hing mos aan de takken.
Tegen de tijd dat ik bij de torenhoge poorten aankwam, slaakte ik een diepe zucht. Ik stapte uit de auto, het grind knisperend onder mijn zwarte leren laarzen.
Ik wist niet wat ik had verwacht: misschien een poortwachter of een bewaker. Misschien wel Lucas zelf. Maar er was helemaal niemand.
De poorten kraakten open alsof ze reageerden op mijn komst. Automatisch. Geluidloos.
Daarachter liep de weg omhoog door bomen die ouder waren dan de tijd zelf. Het bos doemde aan beide kanten op, uitgestrekt en dichtbegroeid. De lucht was hier scherper en dunner. Ik kon de dennengeur ruiken in de wind.
Ik volgde het kronkelende pad tot ik bij een open plek kwam. En daar was het. Het Blackthorn roedelhuis.
Het leek meer op een fort dan op een thuis. Het rees op uit de aarde alsof het eruit was gegroeid: hout en steen, zware houten balken, gebogen daken met een dikke nok.
Ik parkeerde aan de rand van de oprit en bleef een volle minuut in de auto zitten, mijn hart bonzend en mijn ademhaling onregelmatig. Ik was deels wolf en deels mens, en op dat moment voelde ik me bij geen van beide kanten thuishoren.
Er kwam niemand naar buiten om me te begroeten. Er keek niet eens iemand uit een raam. Ik voelde me als een indringer op de begrafenis van mijn eigen moeder.
Mijn vingers trilden toen ik mijn weekendtas pakte en de donkere nacht in stapte.
De voordeur torende voor me uit. Er stonden symbolen in gesneden die ik niet begreep. Spiralen. Klauwen. Halve manen. Wolven.
Ik hief mijn hand op en klopte zo hard als ik kon. Niets.
Ik wachtte en klopte toen nog een keer. Nog steeds geen antwoord.
Toen kraakte de deur een beetje open en onthulde de binnenkant van het roedelhuis: warm, stil, en allesbehalve uitnodigend.
Ik twijfelde even. Toen stapte ik naar binnen.
De geur trof me als eerste. Dennen, as, vacht. Oude rook. Natte aarde. De geur van mijn moeder die nog in de lucht hing.
De entree was leeg. Daarachter strekte zich een lange gang uit in het zicht. Donkere houten vloeren, dierenhuiden aan de muren en oude voorwerpen van de stam.
Ik klemde het handvat van mijn tas steviger vast en riep zachtjes: „Hallo?“
Geen antwoord. Het was veel te stil. Ik wist niet of ik hier wel welkom was.
Er lag een briefje op de houten tafel bij de lange trap. Mijn naam stond erop geschreven met zwarte inkt.
Ava, je kamer is aan het einde van de gang. De begrafenis is morgen bij zonsondergang. Rust goed uit.
Er stond geen naam onder. Toch wist ik van wie het was. Lucas. Mijn stiefvader. De man van mijn moeder.
Er stonden geen foto's van mijn moeder op schouwen of tafels. Er keken geen gezichten om de hoek van de deuren. Alleen het geluid van de wind tegen de ramen en de duisternis buiten die tegen het licht binnen drukte.
Ik liep door de gang naar de laatste deur, terwijl mijn laarzen weergalmden op de houten vloer.
Mijn kamer was eenvoudig: warm genoeg, voorzien van een bed, een houten ladekast en een klein raam dat uitkeek op de eindeloze rij bomen. Het maanlicht viel over het bed.
Ik zette mijn tas neer, maar ging niet zitten. Ik bleef daar heel lang staan, met mijn armen om me heen geslagen, starend in het niets.
Deze plek voelde niet als thuis. Het was niet per se verdriet dat me vulde. Het was de holle pijn van iets onopgelosts. Een wond die nooit echt was genezen.
Ik wist niet wie mijn moeder was geweest in haar laatste jaren. Ik wist niet waarom ze weg was gebleven, waarom ze niet had gebeld en waarom ze een leven had opgebouwd zonder mij.
Maar nu was ik hier. En morgen zou ik haar begraven op een plek waar ik nog nooit was geweest, tussen wolven die ik niet kende.
Ik had Lucas nog niet gezien. Dat vond ik best vreemd. Hij had me hier immers uitgenodigd en hij was mijn stiefvader. Maar mijn moeder had verteld dat hij de leider van de Blackthorn roedel was. Ik wist zeker dat hij zijn eigen taken had om voor te zorgen.
Het was zeven uur 's avonds en ik lag in bed, waarbij ik me door en door een halfbloed voelde.
Ik wist niet hoe ik een wolf moest zijn. Ik was niet gewend aan een roedelhuis. De paar keer dat ik had geprobeerd te transformeren, was ik machteloos. Ik kon mijn wolf niet eens helemaal naar voren halen. Ik was meer mens dan wat dan ook, ook al bewoog mijn wolf zich in mij.
Elk kraakje van het oude roedelhuis leek uitvergroot in het donker. De wind schraapte tegen de houten muren alsof hij klauwen had, en het verre gehuil van wolven—echte wolven, geen halfbloeden zoals ik—sneed door de nacht.
Ik lag op het vreemde bed met mijn ogen wijd open. De deken draaide zich om mijn benen heen.
Een deel van mij wilde geloven dat ik gewoon moe was, gewoon in de war. Maar onder mijn huid gonsde iets rusteloos. Het was een lichte trilling in mijn bloed die niets met cafeïne te maken had, maar misschien met iets anders.
Het kwam door het land. De lucht. De stilte. Alles voelde… afwachtend.
Ik rolde me om en drukte een kussen tegen mijn borst. Ik probeerde niet te denken aan de geur die nog in de kamer hing. Haar geur. De geur van mijn moeder. Elle.
Alleen al het denken aan haar naam voelde als spijt.
Ze verdween altijd en kwam altijd magerder terug, stiller, met ogen die wat afstandelijker stonden. Ze was nooit gemaakt voor een normaal leven, en zeker niet voor het moederschap.
Mijn vader zei ooit dat er een storm in haar ziel woedde: dat ze nooit op één plek bleef, omdat dat niet voor haar was weggelegd. Hij zei het vriendelijk, alsof het iets goeds was. Maar het voelde niet goed. Het voelde alsof ze ons in de steek liet.
Mijn maag knorde luid toen ik me op mijn zij draaide. Ik had niets meer gegeten sinds die ochtend, vlak voor het telefoontje.
Voordat de wereld op zijn kop stond.
Ik ging rechtop zitten en wreef in mijn ogen. Ik hoopte dat de pijn minder zou worden. Dat gebeurde niet.
Er werd zachtjes op de deur geklopt en ik schrok ervan op. De deur kraakte een klein stukje open en ik ving de glans van een dienblad op.
Toen verbrak een lage, fluweelzachte stem de stilte. Hij was het. „Mag ik binnenkomen?“ Toen zweefde dezelfde geur als eerder de kamer binnen, scherp en bedwelmend, en liet mijn hartslag stijgen.
Dennenbomen. As. Vacht. Oude rook. Natte aarde.
Mijn gezicht vertrok van verwarring toen ik mijn neus in de lucht stak en de rustige blik van Lucas ontmoette. Op dat moment wist ik het zeker. De geur was van hem.
De man van mijn moeder. Mijn stiefvader.
Lucas.

