
De alfa en de luna boek 1: zijn menselijke luna
Hoofdstuk 3
DARREN
Een bonzende hoofdpijn begroet me zodra ik mijn ogen open doe. Ik ben niet in mijn eigen kamer en er ligt een arm over me heen gedrapeerd. Ik kijk op en zie Emily, gewikkeld in een laken, naast me slapen.
Ik ben er vrij zeker van dat we vannacht niet samen naar haar bed zijn gegaan. Ik til haar arm voorzichtig op en van me af, wanneer ik zie dat we allebei naakt zijn. Ook zitten er bloedvlekken op de lakens onder me.
Ik probeer me de gebeurtenissen van gisteravond voor de geest te halen. Ik herinner me dat Emily een toost had uitgebracht en dat ik haar naar haar kamer begeleidde, omdat ze zo dronken was.
Maar daarna is alles wazig. Ik kan me niets meer van de afgelopen uren herinneren, maar ik besef me dat we seks moeten hebben gehad. Ik raap snel mijn kleren bij elkaar en sluip naar mijn appartement.
Gelukkig is het nog rustig in het roedelhuis. Ik neem snel een douche en probeer de gebeurtenissen van gisteravond na te lopen.
Ik kan niet zo dronken zijn geweest. Zoveel drankjes had ik niet op. Ik verlies nooit de controle. Ik vraag me af wat er gebeurd kan zijn. Ik zak in elkaar op mijn bed en val weer in slaap, aangezien het pas vijf uur 's ochtends is.
Een gedachtenlink van mijn moeder maakt me even later wakker: het is tijd voor ontbijt. Ik trek een korte broek en een T-shirt aan en loop naar de eetzaal.
De omega's zijn het ontbijt aan het opdienen wanneer ik de alfa tafel nader. Voordat ik kan gaan zitten, komt Emily naar me toe met een glimlach op haar gezicht.
Ze leunt naar me toe en fluistert in mijn oor: "Gisteravond was zo leuk."
Ik pak haar arm, misschien iets te ruw, en leid haar de eetzaal uit. Ik ben te overstuur om voorzichtig te zijn.
Ze huivert en snauwt: "Wat krijgen we nou, schatje?"
Ik heb moeite om mijn wolf, die boos wordt, onder controle te houden. "Ik ben je schatje niet, Emily. Wat is er gisteravond gebeurd?"
Ze grijnst naar me en zegt: "Je hebt gisteravond met me gevreeën. Je hebt me ontmaagd."
Mijn wolf, Goliath, gromt in me, "Jij stomme idioot."
Ik antwoord hem, Ik kan me gisteravond niet eens herinneren. ~Daarna blokkeer ik hem, zodat ik me op Emily kan concentreren.
"Emily, ik weet niet wat er gebeurd is gisteravond, maar ik herinner me dat niet."
Ik zie de pijn over haar gezicht flitsen, maar ik moet eerlijk zijn. "Ik wacht op mijn partner, Emily. Jij had hetzelfde moeten doen."
"Laten we gisteravond gewoon vergeten en het er nooit meer over hebben."
Er wellen tranen op in haar ogen en ze zegt: "Maar ik hou van je. Ik heb mezelf voor jou bewaard. Ik dacht dat als ik mezelf aan jou gaf, we eindelijk samen konden zijn."
Ik maak snel een gedachtenlink naar Liam. Hij is haar broer en weet misschien hoe hij haar kan kalmeren. Ik wil mijn alfa-stem liever niet gebruiken, maar haar liefdesverklaring wordt steeds luider.
Liam verschijnt vanuit de eetzaal. Ik vertel hem snel wat er volgens Emily is gebeurd en dat ik geen enkele herinnering heb aan de nacht. Hij stuurt me weg en neemt de zorg voor zijn zus van me over.
Hij houdt haar vast terwijl ze huilt en ik voel een steek van schuld. Ik weet dat mijn woorden hard waren, maar ik ben altijd heel duidelijk geweest over het feit dat ik haar niet wilde.
