
De Geur van de Alpha
Auteur
Rose Jessie James
Lezers
6,5M
Hoofdstukken
30
Het Lot Bereidt Zich Voor
Kyril
De lycan voelde dat hij de controle begon te verliezen.
„Sneller!“ riep hij naar de koetsier terwijl zijn koets razendsnel op het kasteel afreed.
Het was al laat op de dag. Hij voelde dat de verandering eraan kwam.
Het was een bekend gevoel. Een onrustige soort waakzaamheid, een jeuk onder zijn huid… Hij voelde dit al vele manen.
Een onbeheersbaar beest. Een opgekropte woede die in hem brandde.
Een monster dat ernaar verlangde om los te breken.
„We zijn het landgoed van de koning binnengereden, Alfa Kyril,“ zei de ondergeschikte aan zijn rechterkant bevend.
Kyril drukte zijn handpalmen op zijn dijen. Zijn spieren spanden zich onder zijn broek. Hij probeerde te ademen. Het kwam sneller dan normaal. Met meer hitte en kracht.
Dit was een fout.
Ik had niet moeten komen.
Het gevaar voor het koninkrijk is te groot!
Het wiel van de koets raakte een steen op de weg. Een harde schokgolf trok door zijn botten.
Als alfa en leider van een van de grootste roedels in het hele Lycantropenkoninkrijk, was het Kyrils heilige plicht om de Jaarlijkse Bijeenkomst van de Koning bij te wonen. Maar met elk jaar werd hij onstabieler.
En dit jaar was hij bang dat hij de controle zou verliezen.
Want Kyril was een lycan die nog steeds geen mate had gevonden.
In tegenstelling tot andere weerwolven, werden lycans die geen mate kregen van de maangodin steeds onhandelbaarder. Uiteindelijk verloren ze al hun menselijkheid... en werden ze verwilderd.
Kyril was voor het eerst getransformeerd toen hij vijftien was, zeventien jaar geleden.
Sterkere lycans waren in minder tijd gek geworden. Op de een of andere manier hield Kyril vol... maar net.
„Hoe lang nog?“ gromde hij naar zijn mannen.
„Niet lang meer, heer!“
Kyril merkte de zenuwachtige trekjes van zijn kameraden op. Hij zag hun onrustige oogbewegingen.
Slim, dacht hij. Ze weten dat ze bang moeten zijn.
Hij keek naar de horizon, waar de zon laag aan de hemel stond. Kyril knarste met zijn tanden en probeerde vol te houden.
Als ze op tijd bij het kasteel konden zijn, was er een kans dat hij opgesloten kon worden voordat hij transformeerde.
Zo niet, dan was het hele koninkrijk in groot gevaar.
Hij moest volhouden. Hij moest kalm blijven totdat zijn mannen hem konden vastketenen.
De lycan in hem zou niet lang meer wachten.
En hij had al zo lang gewacht…
Mate... Kyril balde zijn vuisten en keek naar de hemel. Ben je daar ergens?
Lilac
Mate...
Lilac...
Lilac...
Langzaam opende ze haar ogen. Ze voelde de warmte van de middagzon door het raam naar binnen schijnen.
„Lilac... word wakker.“
Ze rolde zich om en zag haar moeder, Mila, op de rand van haar bed zitten.
„Lilac, lieverd,“ zei haar moeder. „Was je aan het dromen?“
„Ja...“ Ze veegde een zweetdruppel van haar voorhoofd. Waar had ze over gedroomd? Ze herinnerde zich alleen een figuur in de schaduw. Hij zat in de val. Ze had het gevoel dat ze... dat ze elkaar kenden.
„Oh...“ Lilac ging rechtop in bed zitten. Een dun gebedenboek viel van haar schoot op de grond.
„Wat is dit?“ vroeg Mila, terwijl ze het boek oppakte.
„Ik was de lofzangen aan het oefenen en ben waarschijnlijk in slaap gevallen.“
„Gek kind.“
Mila glimlachte naar haar dochter. Het was de mooiste glimlach ter wereld, vond Lilac.
Ze wreef over Lilacs schouder.
„Het is tijd om op te staan,“ zei haar moeder. „Je moet je klaarmaken.“
„Klaarmaken waarvoor?“ geeuwde Lilac.
