
Haunted Boek 2
Auteur
Lezers
77,3K
Hoofdstukken
30
Een Fris Begin
RAVEN
„Ik wist niet dat je zoveel spullen had,“ kreunde ik, terwijl ik de verhuisdoos naar mijn heup verschoof. „God, wat zit hier eigenlijk in?“
Cade haastte zich om zijn auto heen om de doos van me over te nemen.
„Dat is mijn verzameling moordwapens,“ zei hij met een grijns terwijl hij de doos erin liet vallen.
„Cade Woods!“ antwoordde ik lachend. „Bespeur ik daar nou gevoel voor humor?“
Hij haalde zijn schouders op. „Het schijnt af en toe naar boven te komen.“
Het was leuk om die kant van hem te zien. Die kant van ons.
Het was een maand geleden dat The Prince of Terror—oftewel mijn beste vriendin Emily Sanders—was gepakt.
Het meisje dat me welkom had geheten in Elk Springs, dat me voor één keer het gevoel had gegeven een normale tiener te zijn, dat zo warm en aardig was geweest… het was allemaal een leugen.
Opnieuw was Elk Springs volop in het nieuws. De inwoners waren in de greep van paniek geraakt, ze waren woedend en eisten wraak.
Cades bloed.
Maar toen de waarheid eenmaal aan het licht was gekomen en de zwermen verslaggevers iets beters te doen hadden gevonden, werd het weer rustig in Elk Springs.
Saai.
En, geloof het of niet, ik begon het wel fijn te vinden.
Cade en ik gingen naar de bioscoop. We haalden ijsjes. Hij begon zelfs de voordeur van mijn huis te gebruiken.
En morgen was de eerste schooldag.
Ik had er eigenlijk wel zin in.
Joey kwam uit de garage en droeg nog een doos. „Dit is de laatste,“ pufte hij, terwijl hij de doos op de achterbank zette.
Hij leunde tegen de zijkant van de auto om op adem te komen.
„Moet je dat ding er altijd op laten staan?“ vroeg Joey plotseling, knikkend naar het vreselijke, oranje Jerry’s Pizza-bord op het dak van Cades auto.
„Ja,“ antwoordde Cade, terwijl hij de achterklep dichtgooide. „Ik moest ergens voor tekenen.“
„Ik ga echt zoveel pizza bestellen,“ glimlachte ik ondeugend. „Ik kan niet wachten om je in uniform te zien.“
Cade sloeg zijn arm om me heen, trok me dicht tegen zich aan en kuste me op mijn kruin.
„Ik waarschuw je alvast,“ antwoordde hij, terwijl zijn lippen zich lichtjes krulden. „Het ziet er niet uit.“
CADE
„Zijn we hier klaar?“ vroeg Joey.
Zijn we dat?
Ik staarde naar het huis, dat de afgelopen acht jaar als een gevangenis voor me was geweest.
Acht jaar lang op eieren lopen rond mijn tante. Ik bad tot wie dan ook dat ze niet boos op me zou worden. Dat ze me niet zou slaan.
Het was niet zozeer de pijn van de mishandeling, maar vooral wat erna kwam.
Die angstaanjagende plek waar haar aanraking me direct naartoe bracht.
De badkamer. Haar dood.
Acht jaar lang een zeurende stem in mijn oor. Het was de enige connectie die ik nog met mijn moeder had. Die stem vertelde me dat ik net als mijn vader was.
Dat ik slecht was.
En ik had haar nog geloofd ook.
Dus toen Joeys ouders aanboden om me in huis te nemen voor mijn laatste schooljaar, wist ik dat ik het moest doen.
Voor mezelf.
Ik had tante Lynn eigenlijk moeten haten. Ik had in mijn auto moeten stappen en nooit meer achterom moeten kijken.
Maar nu ik daar stond en het gordijn van de woonkamer iets opzij zag gaan terwijl mijn tante me zag vertrekken, kon ik er niets aan doen. Ik voelde het toch.
Het schuldgevoel.
Mijn tante zou op een dag zelfmoord plegen.
