
De badboy temmen
Auteur
Arri Stone
Lezers
414K
Hoofdstukken
32
De baan bemachtigen
WILLOW
Het probleem met van dag tot dag leven is dat je nooit weet hoe lang iets blijft duren.
Ik werk nu al een paar weken in dit aftandse eetcafé, als je het al zo kunt noemen.
Er gaat altijd wel wat mis, maar vanavond was het echt erg. Een dronken klant greep mijn arm en probeerde me te betasten, dus gaf ik hem een stomp in zijn gezicht. Ik denk dat ik zijn neus heb gebroken. Die vieze, handtastelijke klootzak verdiende het.
De manager trekt me mee naar het smerige kantoor. “Je kunt niet zomaar klanten slaan.”
“Hij probeerde me te betasten.” Eén ding dat ik nooit gedaan heb, is terugkrabbelen.
“Dit is mijn tent, en je doet wat je gezegd wordt of je bent ontslagen.” Hij staart me aan. Zweet druppelt langs zijn slapen naar zijn wangen.
Echt niet!
Ik storm het kantoor uit en pak mijn tas met al mijn spullen erin. Ik pik deze onzin niet. Dan pak ik wat ik denk dat ik verdiend heb uit de kassa voordat ik de nacht in ren.
De manager achtervolgt me. “Kutwijf,” hijgt hij terwijl hij me probeert achterna te rennen.
Ik ren en blijf rennen.
“Dit is wat je me schuldig bent. Vieze dikke klootzak.” Ik schreeuw naar hem.
Zodra ik ver genoeg weg ben dat hij me niet meer kan inhalen, vertraag ik tot een wandeltempo. Ik weet niet hoe ver ik loop, maar wanneer ik luid geschreeuw hoor komen van achter een gesloten hek, stop ik.
Ja, ik ben een nieuwsgierige meid, en het brengt me altijd in de problemen. Maar iets aan deze plek zorgt ervoor dat ik stop. Bovendien moet ik op zoek naar mijn volgende bron van inkomsten. Ik ga niet ver komen met het geld dat ik bij me heb.
Ik luister naar de ruzie en kijk omhoog naar het flikkerende licht boven de achterdeur: Harpers Hotel.
“Je moet verdomme je werk doen. Je zit hier altijd niets te doen, Jess.” Een mannenstem, scherp en geïrriteerd, galmt door de nacht.
“Maar, ik wil gewoon-” Jess’ stem klinkt klagerig en wanhopig.
“Gewoon wat? Nog een shot? Ga je kluisje leegmaken. Ik kan dit niet meer aan. Deze zaak en jouw tafels bedienen zichzelf niet, en het is niet eerlijk tegenover de anderen.” Hij klinkt alsof hij dit gesprek al een miljoen keer heeft gevoerd.
“Alsjeblieft, James, geef me nog één kans. Ik heb deze baan nodig.” Ze is hem praktisch aan het smeken.
“Nee, sorry, dit is de laatste keer. Maak nu dat je hier wegkomt.” James is klaar met haar.
Ze schreeuwt en begint dan te huilen. Het duurt misschien vijf seconden voordat ze hem begint uit te schelden.
Dan slaat een deur dicht, en alles wordt stil.
“Stom wijf... Wat moet ik nu doen?” Ik kijk toe terwijl James met zijn hand over zijn gezicht wrijft. Hij ziet er erg moe uit.
Nou, als dit niet het ideale moment is om mijn aanwezigheid kenbaar te maken, dan weet ik het ook niet meer.
“Hoi, sorry, ik hoorde wat er gebeurde.”
Hij draait zich snel om. Zijn ogen zijn groot. “Wat krijgen we nou? Waar kom jij vandaan?”
Ik haal mijn schouders op. “Ik liep gewoon achterin en hoorde je. Het lijkt erop dat het ofwel jouw geluksavond is ofwel de mijne, want ik ben op zoek naar een baan.” Ik schenk hem mijn breedste glimlach.
Hij ziet eruit als het soort man dat me misschien een kans zou geven - vooral omdat hij net Jess heeft ontslagen.
Hij staart me aan en wrijft over zijn slapen. “Oké, wat heb je allemaal gedaan?”
“Blij dat je het vraagt. Ik werkte bij een zaak genaamd Denny’s. Misschien heb je ervan gehoord? Hoe dan ook, er was een vieze vent die me steeds probeerde te betasten. Vanavond ging hij te ver, dus gaf ik hem een stomp op zijn neus en rende weg.”
James kreunt. “Dat is niet wat ik bedoelde!” Hij zucht en kijkt me dan weer aan.
“O. Juist. Ik heb al vaak als serveerster gewerkt, en ik kan mijn plan trekken.” Ik ga hem echt niet vertellen dat dit mijn derde baan deze maand zou zijn.
“Je kunt deze klanten niet zomaar slaan, hoor.” James’ ogen worden groot. “Harpers Hotel is geen smerig eetcafé.”
“Nou, zolang niemand probeert zijn handen onder mijn rok te steken, komt het wel goed.” Ik glimlach breed en knipoog naar hem.