„Voor de Jaarlijkse Bijeenkomst van de Koning, weet je nog?“ Mila schudde vol liefde en bewondering haar hoofd. „Gekkie, dat kun je niet vergeten zijn. De raad van lycantropen maakt hun nieuwste lid bekend. Je vader is genomineerd.“
Lilacs vader, Legion, was de Alfa van hun roedel. Lilac wist dat deze dag eraan kwam. Ze had er enorm tegenop gezien.
„Is dat vandaag al?“
Haar kaak begon te trillen.
Lilac leunde achterover op haar kussen en zuchtte. De Jaarlijkse Bijeenkomst van de Koning was wel het laatste evenement waar een verlegen meisje als Lilac naartoe wilde.
„Hup, uit bed,“ zei Mila. Ze klopte zachtjes op Lilacs knie.
Lilac kreunde. Ze wist dat ze geen keuze had.
Zij en haar tweelingbroer Ales waren net achttien geworden. Dat betekende dat ze nu volwassen waren. Ze mochten voor het eerst naar de Lycantropen Bijeenkomst.
De weerwolvenkoning zelf had haar en haar broer uitgenodigd.
Niet gaan zou een onvergeeflijke fout zijn. Lilac wilde het liefst voor altijd in haar kamer blijven. Maar ze zou nooit iets doen om haar familie te schande te maken in het koninkrijk.
Langzaam stond Lilac op terwijl Mila naar de kledingkast liep.
„Waar beginnen we?“ vroeg Mila aan niemand in het bijzonder. „Make-up? Etiquette? We moeten natuurlijk een jurk uitkiezen. Dit is allemaal zo spannend!“
Omdat Lilac zelden uitging, wist ze hoe belangrijk dit moment voor haar moeder was.
„Allereerst,“ zei ze tegen Lilac, „ga jij je opfrissen. Snel!“
„Oké, oké, ik ga al.“ Lilacs schouders hingen naar voren.
Ze begreep nooit waar al die drukte over het klaarmaken voor diende. Het was niet alsof ze iemands aandacht probeerde te trekken.
Het idee om een mate aan te trekken had haar nooit echt aangesproken.
Het laatste wat ik wil is dat iemand me opmerkt!
Kyril
„Ze zullen niet eens weten dat ik hier ben,“ mompelde Kyril in zichzelf. Hij kon een gevoel van schaamte niet onderdrukken terwijl hij naar de vervallen ruïnes van een oude kapel keek.
Na hun aankomst bij het kasteel hadden de mannen van de alfa de koning verteld over Kyrils behoefte aan een schuilplaats. De koning was op de hoogte van Kyrils problemen en had zich voorbereid.
De mannen van de koning hadden de lycan en zijn roedelleden hierheen begeleid. Het was een oude, verlaten kerk aan het uiterste einde van zijn landgoed.
Zo ver mogelijk weg van de bijeenkomst.
Kyrils lichaam begon te trillen. Zijn spieren spanden zich aan en ontspanden zich weer in plotselinge golven.
„Godin zij dank.“
Het speeksel verzamelde zich in zijn kaken. Een grom borrelde in zijn maag.
Zijn mannen kreunden terwijl ze zware kisten uit de koets tilden.
Kyril volgde hen naar binnen.
Het laatste zonlicht van de dag scheen door de open ramen van de verlaten kapel. De lycan kneep zijn ogen dicht in de zachte gloed terwijl hij op zijn tanden beet.
Zijn mannen openden de kisten en begonnen de dreigende inhoud uit te pakken.
Ze haalden zware, roestige kettingen tevoorschijn. Kettingen die Kyril maar al te goed kende. Ze bonden ze vast om grote stenen en verankerden ze aan de vloer.
Kyril liep naar het midden van de ruimte. Zijn mannen begonnen aan de taak om hem vast te binden. Hij keek nog één keer rond met zijn menselijke ogen terwijl hij het verpletterende gewicht van de kettingen op zijn schouders voelde.
Hoewel de muren nog stonden, was het dak allang verdwenen. Het was ingestort. Er lagen stapels stenen op de plekken waar vroeger zuilen stonden.
Wat ooit een vredige gebedsruimte was, lag nu in puin.
De marmeren vloer was gebarsten en overwoekerd. Er groeide gras door de scheuren. Klimopplanten hingen langs de muren en rond de plek waar de lycan stond.
