
Eerste Kans
Auteur
Andrea Wood
Lezers
2,9M
Hoofdstukken
19
Hoofdstuk 1
„Het is het hart dat bang is om te breken, dat nooit leert dansen. Het is de droom die bang is om te ontwaken, die nooit de kans grijpt.“
„Het is degene die niet genomen wil worden, die niet lijkt te kunnen geven. En de ziel die bang is om te sterven, die nooit leert leven.“
— Bette Midler
Natalie
„Ik denk dat ik zojuist halsoverkop verliefd ben geworden!“
Dat is wat mijn beste vriendin Layla me opgewonden vertelt.
Ze staart naar een albumhoes. Ze kwijlt zowat over de zanger van een rockband waar ik nog nooit van heb gehoord.
Begrijp me niet verkeerd — ik hou van muziek, ik leef voor muziek. Het is een deel van wie ik ben. Maar commerciële rockbands? Dat is niet echt mijn ding.
Layla vertelt me dat de band Steele’s Army heet. Hun zanger, Steele, is haar droomman. De man voor wie ze alles zou opgeven. Een man die ze overal zou volgen.
Ze vertelt dat ze naar onze universiteit in Boston komen. Onze universiteit, de Berklee School of Music, deed mee aan een radiowedstrijd en we hebben gewonnen.
Ik wil er niet heen, maar ik bereid me er mentaal op voor. Ik weet dat Layla de vriendschapskaart gaat uitspelen om me mee te krijgen naar dit zielige excuus voor een concert.
Wat maakt één avond waardeloze, zielloze muziek aanhoren nou uit voor mijn beste vriendin?
Ik ken Layla al mijn hele leven. Onze ouders waren beste vrienden, totdat het noodlot toesloeg.
Ik haat het om aan die dagen te denken. Het doet altijd pijn. We vierden elke verjaardag en feestdag samen als één familie.
We woonden ons hele leven tegenover elkaar. Onze ouders waren heel hecht, en we aten elke avond samen. Als een familie. We wisselden af bij wie we aten.
Tot vijf jaar geleden. Layla en ik hielden een filmavond bij mij thuis, terwijl onze ouders naar een chic benefietdiner voor mishandelde kinderen gingen.
Onze ouders steunden altijd goede doelen. Ze hadden het geluk dat ze meer geld hadden dan ze ooit nodig zouden hebben.
Ik doneer ook regelmatig, vooral aan goede doelen voor kinderen of muziekprogramma's, ter nagedachtenis aan hen.
Ik ken nog steeds niet alle details, en dat wil ik ook niet. Ik denk dat het me nog meer in de war zou brengen als ik dat wel deed.
Als ik terugdenk aan die nacht... Het was laat, ver voorbij onze bedtijd, toen we geklop op de deur hoorden. Ik zette de film op pauze en deed open.
Het was een politieagent. Hij stelde zich voor als agent Petty. Hij vroeg of ik Natalie Wright was. Omdat ik dat natuurlijk ben, zei ik ja. Daarna vroeg hij of Layla er was en of we met hem mee wilden gaan.
Ik had moeten weten dat er iets mis was toen hij niet wilde zeggen waarom we op weg waren naar het ziekenhuis. Sterker nog, hij wilde ons helemaal niets vertellen.
Als je iemand vertelt dat haar ouders dood zijn en dat de ouders van haar beste vriendin worden geopereerd, wil je niet dat ze alleen zijn.
Toen we de spoedeisende hulp binnenliepen, vroeg hij of ik de lichamen van mijn ouders wilde zien. Zo bracht hij het verschrikkelijke nieuws.
Ik kon zoiets absoluut niet aan. Ik wilde mijn ouders echt niet op die manier herinneren, dus ik weigerde snel.
Eerst was ik boos op de agent, toen op de dokters omdat ze hen niet konden redden. Daarna was ik boos om hoe oneerlijk het allemaal was.
Wat voor soort mens vertelt een vijftienjarige op zo'n manier dat ze nu helemaal alleen op de wereld is?
Later kwam ik erachter dat de agent had geprobeerd om familieleden te vinden, omdat hij liever had dat zij het nieuws zouden brengen.
Ik herinner me dat hij vroeg of we in de wachtkamer wilden wachten terwijl Layla’s ouders werden geopereerd. Waar hadden we anders heen moeten gaan?