Misschien over vijf jaar. Misschien over vijf dagen.
Ik wist dat ik niets kon doen om het tegen te houden. Het lot stond vast, en toch vroeg ik me af…
Is dit waarom ze het doet?
„Cade,“ zei Raven, die bijna mijn gedachten kon lezen, „je moet dit doen. Het is de juiste beslissing.“
Zij en Joey keken me aan, en ik kon het medelijden op hun gezichten aflezen.
„Ja man,“ voegde Joey eraan toe, na een blik met Raven te hebben uitgewisseld. „Je kunt niet langer zo leven. Ze redt zich wel.“
„Geef me even een minuutje,“ zei ik plotseling.
Toen ik de oprit weer opliep naar het huis, viel het gordijn van de woonkamer terug op zijn plek. Ik stapte de veranda op en de deur kraakte open.
Tante Lynn stond in haar badjas en staarde me aan door de hordeur. Ik bleef staan.
„Heb je je sleutels achtergelaten?“ gromde ze, terwijl ze wegkeek.
„Ja,“ zei ik. „Ze liggen op het aanrecht.“
Ze gaf geen antwoord.
„Je boodschappen en je medicijnen worden één keer per week bezorgd. Er is een dienst die alles tot aan de deur brengt. Je hoeft alleen maar overal voor te tekenen.“
Tante Lynn liet niet merken dat ze me hoorde.
„Al je inloggegevens hangen op de koelkast, voor het geval je iets wilt veranderen aan je bestellingen.“
„Ik heb je hulp niet nodig,“ mompelde tante Lynn zachtjes.
Jawel, dat heb je wel.
„Ik weet het,“ loog ik.
Na een lange stilte keek mijn tante me eindelijk aan.
„Soms vraag ik me af wat er gebeurd zou zijn als jij nooit was geboren,“ zei ze. „Misschien was ze dan nog in leven geweest.“
En toen werd de deur hard in mijn gezicht dichtgeslagen.
RAVEN
„Rij wat langzamer! Shit!“ riep Cade vanaf de passagiersstoel, terwijl hij zich vasthield aan het dashboard.
Ik keek hem grijnzend aan. „Je bent nog erger dan Grace,“ merkte ik op. „Ik reed niet eens te hard.“
„Ik wil gewoon niet dat mijn auto in de prak wordt gereden voor mijn eerste werkdag morgen,“ antwoordde hij.
Iemand is een beetje chagrijnig.
Ik vraag me af wat zijn tante tegen hem heeft gezegd.
„Welke kant op?“ vroeg ik Joey, die op de achterbank zat.
„Voorlopig rechtdoor. Het is dadelijk aan de linkerkant.“
„Bedankt.“ Ik keek weer opzij naar Cade. „Weet je, ik denk echt dat ik het onder de knie begin te krijgen.“
„Terugschakelen,“ antwoordde Cade.
„Kijk,“ zei Joey plotseling, terwijl hij zijn hoofd tussen ons in stak. „Verhuizers.“
We keken hoe twee enorme U-Haul verhuiswagens voor ons de straat insloegen.
„Ik kan niet geloven dat er nog iemand anders naar dit stadje verhuist,“ zei Cade.
Ik reed een tijdje achter de langzaam rijdende wagens aan. Ik was vreemd genoeg benieuwd om te zien wie erin zaten.
Toen we de afslag naar mijn straat naderden, begonnen de wagens af te remmen.
„Ze slaan Marbury Street in,“ zei Joey.
Ik vraag me af of…
„Misschien heeft iemand het huis van de familie Sanders gekocht,“ gokte Cade.
Het huis van de Sanders.
Ik kon me alleen maar voorstellen hoeveel pesterijen Emily's pleegouders hadden moeten doorstaan in de dagen na haar arrestatie.
Het leek wel alsof het hele stadje hen de schuld gaf dat ze Emily's plan niet hadden doorgehad. In minder dan twee weken hadden ze hun spullen gepakt, de apotheek verkocht en waren ze vertrokken.
Het enige bewijs dat overbleef was het „Te Koop“-bord in de voortuin.
