
Carrero Contract 1: Je Ziel Verkopen
Auteur
L. T. Marshall
Lezers
575K
Hoofdstukken
38
Hoofdstuk 1
Ik draai me om in het ongemakkelijke, harde bed. Ik trek de lakens over het kriebelende ziekenhuishemd. Ik probeer mijn gezicht niet te vertrekken bij elke pijnscheut die door mijn lichaam schiet. Ze hebben me volgepompt met medicijnen. Toch is het geen pretje om gebroken ribben te hebben en een lichaam dat eruitziet alsof het is overreden door een trein. Ik verga van de pijn. Ik kan amper ademhalen zonder de kloppende, brandende en rillende golven van een flink pak slaag te voelen.
Tyler en zijn mannen zijn beesten. Ik moet er niet aan denken waar ik nu zou zijn als Sophie me aan hen had overgeleverd. Het zou zeker mijn laatste nacht op aarde zijn geweest als zij hun zin hadden gekregen. Het meisje was me helemaal niets verschuldigd. Toch heeft ze mijn hachje gered. Nu zal ik haar eeuwig dankbaar zijn, zelfs als we elkaar nooit meer zien.
Ik ben duizelig. Ik word wakker met bonzende pijn na een paar onrustige uurtjes waarin ik telkens in en uit slaap viel. Het voelt alsof ik hier al dagen lig. Toch weet ik dat het in werkelijkheid pas een halve dag is.
Sophie is waarschijnlijk al lang weg met haar vriend. Mijn naam is voor altijd uit de gratie omdat ik haar in mijn problemen heb meegesleurd. Een schuld hebben bij drugsdealers, om veel geld, en geen middelen hebben om te betalen, is niet iets waar meiden elke dag mee te maken willen hebben. Van straat ontvoerd worden door misdadigers en met de dood bedreigd worden, komt daar nog eens bovenop.
Ik heb geluk dat ze een rijke vriend had. Hij is familie van de grootste gangster van New York, Alexi Carrero. Nu ben ik hem dus mijn schuld verschuldigd, neem ik aan.
Een schaduw in de hoek van mijn kamer schrikt me op uit mijn slaap. Ik spring op van angst. Mijn hart gaat tekeer en ik begin meteen te trillen als ik iets zie wat op een man lijkt. Hij staat bij mijn raam in de buurt van de deur. Het is moeilijk om het goed te zien. Mijn ene oog is dichtgezwollen en het andere kan zich amper scherpstellen in het donker. De door de maan verlichte lucht buiten schijnt van achteren op hem. Daardoor zie ik alleen een duister silhouet van een enorme man. Hij is behoorlijk intimiderend.
Hij is lang en breed en vult de kleine ruimte met een sfeer van macht. Hij staat griezelig stil en staart me zwijgend aan. Het lijkt wel een standbeeld.
„Ik wilde u niet laten schrikken, juffrouw Walters.“ De kalme stem is van een man die de touwtjes volledig in handen heeft. Zijn stem is zwaar en heeft een zweempje van een accent dat niet echt klinkt als New York. Misschien is het buitenlands. Het is zo subtiel dat het alleen te horen is in een enkel woordje. Het wordt bijna overstemd door een chiquer stadsdialect. Het lijkt alsof hij hier al jaren woont, maar er misschien niet is geboren.
Accenten zijn een beetje mijn ding. Mijn chique Londense accent valt namelijk enorm op tussen stoere New Yorkers. Ik heb ervoor gezorgd dat het in de loop der jaren nooit is vervaagd. Ook heb ik Amerikaanse straattaal vermeden om dat te voorkomen.
Mijn hart maakt meteen een sprongetje als ik besef waar ik dat specifieke accent eerder heb gehoord. Ik weet nu wie dit moet zijn. Ik knipper met mijn ogen en probeer zijn gestalte wat beter te zien. Nerveus schraap ik mijn keel. Mijn hart bonst in mijn borstkas. Ik doe veel moeite om te gaan zitten, maar dat gaat erg onhandig terwijl ik kronkel van de pijn. Het doet vreselijk veel pijn. Mijn arme botten voelen alsof ze een zware beproeving doorstaan. Ik reik naar de lamp naast mijn bed. Ik zoek met moeite naar de knop die de verpleegster had gebruikt toen ze me instopte voor de nacht.