Terwijl we in die wachtkamer zenuwachtig wachtten op nieuws van de dokters over de toestand van Layla's ouders, drong langzaam tot me door wat er was gebeurd.
Ik werd verdoofd. Ik voelde alleen een golf van leegte over me heen spoelen. Mijn hart sloot zich af van mijn emoties, het was er niet meer. Ik was alleen. Ze waren mijn enige bloedverwanten.
Mijn ouders waren allebei enig kind, en mijn grootouders van beide kanten waren al overleden voordat ik werd geboren.
Blijkbaar hadden onze ouders een paar drankjes op. Omdat ze dachten dat Layla’s vader het minst dronken was, reed hij hen naar huis.
Hij reed veel te hard, verloor de macht over het stuur en botste tegen een vangrail. Mijn ouders werden uit de auto geslingerd.
De ambulancebroeders vonden de lichamen van mijn ouders ongeveer vijftien meter van de auto. Ze werden ter plekke dood verklaard.
Layla’s vader, Brian, had minstens honderdtwintig kilometer per uur gereden. Niemand van hen droeg een autogordel.
Layla’s vader en moeder herstelden. Ze hadden littekens van de verwondingen, die makkelijk onder kleding verborgen konden worden, maar er waren meer littekens.
Littekens die voor anderen minder zichtbaar waren, maar die ik de afgelopen vijf jaar elke keer in hun ogen kon zien als ze naar me keken.
Ik denk dat ze daarom de voogdij over mij op zich namen, uit verplichting aan mijn ouders. Ik had ook naar een pleeggezin kunnen gaan.
Het geld zou in een trustfonds zijn gezet. Als ik achttien was geworden, zou ik door de staat zijn ontslagen met een goedgevulde bankrekening.
Ik weet dat ze op hun eigen manier van me houden, maar ik denk ook dat het schuldgevoel hen zo opvrat dat ze dingen deden uit zowel schuld als liefde.
Mijn ouders waren rijk. Die van Layla zijn dat ook. Daarom is mijn toekomst financieel geregeld. Ik heb me nooit ergens zorgen over hoeven maken. Ik kan doen wat ik wil met mijn leven.
Ik koos ervoor om naar een universiteit ver van huis te gaan. Weg van de meelijwekkende blikken van iedereen in mijn geboorteplaats. Samen met Layla.
We huurden een appartement in plaats van in een studentenhuis op de campus te wonen. Je wist nooit met wie je je kamer zou moeten delen, en we wilden liever bij elkaar zijn.
Zij is de enige persoon die me nooit anders heeft behandeld nadat mijn ouders stierven. Mensen denken dat ik haar zou moeten haten. Haar ouders zou moeten haten. Hoe zou ik dat kunnen?
Ze hadden allemaal gedronken. Ik weet zeker dat het niet de eerste keer was dat ze hun leven waagden door te kijken wie er nog kon rijden, in plaats van een taxi of een vriend te bellen. Het hadden net zo goed mijn ouders kunnen zijn die reden.
Brian deed het niet expres. Het was een ongeluk, een bizar ongeluk dat ons leven voor altijd veranderde.
„Nat? NATALIE!“ Layla knipt met haar vingers voor mijn ogen en schreeuwt naar me.
Ze zegt dat we nieuwe kleren moeten gaan shoppen voor dit concert. Ik vertel haar dat zij betaalt, aangezien ik er eigenlijk niet eens heen wil.
Ik besef dat ik in gedachten verzonken was en stiltond bij het verleden. Ik sta mezelf dat meestal niet toe. Ik probeer het netjes op te bergen en weg te stoppen achter in mijn hoofd.
Ik heb het geld wel, maar naar de universiteit gaan was niet mijn idee. En ik loop niet te pronken met mijn banksaldo door dure, onnodige spullen te kopen.
Ik geef alleen geld uit aan belangrijke dingen. Dingen die ik nodig heb om te leven, zoals collegegeld, boeken, studiemateriaal, shampoo, douchegel en eten.
Ik geloof niet in luxe. Er zijn namelijk zo veel mensen in deze godvergeten wereld die niet zoveel geluk hebben als ik.
De eerste kledingwinkel die Layla ziet, lopen we binnen. Het is geen dure boetiek. Meestal is dat wel Layla's stijl, ze is altijd op zoek naar de nieuwste designerkleding.
