
Alfa en Aurora Boek 2
Auteur
Delta Winters
Lezers
98,8K
Hoofdstukken
30
Verrassing
Book Two
Aurora heeft nog maar drie weken middelbare school te gaan. Maar haar plichten als Luna beginnen veel tijd op te eisen. Heeft ze in zich wat nodig is om deze twee compleet verschillende werelden te combineren? Of zal deze verdeling haar relatie met Everett kapotmaken?
RORY
BIEP. BIEP. BIEP.
Mijn hand schiet onder de zijden lakens vandaan en drukt snel en hard op de snoozeknop.
Sinds ik in de armen van Everett in slaap val, word ik niet meer wakker door het nare gevoel dat ik uit bed val en op de grond klap.
Nu gebruik ik een wekker. Net als normale mensen die niet door de goden zijn vervloekt met onhandigheid.
Ik voel hoe mijn mate naast me wakker begint te worden.
„Ga maar weer slapen,“ fluister ik tegen hem. „Het is pas zes uur 's ochtends.“
Hij drukt zijn gezicht in mijn nek en kust me zachtjes.
„Je hebt geluk dat ik hopeloos verliefd op je ben,“ zegt hij, „want anders zou ik je moeten vermoorden omdat je me zo vroeg wakker maakt.“
Ik grinnik, draai me om en leg mijn hoofd op het kussen naast hem. Onze gezichten raken elkaar bijna aan.
„Ik mag niet te laat op school komen,“ zeg ik, terwijl ik het puntje van zijn neus kus. „Niet alweer.“
„Je bent een Luna,“ zegt hij. „Je kunt in bed blijven liggen en je ontbijt op een zilveren dienblad laten brengen als je dat wilt.
„Maar in plaats daarvan kies je ervoor om op een ongoddelijk vroeg tijdstip wakker te worden. Je maakt liever toetsen over saaie dingen die lang geleden met mensen zijn gebeurd...“
„Als je het zo zegt, klinkt het inderdaad belachelijk,“ zeg ik met nog een lach.
Everett heeft nooit echt begrepen waarom ik mijn school zo belangrijk vind. En ik geef hem geen ongelijk.
Het is bepaald geen pretje. De leraren kunnen streng zijn en de leerlingen kunnen gemeen doen.
Maar de middelbare school was altijd mijn ontsnapping uit mijn oude roedel. Daar werd ik namelijk genadeloos gepest.
De school gaf me allerlei kennis die mijn wereld groter maakte. Het hielp me om even weg te zijn van de problemen in mijn dagelijks leven.
En ik heb onderweg ook een paar heel goede vrienden gemaakt.
„Ik hoef nog maar een maand naar school,“ zeg ik. „En daarna ben ik helemaal van jou.“
„Helemaal van mij, hè?“ Hij drukt zijn lichaam tegen me aan en ik voel een hardheid groeien onder zijn onderbroek.
We hebben gisteravond nog de liefde bedreven. Maar hij is duidelijk uitgerust en weer klaar voor actie.
Daar hou ik van bij mijn mate... zijn passie voor mij raakt nooit op.
Ik kan het niet laten om met mijn hand over zijn bovenlichaam te glijden en zachtjes over zijn stijve lid te wrijven. Hij kreunt zachtjes bij deze simpele aanraking.
Maar net als ik opgewonden begin te raken, gaat de wekker weer af.
„Neeeee,“ klaagt Everett. „Blijf bij me. Ik zal je een privéles in biologie geven.“
„Het spijt me. Ik moet er echt vandoor,“ zeg ik. „Als ik nog één keer te laat ben, krijg ik strafwerk.“
„Vooruit dan,“ zegt Everett. Ik glip uit bed en trek de badjas aan die naast me hangt. „Maar wacht me om stipt drie uur 's middags op de parkeerplaats op. Ik heb een kleine verrassing voor je gepland.“
„Je weet dat ik niet van verrassingen hou,“ zeg ik.
„Ik denk dat je deze wel leuk zult vinden,“ zegt hij.
Ik buig me voorover en geef hem nog een laatste kus op zijn lippen. Daarna ren ik weg om me klaar te maken voor de dag.
Het is niet makkelijk om afscheid te nemen van mijn sexy, slaperige Alpha.
Maar ik wil niet dat de afgelopen vier jaar voor niets zijn geweest. Ik ben vastbesloten om mijn laatste schoolmaand goed af te sluiten. Ik wil mijn diploma halen voordat mijn leven voorgoed verandert.
***
Na een onmogelijke wiskundetoets is het eindelijk tijd voor de lunch. Ik heb zin om te ontspannen en bij te praten met mijn vrienden.
Ik heb vanochtend mijn eigen lunch meegenomen. Daardoor ben ik als een van de eersten bij de tafels. De andere leerlingen sluiten aan in de rij voor de kantine.
