Cover image for Een stout geheimpje

Een stout geheimpje

De ontmoeting

SPENCER

Spencer was razend. Zijn neef Vince was er op de een of andere manier in geslaagd zijn verhuiswagen kwijt te raken, met al zijn spullen erin, en Spencer moest de volgende dag al beginnen werken.
Hij had van thuis kunnen werken als hij zijn laptop bij zich had gehad. Hij ademde een wolkje rook uit in een verlaten steegje; hij rookte liever niet in het bijzijn van anderen, vooral niet in de buurt van kinderen.
Spencer was zich maar al te goed bewust van het feit dat zijn imposante gestalte nog intimiderender overkwam als hij kwaad was. Zijn tatoeages versterkten dat effect alleen maar.
Hij haalde diep adem en leunde tegen de gevel van zijn nieuwe flatgebouw.
Het was beter dat hij geen aandacht trok. Dat paste niet meer bij wie hij nu was. Het was oktober, en balkons tot hoog in de lucht waren versierd met Halloween-decoraties.
Hij trok de rits van zijn jas dicht en zuchtte. Misschien zou Vince snel komen opdagen. Hij zou op zijn minst wachten tot zijn sigaret op was. Dan zou hij in zijn lege appartement gaan zitten om zich daar verder op te winden.
Binnen zou het in ieder geval warmer zijn.
De ondergaande zon zette de lucht in vuur en vlam. Hij keek er bewonderend naar.
Een slungelige man liep langs hem het gebouw in. Spencer volgde hem naar de voorkant van het flatgebouw en gluurde door de glazen deuren terwijl de slungelige man de lift in stapte.
De haartjes in Spencers nek gingen rechtop staan. Er klopte iets niet aan die vent.
Maar het waren zijn zaken niet. Spencer leunde weer tegen de pilaar en sloot zijn ogen. Dit was een mooiere buurt dan hij gewend was. Misschien maakte hij zich zorgen om niks.
Hij nam nog een trek van zijn sigaret. Zijn gedachten dwaalden af naar de vrouw—de mooie, kleine vrouw van in het koffiehuis.
Ze hadden een moment gehad. Hij had opgekeken, en ze keek naar hem. Hun blikken kruisten elkaar. Zijn lippen krulden omhoog rond zijn sigaret.
Maar ze had snel weer weggekeken. Hoe schattig. Het beeld van haar bleef in zijn hoofd rondspoken. Er was iets aan haar dat hem was bijgebleven.
In gedachten noemde hij haar zonnestraaltje in plaats van haar naam. Ze leek… te stralen.
Ze zag er interessant uit. Hij vroeg zich af hoe ze heette en wat voor werk ze deed. Wat ze van hem dacht. Was ze bang voor hem? Was dat waarom ze naar hem keek? Hij had zitten vloeken—luid en boos; dus het zou best kunnen.
Maar dat was niet de blik die ze in haar ogen had. Die ogen...
Spencer schudde wild met zijn hoofd. “Dit is stom,” mompelde hij tegen zichzelf. Dit was niet het moment om afgeleid te worden.
Hij had werk te doen. Zodra hij zijn laptop terug had, had hij werk te doen. Saai, eentonig werk.
Oké, misschien was het zo erg nog niet dat Vince zijn truck 'kwijt' was.
Spencer zuchtte en liet zijn hoofd zakken terwijl hij zijn sigaret doofde. Die stomme Vince zou hier toch niet meer op een fatsoenlijk uur aankomen.
Het was beter om het op te geven dan zichzelf op te blijven vreten. Toen Spencer opkeek, liep de vrouw waar hij aan had zitten denken langs hem heen.
Zijn ogen schoten meteen naar haar, in een poging uit te maken of ze echt was. Hij had haar mooi gevonden, maar dit was wel heel toevallig.
Hij knipperde met zijn ogen en volgde haar zonder na te denken vanop een afstandje. Ze zag er anders uit. Haar speelse, ondeugende grijns was weg, net als haar nerveuze houding.
Er hing een sombere sfeer om haar heen. Ze stapte de lift in, zonder hem zelfs maar op te merken, en drukte op de knop van haar verdieping. Woonden ze in hetzelfde gebouw? Of was ze op bezoek bij iemand?
Hij schudde zijn hoofd. Het ging hem niets aan. Hij kende haar niet eens.
Maar hij ging naar binnen en kon het niet laten naar het schermpje van de lift te kijken om te zien naar welke verdieping ze ging. Hij rende zo snel als hij kon de trap op.
Het voelde gewoon juist. Zijn intuïtie had hem nooit in de steek gelaten.
Hij stopte op de vijfde verdieping en vertraagde zijn tempo terwijl hij de gang in liep. Hij hoorde mensen ruziën, een man en een vrouw. Hij vernauwde zijn ogen, focuste zich op de vrouw.
Zij was het. Haar stem was mooi, maar het was duidelijk dat ze moe was—uitgeput bijna. De vent kwam hem ook enigszins bekend voor. Die slungel van eerder. Hij noemde haar Hailey.
Spencer voelde zijn lichaam verstijven op de manier die hij maar al te goed kende, en zijn handen balden zich tot vuisten. Ze probeerde hem weg te sturen—deze Eric—en hij leek de hint niet te vatten.
Spencer ging achter Eric staan en probeerde haar blik te vangen om haar te waarschuwen dat hij eraan kwam. Haar ogen schoten naar hem en werden groot.
Hij gaf haar een kleine glimlach om haar gerust te stellen.
“Is er een probleem?”
Eric schudde zijn hoofd en mompelde nerveus van niet. Spencer vernauwde zijn ogen naar hem en kruiste zijn armen, zijn vuisten nog steeds gebald.
“Weg?” zei Spencer dreigend, zodat hij weg zou gaan. “Het klonk alsof je net wegging.”
Hij rende om Spencer heen en verdween de gang in. Spencer glimlachte en probeerde te ontspannen.
Ze keek naar hem op met glanzende ogen. Ze waren mooi. Zij was mooi. Zonnestraaltje was een goede keuze geweest. Het zat in haar ogen.
Ze woont tegenover mijn nieuwe appartement. Hoeveel geluk kan een mens hebben?
Spencer stak zijn hand uit, betoverd. “Spencer. Ik woon tegenover je. Hoe heet jij?”
Ze pakte zijn hand aan en glimlachte. “Bailey. Bedankt voor de...” Ze wees naar waar de onbenul net had gestaan.
Aangezien de slungelige man haar niet eens bij de juiste naam noemde, gokte Spencer dat ze net vrijgezel was.
Met een glimlachje wreef Spencer over zijn achterhoofd en bracht zo zijn haar in de war.
“Wat een eikel. Als hij terugkomt, klop je maar op mijn deur.”
Bailey glimlachte, en haar gezicht klaarde op. “Dat zal ik doen.”
Continue to the next chapter of Een stout geheimpje