Hij schudt zijn hoofd, maar ik zie een glimp van een glimlach. “Ik zal je een kans geven, maar alleen omdat het vrijdagavond is en ik echt wanhopig ben. Zodra je iemand boos maakt, vlieg je eruit.” Hij wijst naar me met een serieus gezicht.
“Ja, oké. Ik ben Willow, trouwens.” Ik steek mijn hand uit.
“James.” Hij schudt hem. “Ik kan je maar beter in het systeem steken. We regelen de details morgen wel.”
“Prima, laat me maar zien waar je me wilt.” Ik grijns, voel me lichtjes hoopvol.
Terwijl hij zich omdraait, zie ik een blos op zijn gezicht.
“Volg me, dan geef ik je een kluisje.”
We gaan langs de achterdeur naar binnen en banen ons een weg door de drukke keuken. Overal zijn koks van hier naar daar aan het lopen.
Slechts één van hen kijkt op terwijl ik langsloop. Hij heeft doordringende blauwe ogen en ziet er iets ouder uit dan ik - lang, met een sterk gebouwd lichaam.
“Dat is Ricky. Hij probeert alle vrouwen te versieren, dus pas op.” James rolt met zijn ogen.
“Oké, bedankt. Ik breek zijn vingers wel als hij iets bij me probeert.”
“Jeetje, zulke dingen kun je niet zomaar zeggen.” James staart me aan met grote ogen.
Ik haal mijn schouders op. “Nou, hij zal niets proberen als hij weet wat ik met hem zal doen.”
James schudt zijn hoofd, maar ik zie zijn lippen lichtjes opkrullen. “Nee, eigenlijk zal dat hem alleen maar meer aanmoedigen om je in bed te krijgen.” Hij lacht, en het is het soort lach dat me ook zin doet krijgen om te lachen.
Ik grijns. “Nou, dan snijd ik gewoon zijn lul eraf.” Ik kan niet anders dan lachen om mijn eigen gekheid.
James barst in lachen uit. “Ik denk dat ik het leuk ga vinden met jou hier. Maar je gaat het me niet makkelijk maken, hè?”
“Het zit in mijn aard.” Ik knipoog naar hem, en hij schudt gewoon zijn hoofd.
“Oké, hier zijn we. Je kunt je tas in dat kluisje stoppen. Wat je nu aan hebt is prima voor het werk. Hier is een schort.” Hij geeft hem aan me, en ik bind hem om mijn middel.
“Als je fooien krijgt, zijn ze van jou. Maar als een klant vertrekt zonder te betalen, gaat het van jouw loon af, dus let op.”
“Begrepen.”
“We werken in secties. Er zijn er vier, en jij neemt Jess’ gebied over.”
“Oké. Hoeveel tafels per sectie?”
“Zes. Ze kunnen variëren van twee tot tien personen, afhankelijk van de avond.” Hij trekt één wenkbrauw op, alsof hij me test.
Ik knik. “Dat kan ik aan.”
“Goed.” Hij typt wat op de computer en kijkt me aan voor mijn gegevens. “Hier is je tablet. Het is allemaal elektronisch, dus zodra je de bestellingen invoert, krijgt de keuken ze meteen.”
“Dat is cool.”
“Ja, dus breek hem verdomme niet.” Hij geeft me een blik die half serieus, half smekend is.
Ik grijns. “Ik zal proberen niemand ermee op zijn hoofd te slaan.” Ik knipoog weer, en James kreunt, waarna hij zijn hoofd in zijn handen laat vallen.
“Zeg me alsjeblieft dat je een grapje maakt?”
“Wat, ik maak nooit grapjes.” Ik lach, en James kan niet anders dan met me meelachen.
“Oké, ik zal je sectie laten zien. Het is maar dat je het weet - maak de andere serveersters niet boos. Ik kan niet de hele tijd op je passen.”
“Ik zal het proberen. Als zij aardig tegen mij zijn, ben ik aardig tegen hen.” En ik meen het.
“O, en blijf uit de buurt van de zoon van de baas.” Hij wijst naar me met een serieus gezicht.
“Wie is dat?”
James rolt met zijn ogen. “Een regelrechte klootzak. Denkt dat hij een of andere stoere hunk, maar eigenlijk is hij gewoon een luie klootzak die boven woont. Hij doet alsof hij het hier voor het zeggen heeft. Komt elke avond naar beneden voor het eten, meestal alleen, soms met telkens een ander meisje.”
“Moet hij betalen?”
“Hij is de enige die niet hoeft te betalen. Maar maak je geen zorgen om hem. Hij zit altijd in Laura’s sectie.” James knikt naar haar.
“Oké, prima.”
James legt me de basiszaken uit. Hij werkt vooraan, dus als ik iets nodig heb, kan ik hem daar vinden. We gebruiken tablets voor bestellingen, en alles wordt automatisch doorgegeven.
James regelt de eindafrekening aan het einde van de avond.
Eerlijk gezegd is dit zoveel makkelijker dan alles wat ik eerder heb gedaan.
“De tablet. Zorg er goed voor. Hij is groot genoeg om in je opening te passen,” zegt hij, en ik begin hard te lachen.