Ik wandel wat rond en kijk rustig naar de kledingrekken. Ik kijk over mijn schouder of Layla al iets leuks heeft gevonden.
Ze kijkt naar een paars minijurkje. Ik weet dat ze daarin al haar pluspunten zal laten zien. Ik zou me nooit zo kleden. Ik draag veel liever een comfortabel T-shirt met een spijkerbroek.
Terwijl Layla in het pashokje is, begin ik door de uitverkooprekken te rommelen. Ik hoop een shirt te vinden dat wat meer bedekt. Na ongeveer tien shirts vind ik eindelijk de juiste.
Ik haal het van de hanger af. Het is een vintage Tom Petty & The Heartbreakers T-shirt van de “Long After Dark Tour” uit 1978. Het is versleten en rafelig, maar het is helemaal mijn stijl.
Ik hang de lege hanger terug en ga op zoek naar Layla. Ze staat voor een spiegel zichzelf te bekijken. Ik neem ook even de tijd om naar haar te kijken.
Ze is prachtig. Niet op die goedkope manier van „ik heb vier uur aan mijn haar en make-up besteed“, maar op een klassieke, natuurlijke manier. Ze heeft geen make-up nodig.
Haar haar zit altijd perfect. Het is lang en zwart, en het valt tot het midden van haar rug.
Haar prachtig gebruinde huid laat haar gezicht mooi uitkomen. Ze heeft smaragdgroene ogen, groot en amandelvormig, met lange, schitterende wimpers waar iedereen jaloers op zou zijn.
Ze heeft een klein neusje en hoge jukbeenderen. Haar mond is roze en vol, en ze heeft maatje vierendertig met amper rondingen. Ze heeft geen neppe dingen nodig om haar schoonheid te verbeteren.
Het is onnodig te zeggen dat we complete tegenpolen zijn. Ik kijk over haar schouder naar mezelf in de spiegel.
Ik draag nooit make-up op mijn bleke gezicht. Ik heb daar nooit behoefte aan gehad, en ik heb geen interesse om de aandacht op mezelf te vestigen.
Ik heb mijn haar in een grote, rommelige knot gegooid. Er steken overal plukjes haar uit. Het is goudbruin, krullend met een beetje pluis, en erg lang — het komt tot net boven mijn kont.
Ik heb ronde, zachtroze lippen en mijn kleine neus heeft een lichte bobbel, wat mijn koperbruine ogen benadrukt. Ik heb geen maatje vierendertig. Ik heb brede heupen en ronde zwembandjes.
Ik ben niet iemand die opvalt, en dat wil ik ook graag zo houden.
Layla heeft gekozen voor het paarse minijurkje. Ik kijk omhoog en bedank in stilte de sterren. Ik had verwacht hier minstens twee uur door te brengen voordat ze een keuze zou maken.
Het minijurkje is meer een lapje stof. Het is er alleen om de intieme delen te bedekken, maar onthullend genoeg zodat iedereen precies kan raden wat ze verbergt.
Als ik aan het shirt denk dat ik heb uitgekozen, besef ik dat ik een te gekke spijkerbroek in de kast heb liggen die er perfect bij past.
Ik zal mensen zoals mijn beste vriendin Layla nooit begrijpen. Waarom zou je de hele avond bij een concert in ongemakkelijke kleren willen staan? Voor een kans bij de band? Dat is het voor mij absoluut niet waard.
Ze ratelt maar door over Steele. Blijkbaar kwam hij uit het niets, startten ze een band, en BAM! Rockster in de hitlijsten...
Ik sluit me voor haar af. Het boeit me echt helemaal niets. Zo'n band verdient geld door een fout imago en seks te verkopen. Ze maken middelmatige muziek die absoluut niks betekent.
Ik vind dat een liedje je moet raken. Het moet de rillingen over je rug laten lopen. Het moet je hart sneller laten kloppen op het ritme. Misschien zelfs tranen in je ogen brengen, alleen maar door de woorden te voelen.
Of het moet je laten glimlachen en je stemming voor de dag bepalen. Dat is de muziek waar ik naar luister, de muziek waar ik een echte fan van ben. Muziek die ik alleen maar kan dromen te maken.
Toen ik opgroeide luisterde mijn vader naar alle grote artiesten. Daardoor werd ik ook verliefd op die muziek. Dat is iets wat ik altijd met me mee zal dragen.
