
De Bennett-broers
Auteur
Lezers
394K
Hoofdstukken
17
Hoofdstuk 1
Toevallige ontmoetingen
ROSEMARY
De dagen van Rosemary Dalton in de Winters Gallery smelten samen — de elite van Manhattan heeft geen tijd om echt naar kunst te kijken, dus brengt ze haar dagen letterlijk door met staren naar drogende verf. Tot deze vrijdag, wanneer Alexander Bennett haar winkel binnenstapt en haar wereld compleet op zijn kop zet.
Met een zucht kijkt Rose om zich heen in de lege kunstgalerie. Niet dat er geen kunst is, nee. De plek hangt tjokvol met schilderijen; er zijn alleen geen klanten. In ieder geval geen mensen die zomaar binnenlopen.
De Winters Gallery aan Sixth Street heeft meer dan genoeg klanten, maar ze zijn van een hogere sociaaleconomische klasse. Ze hebben wel betere dingen te doen dan zelf kiezen welk veel te dure pigment de muren van hun peperdure huizen zal versieren, dus doet Rose het voor hen.
Als kunsthandelaar met dit soort cliënteel is ze veel mensen tegengekomen die kunst kopen om de naam van de kunstenaar in plaats van de kunst zelf. Ze zou een drol op een doek kunnen kwakken, beweren dat het een van Gogh is, en elke elitaire New Yorker ervan kunnen overtuigen er tienduizenden dollars voor neer te tellen.
Rose heeft altijd van kunst gehouden; ze maakt soms zelf kunst, maar alleen voor zichzelf. Misschien zal haar kunst op een dag de muren van haar eigen familiehuis versieren.
Een afgestudeerde aan NYU in kunstgeschiedenis en bedrijfskunde die niets liever wil dan het leven van haar ouders leiden — dat is Rose.
Maria en Anthony Dalton zijn hét perfecte koppel. Ze waren al elkaars jeugdliefde op de middelbare school, trouwden jong, kregen kinderen en openden een succesvolle bakkerij in Brooklyn. Ze brengen elk moment van de dag samen door, en Rose heeft ze nog nooit horen ruziën.
Ze hebben iets zeldzaams en speciaals, en Rose is er vrijwel zeker van dat ze datzelfde heeft gevonden bij haar nieuwe vlam van twee maanden, Eric Holmes.
Hoewel ze nog niet lang samen zijn, overlaadt hij haar sinds dag één al met liefde, aandacht en cadeautjes, en Rose is als een blok voor hem gevallen.
Ze leunt tegen de marmeren toonbank en komt in de verleiding om haar telefoon te pakken, maar ze weet dat als ze dat doet, de Gremlin tevoorschijn zal komen — dat zou weer typisch haar geluk zijn.
Elizabeth Winters, alias de Gremlin, de verbitterde, pareldragende snob die de galerie bezit, is net zo kil als haar naam doet vermoeden. En ondanks Rose's dankbaarheid dat ze na haar studie meteen een baan op zo'n prestigieuze plek heeft gekregen, blijft mevrouw Winters een nachtmerrie van een vrouw.
Rose zucht opnieuw, terwijl ze haar 2B-potlood tegen de tafel tikt en toekijkt hoe het op het hout stuitert.
„Stoor ik?“ vraagt een diepe stem.
Geschrokken kijkt Rose op en snakt naar adem als ze ziet wie er staat.
Een goedgeklede man met een bekend gezicht stapt de galerie binnen. Zijn bruine haar is vakkundig geknipt en de strakke pasvorm van zijn pak laat weinig aan de verbeelding over, waardoor zijn gespierde schouders goed uitkomen.
Hij is het! Hij is degene!
De vlinders dansen in haar buik terwijl haar gedachten flitsen naar de keren dat zij en haar mysterieuze man elkaar de afgelopen twaalf jaar hebben gekruist. Maar op het tweede gezicht lijkt deze vreemdeling niet helemaal op hem.
Rose bestudeert zijn gelaatstrekken terwijl hij door de galerie wandelt en haar volkomen negeert, wat haar definitief vertelt dat hij — ondanks de griezelige gelijkenis — niet haar man is. Ze zucht, schudt haar hoofd en kan de teleurstelling die in haar opwelt niet stoppen.
