
De Verstotenen Boek 5
Auteur
Lezers
72,3K
Hoofdstukken
70
Hoofdstuk 1
Boek 5: De Verpleegster
HARLEY
Zacht uitgesproken condoleances dwarrelen om me heen en plakken aan mijn kleren en haar als de klamme ochtendmist. De zware, zoete geur van verse aarde hangt in de lucht. Ik kan me geen tijd herinneren dat ik dit niet rook, of dat ik niet bij dit graf stond.
„Harls?“ Een zware hand op de schouder van mijn pak laat me even schrikken. Ik kijk op in de grijsblauwe ogen van mijn vriend Hugo. Ik heb de hele dag oogcontact vermeden, omdat ik de blikken van medelijden niet wilde zien. Maar alles wat ik in zijn ogen zie, is bezorgdheid. „Wil je met ons meegaan?“
Ik schud mijn hoofd. Het laatste waar ik zin in heb na het begraven van mijn zus, het laatste lid van mijn familie, is kleine hapjes eten en ongemakkelijke praatjes maken met mensen op de condoleance die mijn vriendin Rebecca heeft georganiseerd.
Hugo klopt weer op mijn schouder en ik zie hoe hij zich bij Becca en haar vriendje voegt—zijn neef, Max. Met zijn drieën werpen ze me droevige blikken toe, terwijl ze de modderige helling van de begraafplaats aflopen en in de glanzende zwarte Jaguar stappen, voorzien van getinte ramen en een chauffeur met een pet die altijd voor Hugo klaarstaat.
Ik heb Heather mee naar huis genomen om naast onze ouders begraven te worden. De meeste aanwezige rouwenden zijn oude vrienden van de familie. Mijn vrienden zijn met me meegereisd, en hoewel ik erg dankbaar ben voor hun onvoorwaardelijke steun, moet ik nu echt even alleen zijn.
Ik blijf nog een paar minuten staan naast de granieten grafsteen waarin de namen van mijn ouders zijn gegraveerd, en het diepe gat ernaast, waar nu mijn grote zus in ligt. De grafdelvers hangen een stukje verderop rond en proberen respectvol te zijn, maar ik weet dat ze willen dat ik wegga zodat ze het graf verder kunnen dichtgooien.
Ik zwaai even naar ze, steek mijn handen diep in de zakken van mijn geleende zwarte pak—een of ander designermerk dat Hugo me heeft geleend—en sjok langs de grafstenen naar de smeedijzeren toegangshekken.
Zonder er veel bij na te denken dwaal ik een tijdje doelloos rond, totdat de mist overgaat in een lichte miezerregen. Ik duik een groezelig uitziende bar in. Terwijl ik een dubbel shot goedkope whiskey bestel, die al in mijn neus brandt voordat ik mijn lippen überhaupt op de rand van het glas kan zetten, laat ik me op een wankele kruk zakken en begin ik mijn verdriet te verdrinken.
Ik ben aan mijn derde glas bezig als ze binnenkomt. Een prachtige blondine. Een strak lichaam, volle lippen en hemelsblauwe ogen. Ze draagt een strakke, bordeauxrode kokerrok en een crèmekleurige blouse die haar porseleinen huid bijna doorschijnend doet lijken. De zwarte hakken aan haar voeten accentueren haar goed gedefinieerde kuitspieren en mooie kont.
De wanhopige blik in die blauwe ogen herken ik direct, ook al heb ik haar nog nooit eerder gezien.
„Wodka. Puur.“ Haar stem is vol, alsof haar stembanden in honing zijn gedoopt. Terwijl ze op de barman wacht, tikken haar lichtroze nagels ongeduldig op de gevlekte houten bar.
„Dat is behoorlijk irritant, darlin'.“ Ik kijk haar boos aan terwijl ik naar voren leun en mijn hand over die van haar leg.
Ze kijkt me minstens zo boos terug aan terwijl ze haar hand onder de mijne vandaan trekt. Ze pakt haar drankje, slaat het achterover zonder een spier te vertrekken, zet het glas neer en tikt op de rand om de barman het teken te geven haar er nog een in te schenken.
„Het maakt me geen fuck uit of je het irritant vindt, darling.“ Ze pauzeert even om nog een wodka achterover te slaan. „Ik heb de meest klote dag denkbaar, en het enige wat ik wil doen is dronken worden en alles vergeten. Een of andere rijke eikel irriteren in een bar is de minste van mijn zorgen. Wees nu een brave jongen en koop een drankje voor me.“
Met nog één laatste, vernietigende blik in mijn richting grist ze de fles uit de handen van de barman en paradeert met wiegende heupen naar een zithoek. „Ik neem aan dat ik vanavond betaal, of niet?“ Terwijl ik mijn creditcard aan de man overhandig, haalt hij grinnikend zijn schouders op.
