
In Gevecht met Darius
Twee handen op een buik
PENNY
Een paar weken later is school voorbij en ik kan hem nog steeds niet uit mijn hoofd zetten.
Ik blijf er maar over piekeren. Ik sta er bekend om koppig te zijn en ik ben geen opgever.
Ik ga altijd achter de dingen aan die ik wil en op dat moment besluit ik dat Darius Ivanovic Rykov is wat ik wil.
Genesis steunt me hier volledig in. Meteen na het afstuderen zijn Genesis en de lycans van plan om een tijdje terug te gaan naar Rusland.
Ze nodigen me uit om mee te gaan, met de hint dat een bepaalde prachtige blonde lycan er zal zijn. Nou, dat is genoeg om me te overtuigen. Eigenlijk hoeven ze dat niet eens te zeggen om me te overtuigen.
Ik heb geen plannen na de middelbare school. Ik hoop dat ik mijn partner dan al ontmoet heb en dat we het te druk hebben met baby's maken of zo.
Het mag dan misschien niet het beste plan ooit zijn, maar dat is het levensplan van Penny Ruiz.
Hoe dan ook, dat is waarom ik nu midden in mijn slaapkamer sta, in Banehallow Palace, Rusland.
Ik ben helemaal uitgedost in een paarse jurk zonder bandjes van Sue Wong. Het lijfje is prachtig geborduurd en bedekt met kralen, terwijl de rok helemaal van veren is gemaakt.
Een paar witte Jimmy Choo stiletto's van 10 cm hoog met veren sieren mijn voeten.
De styliste en de dames die mijn haar en make-up hebben gedaan zijn net vertrokken en ik sta hier alleen naar mijn spiegelbeeld te staren.
Olga heeft mijn halflange, donkere haar gedroogd, gekamd, geborsteld en gestijld tot het mijn gezicht omlijstte in een rechte, glanzende waterval tot aan mijn kin.
Daarna deed ze een donkerpaarse Great Gatsby flapper haarband met glanzende kralen over mijn voorhoofd met zachte witte en paarse veren aan de zijkant.
Ze houden een feest voor Constantine en Genesis, en de terugkeer van Caspian, Lazarus en Serena. Er is me verteld dat Darius er ook zal zijn.
Dit zal de eerste keer zijn dat ik Darius weer zie sinds die eerste keer.
Er wordt kort op mijn deur geklopt en Genesis komt binnengestormd nog voor ik kan zeggen dat ze binnen mag komen. Haar heerlijke, vertrouwde geur walmt door de lucht, samen met de lichte, bloemige geur van een duur parfum.
Ze ziet er fantastisch uit in een lange, smaragdgroen en gouden jurk. Prachtige pauwenveren sieren de lengte ervan.
Er zitten nog meer pauwenveren in haar rode haar, dat is opgestoken in een ingewikkeld kapsel met enkele losse lokken die haar perfecte gezicht omlijsten.
Ze wordt op de voet gevolgd door Serena.
Serena ziet er prachtig uit in een lange, rode, vloeiende, zijden jurk zonder bandjes met een split die helemaal tot haar dij gaat, waardoor haar perfect lange, gebruinde been zichtbaar wordt bij elke stap die ze zet.
Het lijfje van haar jurk is bedekt met zachte, rode veren. Haar felrode lippen passen bij haar jurk.
Haar goudblonde haar is opzij gekamd, waardoor één schouder bloot is. Ze heeft veren op slimme wijze in haar haar gevlochten met drie rode veren die dramatisch schuin naar buiten uitsteken.
"Je ziet er adembenemend uit!" roept Genesis uit terwijl ze mijn hand in de hare neemt en me ronddraait.
"Kijk eens wie het zegt." Ik lach. "Jullie zien er absoluut prachtig uit! Ik voel me net een paarse vogel."
"Een prachtige paarse vogel," beaamt Serena.
Samen lopen we naar buiten om Constantine en Lazarus tegemoet te komen, die op ons wachten in de grote hal net buiten de balzaal.
Wij nemen een andere ingang dan die van alle anderen omdat de linkervleugel van het kasteel alleen gereserveerd is voor kroonprins Caspian, prins Constantine en zijn partner Genesis, Lazarus en Serena.
En voor mij ook... om een of andere reden.
Lazarus heeft alleen oog voor Serena, maar hij gunt me een blik nadat hij zijn partner heeft gecomplimenteerd en haar daarna liefdevol op de wang heeft gekust.
