
Het bezit van de alfa's: Wintergeboren
Auteur
Jen Cooper
Lezers
382K
Hoofdstukken
7
De Geboorte
PEARL
„Persen!“ De stem van de verpleegster klonk luid in mijn oren. Ik was toch aan het persen? Ik hield haar hand stevig vast en kneep erin terwijl ik kracht zette. Mijn benen lagen wijd uit elkaar op het bed. De schone witte lakens zaten nu vol bloed.
Maar mijn baby lag nog steeds niet in mijn armen.
Dagen van constante pijn waren voorbijgegaan. De pijn was zo hevig dat ik me afvroeg of ik het wel kon volhouden. Maar ik had geen keus. Mijn kind moest geboren worden. Vanaf het moment dat ik ontdekte dat ik zwanger was, veranderde het doel van mijn leven.
Ook al had mijn baby besloten om vroeg te komen.
Veel te vroeg.
Midden in de winter.
Ik kreunde toen een nieuwe wee door mijn vermoeide lichaam trok. De pijn bereikte een hoogtepunt. Ik schreeuwde het uit. Ik perste terwijl mijn lichaam natuurlijk meewerkte om mijn kind op de wereld te zetten.
Ik bleef maar persen. Het zweet droop van mijn voorhoofd en mijn lichaam trilde.
De vroedvrouw van het dorp zat tussen mijn benen om alles in de gaten te houden. Ik zag haar hoofd schudden naar de dokter. Hij mocht mij niet aanraken. Dat had mijn man bevolen.
Mijn man was er nog niet, maar ik wist dat hij elk moment kon komen. Hij keek er net als ik enorm naar uit om ons kind te verwelkomen. Onze erfgenaam.
Hij was zo enthousiast geweest, totdat ik hem vertelde dat de bevalling was begonnen. Sindsdien had ik hem niet meer gezien. Zijn afwezigheid maakte me bezorgd. Maar door de pijn van de bevalling kon ik nergens anders meer aan denken.
De ervaring was vreselijk, maar het was een pijn die ik moest doorstaan.
„Pearl, je moet harder persen. Je baby is er bijna. Je kunt het,“ moedigde de vroedvrouw, Camilla, me met een stevige stem aan.
Ik was uitgeput. Alles deed pijn. Maar ik wist dat ik het kon.
Dus dat deed ik.
Ik perste uit alle macht totdat ik de druk voelde verdwijnen. Mijn baby gleed uit me.
„Is het een jongen?“ vroeg de dokter.
„Een meisje, een prachtig meisje,“ kondigde Camilla aan. Ze legde haar op mijn bezwete borst. Er kwamen onverwacht tranen in mijn ogen toen ik mijn kleine meid vasthield. Ze was piepklein, maar heel wakker en gezond. Ze had niet eens gehuild. Haar ogen waren donkerblauw en keken me strak aan. Ze was perfect.
En een wintergeborene.
„Ik zal generaal Mordechai inlichten,“ verklaarde de dokter.
Ik wilde protesteren, maar een felle pijn in mijn buik hield me tegen.
Mijn dochter begon te huilen, geschrokken van mijn kreet. Ik probeerde haar te troosten. Maar de pijn in mijn buik werd erger. Ik wilde weer persen. Daardoor klemde ik mijn kaken op elkaar en begonnen mijn benen te trillen.
„Wacht, dokter Shaan. Er is er nog een,“ riep Camilla verrast uit.
De dokter deelde haar verbazing. „Nog een wintergeborene?“ Zijn ogen werden groot van schrik. Ik had geen tijd om bang te zijn. Ik perste en perste opnieuw.
Iris hielp me altijd in de dorpsstuinen. Ze probeerde mijn dochter uit mijn armen te pakken om me meer ruimte te geven om te bewegen. Maar ik trok mijn dochter weer stevig tegen me aan. Ik vertrouwde haar aan niemand toe. Ze was een wintergeborene. Zelfs door mijn pijn heen begreep ik wat dat betekende.
Toen klonk er nog een kreet, tegelijk met de mijne. Het was een zacht huiltje van mijn tweede kind.
„Een jongen!“ zei de dokter gehaast. „Oh. De generaal moet dit horen!“ Dokter Shaan haastte zich de kamer uit. Ik blies zwaar uit en keek omlaag naar mijn dochter.
Ik had geen meisjesnaam bedacht. Mordechai had gezegd dat we alleen jongensnamen moesten kiezen. Hij dacht dat dit zou helpen om een zoon te krijgen. Mij maakte het niet uit, maar hij wilde per se een jongen als erfgenaam.
Camilla gaf me mijn zoon, strak in een deken gewikkeld. Ik keek ze allebei aan. Ze leken zo veel op elkaar. Maar het gezichtje van mijn dochter zag er zachter uit dan dat van mijn zoon.
Ik kon niet geloven dat het me was gelukt. Ik had ze allebei op de wereld gezet. Nu ze er eindelijk waren, hield ik enorm van ze. Een liefde zo groot en sterk, dat deze niet kapot kon gaan.