Ze werkten snel, met neergeslagen ogen, om hun alfa gevangen te zetten.
Ze wikkelden hun kettingen stevig om de lycan en de resten van een altaar.
De koude metalen schakels werden om de gespierde borstkas van de lycan gewikkeld. Ze klemden zich strak om zijn stevige armen en benen.
Zal het genoeg zijn?
Zullen deze kettingen sterk genoeg zijn om me tegen te houden?
Lilac
„Vind je het mooi?“ vroeg Mila, terwijl ze aan de veters van Lilacs korset trok. Lilac kreunde van de pijn. Ze keek naar de lichtpaarse jurk die haar moeder had klaargelegd.
„Alleen omdat… auw!“ Mila trok het lijfje strakker. „Alleen omdat het mijn naam is, betekent dat nog niet – auw! – dat ik die kleur hoef te dragen, hoor.“
„Ik weet het, maar je ziet er zo prachtig uit in deze kleur,“ zei Mila. Ze kneep zachtjes in Lilacs wang. „Ga nu zitten, dan kan ik aan je haar beginnen.“
Haar moeder bracht Lilacs gitzwarte haar in model met losse golven die over haar rug vielen. Ze stak vers geplukte edelweissbloemen in een ingewikkelde vlecht. Zo maakte ze een fijne bloemenkroon.
„Je ziet er schitterend uit,“ zei haar moeder. „Nu alleen nog wat lichte make-up.“
Toen ze klaar waren, stapte Lilac in de jurk. Haar moeder hielp om de achterkant dicht te doen. Ze draaide zich om en keek in de spiegel. Ze bewonderde hoe mooi de jurk om haar lichaam paste.
Ze leek helemaal niet meer op het stille meisje dat psalmen bestudeerde en op zichzelf was. Nee, Lilac zag er… volwassen uit.
Die aanblik alleen al was genoeg om haar kippenvel te geven.
Het is te veel, of niet?
„Nu de schoenen nog,“ zei haar moeder. Er bengelde een paar hakken aan haar vingers.
Lilac trok een pijnlijk gezicht. Ze gleed met haar voeten in de pumps en volgde haar moeder naar beneden. Ze hield de hele weg de trapleuning stevig vast.
Legion stond stokstijf stil toen hij haar zag.
„Mila,“ zei hij, „ze ziet er prachtig uit!“
„Zo mooi dat ze misschien wel haar mate vindt,“ plaagde Mila. Lilac begon te blozen.
„De dag dat ze haar mate vindt,“ pruttelde Legion. „Dan stuur ik haar naar een klooster!“
Mila klikte met haar tong en schudde haar hoofd. „Je kunt de wetten van het wolvenrijk niet breken, Legion. Uiteindelijk zal ze haar mate vinden.“
Lilac verbleekte. Dat was wel het laatste wat ze wilde in de wereld: een mate.
Ze had nog nooit een goede mannelijke vriend of een vriendje gehad. Zelfs geen kleine romance. Ze vond het juist wel best zo.
Ze herinnerde zich de enige jongen die haar het hof had durven maken. Hunter Blackwood, een Alfa van een naburige roedel. Hij was bevriend met Ales. Ze vond het altijd vreemd hoe hij haar overal volgde en steeds aanbood om te helpen.
Pas toen Hunter haar probeerde te kussen, had haar vader hem het huis uitgegooid.
Tot op de dag van vandaag was het Hunter verboden om haar te zien.
Ze vond het allemaal enorm overweldigend. Ten eerste beantwoordde ze zijn gevoelens gewoon niet. Ten tweede vulde de gedachte dat ze hem dit ooit moest vertellen, haar kleine hart met pure angst.
Haar vader zei dat Hunter gewoon een hitsige hond was die een hapje wilde. En Lilac had totaal geen ervaring met honden in welke vorm dan ook…
Kyril
Er ontsnapte een grom aan zijn lippen toen de alfa zijn mannen beval om op te schieten.
Hij was nog niet volledig getransformeerd, maar was al aardig op weg.
Woede borrelde in hem op.
Het vertroebelde zijn zicht…
Het versnelde zijn hartslag…
De tijd raakte op.
„Snel!“ bracht hij grommend uit.