"Je ziet er absoluut prachtig uit, Penny." Hij glimlacht en biedt me een van zijn armen aan terwijl Serena aan zijn andere arm hangt.
"Ja, je ziet er prachtig uit," beaamt Constantine, terwijl hij lichtjes voor me buigt.
"Dank je." Ik glimlach. "Jullie zien er zelf ook niet slecht uit. Het zou beter kunnen, maar ehh... niet slecht."
"O, stop! Je laat me blozen," zegt Lazarus met een uitgestreken gezicht. We barsten alle drie in lachen uit, terwijl Constantine hoofdschuddend grijnst.
Lazarus en Constantine zien er eigenlijk veel beter uit dan gewoon "niet slecht." Ze zien er eigenlijk heel spectaculair uit. Een lust voor het oog.
Lazarus draagt een donkerrood herenpak uit de achttiende eeuw met hoge kraag, zo donker dat het zwart lijkt in het schemerlicht van de gang. Eén kant is afgewerkt met gouden knopen.
De open jas onthult een rode zijden vest en een geborduurde witte zijden stropdas. Hij draagt een hoed met een lange, rode veer die schuin aan de voorkant zit.
Constantine draagt een klassieke jas van zwart fluweel, afgezet met groen zijden damast, in de kleur van de jurk van Genesis, met antieke gouden knopen.
De mouwen zijn ook afgezet met groen zijden damast en gouden knopen. De voorkant van zijn overhemd is bedekt met een witte, geborduurde kanten halsdoek.
Zijn zwarte hoed is ook versierd met een pauwenveer die bij de jurk van Genesis past.
Deze mannen kunnen zulke opzichtige outfits dragen en er nog steeds adembenemend mooi uitzien. Niet dat ik dat ga toegeven. "Niet slecht" is alles wat ze van me krijgen.
Meestal heb ik het gevoel dat de mannen me behandelen als een vervelend, maar zeer amusant klein zusje.
Over de mannen gesproken... "Waar is Caspian?"
Genesis leunt om Constantine heen om me aan te kijken en grijnst ondeugend.
"Koningin Sophia heeft hem overgehaald om lady Celeste naar het bal te begeleiden." Ze giechelt. "Ik denk dat hij nog liever een verschrikkelijke sneeuwman zou escorteren... of zelfs jou, Beany Penny."
Ik kreun binnensmonds. Caspian had me die bijnaam gegeven. Ik heb nog steeds geen idee wat Beany betekent. Jeetje, wat haat ik die bijnaam!
"Hij moest me maar geen Beany Penny genoemd hebben," antwoord ik. "Maar goed ook... anders vermoorden we elkaar misschien nog voor het feest vanavond voorbij is."
Genesis' ogen lichten op van ondeugendheid en ze zegt: "O jee! Als het feest te saai wordt, kunnen wij drie beginnen—."
"Daarom plannen we jullie twee uit de buurt van Caspian te houden in het belang van het bal en de veiligheid van iedereen die vanavond aanwezig is," onderbreekt Constantine snel, hoewel hij eerder geamuseerd dan geërgerd klinkt.
"Debbie Downer," mompelt Genesis plagend terwijl we onze rug rechten net voordat twee mannen in uniform de massieve, zware deur naar de balzaal voor ons openen.
"Ik dacht dat ik je chunkey monkey was," mompelt Constantine vanuit zijn mondhoek.
Genesis' antwoord verdwijnt in het niets van zodra de deuren opengaan en het geluid van prachtige live muziek rond ons weergalmt.
Ik voel mijn adem stokken in mijn keel terwijl we verder de zaal inlopen en de trap afgaan.
Ik heb nog nooit in mijn leven zo’n balzaal gezien. Ze is gigantisch groot. Overal hangen fonkelende kristallen kroonluchters aan het hoge plafond.
Er zijn twee trappen aan het einde van de zaal, waarvan wij er één aan het afdalen zijn. Overal om ons heen zijn balkons met gouden leuningen te zien.
Er staan verse bloemen en veren in verschillende kleuren in grote zilveren potten bij de muren. Elke pot wordt verlicht door een gouden gloed.
Onder de draaiing van de trap aan de andere kant is een klein platform waar een orkest gekleed in goud en crème en waanzinnige veren aan het optreden is.
Vlak bij onze trap is een breder en groter platform dat het scheidt van de rest van de zaal.