James’ gezicht wordt rood. “O mijn God, ik bedoelde de opening in je schort. Er is een zak voor.”
Ik lach nog steeds. “Dus, mijn sectie - hoeveel reservaties zijn er tot nu toe?”
“Je hebt een stel dat om zeven uur komt, dan een groep van vier om half acht, en dan ben je vrij tot negen uur wanneer je een tafel van zes krijgt.”
“Ik zorgde er altijd voor dat er genoeg tijd was tussen de tafels toen Jess hier nog werkte, anders verpestte ze het altijd.”
“Oké, dus ik blijf gewoon bij jou tot mijn eerste tafel komt?” Dit is nu al leuker dan elke andere baan die ik heb gehad.
“Kijk naar de anderen en zie hoe ze het doen. Dat is mijn advies.” James rolt met zijn ogen.
“Laura is hier het langst. Daarom krijgt zij Finns tafel wanneer hij komt.”
“Finn? Wie is dat?”
“O, de zoon van de baas - Finn. Je zult het wel weten als je hem ziet.” Hij rolt dramatisch met zijn ogen.
“Oké.”
Ik kijk hoe de anderen werken. Het is eerlijk gezegd vrij simpel. Neem de bestelling op, haal de drankjes, serveer het eten, houd iedereen tevreden, en hoop op een mooie fooi op het einde van de avond.
Ik sta met James te kletsen wanneer twee oudere mannen naar ons toe lopen.
“Oké niets zeggen.” James werpt me een blik toe.
“Wat?”
“Goedenavond, meneer Harper. Ik had niet verwacht u hier vanavond te zien.” James gaat zo snel rechtop staan, dat ik bijna moet lachen.
Hij geeft me die blik - zeg alsjeblieft niets, Willow.
“Tafel voor twee. Nee, wacht - maak er drie van. Finn eet mee met ons.”
“Ja, meneer.”
Meneer Harper trekt één wenkbrauw op naar James. “Nou? Waar wacht je op?”
Oké, dus dit is de baas. En het lijkt erop dat ik zijn zoon ga ontmoeten. Geweldig.
“Ik ben gewoon even de secties aan het checken,” zegt James, maar hij klinkt nerveus.
“Mijn gebied is niet druk, James.” Ik schenk hem mijn breedste glimlach.
Ik hoor James binnensmonds mopperen - houd je mond, Willow. Ik blijf gewoon glimlachen naar meneer Harper en de andere man bij hem.
Meneer Harper knikt. “Doe wat ze zegt. Als haar gebied vrij is, verwacht ik vandaag een tafel, James.”
“Ja, meneer. Sorry. Willow, wil je meneer Harper alsjeblieft naar tafel vijf brengen?”
“Tuurlijk. Volg me, meneer.” Ik leg extra nadruk op het woord, gewoon omdat ik het kan.
Ik neurie terwijl ik ze naar hun tafel leid. Ik voel me veel te zelfingenomen - vooral wanneer Laura me een boze blik toewerpt van de andere kant van de zaal.
Ik laat ze plaatsnemen en neem de bestelling voor hun drankjes op. Terwijl ik hun drankjes van de bar haal, balanceer ik het dienblad en loop terug naar de tafel.
Net op dat moment rent iemand recht tegen me aan, en plotseling liggen drankjes overal.
“Klootzak, kijk toch uit waar je loopt!” snauw ik, terwijl ik boos naar de man kijk.
Hij draait zich om en knijpt zijn ogen tot spleetjes. “Wie noem je een klootzak, trut?” En dan besef ik het - dit is Finn, de zoon van de baas. Natuurlijk.
“Jou, natuurlijk, klootzak.” Ik deins niet terug.
Hij zwaait met zijn handen. Bier druipt van zijn shirt. “Jij bent degene die drankjes over me heen gooide!”
“Ja, en jij bent degene die tegen me aan rende.” Ik ga niet de schuld op mij nemen hiervoor.
“Rot op.” Hij gromt en stormt weg.
“Klootzak,” mompel ik binnensmonds.
Nu mag ik de rest van mijn dienst doorbrengen met bier over mijn shirt. Perfect.
Ik haal nieuwe drankjes en loop terug naar de tafel.
“Dit meen je niet,” zegt Finn. Hij staart me aan alsof ik het probleem ben.
“Zoon, let op je taalgebruik,” snauwt meneer Harper, die hem een blik toewerpt.
“Niet wanneer die trut tegen me aan rende.”
Ik werp Finn een dodelijke blik toe. Mijn wangen worden rood. “Pardon, maar jij bent degene die niet uitkeek waar je liep.”
Hij schudt zijn hoofd. “God, je hebt een grote mond.”
Ik kan het niet laten. “Ja, en ik kan je laten zien wat ik met deze mond kan doen, maatje.” De woorden ontglippen me voordat ik ze kan tegenhouden. Ik sla beschaamd een hand over mijn mond.
Een trage grijns verspreidt zich over Finns gezicht, en de manier waarop hij naar me kijkt - O God, wat heb ik net gedaan?









































