
Goede fee 5: de meester van metaal
Auteur
F. R. Black
Lezers
1,4M
Hoofdstukken
29
1: Hoofdstuk 1
Proloog
Lieve lezer?
... Nee.
Ik ga mezelf niet voorstellen.
Belachelijk.
Dit is een enorme fout en zoiets ga ik met Pierce bespreken. Als ik een klacht moet indienen bij HR, dan doe ik dat.
Ik heb al te veel aan mijn hoofd, ook zonder deze grap die waarschijnlijk door de boekhouding is bedacht.
Stel je een stel nerds voor dat opgewonden raakt van dingen die alleen nerds doen, zoals het namaken van neppe FGI-brieven om ze aan het personeel te geven, terwijl ze hun kinderachtige leedvermaak amper kunnen inhouden.
Ik snap niet waarom ze me deze biechtstoel niet laten verlaten.
Dus ik blijf hier maar gewoon zitten.
Ik bedoel, het is niet alsof ik elke wakkere seconde nodig ben! Als ik erachter kom wie me hier heeft opgesloten, zwaait er wat.
Ik zal onnoemelijk veel pijn en leed loslaten op de sukkel die dacht dat dit grappig was. Ik ben er niet te beroerd voor om een van hen bij de keel te grijpen en zijn hoofd in een wc-pot te duwen.
Is het niet genoeg dat mijn ondergoed dagelijks gestolen wordt?! Ik geloof niet dat iemand heeft opgelet tijdens de conferentie over seksuele intimidatie waar we allemaal een hele verdomde week naartoe moesten.
Nog iets: Iedereen weet dat ik zware woedeproblemen heb, en ik zie niet in waarom het grappig is om me altijd zo te treiteren!
De deur is nog steeds op slot.
Er komt iemand aan.
***
Oké, dit is lachwekkend.
Nu vertellen ze me dat Pierce naar mijn briefing komt.
Dat is mijn baan. Ik regel de presentaties en zorg ervoor dat de FGI shape-shifter agenten gecertificeerd zijn en klaar om het veld in te gaan.
Ik heb een screening waar ik bij moet zijn!
De volgende missie staat op het punt te beginnen. Ik kan niet hier zijn, ik ben nodig. Iemand wordt ontslagen—en ik ben het niet.
Blijkbaar laten ze me niet gaan totdat ik mijn naam tegen de camera zeg. Ik zal mijn naam zeggen, maar dat betekent niet dat Nerdville op de vijfde verdieping niet in vlammen op zal gaan.
Hoi, mijn naam is Zoya Romanovna, en ik ben woedend.
Haal me nu in godsnaam hier weg.
Hoofdstuk 1
„Ik wil antwoorden,“ sis ik, terwijl ik mijn lichaam voel zwellen van zo'n krachtige woede dat ik de gloeiende brief in mijn hand in brand zou kunnen steken.
Ik zou naar een begraafplaats kunnen gaan en letterlijk de doden kunnen opwekken met alleen al mijn blik.
De filmcrew stuift uit elkaar—de lafaards. Ik voel zoveel blikken op me gericht terwijl ik hier sta met deze neppe, idiote brief in mijn gebalde vuist, klaar om de idioot onder ogen te komen die dacht dat dit grappig zou zijn.
Ik heb woedeproblemen en deze grappen voeden mijn behoefte om iemand in zijn gezicht te slaan.
Ik weet dat ik hard overkom.
Dat komt omdat ik dat ook ben.
Mijn therapeut heeft me herhaaldelijk verteld dat ik in mijn hoofd tot minstens twintig moet tellen, voordat ik ook maar één woord uitspreek als ik me opwind.
Dus ik sta hier, midden in de gang van FGI, te tellen als een debiel.
1, motherf-ing 2, motherf-ing 3, motherf-ing 4—
„Zoya,“ zegt April, die plotseling naast me staat in haar beige pak en rode hakken. „Oh. Ben je aan het tellen?“
„JEP,“ zeg ik, terwijl ik fronsend naar de brief kijk.
„Oké. Dan wacht ik wel even,“ zegt ze met een neppe glimlach.
Ik kijk haar boos aan. „Wat is er?“
„Ik denk dat het echt is,“ brengt ze uit, en ze doet een klein dansje, waarbij haar korte zwarte haar opveert.
Ze maakt vast een grapje. Serieus?
„Oh, hou op. Je weet dat dit dom is, je ziet eruit als een dwaas als je dat doet,“ snauw ik, en ik rol met mijn ogen. Ik wil gewoon dat deze dag al voorbij is.
„Pierce komt eraan, afgaande op wat de filmcrew zei!“
„Hij. Komt. Niet.“
Pierce komt niet, omdat hij het veel te druk heeft met de nieuwe agenten . . . die . . . net . . . zijn binnengekomen.