Op het platform staan verschillende complex stoelen met twee koninklijke tronen in het midden van de opstelling.
Gasten die tot in de puntjes gekleed zijn, stoppen en staren ons aan wanneer we de zaal betreden. Iedereen is op een of andere manier versierd met veren, sommigen wat extravaganter dan anderen.
Het is maar goed dat hun aandacht meer uitgaat naar Genesis en Constantine.
Na hun aankondiging, komen niet lang daarna koning Alexandros en koningin Sophia binnen. Ik heb ze al eerder ontmoet, maar nu ik ze in hun formele kleding zie, kan ik alleen maar vol ontzag naar ze staren.
De mannen en vrouwen buigen, maar zodra ze zijn gaan zitten, zwaait koning Alexandros afwijzend met zijn hand en gaat de feestvreugde verder.
Koningin Sophia ziet er prachtig uit in een jurk van gele en gouden zijde. Ze is een erg mooie dame met blond haar, groene ogen en een charmante glimlach die veel op die van Caspian lijkt.
Koning Alexandros is een voorname, knappe heer met donker haar en donkere ogen. Ik vind dat Constantine veel meer op koning Alexandros lijkt dan Caspian.
Ik voel me als een klein meisje dat verkleedpartijtje speelt op een feest voor volwassenen. Iedereen ziet er zo geraffineerd en onberispelijk mooi uit. Natuurlijk zijn de meesten lycans. Buitenaardse wezens.
Zelfs mijn beste vriendin Genesis is nu een lycan en ze ziet eruit als een van hen. Ze ziet eruit alsof ze hier thuishoort.
Ze is nu rustig aan het praten met koningin Sophia, terwijl Constantines aandacht wordt opgeëist door koning Alexandros.
Ik realiseer me dat we in het gebied zijn voor koninklijke leden, hoogwaardigheidsbekleders en hoge officieren. Ik ben geen van hen, maar niemand lijkt zich daar druk over te maken.
Toch voel ik me ongemakkelijk. Ik probeer stilletjes weg te glippen, maar Serena pakt mijn hand.
Dan grijpt ze vlug een drankje van een van de bedienden in gevederde kostuums die rondfladderen met dienbladen met drankjes en hapjes. Ik wuif de man gewoon weg als hij me een drankje aanbiedt.
"Ik begin te geeuwen zodra ze over politiek, militaire zaken en financiën beginnen," laat Serena weten.
Ik zag dat Lazarus zijn aandacht volledig werd getrokken door een paar oudere heren.
Ik knik alleen maar terwijl mijn ogen ronddwalen op zoek naar een zekere lycan. Ik weet echter dat hij er nog niet is, want ik voel het als hij in de buurt is. Het is vreemd.
"Ik voel me hier een buitenstaander," beken ik stilletjes aan Serena.
"Je ziet er niet uit als een buitenstaander, lieverd. Geloof me. Als iemand het tegendeel zou beweren, krijgen ze met mij te maken," zegt ze speels, maar ik denk dat ze het meent.
"Maar volgens mij is dit gebied hier voor de koninklijke familie en zo," protesteer ik.
"Het is voor de koninklijke leden en hun beste vrienden en vertrouwelingen. Jij bent meer dan dat voor Genesis. Jij bent ook onze vriendin."
"Maak je niet druk, dit is niet echt een formele gelegenheid. Ze houden dit soort bals de hele tijd. Ze hebben maar het kleinste excuus nodig om er een te houden, en nu zijn wij dat." Ze giechelt zachtjes.
"O jee… moet je dat zien," fluistert Serena geamuseerd. Ik draai me om zodat ik kan zien waar ze achter me naar staart. Caspian is net aangekomen met zijn date.
Dat moet dus Lady Celeste zijn. Ze komt nauwelijks tot Caspians schouder. Haar lichtbruine haar is in een ingewikkelde twist gedaan met kristallen en veren.
Haar dieppaarse jurk is bedekt met glimmende kristallen en veren. Heel veel veren. Ze is gekleed om indruk te maken en de aandacht te trekken.
Wie kan het haar kwalijk nemen? Ze loopt aan de arm van de kroonprins.
Caspian is gekleed in een donkerpaars fluwelen jasje met een gedetailleerde dieppaarse zijden halsdoek. Zijn hoge hoed heeft ook veren in het midden.