Ontdek Galatea

Oefening baart kunstEen onverwachte stormAAN DE IJSBAANDe Verloren Kroon Boek 1: De Academie van OswaldaNachten in Manesto

Nieuwste publicaties

Wat overblijft: Het verhaal van John BakerDe roos van de duivel 2: Geketende liefdeStandvastig en VurigGebroken 3: Voor altijd gebrokenZomermaan Boek 1: The Alpha’s Mate

Leeslijsten

Alles weergeven

Duik in romantische boekencollecties samengesteld door onze lezers.

Kidnapped by my mate

by celestial

5 boeken

Nieuwe Nederlandse

by Laura Twente

17 boeken

Nieuw nederlands mei 2025 (nl)

by Laura Twente

12 boeken

My Library

4 boeken

Boeken bewaren

by anita68

21 boeken

Winterhof

by celestial

4 boeken

Nederland weerwolven

by Laura Twente

11 boeken

Ahoeee!!!!

by jumpy_cumquat_679

4 boeken

Owned by the alphas

by Book mermaid

10 boeken

The Millenium Wolves

by LouiseC93

13 boeken

Fairy godmother Inc

by Book mermaid

8 boeken

Owned By the Alphas Saga

by jkc146

12 boeken

Ophelia Bell

by Jeanetta

35 boeken

Linda kage

by irisha20

20 boeken

F.R. Black

by Vikka9

8 boeken