Ik kijk op mijn horloge. Mijn gezicht verbleekt iets, en ik kijk op naar iedereen om me heen. Ze hebben opgewonden blikken op hun gezichten, en houden hun handen voor hun mond.
Je neemt me in de zeik.
Dit moet een enorme grap zijn.
„Zoya, kun je me alsjebliiiiieft aan Pierce voorstellen?!“ vraagt ze, met een stralende, bleke blik. „Gewoon super nonchalant. Dan zeg ik dat ik solliciteer als stagiaire op zijn afdeling.“ Ze zwaait met haar hand.
„Of wat er ook maar natuurlijk in je opkomt. Ik wil niet dat het ongemakkelijk wordt.“ Ze trekt een gezicht. „Zo van: ‘Heeeey, Pierce. Mag ik je Pierce noemen?’“
„En dan zouden we lachen, en dan leg ik mijn hand op zijn enorm brede schouder, zo van: ‘Geweldiiiiig.’“ Ze pauzeert om op adem te komen.
„Dan zeg ik iets slims, zoals: ‘Duss, ik hou van kleding, weet je wel, elke kledingstijl die jij maakt . . . ’“ Ze fronst terwijl ze me in paniek aankijkt. „Laat me dat niet zeggen. Dat is idioot.“
Ik zucht.
April is geobsedeerd door Pierce. Dat is ze altijd al geweest.
„Hou gewoon je mond, dan komt alles goed,“ zeg ik, terwijl ik een grijns onderdruk.
„Hoe zie ik eruit?“ flapt ze eruit. „Pierce laat zich nooit zien in sector vijf!“ Ze schudt haar donkere haar op en ziet bleek.
April is prachtig. Maar Pierce is een versierder en zou de arme, lieve April breken. Veel vrouwen hier zijn geobsedeerd door die man, maar persoonlijk vind ik hem irritant.
Dat is waarschijnlijk de reden waarom ik in zijn team zit. Hij kan er geen verliefde vrouw bij hebben die de hele dag naar hem staart.
„Hier, gooi dit in de prullenbak.“ Ik gooi de gloeiende brief naar haar toe. „Pierce heeft me nodig om de shifter agenten te screenen. Hij is vast pissig dat ik er niet ben.“
Ik begin te lopen, mijn hoge hakken tikken snel op de marmeren vloer. Ik negeer het gefluister en de blikken. Ik kijk op en zie Pierce zelf door de liftdeuren stappen met een brede glimlach op zijn gezicht.
„Zoya!“
Ik bevries, de kleur trekt weg uit mijn gezicht en mijn hart bonst.
Ik krijg een tunnelvisie.
Pierce wijst naar April naast me. „Becky, haal die brief uit de prullenbak.“
„ . . . Het is A-April, meneer,“ stottert ze met rode wangen, om vervolgens de brief te pakken.
Ik kijk toe hoe April het verfrommelde papier aan Pierce overhandigt, met grote ogen naar hem starend. Pierce knipoogt naar haar en draait zich dan naar mij toe met een arrogante rotgrijns op zijn gezicht.
„Kijk eens aan. Wat hebben we hier?“
„Het is niet echt,“ fluister ik.
„Niet,“ hij glimlacht breder, „echt? Denk je dat echt?“
Ik kijk hem woedend aan, mijn hart klopt in mijn keel.
Onmogelijk.
Pierce lacht bijna als hij zich omdraait naar de toeschouwers in het kantoor.
„Wie denkt hier allemaal dat deze brief een echte FGI-uitnodiging is VOOOR de missie van je leven?!“
Gejuich en geroep klinkt op.
Ik voel mijn gezicht rood worden.
Pierce knipoogt naar me. „Zoya, mijn beste, misschien moet ik je nu naar je briefingruimte begeleiden?“
„Het is dus echt,“ fluister ik.
Pierce komt heel dichtbij staan. „Heel echt. Ik wist het eigenlijk al een tijdje.“
Mijn ogen worden groot. „En je hebt me niets verteld?!“
„En je voor me weg laten rennen? Je weet hoe serieus we de keuzes van het Lot nemen. Ik had je dan moeten zoeken. Ik heb het zo druk dat ik daar geen tijd voor had,“ voegt hij er met een veelbetekenende blik aan toe.
„Daarom hield je informatie over deze missie voor me achter.“
Hij haalt zijn schouders op. „Wees niet boos—of nou ja, bozer dan normaal dan.“
„Ik dacht dat ik gedegradeerd werd,“ zeg ik zachtjes tegen mezelf.
Hij kijkt me strak aan. „Nooit. Je bent een van onze grootste aanwinsten hier. Daarom ben ik ook geïntrigeerd waarom juist jij gekozen bent voor deze specifieke missie.“
„Shit,“ mompel ik, en ik neem een moment. „Ik hoef het contract niet te tekenen, Pierce. Ik heb de keuze om dit af te wijzen. Ik hou van mijn baan hier.“
Ik wil niet met andere vrouwen concurreren om een verdomde man.