De manier waarop hij zich gedraagt terwijl hij de ruimte rondkijkt straalt een zekere arrogantie uit, iets wat Rose de hele tijd ziet bij haar cliënteel. „Dit is de reden waarom uw galerie zo wordt aanbevolen,“ zegt de man.
Ze weet niet of dat een vraag of een bewering is, of hij haar afwimpelt of oprecht onder de indruk is. Maar wanneer hij zijn neus ophaalt voor sommige schilderijen, begrijpt ze het. Ze kan een glimlach niet onderdrukken als ze merkt dat de man een vergelijkbare smaak heeft als zij.
Nadat ze de kreukels uit haar marineblauwe kokerrok heeft gestreken, loopt ze om de toonbank heen en zegt: „Als deze niet naar uw smaak zijn, kunnen we u helpen zoeken naar wat u zoekt. Of we kunnen kunstwerken op bestelling aanbieden.“
Hij neuriet zachtjes, geeft geen definitief antwoord — en negeert haar nog steeds.
Rose betrapt zichzelf erop dat ze hem weer bestudeert. Hij lijkt bijna precies op haar mysterieuze man: dezelfde haarkleur, volle lippen, hoge neus, gebeitelde kaaklijn, botstructuur van het gezicht, lichaamsbouw, en—
Gesnotter bij de deuropening haalt Rose uit haar gedachten. Ze draait zich om naar de figuur die daar staat en ziet dat het een vrouw is die ze wel degelijk kent.
„Benny? Hoi,“ zegt Rose, terwijl ze op haar afstapt.
Bernadette Carroll, een trouwe vaste klant in de bakkerij van haar ouders, heeft een uitgeputte blik in haar ogen als ze oogcontact maakt met Rose's uitgestoken hand. „Oh!“ zegt ze, terwijl ze stuntelt met de twee telefoons, het notitieboekje en de pen in haar handen. „Rose, hoe gaat het met je?“
Rose giechelt als ze elkaar onhandig de hand schudden. „Goed hoor. Kan ik... je ergens mee helpen?“
Er ontsnappen losse plukjes haar uit de knot van Benny, die eerder praktisch dan stijlvol aandoet. „Nee. Ik geloof dat hij gewoon wat aan het rondkijken is,“ zegt Benny met een klein glimlachje, voordat ze haar aandacht weer op een van de telefoons richt.
„Dus dat is jouw beruchte baas?“ vraagt Rose. „Hij lijkt me veel intenser dan je had beschreven.“
„Dat is meneer Alexander Bennett voor je,“ antwoordt Benny met een knikje.
Bennett.
Waarom komt die naam me zo bekend voor?
Bennett.
Bennett.
„Deze,“ beveelt hij met een luide grom, waardoor zijn stem Rose's aandacht naar achteren trekt.
Ze schrikt op, draait zich om en raakt in paniek als ze een schaduw ziet bewegen in de achterkamer. „Oh, het spijt me heel erg, meneer, maar die kamer is alleen voor het personeel,“ zegt ze, terwijl ze zich met haar meest beleefde glimlach naar hem toe haast.
„Ik wil deze hebben,“ zegt hij op een toon die geen ruimte voor tegenspraak laat.
Rose's hart klopt in haar keel, en ze wordt vervuld met zowel trots als angst. Hij wijst naar haar eigen schilderijen, degene die ze daar vanmorgen had neergezet zodat ze ze na het werk mee kon nemen naar het appartement van Eric.
„Ehm... die zijn niet te koop.“ Rose stapt op hem af en balt haar vuisten om te voorkomen dat ze in haar handen gaat wringen.
„Onzin. Alles is te koop.“ Meneer Bennett wuift haar woorden weg. „Ik neem deze vijf.“ Hij draait zich om en kijkt haar aan. „En nog eens vijfentwintig voor het einde van de maand.“
Rose is met stomheid geslagen en helemaal overrompeld. Vindt hij mijn werk zo mooi?
Schijnbaar neemt hij haar stilte op als instemming; hij verlaat de kleine ruimte en loopt terug naar de voordeur. Hij steekt een hand op in een soort groet en zegt: „Zeg maar tegen de kunstenaar dat hij aan het werk moet. Carroll hier zal de details verder regelen.“
En dan, als een wervelwind die gaat liggen nadat de rust ruw is verstoord, is Alexander Bennett verdwenen.
Wat is hier in hemelsnaam zojuist gebeurd?









































