Cover image for Afstammeling van de oorsprong

Afstammeling van de oorsprong

Hoofdstuk 3.

TREYTON

Bexley Hendrix heeft lang, glanzend zwart haar dat in golven tot halverwege haar rug valt. Ik zou het graag aanraken om te voelen of het net zo zacht is als het eruitziet. Ze heeft een atletisch figuur, niet mager, met een gebruinde huid. Ze ziet eruit als iemand die regelmatig hardloopt of naar de sportschool gaat. Ze heeft mooie rondingen en lange benen.
Wauw.
En ze ruikt heerlijk: naar rozen en lavendel.
Als ik haar hand vastpak, weet ik het zeker.
Seiko wordt helemaal opgewonden.
“Partner! Partner!“
“Ja, ik weet het! Rustig aan! Ze weet nog niets over ons. We moeten het kalm aan doen. Oké?“
Hij stemt in mijn hoofd in, zolang we maar snel bij onze partner kunnen zijn.
Dat idee spreekt me wel aan, maar ik weet niet hoe snel het zal gebeuren. Ik wrijf over mijn gezicht om tot bedaren te komen en schraap nogmaals mijn keel.
Bexley is mijn partner. Na zo lang wachten heb ik eindelijk mijn partner gevonden en ik kan geen helder hoofd houden.
Ze kijkt me verward aan. Ik zie er waarschijnlijk voor gek staan, terwijl ik mijn best doe om mezelf en mijn wolf in toom te houden. Het is een hele klus om beide te doen.
Ik krijg een gedachtenlink van mijn bèta dat ik nodig ben voor een vergadering met onze hoofdkrijger. We hebben de laatste tijd meer rogues gezien dan normaal en ik wil het stoppen voor het uit de hand loopt. Hij vraagt waarom ik te laat ben.
Ik kijk in haar prachtige bruine ogen.
„Het spijt me dat ik zo snel weg moet, maar ik heb een vergadering. Kunnen we binnenkort weer afspreken zodat ik je rond kan leiden? Iedereen zal blij zijn dat je terug bent.“
„Eh, ja. Klinkt goed.“
„Het is geweldig om je te zien, Bexley. Echt waar.“
„Jij ook, Treyton.“
„Tot ziens, Seb. Laat het me weten als je iets nodig hebt.“
„Dat zal ik doen, Treyton. Denk aan wat we eerder bespraken.“
Sebastian glimlacht. Ik denk dat ik degene zal zijn die Bexley over ons leven hier zal vertellen.
„Ik zal het niet vergeten. We praten er snel over.“
Ik loop naar mijn truck en terwijl ik wegrijdt, werp ik nog een blik op haar. We staren elkaar even aan. Ik voel nu al een sterke aantrekkingskracht tot haar. De partnerband. Het gebeurde zodra ik haar bruine ogen zag, en ik weet niet hoe lang ik bij haar vandaan kan blijven.
Ik wil haar nu al in mijn armen sluiten en met haar paren. Ik weet zeker dat ze de vonken tussen ons voelde, en ik vraag me af wat ze nog meer voelt.
***
„Hé, waarom duurde het zo lang, Treyton? We zitten hier al een kleine twintig minuten te wachten.“
Ik grom en kijk naar mijn bèta, Sam. We zijn al beste vrienden sinds we klein waren en helpen elkaar altijd. Hij is de enige hier die me niet alfa noemt.
„Wow, alfa, ik maakte maar een grapje. Niet boos worden. Wat is er aan de hand, man?“
Ik neem plaats aan het hoofd van de tafel. Sam zit rechts van me. Links van me zit Emery, mijn gamma. Naast hem zit Kendrick, mijn hoofdkrijger. Hij is een beer van een vent en de meeste mensen maken dat ze wegkomen als ze hem zien, maar als ze hem leren kennen, ontdekken ze dat hij eigenlijk heel aardig is - tenzij hij moet vechten.
„De kleindochter van oude man Hendrix, Bexley, is terug. Misschien voorgoed.“
„Wow, ze is lang weggeweest. Ik hoorde dat ze nu een kei van een advocaat is.“
„Ja, maar we hebben een paar uitdagingen nu ze terug is.“
„Wat bedoel je?“
„Ten eerste weet ze nog steeds niets over onze soort of wat ze zelf is, dus iedereen moet op zijn hoede zijn totdat we het haar kunnen vertellen. Geloof me, het zal wat voeten in de aarde hebben om haar het nieuws te brengen.“
„En ten tweede?“
Ik haal diep adem en wrijf over mijn gezicht om me voor te bereiden. Ik denk dat Sebastian dit zag aankomen.
„Ten tweede... Bexley is mijn partner en jullie toekomstige luna.“
Stilte. Ze kijken allemaal behoorlijk verbaasd. Ik kan het ze niet kwalijk nemen. Ik zoek al heel lang naar mijn partner. Mijn bèta spreekt als eerste.
„Weet je het zeker?“
„Zo zeker als haar bruine ogen. Ik wist het zodra ik haar zag. Ze rook naar rozen en lavendel. Bovendien werd mijn wolf helemaal opgewonden. Het was moeilijk om hem in bedwang te houden.“
Kendrick glimlacht.
„Het werd tijd, mijn vriend. Het is een situatie die we voorzichtig moeten aanpakken, maar onthoud, ze is je partner en de moeite waard. We zullen alles doen wat we kunnen zodat jij tijd hebt om het haar te vertellen.“
„Bedankt. We moeten iedereen over Bexley inlichten zodat niemand voorlopig als wolf rondloopt. Als ze moeten veranderen, zorg dan dat ze eerst ver het bos in gaan. Noem me ook gewoon Treyton als zij in de buurt is, in plaats van alfa. We willen haar niet in de war brengen.“
„Oké, alfa.“
Emery spreekt voor het eerst. Hij is de stille, maar hij stelt vaak de moeilijke vragen die niemand wil stellen. Ik weet niet of dat de reden is waarom hij populair is bij vrouwen, of dat het zijn rode haar en blauwe ogen zijn. Hoe dan ook, hij stelt lastige vragen als hij nieuwsgierig is.
„Ik weet zeker dat we allemaal blij zijn dat we eindelijk een luna hebben voor onze roedel, alfa. Het zal ons sterker maken. Maar moeten we de roedelleden vertellen dat je je partner hebt gevonden voordat je partner het zelf weet?“
Ik zucht diep. Ik krijg hoofdpijn.
„Nee. Ik wil niet dat iemand zich verspreekt en haar luna noemt. Vertel ze alleen over haar situatie met haar wolf en dat ze nog niets weet over wat ze is of waar ze vandaan komt. Laat ze weten dat ze het binnenkort te horen krijgt, maar dat het wat tijd zal kosten. Ik wil niet dat ze de benen neemt. Ik heb niet al die jaren gewacht om haar nu te verliezen.“
„Ja, alfa.“
„Goed. Vertel me nu eens wat over die rogues.“
Continue to the next chapter of Afstammeling van de oorsprong