Zijn mannen haastten zich om hun leider vast te binden, terwijl de zon begon onder te gaan.
Er was geen tijd meer over.
Het komt eraan!
„Ga weg! LAAT ME ALLEEN!“
Zonder aarzelen verliet de roedel van de alfa de kapel. Ze lieten hun leider achter om de strijd met zijn beest alleen aan te gaan.
Plotseling werd de lycan overmand door pure woede…
Chaos en razernij brandden in zijn geest…
Hij voelde de woede vanbinnen… het wilde monster… dat naar de oppervlakte kwam…
Terwijl zijn spieren pijn deden en opzwollen…
Zijn hoofd tolde van de gewelddadige beelden…
Bloed!
Verwoesting!
CHAOS!
Zijn hoektanden groeiden en zijn kaken klapten dicht…
Hij trok aan de kettingen om zeker te weten dat hij vastzat…
Terwijl de transformatie hem volledig overnam…
Keek hij naar de opkomende maan en huilde…
Lilac
„Is dat mijn zus?“
Lilac draaide zich om en zag Ales in de deuropening staan. Hij droeg een smoking en zijn zwarte haar was naar achteren gekamd. Hij zag er in alle opzichten uit als een alfa in de dop.
„Je ziet er goed uit, zus,“ zei hij.
„Jij ziet er ook heel knap uit, Ales.“
„Zijn we dan allemaal klaar?“
Lilac keek rond, op zoek naar haar handtasje.
„Ik ben mijn tasje in mijn kamer vergeten. Ik ben zo terug!“
Ze liep snel haar slaapkamer in. Ze pakte haar tasje van de kaptafel. Ze wilde zich net omdraaien om weg te gaan, toen ze een koude bries op haar huid voelde.
Ik heb het raam toch niet open laten staan?
Toen ze het raam wilde sluiten, zag ze een opgevouwen stukje papier op de vensterbank liggen. Er lag een hartvormige steen op om het op zijn plek te houden.
„Hunter?“ zei ze, terwijl ze het briefje oppakte.
Lieve Lilac, meisje zo fijn,
Mijn arme hart krimpt ineen van de pijn.
Te lang heb ik gewacht en verlangd in het geheim,
Maar vannacht zweer ik dat we eindelijk samen zullen zijn…
Haar ogen werden groot en ze liet het gedicht op de grond vallen. Ze herkende het handschrift. Ze wist zeker dat Hunter het briefje had achtergelaten.
Dit alleen al was genoeg om haar te laten rillen van angst. Hunter was van plan om haar het hof te maken tijdens de bijeenkomst.
Het enige wat ze nog enger vond dan zijn genegenheid, was de gedachte aan wat er zou gebeuren als ze hem moest afwijzen. Ze wilde absoluut geen scène schoppen.
„Wat duurt daar zo lang?“ riep haar vader ongeduldig.
Lilac haastte zich naar beneden, naar haar wachtende familie. „Mama, ik denk dat ik me ziek voel. Mag ik thuisblijven?“
„Leuk geprobeerd,“ zei Mila, terwijl ze Lilac de deur uit duwde. „Het zal niet zo erg zijn als je denkt.“
Lilac bad dat haar moeder gelijk had. Maar Hunters gedicht leek het tegenovergestelde te suggereren.
Vannacht zweer ik dat we eindelijk samen zullen zijn…
Lilac slikte. Ze wist niet precies wat Hunter met 'zweren' bedoelde. Maar het liet haar hart sneller kloppen en ze kreeg er zweethanden van.
En toen voelde ze nog iets anders. Een soort vaag verlangen dat was overgebleven van haar droom.
Alsof iemand... of iets, ergens daarbuiten naar haar riep.
De deuren van de koets sloegen dicht en ze vertrokken de nacht in. Lilac staarde naar buiten, de duisternis in.
Een koud besef bekroop haar. Haar leven stond op het punt te veranderen. Ze vroeg zich af of dat iets te maken had met de mysterieuze figuur uit haar droom.
Dat is belachelijk, sprak ze zichzelf streng toe. Waarom zou er iemand op de Bijeenkomst van de Koning vastgeketend zijn als een beest?









