Het maakte niet uit waar we waren. Bij mijn vader stond er altijd wel muziek aan, of hij neuriede de melodie van een geweldig nummer. Hij is de reden dat ik besloot om muziek te gaan studeren.
Ik wil die klassieke vrolijke muziek terugbrengen. De nummers die je het gevoel geven dat je hart eruit is gerukt.
De liedjes die je geruststellen dat, wat er ook in je leven gebeurt, alles goed komt. Muziek is therapie — mijn therapie.
Als we het winkelcentrum uitlopen, vertel ik Layla dat ik haar zal ontmoeten voor het avondeten in haar favoriete Italiaanse restaurant. Ik heb wat tijd voor mezelf nodig, dus ik besluit naar huis te lopen.
Dit zijn de momenten waarop ik weet dat ze zich zorgen om me maakt. Ze wil liever oppas spelen, zodat ze zeker weet dat ik de dag goed doorkom en mezelf geen pijn zal doen.
Ik heb nooit iemand reden gegeven om dat te denken. Maar ik heb last van angst en paniekaanvallen. Ik bezorg mezelf veel stress, en ik pieker overdreven over alles. Ik maak me veel te veel zorgen.
Meestal over dingen waar ik geen controle over heb. Mijn angst bereikt dan onvoorstelbare hoogtes, maar toch weiger ik medicijnen te slikken.
Zodat ik me verdoofd kan voelen? Ik leef liever in een constante staat van angst en bezorgdheid, dan dat ik mijn leven doorbreng als een gevoelloze zombie.
Angst begon mijn leven te beheersen, niet lang na het ongeluk. Het is iets moeilijks om mee om te gaan. Het is iets waar ik nooit helemaal vanaf ben gekomen.
Als een aanval toeslaat, voel ik me gestikt. Ik weet dan niet hoe ik verder moet leven zonder dat mensen weten hoeveel invloed het echt op me heeft. Hoe verlammend het me laat voelen.
Vroeger had ik elke nacht paniekaanvallen. Het begon met een licht gevoel in mijn hoofd, dan kwam de misselijkheid opzetten. Daardoor ging ik zwaar ademen, en uiteindelijk begon ik te hyperventileren.
Ondertussen sloeg mijn hart op hol en liep mijn angst zo hoog op dat het leek alsof die aanvallen nooit zouden eindigen.
Wandelen helpt als die bekende nare gevoelens weer naar boven proberen te komen. De frisse buitenlucht heeft een kalmerend effect en helpt me mijn angsten te overzien.
Nu zijn die nachtelijke demonen nog maar vage herinneringen. Ik ben er vrij goed in geworden om ze op afstand te houden. Meestal laat het monster zich alleen zien als ik een emotioneel zware dag heb.
Terwijl ik buiten loop, vraag ik me af wat ik in hemelsnaam dacht toen ik Layla vertelde dat ik zou lopen. Ik ben minstens acht kilometer van huis. Gelukkig is de hitte te doen en schijnt de zon.
Boston is een prachtige stad, vol bewaarde geschiedenis. Ik heb de Freedom Trail meer dan eens gelopen, om alle kennis in me op te nemen.
De haven van Boston is altijd maar een paar straten verderop. Het is een geweldige plek om rust te vinden als ik worstel met oude herinneringen.
Twee uur later loop ik ons appartement binnen. Layla staat in de woonkamer met een of andere jongen te praten.
Dit is normaal. Ze pikt willekeurig jongens op die ze ontmoet. Ik heb haar weleens verteld dat ik me daar zorgen over maak, maar het is haar eigen keuze. Dit is haar manier om ermee om te gaan.
Iedereen heeft zijn eigen slechte gewoonte, iets waar ze hun toevlucht tot nemen. Een gewoonte of misschien een verslaving, om zichzelf te redden van het voelen. Van het onder ogen zien van het verleden.
Ik zou er nooit ruzie met haar over maken, want ik doe ook dingen — dingen waar zij het niet mee eens is. Ik besluit naar mijn kamer te gaan, omdat ik haar avond niet wil verpesten door mijn afkeuring te laten blijken.
Ons appartement is behoorlijk ruim. Het heeft twee slaapkamers en drie badkamers. We hebben elk een eigen badkamer aan onze kamer vast, waardoor er nog een badkamer overblijft voor gasten.