„Alstublieft... blijf gerust liggen. Ik kwam alleen kijken of er goed voor u werd gezorgd. We kunnen een andere keer praten, als u hersteld bent.“ Hij stapt bij het raam vandaan. Daardoor valt er meer licht op hem, wat precies bevestigt wie hij is. Ik zou dat lichaam en profiel overal herkennen. Ik zag hem immers eerder al tussen zijn handlangers en Tylers mannen lopen als de grote baas van New York.
Hij is niet iemand die je snel zou vergeten.
Alexi Carrero torent hoog uit aan het voeteneind van mijn bed. Hij draait zich even naar me toe, geruisloos als een panter. Zijn bewegingen zijn zo soepel en sierlijk. Mijn adem stokt in mijn longen en mijn lichaam rilt van de zenuwen. Hij straalt zo moeiteloos gevaar en macht uit dat ik het haast kan voelen in de kamer om me heen. Dit is een man voor wie ik doodsbang zou moeten zijn, en dat ben ik ook.
Ongewild krimp ik fysiek in elkaar onder mijn lakens als hij een stukje dichterbij komt. Mijn hartslag schiet omhoog. Ik snak naar adem van de zenuwen. Mijn hele lichaam wordt klam.
„Ik... ik... verwachtte zo laat niemand meer.“ Ik krijg de woorden er met moeite uit. Mijn stem klinkt schor en hees. Mijn keel brandt van de inspanning. Ik heb mijn eerste uur hier bloed en slijm overgegeven terwijl ze de schade aan mijn lichaam probeerden te beoordelen. Het is niet bepaald mijn beste moment. In zo'n staat wil je liever niet verkeren als je de knappe man ontmoet die je leven heeft gered.
„Ik was in de buurt en kwam even kijken of alles goed geregeld wordt. Uw rekeningen komen naar mij. Na uw ontslag uit het ziekenhuis praten we verder. We moeten wat afspraken doornemen over onze nieuwe relatie.“ Hij klinkt vlot en kalm, bijna alsof hij zich vermaakt. Maar het feit dat ik zijn gezicht niet kan zien, maakt het geheel angstaanjagend. Hij hangt een duistere sfeer om zich heen. Het is de uitstraling van iemand die je zonder aarzelen een kogel door je hoofd zou jagen. Ik weet niet zeker of ik wel alleen met hem gelaten wil worden. Hij is op een heel intense manier zenuwslopend voor iemand die eigenlijk niets doet.
Er is weinig in het leven dat me zo zenuwachtig maakt. Ik kom van de straat, ben door een hel gegaan en heb genoeg wrede en slechte mannen ontmoet. Maar dit is alsof ik de duivel zelf ontmoet. Hij doet niet expres iets om me bang te maken. Toch hangt er een gespannen sfeer. Die sfeer vertelt me dat deze Carrero een duisternis in zich heeft die de zon zou kunnen verduisteren.
Mannen met echte macht hoeven dat nooit te zeggen of duidelijk te maken. Het is er gewoon, als een onzichtbare wolk. Iedereen die hen ontmoet, weet meteen dat het echt is.
Alexi is een van die mannen. Hij draagt zijn gezag als een mantel om zich heen.
„Mijn schuld... is naar u gegaan, neem ik aan?“ De woorden snijden als glas in mijn pijnlijke keel. Toch zou ik dankbaar moeten zijn dat ik nu niet op de bodem van de rivier lig. Hij kwam immers binnenvallen en redde me van een wisse dood door Tylers handen. Ik ben hem vijftigduizend verschuldigd omdat die domme hoer ervandoor ging met alles wat ik had. Ik vertrouwde het verkeerde stiekeme kreng en liet me afleiden. Toch snelt de reputatie van Alexi Carrero hem vooruit in de onderwereld.
