
De Lycans Verloren Partner Boek 4
Auteur
A. K. Glandt
Lezers
369K
Hoofdstukken
23
Twintig Jaar Eenzaamheid
Boek 4: In de Nacht
De hoge, indrukwekkende muren van het kasteel keken op me neer. Ze leken me uit te dagen om dapper genoeg te zijn om naar binnen te stappen, nadat ik twintig jaar zonder een woord weg was geweest.
Ik had er vaak aan gedacht om naar dit kasteel terug te keren voordat mijn tijd erop zat.
Maar ik bleef altijd op afstand. Ik wist dat als ik een stap in de stad zou zetten, ik mijn laatste kans om mijn mate te vinden zou opgeven.
Ik nam deze beslissing pas toen Terrin en Syn eindelijk een band vormden. Nadat ik dat ongewone stel samen zag komen, begon ik mijn laatste zoektocht te plannen.
Het kostte me negen lange jaren om eindelijk de moed te verzamelen om mijn alpha om verlof te vragen.
Misschien was het egoïstisch van me om dat überhaupt aan Hakota te vragen.
Maar ik had gewacht tot onze roedel en onze toekomst veilig waren. Er hing geen grote dreiging meer in de lucht. Mijn alpha's gingen verder met hun relatie. Hun zoon, Kieran, hielp hen bij het herstel.
En toen Cleo voor de tweede keer zwanger werd, wist ik dat het veilig was om te gaan.
Toch was het geen kleine opgave om twintig jaar lang van de ene naar de andere kant van de wereld te reizen om mijn mate te zoeken.
Als beta had ik verplichtingen aan mijn roedel. Maar ik was gewoon vertrokken. Ik ben in die laatste twintig jaar niet op bezoek geweest en heb nooit iets van me laten horen.
Ik heb drie geboortes in mijn roedel gemist. Twee daarvan waren de kinderen van mijn alpha. Het zijn de kinderen van mijn beste vriend, en ik ben niet eens teruggekomen om ze te ontmoeten.
Ik had ook gehoord dat Syn en Terrin een jongen uit het Forest Kingdom hadden geadopteerd. Dat gebeurde nadat onze roedel hun opstand bijna tien jaar geleden had neergeslagen.
Zoals verwacht konden ze hun wrok niet loslaten. Ze werden aangespoord door de nederlaag van de lunar. Het was voor Hakota niet moeilijk om ze in de pan te hakken. Ze waren ongeorganiseerd en werden alleen gedreven door woede.
Ze werkten alleen samen met het doel om de lycans te vernietigen. Verder vochten ze onderling om de macht. Uiteindelijk werden ze vrij gemakkelijk verslagen en waren ze nu verenigd onder één koning.
Die koning had de afgelopen jaren veel veranderd binnen het Forest Kingdom. Met hem als boegbeeld begonnen ze zich te vormen tot iets dat sterker en beter was.
Hij had de nieuwe roedels binnen het Forest Kingdom opgedeeld.
Hij gaf ze de vrije hand met een alpha van hun eigen keuze totdat ze werden opgeroepen. Dit betekende dat hij alleen oorlog kon voeren tegen de lycans. Tijdens zo'n oorlog zou hij degene zijn die de gevechtsplannen maakte.
Het nieuwe systeem van de Forest King stelde de Foresters tevreden. Hij nam een handjevol weerwolven voor zichzelf. Deze weerwolven behoorden niet tot een roedel in het Forest Kingdom, maar woonden in de hoofdstad.
Dingen waren in hun dagelijks leven niet veel anders, behalve in tijden van oorlog.
Toen ik voor het eerst hoorde over de opstand van de Foresters, wilde ik bijna terugkeren. Ik wilde mijn zoektocht in de ijskast zetten, maar ik hield me afzijdig.
Ik wist dat als ik me weer bij Hakota zou aansluiten, ik niet meer weg zou gaan. En dit was iets wat ik nodig had.
Iets wat ik voor mezelf moest doen.
Dus ik hield me op de vlakte. Ik hield alles in de gaten voor het geval mijn alpha's hun beta nodig hadden. Maar uiteindelijk wist ik me er buiten te houden. Ik was opgelucht dat Hakota en Cleo het hadden opgelost zonder mijn hulp.
Ze waren eindelijk aan het helen en gedroegen zich als een echt gepaard koppel. Ik denk dat dit mede te danken was aan hun kinderen.
Kinderen die ik niet eens kende.
Hell, mijn roedel was in omvang verdubbeld. En ik, de beta, kende niet eens de helft van hen.
De pups die ik had achtergelaten waren inmiddels volwassen. De tweeling, Sasha en Cahatta, was nu de dertig gepasseerd. Een van hen had zelfs een mate gevonden. En Yana, de eerste pup van Innoko en Roshan, was inmiddels ook de dertig voorbij. Ook zij had een mate.
Dan was er nog Kieran. Hij was de erfgenaam van onze roedel en de oudste zoon van mijn alpha's. Hij was het enige kind van de drie dat ik daadwerkelijk had ontmoet.
Waar ik ook was op de wereld, alle roddels over de lycan roedel bereikten mijn oren.