Naast de woonkamer is de open keuken. Een grote boog creëert een open en lichte ruimte.
Er is een gang vanuit de woonkamer waar de gastenbadkamer is. Die zit aan de rechterkant, voordat je bij onze eigen slaapkamers komt. Het is allemaal vrij compact en modern, met luxe apparatuur.
Ik heb me niet bemoeid met de inrichting; ik liet dat allemaal aan Layla over. Ze heeft geen extreem opvallende smaak. Dus vertrouwde ik erop dat ze het als een thuis kon laten voelen, op de manier die zij wilde.
Layla en ik zijn hier afgelopen zomer komen wonen. Een paar weken voordat de lessen begonnen, zodat we konden wennen aan de stad en wisten waar alles was.
De enige kamer waar ik iets aan heb gedaan, is die van mij. De muren in mijn kamer zijn roomwit en leeg. Ik heb twee grote erkers boven het hoofdeinde van mijn tweepersoonsbed.
Meestal laat ik de ramen open, zodat het briesje uit de haven naar binnen kan waaien. Er staan twee nachtkastjes naast mijn bed. Een mooi ingelijste foto van mijn ouders staat precies in het midden op het rechter kastje.
Aan mijn linkerkant is de badkamer, en aan mijn rechterkant staat mijn ladekast met zes lades, vlak naast mijn kledingkast. Het is geen enorm grote kamer, maar het past bij mij, en het is mijn eigen plekje.
Ik open mijn deur, sluit hem en trek mijn shirt en broek uit. Layla’s favoriete restaurant is nogal chic. Ik kan daar niet naar binnen lopen als een of andere tiener hipster.
Ik heb een paar kledingstukken die me herinneren aan mijn leven van vroeger. Ik loop naar mijn kledingkast, trek de deur open en pak zomaar wat kledingstukken. Ik kijk niet eens of ze bij elkaar passen.
Ik besluit om snel te douchen en me om te kleden. Ik hoop dat Layla klaar is als ik dat ben. Misschien neemt ze die jongen wel niet mee.
Ik open de deur van mijn eigen badkamer en zet de douche aan. Ik laat het water een paar minuten warm worden. Meestal laat ik mijn lichaam schrikken door erin te stappen en de douche dan pas aan te zetten.
Een straal ijskoud water is een behoorlijk goede manier om snel wakker te worden.
Ik verspil geen tijd onder de douche. Ik was mijn haar en lichaam snel, stap eruit en droog me af. Dan wikkel ik de handdoek om mijn haar en loop terug naar mijn slaapkamer.
Ik had mijn kleren op bed gelegd. Ik pak de zwarte designerjurk en bekijk hem. Hij valt tot op de knie — dat is goed genoeg. Ik trek een huidkleurige panty aan en zwarte schoenen met hoge hakken en bandjes.
Ik haal de handdoek van mijn haar en ga met mijn vingers door mijn haar, om eventuele klitten eruit te kammen. Daarna pak ik mijn handtas en loop ik de woonkamer in.
Layla is daar alleen. Godzijdank. Ik wilde niet het derde wiel aan de wagen zijn tijdens een ongemakkelijk etentje. Ze is er helemaal klaar voor, inclusief jas.
„Helemaal klaar?“ vraagt Layla.
Ik knik en loop ons appartement uit terwijl zij de deur op slot doet. Een paar seconden later stapt ze bij me in de lift, en we gaan naar de begane grond van ons gebouw.
Ik vraag haar naar die nieuwe jongen. Ze geeft een vaag antwoord. Daardoor weet ik dat het weer een gewone scharrel is. We stappen naar buiten en lopen naar de parkeergarage aan de overkant van de straat.
Veel universiteitsstudenten die liever niet op de campus wonen, huren hier een appartement. Het is een veilig gebouw, met een grote en goed verlichte parkeerplaats.
Als we bij haar auto aankomen, haalt ze haar sleutels tevoorschijn en drukt op de knop om te ontgrendelen. Ik stap in aan de passagierskant, zij gaat achter het stuur zitten.
Ik rijd zelf geen auto. Misschien ooit, maar voor nu is mijn angst te groot. Elke keer dat ik achter het stuur probeerde te zitten, bevroor ik en kon ik mijn handen niet meer bewegen.
Als je je niet kunt bewegen, is het onmogelijk om te sturen, laat staan om een auto te starten.