Is het echt zo snel verkocht?
Ik remde af en zette mijn knipperlicht naar rechts aan.
„Wat ben je aan het doen?“ vroeg Cade.
„Wat dacht je? Ik volg ze.“
Mijn vermoedens werden bevestigd toen we de rand van Marbury Street naderden. Dat was de straat waar ik nog steeds woonde. Om te bedenken dat ik ooit zo blij was geweest om Emily als buurmeisje te hebben.
Terwijl de wagens de oprit opreden, zette ik de auto stilletjes langs de kant van de weg en schakelde de motor uit.
Het portier aan de bestuurderskant van de eerste verhuiswagen zwaaide open. Een vrouw met koperrood haar sprong uit de cabine.
Ze gaf een kus aan een gespierde, gebruinde man met donker haar die uit de tweede verhuiswagen klom.
Een plotseling getoeter trok hun aandacht, terwijl een felrode, klassieke Mustang cabriolet piepend tot stilstand kwam voor het huis.
Een meisje dat ongeveer van mijn leeftijd leek, sprong uit de opvallende auto en huppelde de oprit op naar hen toe.
Ze was lang, met een getinte huid en lang, zwart haar dat in golven over haar rug viel.
„Het lijkt erop dat je niet de enige nieuwe leerling zult zijn,“ mompelde Joey.
WILLY
Ferrah Valley, Colorado—310 mijl ten noordoosten van Elk Springs
Het ruikt hier naar pis.
Mijn neusvleugels sperden zich open door de stank, en ik keek met een boze blik rond in de bus.
Het gevangenisvoertuig was leeg, op de twee bewakers na die een paar rijen voor me zaten en de twee achter me.
Ieder van hen droeg belachelijke kleding voor speciale eenheden. Ze hielden hun geweren angstvallig vast. Hun ogen volgden elke beweging die ik maakte, maar niemand durfde me recht in de ogen te kijken.
Al deze ophef voor mijn bescheiden persoontje?
Ik kon een grijns niet onderdrukken.
Hun angst was prikkelend. Het maakte me eigenlijk alleen maar hongerig…
Een van de bewakers—het jonge, gretige type—betrapte me terwijl ik naar hem keek.
„Kan ik je helpen, freak?“
Ik grinnikte om zijn poging om me te beledigen. Het was niet zijn schuld dat hij niets meer was dan een zielige zaadvlek. Dat zijn de meesten.
Ik bewonderde zijn jeugdige huid. Ik vroeg me af hoe die eruit zou zien met een scheutje zoutzuur eroverheen…
Hoe hij om zijn leven zou smeken.
Ik raakte bijna opgewonden van de gedachte.
Jammer dat ik het nooit zal horen.
Jammer dat ik ben vastgeketend als een hond.
Een zacht klikje trok mijn aandacht.
Wat de fuck?!
De handboeien die in mijn polsen sneden waren…
Los?
Mijn blik schoot terug naar de bewaker. Hij staarde weer strak naar buiten en was nog steeds doodsbang.
Hoe is dit mogelijk?
Ik gleed voorzichtig met mijn polsen uit de metalen armbanden. Ik wreef peinzend over de rode afdrukken in mijn huid.
Misschien zat er een schroefje los.
Het veranderde echter niets.
De boeien om mijn enkels zaten nog net zo strak als eerst.
Ik staarde er vol minachting naar.
Klik.
Je neemt me in de zeik…
Ik trok mijn benen los uit de boeien, terwijl mijn gedachten op hol sloegen.
Maar mijn eerste gedachte—degene die een grijns op mijn gezicht bracht en mijn bloed echt sneller deed stromen…
Ik keek weer op naar de bewakers. Ze waren als hersenloos vee dat er gewoon om smeekte om een doel te krijgen.
Tijd om te spelen.
CADE
„Geef het maar toe,“ mompelde Raven tussen de kussen door. Ze had haar handen stevig tegen de zijkanten van mijn gezicht geklemd. „Ik kan geweldig autorijden.“
Ik probeerde antwoord te geven, maar mijn tong zat halverwege haar keel. En ik was niet van plan daar verandering in te brengen.
