
Artemis' cadeau Boek 2
Auteur
M. Syrah
Lezers
202K
Hoofdstukken
44
De straf van de Maangodin
Boek Twee: De Vier Ruiters Lopen met Death
Duizend jaar lang zwierf de lycan Death alleen over de aarde. De Maangodin had hem vervloekt omdat hij niet had geluisterd. Wanneer ze de vloek opheft, stuurt ze hem naar zijn partner, Alpha Cassandra. Maar kan hij haar iets anders brengen dan dood en verwoesting? En wat gebeurt er als hij de controle verliest wanneer hij ontdekt dat iemand haar verraadt en haar roedel bedreigt?
De Maangodin liep door de lange, witte gangen van haar paleis in de godenwereld. Ze liep met een vastberaden blik op haar mooie gezicht.
Ze zou niet terugkomen op haar besluit. Ze was klaar om de opstandige roedels te laten boeten.
Als hun maker en godin had ze een plicht tegenover de weerwolven. Dat hield ook in dat ze hen moest doden als ze haar wetten braken. Ze liep naar haar lycans toe. Zij waren haar trouwe persoonlijke leger dat haar opdrachten uitvoerde.
De lycans waren haar eerste kinderen.
Ze waren groter en sterker dan weerwolven. Ze waren speciaal omdat ze drie gedaantes hadden in plaats van twee. Ze hadden een menselijke gedaante, een gedaante als half beest en een wolvengedaante.
Dat gaf hen een voordeel ten opzichte van de weerwolven.
Ze hield zielsveel van hen. Ze had hen tot haar leger gemaakt voor het geval ze haar weerwolven moest straffen of helpen. Vanavond was ze op een strafmissie. Ze wist precies welke lycans geschikt waren voor deze taak.
Ze liep haar troonzaal binnen en zag dat de mannen er al waren.
Ze vielen allemaal op één knie toen ze binnenkwam en naar haar troon liep. Haar etherische lichtblauwe jurk zweefde bij elke stap die ze zette.
Selene ging zitten en keek naar de vier mannen voor zich. Haar kampioenen. Haar favoriete soldaten.
Ze waren allemaal lang en gespierd, net als al haar lycans. Maar deze vier hadden een passie en een enorme loyaliteit waar ze van hield en die ze nodig had.
„Sta alsjeblieft op,“ zei ze met een zachte stem. „Ik heb jullie hier verzameld omdat ik wil dat jullie vier een probleem op aarde oplossen.“
De vier mannen keken vol verwachting op bij haar woorden. Ze zeiden echter niets totdat ze klaar was met spreken.
„Twee van de grootste roedels in Europa vechten met elkaar. Dat zorgt voor veel doden. Het zou simpel zijn als de slachtoffers alleen wolven waren. Helaas zijn er ook mensen bij dit conflict betrokken geraakt.
„Ik wil dat jullie afrekenen met hun leiders. Ze moeten boeten voor hun misdaden.“
De vier mannen bogen voor hun Godin. Ze lieten het paleis achter zich om hun taak uit te voeren.
De Godin had een portaal voor hen geopend zodat ze op het slagveld konden aankomen. Ze had gezegd dat de leiders moesten boeten, maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan.
De lycans namen een hele week de tijd om de situatie te bekijken. Ze waren niet blij met wat ze zagen.
De weerwolven waren succesvol bezig elkaar uit te moorden. Ze doodden echter ook alle mensen die hun pad kruisten.
Was het doden maar hun enige zonde.
De vier lycans zagen dat de wolven de situatie ook gebruikten om te verkrachten en te plunderen. Hiermee riskeerden ze dat hun wereld ontdekt zou worden.
Ze wisten wat er zou gebeuren als de mensen hun bestaan zouden vermoeden. Wat er met de vampiers was gebeurd, was daar het perfecte voorbeeld van.
Toen de vampiers de baas over de mensen probeerden te spelen, werden ze afgeslacht. Nu moesten ze zich weer verstoppen.
Mensen waren zwak, maar ze waren met velen. Elke goede strateeg wist wat dat betekende.