Ik trek de sjaal rond mijn nek wat strakker. Dit is de sjaal die ik elke dag draag om mijn mate-teken te verbergen. Ik wacht tot er iemand bij me komt zitten.
Na een paar minuten zie ik mijn ex-vriend Eddie langs mijn tafel lopen. Hij draagt een dienblad met macaroni met kaas en gehaktbrood.
Hij geeft me een halve glimlach en ik zwaai naar hem om dichterbij te komen.
„Wil je bij me komen zitten?“ vraag ik aan hem.
We hebben dan wel geen relatie meer, maar dat betekent niet dat ik onze vriendschap niet belangrijk vind. Ik hoop deze nog steeds te kunnen herstellen.
„Sorry,“ zegt hij, „ik heb Gracie beloofd dat ik bij haar zou zitten.“
Hij knikt met zijn hoofd naar de tafel naast ons. Daar zit Gracie Browner op hem te wachten.
Ze zit in mijn klas voor Spaans. Ik ken haar niet zo goed, maar ze leek me altijd een aardig meisje.
Ik vraag me meteen af of Eddie stiekem verliefd op haar is.
Een deel van mij hoopt van wel... Ik wil dat hij verder gaat met zijn leven en gelukkig wordt. Dan kan ik me eindelijk minder schuldig voelen. Ik heb onze relatie namelijk uitgemaakt met een sms'je.
„Veel plezier,“ zeg ik. Hij haalt zijn schouders op en loopt weg.
Ik denk dat onze gesprekken voorlopig nog wel ongemakkelijk zullen blijven...
Maar er is één klein lichtpuntje. Eddie staat in elk geval niet meer onder de controle van Nemesis.
Alle drie—Eddie, Oliver en Jax—hebben de controle over hun eigen gedachten terug. Ze lijken niet eens te beseffen dat er iets vreemds met hen is gebeurd.
Het lijkt erop alsof de hele ervaring volledig uit hun geheugen is gewist.
Dank de Godin daarvoor!
Hoe zou ik ze ooit moeten uitleggen dat een boze geest hun geest overnam? En dat alleen maar om mij te straffen voor iets wat mijn moeder had gedaan?
Ik pak mijn boterham uit. Ik wil net mijn eerste hap nemen, wanneer Freya hard mijn naam roept. Daardoor laat ik mijn eten op de grond vallen.
„Maak je geen zorgen,“ zegt Freya. Ze verschijnt naast me, raapt de boterham op en geeft hem terug aan mij. „Vijf-secondenregel.“
Ze zwaait haar benen over de bank en gaat naast me zitten.
„Raad eens?“ zegt ze stralend.
„Wat dan?“
Ze opent haar rugzak en haalt er een velletje papier uit.
Daarna schraapt ze theatraal haar keel en begint ze voor te lezen.
„Beste Freya Cordon,“ leest ze. „Je bent aangenomen bij het Fashion Institute of Technology!“
„Freya!“ zeg ik, terwijl ik haar een stevige knuffel geef. „Gefeliciteerd! Dat is geweldig!“
„Echt hè?!“ zegt ze.
Het is altijd al Freya's droom geweest om modeontwerpster te worden. Toen we elkaar ontmoetten, was haar geweldige gevoel voor stijl eigenlijk het eerste wat me opviel.
Ze propt het papier terug in haar rugzak en slaakt een gilletje.
„Heb jij ook niet zoveel zin om naar de universiteit te gaan?“ zegt ze. „We kunnen eindelijk vrij zijn. Niemand kan ons meer vertellen wat we moeten doen. Niemand zal ons meer als kleine kinderen behandelen.“
Bij haar woorden zakt de moed me een beetje in de schoenen.
Ik weet dat ik na de middelbare school fulltime aan de slag moet met mijn taken als Luna. Er zal een raad van weerwolven zijn die elke stap die ik zet in de gaten houdt.
En ik kan absoluut niet naar de universiteit.
Maar dat kan ik niet tegen Freya zeggen. Ze zou het nooit begrijpen.
Zolang we elkaar kennen, dromen we al samen over de universiteit. Het zal haar hart breken als ze weet dat ik van gedachten ben veranderd.
„Heb jij al ergens iets van gehoord?“ vraagt ze.
„Nee,“ zeg ik, met strak op elkaar geklemde kaken. „Blijf voor me duimen.“
Ik haat het om tegen mijn beste vriendin te liegen. Maar ze zou de waarheid toch niet geloven, zelfs als ik het haar wel zou vertellen.
Ik voel hoe mijn leugens een kloof tussen ons creëren. Die kloof zal alleen maar groter worden wanneer zij een eerstejaarsstudent is, en ik de Luna van een weerwolvenroedel.
Hoe lang kan ik nog tegen haar liegen zonder onze vriendschap voorgoed te verpesten?