En deze missies zijn MOEILIJK.
„Kom met me mee.“ Hij grijnst en geeft me die mysterieuze blik die zo typisch Pierce is. Ik knars met mijn tanden terwijl ik hem volg. Pierce heeft nou eenmaal een charme die heel irritant is, maar ook onweerstaanbaar.
„Pierce! L-leuk je te ontmoeten!“ hoor ik April van achter ons roepen, gevolgd door een vloek.
Pierce draait zich iets in haar richting en glimlacht. „Pam, goed werk.“ Dan loopt hij door, en op de een of andere manier denk ik dat Pierce mensen expres bij de verkeerde naam noemt.
Er zit een systeem in zijn waanzin.
„Het is April!“ horen we nog net.
We lopen een grote kamer in en ik kruis mijn armen. „Ga je proberen me te overtuigen dan?“
„Dat is niet nodig.“
Ik trek een wenkbrauw op. Ik praat met de gedachten-ninja zelf, dus ik moet voorzichtig zijn. „Omdat je me ontslaat,“ ik haal adem, „als ik het niet doe?“
Zijn helderblauwe ogen worden groot. „Zoya, ik ben geen monster.“
Ik geef hem een harde blik.
„Eigenlijk had ik al verwacht dat je niet zou accepteren.“ Hij haalt zijn schouders op en gaat op een witte bank zitten, met zijn handen achter zijn hoofd gevouwen. Pierce zucht.
„Ik bedoel, wie wil er nou drie maanden vakantie, ver weg van de boekhouding op de vijfde verdieping, waar jouw foto in elk kantoortje hangt.“
Oh, hij speelt het hard.
„En wie zegt dat je verliefd moet worden? Zie het alsof je een dubbelagent bent, die het veld ingaat voor een klein avontuur,“ zegt Pierce luchtig, met een vreemde schittering in zijn ogen.
Ik bijt op mijn lip. „Ik vertrouw je niet.“
„Au.“ Pierce glimlacht alsof hij hier veel te veel van geniet.
Ik maak een geluidje. „Je gaat me er sexy uit laten zien. Ik ken het riedeltje inmiddels, Pierce.“
Hij trekt een wenkbrauw op. „Zoya, ik ben geen monster.“
Ik zwaai waarschuwend met mijn vinger naar hem. „Nee, je gebruikt je magische onzin bij vrouwen en maakt mannen dom.“
„Zoya, ik ben gevleid.“ Hij lacht zachtjes. „Maar het zijn niet de kleren die een man slappe knieën bezorgen, Zoya. Geloof me maar. Ik ben niet voor niets goed in mijn werk, en ik ben zelf ook een man.“
„Wat is het dan wel?“ vraag ik droog. „Mijn verdomd geweldige persoonlijkheid? Ik ga waarschijnlijk iedereen die ik ontmoet de stuipen op het lijf jagen.“
„Als je probeert het doelwit te versieren wel, maar daar hebben we genoeg andere meiden voor.“ Pierce's mondhoeken trekken op. „Maar jij bent eigenzinnig, en soms is dat precies wat er nodig is.“
„Fan-fucking-tastisch,“ mompel ik.
Hij leunt voorover, zijn ellebogen rustend op zijn knieën. „Ik heb je nodig voor deze missie, maar dat wist je al.“ Pierce houdt zijn hoofd schuin, alsof hij mijn gedachten probeert te lezen.
„Aangezien ik volledig in het duister tastte, waar is het? Fucktard World? Waar ik een kleine groene trol mag spelen?“
Pierce's ogen glinsteren. „Deze wereld is een van mijn favorieten wat betreft mode en het nachtleven. Euphoria Heights. Klinkt dat bekend?“
Mijn ogen worden groot en ik graaf in mijn geheugen. „Shit, was dat niet diezelfde wereld die we vorig jaar bijna deden, maar toen hebben veranderd?“
„Precies die.“ Hij knipoogt.
„Dat perfecte utopische oord uit de jaren 40 vol met swingdansen, dat eigenlijk een hellegat is?!“
Pierce maakt een geluid. „Je was vorig jaar best geïntrigeerd. En het is geen hellegat, het is er juist prachtig.“
„Wie is de man? Ik wil hem zien.“
„Dat kan niet.“
„Dan teken ik niet.“ Ik kruis mijn armen.
Pierce trekt een wenkbrauw op. „Ik dacht dat het doelwit je niets kon schelen.“
Ik ga er niet blind in. Echt niet.
„Dat is mijn voorwaarde.“
„Je speelt het hard. Daar hou ik van.“
„Ik wil nu zijn hele verhaal horen.“ Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en ik weet wat voor impact dat heeft. Ik zou water kunnen bevriezen met deze blik. „Je wilt mij? Dan geef je me de geheime informatie.“
Pierce staat op en zet zijn zwarte computerbril op. „Deal. Maar jij tekent eerst.“
We staren elkaar allebei aan.