Hij is een wandelende nachtmerrie. En nu ben ik zijn eigendom geworden. Dat is een bittere pil om te slikken. Hij is het hoofd van zijn maffiafamilie, verborgen achter het masker van een zakenman. Maar iedereen in deze wereld weet dat hij dé man is in New York als je hier zaken wilt doen. Zonder zijn zegen en omkoping kun je net zo goed meteen weer vertrekken.
Hij dook op en redde mijn hachje van simpele straatschoffies. Nu ben ik de grote baas zelf mijn leven verdomme op een presenteerblaadje verschuldigd. Hij is niet iemand die vrouwen halfdood hoeft te slaan om een drugsschuld te innen. Als je niet op tijd betaalt, gooit hij je in de oceaan met metalen laarzen aan, zonder er een zweetdruppel voor te laten. Erger dan dat kan het niet worden.
Ik ben een gunst voor de familie, Alexi's nieuwe probleem.
Goed gedaan, Camilla... je hebt jezelf echt in de nesten gewerkt met deze domme fucking fout. Wat moet hij in hemelsnaam met een ex-hoer die de kost verdient met drugs en seks? Ik bezit momenteel niets meer dan de vieze kleren die ze van me hebben afgenomen. Ik heb geen enkele waarde voor een miljonair en crimineel die een hele stad aan zijn voeten heeft liggen. Vijftigduizend is niet makkelijk te verdienen als jouw vaardigheden niets betekenen voor een man als hij.
„Mijn neef bood aan om het namens u af te lossen... vijftig ruggen. Ik heb geweigerd. U leert er namelijk niets van als mensen al uw fouten zo makkelijk komen oplossen. En ik ben een groot voorstander van persoonlijke groei. Ik geef om Sophie. Daarom zal ik die genegenheid eren door u in dienst te nemen. Begrijp me niet verkeerd, juffrouw Walters, u zult de schuld afbetalen. Mijn doel is om u daarvoor te laten werken. Ik heb plannen voor iemand met uw zakelijke vaardigheden.“ Hij klinkt bijna arrogant en zelfverzekerd. Ik wilde dat ik in ieder geval zijn gezicht kon zien.
Dit is een regelrechte marteling. Mijn hart klopt zo hard dat het uit mijn borstkas dreigt te breken. Ik val bijna flauw, en dat komt niet alleen door de lichamelijke pijn. Ik denk niet dat ik deze man of deze deal leuk ga vinden. Mijn onderbuikgevoel waarschuwt me ervoor.
„Aan wat voor vaardigheden denkt u dan precies?“ Ik fluister het bijna en verberg mijn zenuwen totaal niet. Ik besef dat ik al mijn regels overtreed als het gaat om mannen en hun maniertjes om te intimideren. Het punt is alleen dat dit geen maniertje is. Ik heb er nu geen behoefte aan om een machtsspelletje te spelen. Ik ben letterlijk aan zijn genade overgeleverd om te overleven.
„U staat erom bekend dat u meiden, feestjes en spullen kunt samenbrengen. U heeft de reputatie de aangewezen meid te zijn voor iedereen met smaak en geld voor plezier. Dat had zelfs mijn oren bereikt. Ik heb een club die dat soort inbreng goed kan gebruiken. En nu heb ik u. Het lijkt erop dat ik een winstgevende kaart heb gekregen.“
Ik weet niet of ik het prettig vind hoe hij me steeds zijn eigendom noemt. Zelfs al bezit hij mijn ziel vanwege mijn schuld. Ik haat het ook dat hij zo beheerst en rustig praat. Alsof hij het over het weer heeft en niet over een ranzig plan voor mijn toekomst. Het is buitengewoon zenuwslopend.