Ik had vaak op het punt gestaan om terug te keren voordat mijn twintig jaar voorbij waren. Maar dat knagende gevoel dat ik nooit meer zou vertrekken als ik eenmaal terug was, hield me tegen.
Ik had deze twintig jaar nodig, al was het maar om het voor mezelf af te sluiten. Ik moest weten dat mijn mate niet meer leefde en niet met een ander was verbonden.
Maar in ruil voor deze twintig jaar had ik zoveel gemist binnen mijn eigen roedel. Ik miste de familie die ik wél had, alleen maar op zoek naar iemand die niet bestond.
Gelukkig was ik lang genoeg gebleven om de geboorte van Nahta mee te maken. Zij is de tweede dochter van Roshan en Innoko. Ook zag ik de geboorte van Iris, het kind van Denahi en Keni. Het was niet verrassend dat de tweeling uiteindelijk dezelfde mate kreeg.
Het was ongebruikelijk, maar soms deelden tweelingen een ziel. Daarom was het nodig dat ze één gezamenlijke mate kregen om hun ziel compleet te maken.
Toen ik zag hoe zij een mate vonden, genaamd Flicka, bleef ik als enige lycan zonder mate over van onze oorspronkelijke roedel. Toen was er iets in me geknapt.
Deze twintig jaar waren mijn laatste hoop geweest, maar ik stond met lege handen.
Mijn geest was geknakt en mijn hoop was vervlogen. Ik moest gewoon accepteren dat ik nooit een mate zou vinden.
Lune had me om wat voor reden dan ook genegeerd. Hoe erg ik ook verlangde of hoe teleurgesteld ik ook was, ze zou me geen mate schenken.
Ik moest leren om gelukkig te zijn met de familie die ik had. Ik moest niet jaloers zijn op het geluk van mijn roedelleden. Ik moest niet boos worden als de kinderen van mijn roedel hun mates vonden en ik alleen achterbleef.
Alleen.
Misschien was het tijd om mijn mate los te laten. Ik moest elders een partner zoeken. Ik kon verliefd worden zonder een mate-band die alles sterker maakte.
Maar mijn teken zou een weerwolf niet in een lycan veranderen. Het werkte alleen voor mijn mate.
Dus als ik toch verliefd zou worden, zou ik moeten toekijken hoe zij zonder mij oud werden en stierven. Dan zou ik weer alleen achterblijven.
Dat leek me nog erger dan het hele idee gewoon helemaal te vergeten.
Maar dit was niet het moment om daaraan te denken.
Ik zou het aan het lot overlaten. Misschien had het lot iets voor mij in petto terwijl Lune dat niet had.
Ik begon in te zien waarom weerwolven een hekel hadden aan Lune. En als gevolg daarvan ook aan haar kinderen, de lycans.
Ze was echt een harteloze bitch.
En ik was verbitterd. Ik was zo ontzettend boos en verdrietig over hoe oneerlijk alles was.
Ik had niets anders gedaan dan mijn roedel dienen. Ik had aan de zijde van mijn alpha gestaan. Ik moest doorgaan toen mijn broers en zussen werden afgeslacht. Ik moest doorgaan toen ik mijn ouders verloor in de Lycan Wars.
Ik had de afgelopen eeuw met Hakota rondgezworven. We hadden de laatst overgebleven leden van onze soort verzameld. We moesten met eigen ogen aanzien hoe wreed ze waren behandeld toen we ze redden.
Wij verdienden het om gelukkig te zijn.
Maar zíj waren gelukkig.
Ik was de enige die ongelukkig was.
Was dit mijn straf omdat ik Hakota had voorgesteld om zijn mate te doden?
Had Lune mijn mate gestolen zoals ik de mate van mijn alpha wilde stelen? Moest ik dit ervaren zodat ik de pijn zou voelen die ik Hakota wilde aandoen?
Ik lachte bedroefd naar de kasteelmuren die op me neerkeken. Daarna richtte ik mijn blik op de lucht.
„Bitch“, riep ik naar de godin. Het was haar schuld dat ze een zootje had gemaakt van de band tussen Hakota en Cleo. Ik was gewoon een goede beta geweest. Ik probeerde mijn roedel te beschermen tegen het gevaar dat Cleo met haar plannen met zich meebracht.
En hoe zat het met Terrin en Syn? Terrin was een echte klootzak geweest over zijn band met Syn. Hij had met hem gespeeld. Hij hield Syn en dat vrouwtje tegelijkertijd aan het lijntje. En daarna liet Syn zijn mate bijna sterven nadat hij hem zwaar had toegetakeld.
En toch mochten zij uiteindelijk gelukkig zijn.
Waarom ik dan niet?
Ik keek woedend naar de kasteelmuren. Nou, ik zou gelukkig worden. Ik zou het Lune betaald zetten. Ik zou bewijzen dat ik ook zonder mate gelukkig kon zijn.
Zolang mijn roedel gelukkig was, was dat goed genoeg voor mij.
„Wat een grap“, mompelde ik over mijn absurde poging tot zelfmotivatie.
Ik blies diep uit.
Ik zou dit op een dag achter me moeten laten. En terugkeren naar mijn roedel was waarschijnlijk een goed begin.















