Mijn wilskracht tegen de zijne.
Zora komt binnen. Pierce steekt zijn hand op alsof hij haar het zwijgen wil opleggen, nog voordat ze kan spreken en de druk kan verpesten die hij me nu oplegt.
„Zoya. Teken, en ik geef je wat ik heb.“
Ik steek mijn kin omhoog. „Ik kies mijn eigen agent.“
Pierce spant zijn kaakspieren aan. „Akkoord.“
Ik kan niet geloven dat dit gebeurt.
Drie maanden.
Ik kan wel wat tijd buiten het kantoor gebruiken, toch?
„Ik heb nog nooit meegemaakt dat een meisje hier spijt van kreeg, Zoya,“ fluistert hij, alsof hij een wild dier kalm probeert te krijgen. Pierce steekt een zilveren pen naar me uit en legt het verfrommelde contract neer.
Ik sluit mijn ogen voordat ik me kan bedenken en pak de pen uit zijn hand. Mijn hart bonst.
„Pierce, je staat bij me in het krijt.“
„Ik heb zo'n voorgevoel dat jij misschien bij mij in het krijt zult staan.“ Hij knipoogt naar me. Ik rol met mijn ogen terwijl ik teken. Ik kan de opluchting in zijn stem horen. „Perfect! Zora, mag ik het dossier van Dion Le’ Rose?“
Zora geeft Pierce een grijns, alsof ze al wist wat hij wilde hebben.
Ik frons naar hem. „Je wist al dat ik zijn dossier wilde.“
„Natuurlijk.“ Pierce pakt de virtuele tablet aan. „Ik moest je alleen laten denken dat het jouw idee was, en niet dat van mij.“
Mijn mond valt open.
Ik weet niet of ik nou onder de indruk moet zijn of boos.
„Hier hebben we het . . . “
Mijn ogen worden groot als ik naar deze man kijk.
Ik bijt op mijn lip.
Ik kijk weg en besef dat ik in een lastig parket zit.
„Dion Le’ Rose, een absoluut genie. Zijn ouders stierven jong en hij werd geadopteerd door miljardairs, Saffo en Eva Le’ Rose.“ Hij kijkt naar me op.
„Zij zijn eigenaar van Le’ Rose Enterprises. Ze maken androïden voor het dagelijks leven, en ook andere machines.“
„Huh. Dus die Dion is het meesterbrein?“
„Ja, maar hij houdt zich erg goed schuil. De FBI heeft nog niets over hem. Dat moeten we zo houden, totdat we kunnen—“
„Totdat we zijn hart veranderen om zijn stoute streken af te leren,“ valt de Goede Fee in, met een knikje.
„Klopt,“ zegt Pierce. „Ik denk dat Dion in het geheim mensen chipt om ze op een bepaalde manier te controleren. Daar hebben we nog niet zoveel informatie over.“
Ik knijp in de brug van mijn neus. „Dus deze plek zit vol met perfecte androïden én echte mensen?“
„De echte mensen worden ook gechipt, zonder dat ze doorhebben dat Dion hen kan besturen,“ voegt Pierce eraan toe. „De chips zijn bedoeld om mensen meer . . . perfect te laten handelen. Snap je?“
„Dat is echt gestoord.“
„Klopt. En daar komt FGI in beeld.“ Hij lacht naar me.
Ik ben best wel geïntrigeerd.
Mijn ogen blijven rusten op het figuur van Dion. Ik zou liegen als ik zei dat deze man mijn brein niet in de war bracht. Hij ziet er heel, heel erg charmant uit, alsof hij dondersgoed weet welke aantrekkingskracht hij heeft.
Mompelend tegen mezelf, haal ik diep adem. Ik negeer het gevoel in mijn onderbuik. „Wat is er met dat rode oog?“
„We denken dat hij deels machine is, of een robot-oog heeft. We weten heel weinig over hem, daarom verzamelen we meer informatie naarmate de missie vordert.“ Pierce kijkt naar Dion.
„Dansen en muziek is het allerbelangrijkste in deze wereld. Dus ik zou slim omgaan met de drie eigenschappen die je gaat veranderen.“
Ik blaas uit.
„Pierce,“ breng ik uit, „waarom heb ik het gevoel dat dit pijn gaat doen?“
Pierce lacht en pakt mijn hand. „Kom op, we gaan de andere meiden ontmoeten.“ Hij opent de deur en kijkt achterom naar me. „Degene die zei dat een beetje pijn naast genot niet goed was—heeft gelogen.“
Faaaaaan-fucking-tastisch.













