Ik voelde meteen een sterke band, precies zoals mijn moeder had gezegd.
Zij betekenden alles voor mij. Ik hield heel veel van hen.
Camilla ging weer tussen mijn benen staan om me te verzorgen na de zware bevalling. Op dat moment stapte mijn man, Mordechai Valarian, de kamer binnen. Hij trok zijn generaalsuniform recht en keek me met een boos gezicht aan. Toen keek hij naar de kinderen op mijn borst.
„Welke is de jongen?“
Ik wees hem zijn zoon aan en hij bekeek hem heel goed.
Mordechai klemde zijn kaken op elkaar en schraapte zijn keel.
„Verlaat de kamer,“ beval hij.
„Meneer, uw vrouw heeft—“
„Ik heb even een moment nodig met mijn vrouw. Iedereen de kamer uit.“
Camilla twijfelde even. Toen zuchtte ze diep en vertrok samen met de anderen.
Mordechai ging op de rand van het bed zitten. Hij had nog niet eens gevraagd of hij ze mocht vasthouden.
Ik voelde me misselijk worden door de afstandelijke blik die hij ze gaf. Ik zag de boosheid in zijn ogen.
„Heb je het bed gedeeld met een andere man?“ vroeg hij kalm.
Ik keek verbaasd door zijn vraag. Ik was hem nog nooit ontrouw geweest. Dat zou ik nooit doen. „Nee, natuurlijk niet,“ verzekerde ik hem.
„En toch hebben we een tweeling. Een wintergeboren tweeling.“
„Een zegen, Mordechai. Een ware zegen,“ zei ik. Ik glimlachte toen ik naar ze keek.
„Het dorp is hier niet blij mee, Pearl. Wintergeborenen zijn een vloek voor ons en voor onze afspraak met de wolven. Ze zullen hen komen halen,“ waarschuwde hij. Daar was ik zelf ook al bang voor geweest. Maar niet als ze van niets wisten.
„Laat hun geboorte dan niet opschrijven in de winter. Het zijn onze kinderen, Mordechai. We moeten ze nu beschermen,“ fluisterde ik. Ik kuste hun voorhoofdjes.
Mijn dochter keek me aan met haar grote ogen. Ze zag er zo lief en puur uit. Het maakte me nu al heel verdrietig om te denken aan het leven dat ze in het dorp zou krijgen. En dat puur om wie ze was. Maar ze zou het overleven. Daar zou ik wel voor zorgen. Ze zou sterk zijn.
Haar broertje ook. Dat waren we aan hen verplicht.
„Ik zal met de burgemeesters bespreken hoe het nu verder moet. Dan maken we een plan,“ zei Mordechai. Hij boog voorover en gaf me een kus op mijn voorhoofd. Ik glimlachte naar hem en hij stak zijn armen uit.
Hij pakte onze zoon van me over. „Ik neem de tweeling even mee, dan kun jij rusten. Je moet herstellen,“ zei hij.
Ik schoot overeind. Er schoot een pijnscheut door mijn benen, maar ik lette er niet op.
„Ik wil eerst nog wat meer tijd met ze doorbrengen,“ smeekte ik. Maar Mordechai schudde zijn hoofd.
„Nee, Pearl. Ik stuur Camilla weer naar binnen om je op te frissen. Daarna moet je wat rusten. Ik zal de tweeling aan het dorp laten zien. Ik zal de gezonde geboorte van onze zoon en dochter aankondigen, goed?“ stelde hij voor met een rustige stem.
Ik glimlachte, hoewel ik me wat zwak voelde. Ik was moe. Dus ik knikte en gaf hem ook onze dochter. Ze waren allebei zo klein. Het was een wonder dat ze zo gezond waren.
Mordechai wilde net weglopen toen ik hem tegenhield. „Wacht, hun namen,“ zei ik.
Hij keek naar ze en knikte naar onze zoon. „Hij gaat Lucas heten. Naar mijn vader,“ zei Mordechai. Hij had altijd al die naam voor onze zoon gewild, dus ik knikte.
„En onze dochter noemen we Lorelai,“ fluisterde ik, terwijl ik naar haar keek. Ze had dezelfde slimme blik als mijn grootmoeder vroeger had. Een lief gezichtje met een sterk karakter erachter.
Mordechai knikte alleen maar en verliet de kamer.
Even later haastte Camilla zich weer naar binnen om me verder schoon te maken.
Ze zette wat thee voor me. Ik keek verbaasd om de onbekende geur.
„Dit ruikt anders, gebruiken we geen kamille?“ vroeg ik.
Ze schudde haar hoofd en keek me niet aan. Ze ging verder met het verschonen van de lakens terwijl ik na het wassen op de rand van het bed zat.
Ik nam een voorzichtige slok van de thee. De smaak vond ik niet erg.
Ik had pas drie slokken op toen ik me slaperig begon te voelen. Even later viel ik in slaap. Ik wist niet dat het krijgen van baby's zo snel al mijn energie weg zou nemen.












