„Dus,“ begin ik terwijl ik op de stoel tegenover haar plof. „Zullen we onze ellendige verhalen delen?“ Ze werpt me een vragende blik toe over de rand van haar glas. „Ik heb zelf ook een tamelijk klote dag achter de rug. Misschien werkt het louterend als we in ons gedeelde verdriet zwelgen.“
Ik pak de fles van de tafel en neem er rechtstreeks een flinke slok uit, terwijl zij haar hoofd schudt.
„Ik wil niet praten. Ik ben niet in de stemming voor een goed gesprek met wie dan ook, en al helemaal niet met een vreemde. Als je wilt blijven en samen met mij dronken wilt worden, prima, maar verwacht vanavond geen enkele diepe of betekenisvolle connectie.“
Mijn mondhoek trekt een beetje omhoog—het eerste spoor van een glimlach sinds Heather overleed—en ik tik met de fles tegen haar glas. „Oké, darlin', begrepen. Vanavond zijn we gewoon drinkmaatjes, niets meer.“
***
Het blijkt dat een fles wodka drinkmaatjes al snel in neukmaatjes kan veranderen.
Ik ben zo dronken dat mijn voeten over niets struikelen terwijl ik Blondie door de gang van het hotel waar ik verblijf meeneem. Een groot voordeel van beste vrienden zijn met een hoteleigenaar, zijn de gratis hotelovernachtingen. Hugo's hotels zijn luxueus zonder te opzichtig te zijn.
Ik klungel met de sleutelkaart en laat hem tot groot vermaak van mijn beschonken nieuwe vriendin twee keer vallen, voordat ik eindelijk de deur openkrijg en we naar binnen struikelen. Ze laat zich met een zucht op het bed vallen, terwijl de verdrietige blik die tijdens het drinken langzaam van haar gezicht was verdwenen, weer langzaam terug begint te sluipen.
„Nee,“ zeg ik, en ze rolt haar hoofd traag in mijn richting, haar ogen wazig van de drank. „Vanavond draaide om drinken om te vergeten, dus stop met vergeten... ik bedoel, onthouden om te vergeten... ik bedoel, ik weet niet precies waar ik heen wilde hiermee...“ Ze giechelt met een speelse rol van haar ogen en steekt haar hand uit.
Ik pak hem vast, plof naast haar neer op de zachte lakens en geef haar een dwaze grijns. „Hey.“
„Hoi,“ antwoordt ze zacht. We rollen op onze zij, naar elkaar toe gericht, en ik strijk een verdwaalde pluk haar achter haar oor, terwijl ik zachtjes met mijn duim langs haar kaak en over haar onderlip glijd. Haar roze tong glijdt langzaam over het pad dat mijn duim zojuist nam, en ik voel een trekking in mijn broek.
Ik leun naar voren en vang haar volle lippen met de mijne, terwijl onze tongen met elkaar dansen op de soundtrack van razende harten en zwaar ademhalen. Ik leun achterover en kijk neer op haar blozende gezicht en gezwollen mond. „Je smaakt naar zonde en slechte beslissingen, darlin'.“
Ze pakt de revers van mijn pak vast en trekt me weer naar beneden in een verzengende kus. Ik verlies mezelf in het vertrouwde gevecht van het voorspel, het geritsel van kleding die wordt uitgetrokken, het vastgrijpen van naakt vlees. Ik schuur mijn harde pik tegen het hete kruis van haar dijen en geniet van de kreunen die over haar verleidelijke lippen rollen. Ik reik naar beneden en worstel een condoom uit mijn achterzak, rol het rubber over mijn lengte af en positioneer mezelf weer strak tegen haar kutje aangedrukt.
Ze neemt mijn gezicht in haar handen, terwijl haar vingernagels lichtjes over mijn wangen krassen. Ze drukt een kuise kus op mijn lippen en fluistert: „Straf me.“
„Ik doe niet aan zachtjes, baby, dus als je dit echt wilt, kun je je maar beter verdomd goed vasthouden.“ Ik stoot in één beweging helemaal naar binnen tot het uiterste, en ze snakt naar adem terwijl ze mijn biceps stevig vastgrijpt en haar rug in een boog loskomt van het matras.
Tegen de ochtend is ze verdwenen, het bed naast me koud, de kamer een echo van de korte tijd dat ik mezelf toestond om alle bullshit die mijn leven de afgelopen weken is geworden te vergeten. Ik rek de stijfheid uit mijn rug en verstoor daarmee de zachte, zoete geur van het meisje in wie ik zojuist de nacht heb doorgebracht, het meisje van wie ik me nu pas besef dat ik niet eens haar naam te weten ben gekomen. Dat is echt laag, zelfs voor mijn hoerige gedrag.
Er klinkt een bonk op mijn deur en Hugo's stem klinkt door het hout. „Harley? Het is tijd om te gaan.“













