***
Als de school uit is, pak ik mijn boeken uit mijn kluisje. Dan ren ik naar de voordeur.
Ik gooi de deur open. In de bekende Rory-stijl val ik direct van het korte trapje aan de andere kant.
Maar gelukkig is er een paar sterke armen om me op te vangen.
„Je bent laat,“ zegt Everett, terwijl hij me weer stevig op mijn eigen twee benen zet.
„Het is één minuut over drie,“ zeg ik, terwijl ik met mijn ogen rol.
Hij drukt een kus op mijn wang en haalt mijn rugzak van mijn schouder.
Daarna pakt hij mijn hand en leidt hij me naar zijn auto.
Ik voel de blikken van de andere studenten in mijn rug branden. Dat doen ze altijd als ze me samen met Everett zien.
Ik weet precies wat ze denken...
Hoe heeft die kluns in vredesnaam die knappe, oudere jongen aan de haak geslagen?
Diezelfde vraag stel ik mezelf ook de hele tijd...
Everett doet het portier aan de passagierskant voor me open. Ik hap naar adem als ik zie dat er een prachtig boeket bloemen op mijn stoel ligt.
„Ooh!“ zeg ik. „Wat is de gelegenheid?“
„Ik zei toch dat ik een verrassing voor je had,“ zegt hij. „Stap in.“
Ik stap voorzichtig in de auto, terwijl hij naar de bestuurderskant loopt.
Met zijn hand op mijn dij rijden we met hoge snelheid weg, op weg naar de roedel.
Maar als we bij het bekende hek van het roedelhuis aankomen, rijdt hij niet de oprit op. In plaats daarvan slaat hij linksaf en rijdt hij door.
„Wat is er aan de hand?“ vraag ik hem.
„Dat zie je vanzelf,“ zegt hij, terwijl hij me een knipoog geeft.
We rijden verder over een kronkelende weg vol bomen. Uiteindelijk stopt Everett de auto op een plek die eruitziet als het midden van nergens.
„Laten we gaan,“ zegt hij.
We stappen uit de auto. Hij pakt mijn hand en leidt me het bos in.
We zijn nog steeds op het grondgebied van de roedel. Er is dus geen gevaar dat we rogues of ongewenste mensen tegenkomen. Maar om de een of andere reden klopt mijn hart toch heel snel van de spanning.
Het helpt ook niet dat de grond onder ons bezaaid is met takken en bladeren. Het smeekt me bijna om te struikelen en te vallen bij elke stap die ik zet.
Everett merkt dat ik moeite heb met lopen, dus tilt hij me op. Hij draagt me totdat het dichte bos overgaat in een prachtige, grote open plek.
Mijn ogen worden groot van bewondering als ik om me heen kijk.
Everett heeft me naar een prachtige geheime tuin gebracht. Het strakke grasveld dat voor ons ligt, is omringd door exotische bomen en allerlei soorten bloemen.
Ik herken meteen veel van de bloemen. Ze zaten ook in het boeket waarmee mijn mate me verraste. Hij moet ze zelf hebben geplukt.
„Deze plek is prachtig!“ zeg ik. Hij zet me neer op een grote steen naast een beekje dat door de tuin stroomt.
„Mooi hè?“ zegt hij. „Dit is de plek waar mijn vader en moeder hun mate-ceremonie hielden. En ik hoop dat wij de onze hier ook zullen houden.“
Hij heeft gelijk. Ik vind deze verrassing echt leuk. Ik kan me geen mooiere plek voorstellen om het officieel te maken met mijn grote liefde.
En het is nog specialer omdat zijn ouders hier ook als mates zijn verbonden. Everett praat zelden over hen. Daarom waardeer ik elk klein stukje informatie dat ik kan krijgen.
„Ik weet dat je wilde wachten met onze ceremonie tot na je eindexamen,“ zegt hij. „Maar het is een traditie dat de Alpha en Luna met elkaar verbonden worden tijdens de Bloedmaan.“
Hij gaat naast me op de rots zitten en pakt mijn hand.
„Die traditie betekent misschien niet veel voor jou... of zelfs voor mij,“ zegt hij. „Maar ik weet dat het veel voor mijn ouders zou betekenen als ze er nog waren.“
Heel even lijkt het alsof de ogen van mijn sterke Alpha zich met tranen vullen. Ik leg troostend een hand op zijn wang.
„Natuurlijk, mijn liefste,“ zeg ik. „Ik wil jouw tradities op elke mogelijke manier eren. Wanneer is de volgende Bloedmaan?“
„Tja, dat is het andere deel van de verrassing...,“ zegt hij. „Die is aanstaande zaterdag. Wat zeg je ervan, Aurora?“
Hij wil onze mate-ceremonie DEZE zaterdag houden?!















