Op de zevende nacht na hun aankomst op aarde, besloten de lycans een plan te maken. Ze wilden een manier bedenken om van hun doelen af te komen.
Ze zaten rond een vuur en kookten hun avondeten. Ze bevonden zich midden in een bos ergens in Centraal-Europa.
Fabian was de kok van de vier. Hij genoot er erg van om dit te doen. Hij keek met een kennersoog toe en zorgde ervoor dat het vlees mooi braadde boven het vuur.
Payne keek hem strak aan. Hij fronste boos omdat Fabian vrolijk neuriede terwijl hij met het vlees bezig was.
Het irriteerde Payne enorm. Hij wilde zonder gezeur de informatie lezen die hij over de alfa's had.
Desmond keek naar hen allebei. Hij was enorm verveeld door de hele situatie. Hij was altijd al een kille, afstandelijke persoon geweest. Je kon hem maar beter niet boos maken, anders liep het snel uit de hand.
Daarin was hij precies het tegenovergestelde van Wade.
Wade keek naar de andere lycans. Hij kon zijn woede amper inhouden. Hij was een tikkende tijdbom die op het punt stond te ontploffen. Hij wilde maar één ding: deze missie afronden en naar huis gaan.
„Laten we ze gewoon vermoorden. Waarom moeten we überhaupt iets plannen?“ vroeg Wade geïrriteerd.
„Dat is altijd jouw oplossing,“ zuchtte Payne. „We kunnen niet zomaar hun kampen binnenlopen en hen vermoorden. Ik heb echt geen zin om met honderden boze weerwolven te vechten. Zelfs wij zouden dat niet overleven.“
„Payne heeft gelijk,“ zei Desmond. Zijn stem klonk ontzettend verveeld. „We zouden ze allemaal moeten doden als we dat deden. Ik weet niet zeker of we dat wel zouden overleven.“
„Wat moeten we dan doen?“ snauwde Wade naar Desmond. „Als jij zo slim bent! Vertel me, wat gaan we doen?“
Desmond staarde de andere man strak aan. Dat was genoeg om Wade te kalmeren. Hij wist waartoe Desmond in staat was als hij boos werd. Wade wilde niet dat hem dat zou overkomen.
Desmond was als de zee—het ene moment kalm en het volgende moment een laaiende hel. Hij miste nooit zijn doel als hij een laaiende hel was, en pijn zou het minste van Wade's problemen zijn in zo'n situatie.
„We dringen in het geheim hun groepen binnen en dan slaan we toe,“ zei Payne om de spanning tussen de twee mannen te doorbreken. „Dat is het beste wat we kunnen doen.“
„Moeten we dan opsplitsen?“ vroeg Fabian.
Payne knikte naar de andere man. Daarna krabde hij aan zijn blonde haar op zijn achterhoofd.
„Het is het beste als ik met Desmond meega. Jij kunt dan een team vormen met Wade. We weten wat er gebeurt als Desmond en Wade samen zijn. Daarbij heeft de Maangodin gezegd dat we alleen de leiders moeten doden.
„We willen het niet erger maken dan het al is.“
„Prima,“ zei Wade, terwijl hij zijn schouders ontspande. „We doen het op jouw manier. Zullen we morgenochtend meteen beginnen?“
Payne knikte opnieuw.
„Dat lijkt me het beste. De wolven zullen druk zijn, waardoor wij makkelijker kunnen opgaan in de menigte.“
Wade lachte breed en fel. Hij zou eindelijk wat actie krijgen.
Hij hield er niet van om informatie te verzamelen. Een hele week daaraan besteden was echt het maximale wat hij kon volhouden. Hij had actie nodig, en wel snel.
„Perfect.“ Hij grijnsde.
De anderen knikten en ze begonnen aan hun avondeten. Ze zouden de kracht van het eten hard nodig hebben. Het doden van een alfa was namelijk nooit een makkelijke taak.
Het was net zo vreselijk als dat het vermoeiend was. Toch zouden ze altijd de wens van hun Godin uitvoeren. Wat er ook zou gebeuren.

















