Waar kwam dit meisje ineens vandaan?
Ik trok haar op mijn schoot, en mijn hand streek langs haar ruggengraat omlaag.
Ze was langsgekomen om me te helpen mijn nieuwe kamer in Joeys huis in te richten. We waren echter al snel afgeleid geraakt.
Ik kon de glimlach die op mijn gezicht verscheen niet onderdrukken.
Raven trok zich plotseling terug en ik deed mijn ogen open. Ze staarde over mijn schouder met een vreemde blik op haar gezicht.
„Wat is er?“ vroeg ik, terwijl ik over haar rug aaide.
Raven negeerde me.
„Raven?“
„Oké,“ zei Raven opeens, terwijl ze van me af klom. „Laat maar zien.“
„Wat zien?“
Ik volgde haar blik en zag hoe een van de verhuisdozen uit zichzelf openging. Een boek zweefde langzaam uit de doos en bleef in de lucht hangen.
Waarom doet hij dit ALTIJD?
„Randy!“ riep Raven uit. „Dat is ongelooflijk!“
Ik keek toe hoe het boek naar ons toe zweefde en vervolgens zachtjes op het bed landde.
Kon dat niet even wachten?
Ik wist dat ik een beetje flauw deed, maar ik vond het moeilijk om mijn ergernis te verbergen.
Randy begon er een gewoonte van te maken om onverwachts op te duiken. Altijd op de slechtste momenten, precies wanneer Raven en ik alleen waren.
„Wacht, wie is die gast?“ vroeg Raven. „Ja. Ik moet die Duke zeker een keer ontmoeten… Ja. Is goed, tot later.“
Daarna draaide ze zich glimlachend naar mij toe.
„Sorry daarvoor.“
„Wat is er met hem?“ antwoordde ik.
„Randy heeft veel geleerd van een geest die hij een paar jaar geleden ontmoette. Hij heeft hem geleerd hoe hij dingen in de fysieke wereld kan verplaatsen.“
Raven pakte me vast en rolde ons om, zodat ik op mijn rug lag en zij weer bovenop me zat.
„Hij wordt zeker sterker,“ antwoordde ik ongeïnteresseerd. Mijn ogen bleven rusten op haar ontzettend schattige lippen.
„Mhm.“ Ze bracht haar gezicht weer omlaag naar het mijne. „Hou nu je mond en kus me.“
RAVEN
„Oh mijn God, ik heb er zo'n zin in!“ zei Grace enthousiast, terwijl ze een flinke schep spaghetti op mijn bord legde. „Morgen is de eerste dag van het laatste schooljaar. Dit is geweldig! Wat ga je aantrekken?“
„Maak er alsjeblieft niet zo'n groot ding van, oké?“ smeekte ik.
Ik keek terloops naar de tv, die net zichtbaar was vanaf de keukentafel.
Het nieuws stond op stil, maar door de ondertiteling begonnen mijn oren te suizen:
LAATSTE NIEUWS: Vijf doden, de King of Terror op de vlucht!
Ik verstijfde.
„Grace,“ mompelde ik. „Grace, zet het geluid harder. Nu!“
Grace gebruikte de app op haar telefoon om het geluid van de tv weer aan te zetten.
„De veroordeelde moordenaar Willy Woods is gisteren ontsnapt,“ zei de nieuwslezeres. „Hij was onderweg van de staatsgevangenis in Colorado naar een psychiatrische kliniek. Naar verluidt heeft hij drie politieagenten vermoord.“
„Een woordvoerster van de politie liet weten dat Woods werd overgeplaatst. Dit gebeurde een maand nadat hem gratie was verleend en hij van de dodencel werd gehaald.“
De politiefoto van Willy verscheen op het scherm.
„Woods is vermoedelijk gewapend en levensgevaarlijk. Benader hem niet als u hem ziet, maar neem direct contact op met de politie.“















