„U wilt dat uw club op dezelfde manier werkt als mijn kleine bedrijfje?“ Ik zou erom lachen als het niet zo belachelijk was. Maar ik merk dat hij geen grapje maakt. Hij is sluw als een wolf. Ik zie welk plannetje hij probeert te smeden en welk voordeel hij hieruit haalt. Maar ik heb nog nooit een club gerund en weet niets van bars of drankverkoop. Hij is gek als hij denkt dat hij me zoveel geld kan laten afbetalen in een gore stripclub. Mijn bloed vriest in mijn aderen bij de gedachte aan wat dit aanbod precies inhoudt.
Ik doe niet meer aan seks voor geld. Ik weiger om ten koste van alles terug te keren naar die manier van overleven. Ik waag liever een gokje met de vissen en betonnen laarzen dan dat ik word gedwongen om weer te neuken voor geld.
„Ik denk dat uw talenten en uitstraling mijn club het voordeel en de klasse zullen geven waarnaar ik op zoek was. Tegelijkertijd blijven we voldoen aan de smaak van mijn klanten. Het is een chique bar met een gesloten deurbeleid voor leden. U krijgt woonruimte erboven... Ik heb een appartement op de bovenste verdieping dat ik amper gebruik. Het lijkt erop dat u een thuis nodig heeft.“ Hij is irritant beleefd in zijn taalgebruik, welbespraakt en nauwkeurig.
Hoe weet hij in godsnaam zoveel over mij? Een paar uur geleden was ik nog niet eens in beeld bij hem. En toch lijkt hij nu te weten dat ik nergens kan wonen. Bovendien weet hij hoe ik mezelf de afgelopen twee jaar heb onderhouden. In deze zakenwereld weet ik wel beter dan vragen te stellen. Ik kan er alleen maar van uitgaan dat hij zijn huiswerk heeft gedaan zodra ik zijn ballast werd.
Mannen met geld en middelen! Het is eng om te beseffen wat een man met geld in no time boven water kan halen.
„Ik moet proberen mijn spullen op te halen bij de plek waar ik een paar weken geleden ben weggevlucht. Ik ben hen nog geld schuldig.“
Ik weet niet waarom ik hem dit vertel. Ik ben nooit tegen iemand eerlijk hoeven zijn. Toch heb ik het gevoel dat liegen tegen hem waarschijnlijk het stomste zou zijn wat ik ooit heb gedaan. En mogelijk ook het laatste, aangezien hij lijkt op iemand die een leugen op kilometers afstand kan ruiken.
„Ik regel het wel. Bel dit nummer in de ochtend en geef mijn man de gegevens.“ Hij steekt iets naar me uit in het donker. Ik vang een glimp op van een kaartje in zijn hand terwijl hij vooroverbuigt om het me te geven. Ik pak het voorzichtig aan. Mijn handen trillen hevig en ik ben bang om hem aan te raken. Voor hetzelfde geld kan de duivel je ziel al opzuigen door een simpele aanraking. Dat soort rillingen krijg ik ervan.
„De huur is tweeduizend.“ Ik verbleek bij zijn aanbod en druk het kaartje in het laken naast me. Ik stop het onder mijn dij. Het nummer van iemand als Alexi Carrero raak je niet kwijt. Je laat het ook niet zomaar slingeren zodat het ziekenhuispersoneel het kan vinden.
„Ik zet het wel op uw rekening... Heeft u een mobieltje?“ Hij verplaatst zich en komt dichterbij. Ik word ongelofelijk claustrofobisch van de nabijheid van iemand van zijn formaat. Zijn kracht straalt van hem af als een zware donkere mantel. Hij heeft de uitstraling van een agressieve, dominante man. Hij is ontzagwekkend. Dat herinner ik me nog van toen ik hem bij daglicht zag. Ik wilde dat ik me zijn uiterlijk beter kon herinneren, maar mijn geheugen is vaag wat betreft de details.