Ik moet uitzoeken wat er gisteravond gebeurd is. Ik word nooit dronken en de paar drankjes die ik heb gehad, zouden me geen black-out moeten hebben gegeven. Mijn wolf stelt voor: "Je moet je laten nakijken bij de artsenpost van de roedel." ~
Daarop besluit ik direct naar de artsenpost van de roedel te gaan en de hoofdarts een bezoek te brengen.
"Alfa, wat kan ik voor je doen?" vraagt dokter Levi.
Ik leg uit dat ik me een deel van gisteravond niet kan herinneren, ook al was ik niet dronken.
Hij leidt me naar een kamer en neemt wat bloed af. Ik vertel hem dat dit strikt tussen ons moet blijven. Hij knikt en belooft me de resultaten zo snel mogelijk te laten weten.
Dokter Levi's partner is een heks, dus hij heeft ook enige kennis over magie. Als ik iets ongewoons heb gekregen, kan hij erachter komen.
Ik ben niet naïef. Ik weet dat ik gisteravond niet dronken was, dus ik zou nog moeten weten wat er gebeurd is.
Als ik erachter kom dat Emily of iemand anders mijn drankjes heeft aangelengd, zullen ze ervoor boeten. Het maakt me niet uit of ze de dochter van de bèta is of de zus van Liam.
Ik verlaat het ziekenhuis van de roedel, waarna ik van gedaante verwissel in mijn wolvenvorm en het bos in sprint. Goliath, mijn wolf, is groot. Zijn vacht is net zo zwart als mijn haar en zijn ogen zijn een tint blauwer dan de mijne.
Goliath is groter dan de meeste alfawolven, zelfs groter dan die van mijn vader, en ik ben er trots op dat hij mijn wolf is.
We rennen door het bos en proberen ons de gebeurtenissen van vannacht te herinneren. Telkens als we proberen te achterhalen hoe we in haar kamer terecht zijn gekomen, lijkt het alsof onze hersenen kloppen van de pijn.
Goliath, stop met je hersenen te pijnigen voordat je ons migraine geeft.
"Het is maar dat je het weet, maar als ze ons gedrogeerd heeft, zal ik niet aarzelen om haar ter plekke van het leven te beroven."
Begrepen.
We blijven rennen tot we de bosrand bereiken, waar ik plots een heerlijke geur oppik.
Het is een mix van aardbeien en vanille. Ik realiseer me dat we aan de rand van de mensenstad zijn aangekomen en ik besluit om terug te gaan.
"We moeten blijven! Dat was de geur van onze partner!"
Goliath, als we nu naar haar toe gaan, schrikken we haar alleen maar af, vooral in onze wolvenvorm. Dit is de grens van de mensenstad. Als haar geur zo dichtbij is, kan ze een mens zijn.
Ik smeek de Maangodin stilletjes dat ze niet menselijk is. Ik heb een sterke partner nodig en de meeste mensen zijn allesbehalve sterk. Goliath stemt met tegenzin in en we keren terug naar het roedelhuis.
Ik stuur een gedachtenlink naar een omega in de keuken om een broodje voor me klaar te maken, omdat ik honger heb nadat ik het ontbijt heb overgeslagen. Mijn eetlust was helemaal verdwenen na het hele Emily-debacle.
Ik verwissel terug in mijn menselijke vorm en trek een korte broek aan die ik bij een boom had achtergelaten, voordat ik naar de keuken loop. De omega, Claire, heeft mijn broodje klaar. Ze zet er een glas limonade bij en loopt dan de keuken uit.
Ik neem plaats aan het keukeneiland en begin te eten. Mijn moeder verschijnt om de hoek,
"Waar was je vanmorgen?"
Ik leg haar uit dat ik wat stoom moest afblazen en dat ik ben gaan hardlopen. Gelukkig vraagt ze niet door en loopt weer weg om me alleen te laten met mijn gedachten.
Continue to the next chapter of De alfa en de luna boek 1: zijn menselijke luna