Ze scheurt de auto de parkeerplaats af. Dat maakt me heel blij met autogordels. We gaan op weg naar het restaurant.
Tijdens de rit kletst Layla aan één stuk door over het concert. Ze vertelt hoe blij ze is dat de school heeft gewonnen, en hoe graag ze Steele’s Army live wilde zien.
„Hun muziek heeft me altijd zo geïnspireerd,“ zegt Layla. Ik doe mijn best om mijn lach in te houden.
Ze let niet op mij en gaat gewoon verder met haar verhaal.
„Je weet hoeveel ik van de band houd, Nat. Als mijn beste vriendin zou je gewoon moeten doen alsof jij het ook leuk vindt. Probeer vanavond niet zo'n spelbreker te zijn, oké?“
„Ik zal mijn best voor je doen, Lals,“ zeg ik om haar tevreden te stellen. Ik zal proberen te doen alsof ik het naar mijn zin heb als we daar zijn.
Layla begint dan over haar plan. Hoe ze backstage wil glippen en de zanger wil versieren. Dit is niet iets wat ik hoef te horen.
Mijn aandacht verslapt als ze als een trotse groupie over die band blijft praten.
Ik staar uit het raam en denk aan het verleden, het heden en de toekomst. Ondertussen mompel ik standaard antwoorden op wat ze allemaal uitkraamt. Ik weet zeker dat ze het niet eens doorheeft.
Ongeveer een half uur later komen we aan bij Antonio's, Layla’s favoriete restaurant. Voordat ik de kans krijg om mijn eigen deur te openen, doet een parkeermedewerker dat al voor me. Ik stap uit de auto en kan niet anders dan staren naar de chique omgeving.
Boven me is een zwarte luifel versierd met talloze kleine, gouden lampjes, die als lianen naar beneden hangen. Ze lijken op de sterren in de nachtelijke hemel. Layla komt naast me staan.
Op het moment dat de deur opengaat, komt de geur van knoflook, basilicum en pasta ons tegemoet. Het ruikt heerlijk. Het water loopt me in de mond en mijn maag begint zachtjes te knorren.
Ik neem het restaurant in me op. Het is een plek waar ik al meer dan vijftig keer heb gegeten. Veel muren bestaan uit smeedijzeren wijnrekken. Ze zijn gevuld met de duurste en meest bijzondere wijnen van over de hele wereld.
De inrichting heeft warme, Toscaanse kleuren. Ze zijn zo geplaatst dat je het gevoel krijgt dat je direct naar Italië bent gereisd.
De gastvrouw neemt onze jassen aan en brengt ons naar ons vaste plekje, rustig achterin de zaak. De ronde tafel, met een wit kleed, is klaargemaakt voor twee personen. De wijnglazen staan al omgedraaid klaar om gevuld te worden.
Onze serveerster komt naar ons toe en vertelt over de dagschotels. We slaan ze af, omdat we al precies weten wat we willen. We bestellen elke keer hetzelfde als we hier eten.
Nadat we onze bestelling hebben doorgegeven, kijk ik naar Layla. Ik kan zien dat er iets in haar hoofd speelt. Ze lacht heel breed naar me.
Oh, shit.
Ik wist dat dit eraan zat te komen. Ze trekt de beste-vriendin-kaart alweer — voor de tweede keer vandaag. Dat is ongewoon, zelfs voor haar. Dus ik bereid me meteen voor op het ergste.
„Nat, over het concert... Die jongen die je eerder in ons appartement zag, die heb ik uitgenodigd. Ik weet dat jij niet aan daten doet, maar—“
„Ik doe het niet, Layla. Ik ga liever helemaal niet, maar als je me gaat dwingen, dan ga ik alleen,“ zeg ik, terwijl ik zo ongeïnteresseerd mogelijk probeer te klinken.
„Kom op, leef een beetje,“ smeekt ze.
„Layla, je weet dat ik van je hou en dat ik alles voor je zou doen. Je vraagt niet om veel, maar dit ga ik echt niet doen.“
Ze zucht, en haar hoop zakt langzaam weg.
„Trouwens, wanneer is dit concert?“
„Maak je geen zorgen, Nat. Je hebt twee dagen om je voor te bereiden. Het is op zaterdag.“
Echt verdomd geweldig.









