„Ik heb hem weggegooid toen ik vluchtte. Ik heb er geen meer.“ Ik zak terug in mijn kussens als hij dat laatste kleine stukje dichterbij stapt. Hij staat ineens vlak naast me. Ik probeer hem zo goed mogelijk te zien, wanneer ik word verblind door het felle licht. Hij knipt de lamp boven mijn bed aan. Ik knijp mijn ogen dicht en krimp in elkaar door het felle licht. Mijn hoofd doet hevig pijn. Daarna knipper ik mezelf terug naar de kamer en wen langzaam. Ik doe mijn ogen langzaam open om hem te kunnen bekijken.
„Ik laat er in de ochtend wel een bezorgen. Dan kunt u meteen doorgeven waar uw spullen opgehaald moeten worden. Als u klaar bent om ontslagen te worden uit het ziekenhuis, wordt u naar mijn club gebracht. Dan praten we weer verder. Tot die tijd, juffrouw Walters, raad ik u aan om de tijd te nemen voor uw herstel. Ik verlang namelijk volledige inzet van iedereen met wie ik samenwerk.“ Hij is zo kalm en foutloos.
Mijn ogen zitten aan zijn gezicht vastgekleefd en ik ben bijna sprakeloos. Ik knik bij alles wat hij zegt, want ik ben compleet van mijn stuk gebracht. Ik had hem duidelijk niet goed bekeken toen ik achter in die auto zat met Sophie. Ik bloedde mezelf de vergetelheid in. Anders zou ik me echt wel iemand herinneren die er zo uitziet.
Alexi is prachtig, op een compleet overweldigende en haast verboden manier. Ik moet bijna controleren of mijn tong niet uit mijn mond hangt. Ik wist niet dat gangsters zo onweerstaanbaar konden zijn. Hij doet me denken aan een wilde husky of een roofdier. Zwart verward, duur gestyled haar met een lichte krul erin als hij het zou laten groeien. Dat valt over een gebruinde huid. Zijn ijsgrijze ogen lijken bijna kleurloos. Als een zielloos beest dat op zoek is naar de laatste restjes van zijn prooi.
Hij is hoekig en van een gebeeldhouwde perfectie. Zijn gezicht is gladgeschoren met een zweem van donkere stoppels onder de oppervlakte. Een zwarte tatoeage van een draak kronkelt langs één kant van zijn nek, onder een wit overhemd. Hij draagt een colbert dat strak om zijn gespierde lichaam heen valt. Onder zijn mouw gluren restjes donkere inkt over een van zijn handen. Ik vraag me af hoe ver zijn tatoeages doorlopen. Ik kom in de verleiding om dat lichaam met wat minder kleding te zien.
Alexi is net iets te knap om echt te zijn. Hij draagt dure kleren en een bedwelmende aftershave. Zijn gezicht zou niet misstaan in een Hollywood-maffiafilm. Het accent is licht Italiaans. Ik ving een rare klank op in sommige woorden, maar het is zo minimaal dat het haast niet opvalt. Hij heeft in ieder geval veel tijd in Italië doorgebracht. Anders zou het niet zo'n stempel op hem hebben gedrukt, tenzij hij er is geboren. Hij is niet het plaatje dat ik had verwacht. Ik zou hem begin dertig schatten. Dat is jong voor een maffiabaas.
Hij heeft wel die volwassen, gespierde uitstraling die mannen pas krijgen als ze de dertig naderen. En toch is er nog steeds een jongensachtige charme te zien in dat gezicht. Ik zal er niet om liegen. Ik zou zonder twijfel met hem naar bed gaan en van elke minuut genieten. Ik zou graag een streepje voor hem op het hoofdbord zetten, ook al ben ik al een paar jaar celibatair. Volgens mij heeft hij de directe lijn naar mijn libido gevonden.
„Tot u klaar bent om te werken, neem ik aan. Het zal leuk zijn om te zien hoe u eruitziet onder die zwellingen.“ Hij schenkt me een sarcastische glimlach. Ik slik met moeite. Ik ben nog steeds een beetje beduusd over hoe sexy een mens kan zijn met zo weinig moeite. Dat krijg je met goede genen, een dure smaak en een fantastische kapper. Ik heb nog nooit zo'n enorm „neem me nu“-moment bij een man gehad. Ik vind het verschrikkelijk dat mijn gezicht op een in elkaar geslagen pompoen moet lijken, terwijl ik maar uit één oog kan kijken.