Hij is een beetje flamboyanter gekleed dan de meeste mannen in deze zaal, maar hij draagt de outfit met zoveel zelfvertrouwen en koninklijkheid dat ik er niets op aan te merken heb.
Toegegeven, ze zien er goed uit samen, maar te oordelen naar de kille, hooghartige blik op zijn gezicht, denk ik niet dat Caspian deze overeenkomst echt leuk vindt.
"Arme Caspian," mompel ik tegen Serena, en ik hoor haar zich verslikken in haar drankje. Ik klink helemaal niet oprecht.
Begrijp me niet verkeerd. Ik haat Caspian niet. Helemaal niet. Om eerlijk te zijn mag ik hem wel.
Niet dat ik dat aan hem ga toegeven.
Caspian is echt een enigma. Ondanks zijn bloedmooie verschijning en verwaande, onaangename, onvolwassen, koninklijke, irritante gedrag, heeft hij een complexe persoonlijkheid.
Hij kan mensen heel goed inschatten. Hij vertrouwt niet snel. De rest van de lycans, of ze het beseffen of niet, volgen zijn voorbeeld. Zodra Caspian iemand accepteert, doen zij dat ook. Net als ik.
Hij kijkt naar mensen die hij niet kent en paradeert met die hooghartige, prinswaardige blik alsof ze kauwgom zijn die onder zijn dure leren schoen vastzit.
Zodra hij besluit dat je het waard bent en geaccepteerd wordt in zijn kleine kringetje waar maar weinigen in mogen, dan weet je het.
Ik weet precies wanneer hij me accepteerde. Dat was toen hij me voor het eerst beledigde. Ik beledigde hem meteen terug omdat... nou ja, omdat ik mezelf ben.
Hij keek me aan met een opgetrokken wenkbrauw. Ik trok ook een wenkbrauw naar hem op. We hieven beiden bijna synchroon onze kin op als teken dat we elkaar begrepen.
Ik zag zijn mondhoeken omhoog gaan in een kleine glimlach, en ik kon het niet laten dat mijn lippen krulden in een antwoordende glimlach.
We hebben een verstandhouding, Caspian en ik. We tonen onze wederzijdse genegenheid en respect voor elkaar door beledigingen uit te wisselen en elkaars leven zo ondraaglijk mogelijk te maken.
Ik heb echter het gevoel dat Lady Celeste zijn vertrouwen en genegenheid niet snel zal winnen.
Plotseling voel ik zijn aanwezigheid. Ik voel Serena's hand de mijne stevig vastgrijpen. Ik hoef me niet lang af te vragen waarom, want mijn ogen vinden Darius Ivanovic Rykov, en hij is niet alleen.
Aan zijn arm hangt een lange blondine. Ze is onberispelijk mooi. Een lycan, net als hij. Zijn outfit lijkt op die van Lazarus, behalve dat zijn jas zwart is. Zijn vest is koningsblauw, dezelfde kleur als de jurk van de vrouw.
Ik kan het niet ontkennen. Hij ziet er heel sexy uit. Zijn hoge hoed is een beetje laag over zijn voorhoofd getrokken, waardoor zijn scherpe, perfecte kaaklijn prominenter lijkt en zijn rode lippen sensueler.
De contouren van zijn lange, glorieuze lichaam kunnen niet volledig worden verhuld door dat mooie pak. Hij is sexy. Hij is een en al man.
Zijn lichtblauwe ogen zijn lichtjes verborgen onder de schaduw van de hoed, maar ik kan de hitte van zijn blik op mij voelen branden, zelfs vanaf de andere kant van de kamer. Mijn hart versnelt als ik hem zie.
Ze zien eruit alsof ze bij elkaar horen. Mijn hart knijpt samen van jaloezie. Maar ik heb het recht niet om jaloers te zijn. Hij is niet van mij.
Toch voel ik me verraden. Ik wil de armen die hem vasthouden van hem afrukken.
"Karla, een van de beste vriendinnen van Lady Celeste," mompelt Serena. Ze geeft een zacht en geruststellend kneepje in mijn arm.
Ik probeer weg te kijken, maar ik kan mijn ogen niet losrukken van het naderende koppel. Zijn ogen zijn meteen op de mijne gericht.
Het ontgaat me niet hoe zijn ijsblauwe ogen mijn lichaam van top tot teen strelen. De blik van verlangen en honger in zijn ogen ontgaat me niet, noch de sissende energie tussen ons.
Continue to the next chapter of In Gevecht met Darius