Ik ervaar mijn allereerste 'neuk-me-wezenloos'-moment van mijn leven.
„Oké, bedankt, denk ik.“ Ik heb geen idee waarom dat mijn mond uitkomt. Ik denk dat de medicijnen mijn vermogen om met mannen te flirten in de war schoppen. Of misschien ligt het gewoon aan hem en voel ik me compleet overweldigd.
Mijn lichaam warmt op tot hete temperaturen. Ik kronkel om de tintelingen tussen mijn dijen te kalmeren. Ik heb nog nooit voor iemand gestaan die ik meteen naakt en in me wilde hebben. Het verwart mijn brein.
Krijg je shit op de rit, Camilla! Je bent enorm goed in de kunst van het verleiden en je cool houden.
„Probeer uit de problemen te blijven. Ik heb totaal geen geduld voor vrouwen die me problemen bezorgen — houd dat in gedachten.“ Die uitspraak doet hij met een charmante gezichtsuitdrukking, maar de bedoeling is duidelijk. Het is niet zo verpakt dat ik het niet snap. Hij is beleefd, welgemanierd en precies. Dat zie je aan zijn nette kleding, zijn verzorgde uiterlijk en de voorzichtige, trage manier waarop hij praat. Tegelijkertijd boort hij zijn ogen in de mijne met een strakke blik. Alles is bewust, kalm en ontspannen op een goed gespeelde manier. Deze man weet hoe hij moet krijgen wat hij wil in het leven. Hij weet welk pokerface hij bij wie moet opzetten.
Dat betekent dat hij slim is. Achter dat gezicht, dat je ultieme fantasie of je ergste nachtmerrie kan zijn, schuilt een snel brein en een scherpe blik. Dat voegt nog een laag toe aan een toch al gevreesde speler. Ik begrijp waarom hij bekendstaat als de misdaadbaas van de eeuw in New York. Hij is een geboren manipulator die mensen in een oogwenk doorziet. Hij heeft in een mum van tijd samengevat wat hij denkt dat ik ben.
Alexi Carrero is een roofdier in dure maatkleding en met glimlachen. Toch heeft hij de zwarte ziel van iemand die zonder spijt heeft gemoord. Het aantal doden van zijn familie moet inmiddels enorm zijn, na vier of vijf generaties van stiekeme zaken en achteraf-onderhandelingen. Ze zijn berucht om wie ze zijn, ook al zijn sommigen legaal gegaan en mijden ze de misdaadwereld in het openbaar.
„Ik ben niet van plan problemen te maken.“ Ik haper en het ontbreekt me aan overtuiging, ook al wil ik oprecht niet aan zijn verkeerde kant belanden. Hij veegt al mijn trucjes en zelfvertrouwen van tafel, terwijl ik hier bont en blauw en onherkenbaar gezwollen in bed lig. Wacht maar tot ik mijn hakken, gezicht en geweldige kledingkast terug heb... Dan heb ik een betere basis om met Sexy Alexi om te gaan! Tyler was een pestkop op het schoolplein vergeleken met deze man. Ik weet zonder twijfel dat ik er mijn handen vol aan zal hebben.
Deze man kan evengoed Lucifer zelf zijn. Maar hij heeft zojuist een dame ontmoet die heel bedreven is in het temmen van beesten en niet bang is voor de uitdaging. Een combinatie gemaakt in de hemel of de hel, gok ik. Daar moeten we achter komen. Misschien heb ik wel iets aan hem als ik hem kan africhten.
Het zal interessant zijn om zijn laagjes af te pellen en te ontdekken welke zwakke plekken hij heeft. Ik ben absoluut van plan om elke kleine zwakte tot op de bodem uit te buiten.











































