
Hell's Riders MC
Hoofdstuk 4.
MIA
“Mia, het spijt me. Ik kan niet langer aanzien hoe hij je pijn doet. Waarom blijf je toch steeds naar hem teruggaan?“ vroeg Lexi bedroefd, terwijl ze haar tassen vasthield.
“Lex, alsjeblieft, ga niet weg. Je bent alles wat ik heb!“ smeekte ik.
“Nee, Mia. Dat is niet waar. Je hebt familie waar je al drie jaar niet mee hebt gesproken. Mia, je zegt dat je van hem houdt. Maar dit is geen liefde. Dit is mishandeling. Je moet weg zolang je nog kunt.“
Ik probeerde haar uit te leggen dat ze het niet begreep. Dat ze het niet kón begrijpen. Niemand zou Lexi ooit behandelen zoals Caleb mij behandelde. Mijn stem stokte en ik kon niets uitbrengen.
“Ik hou van je, Mia. Probeer me te bellen als je hem voorgoed verlaat.“ Lexi pakte haar tassen en vertrok.
Ik keek haar na met tranen over mijn wangen, maar ik probeerde haar niet tegen te houden.
“Maak je geen zorgen om haar, schatje. Je hebt haar niet nodig als je mij hebt.“ Caleb zoende me hard, alsof hij iets wilde bewijzen. „Ik heb honger. Maak eten voor me.“
Terwijl ik zijn lievelingsgerecht klaarmaakte, dacht ik na over wat Lexi had gezegd. Misschien moest ik mijn vader bellen. Ik miste hem erg, en alle andere jongens daar ook.
Ik wist niet hoe het gesprek zou verlopen. Al die tijd had hij niet geprobeerd me te vinden. Dat betekende dat het hem niet kon schelen. Hij was nog steeds boos op me.
Hij was de president van de Hell's Riders. Zou hij een dochter willen die was weggelopen en hem voor schut had gezet bij de club? Eentje die zich slecht liet behandelen door een man?
“Hou op met dromen. Je laat mijn eten aanbranden, domme gans,“ schreeuwde Caleb toen hij de keuken binnenkwam.
“Alsjeblieft, schat. Biefstuk, gepofte aardappel en knoflookbrood. Precies zoals je het lekker vindt,“ zei ik terwijl ik zijn bord opschepte en het hem gaf.
“Bedankt.“ Hij pakte het bord van me aan en ging terug naar de woonkamer. Ik besloot de keuken schoon te maken terwijl ik me voorbereidde op dat telefoontje.
“Stomme trut. Dit is niet medium rare.“ Caleb kwam terug de keuken in en gooide zijn bord in de prullenbak. Hij sloeg me in mijn gezicht. „Leer eens koken, trut. Ik ga uit.“
Ik wachtte tot hij weg was voordat ik de troep opruimde. Het kostte me een uur. Daarna ging ik naar de slaapkamer om uit te rusten en na te denken over Lexi's advies. Ze had altijd gelijk gehad, en nu had ik haar weggejaagd. Ik raapte al mijn moed bij elkaar en belde het nummer dat ik nog steeds kende.
“Hallo,“ antwoordde een stem die ik niet kende.
“Eh, ja. Hallo, ik zoek Bobby Rodgers. Is hij daar?“ vroeg ik.
“Wat moet je van de prez?“ vroeg de man.
“Ik ben zijn dochter. Alsjeblieft, ik moet hem spreken. Het is belangrijk,“ zei ik, terwijl ik probeerde niet te huilen.
“Luister, dame, ik ken de prez al drie jaar. Hij heeft geen dochter. Ga nu weg en bel niet meer terug.“ Hij hing op voor ik iets kon zeggen.
De tranen die ik had ingehouden, stroomden nu. „Hij heeft geen dochter.“ Mijn vader had me afgewezen.
Ik legde mijn telefoon neer en verborg mijn gezicht in mijn kussen terwijl er meer tranen kwamen.
Ik had Californië nooit moeten verlaten, dacht ik. Misschien moet ik naar huis gaan. Ik kan proberen het goed te maken met mijn vader, en als dat niet lukt, zal Caleb me daar in ieder geval niet vinden. Dat ga ik doen. Ik vertrek als hij aan het werk is. Ik hoef alleen maar thuis te komen, en dan ben ik vrij.
“Ik mis je, mama,“ fluisterde ik in het donker. Denkend aan haar dicht bij me, over me wakend, viel ik eindelijk in slaap.
Jammer dat ik niet de moed had om meteen te vertrekken.
BOBBY
Onderweg naar huis wierp ik een blik opzij en zag mijn prinses in diepe slaap verzonken.
Vijf jaar was ze weg geweest en nu was ze terug bij me, maar niet zoals ik had gehoopt. Ik had mezelf plechtig beloofd dat ik haar nooit kwaad zou laten overkomen, maar hier lag ze, gewond en in pijn.
Als ik de schurk te pakken kreeg die haar dit had aangedaan, zou hij wensen dat hij haar nooit had aangeraakt.
Ik had haar eerder in de steek gelaten. Ik zou haar nooit meer teleurstellen, al moest ik de rest van mijn leven naar hem zoeken.
Na Angels dood was ik te zeer in rouw gedompeld. Ik had geen oor voor Mia als ze over haar kunst of studie praatte. Ik stortte me op de club en liet mijn prinses aan haar lot over. Ik heb er elke dag spijt van gehad.
Ik zal nooit vergeten hoe ik me vijf jaar geleden voelde, toen ik thuiskwam van een reis en ontdekte dat ze verdwenen was. Het voelde alsof de grond onder mijn voeten wegzakte en ik was kapot van verdriet.
'Ach Angel, was je hier maar. Mia heeft haar moeder nu echt nodig,' prevelde ik zachtjes.
'Je weet dat je rimpels krijgt als je zo blijft kijken,' zei Mia met schorre stem.
'Het komt wel goed, prinses. Hoe voel je je? Gaat het een beetje?' vroeg ik, opgelucht haar wakker te zien en hopend dat ze me niet had gehoord.
'Papa, ik ken je. Je geeft jezelf de schuld dat je er niet was om me te beschermen.' Ze gaapte en wreef in haar ogen.
'Dat heb je van je moeder. Ze wist altijd precies hoe ze mensen moest doorgronden.' Ik zuchtte.
'Papa, alsjeblieft, geef jezelf niet de schuld. Het is niet jouw fout.' Ze gaf mijn hand een zacht kneepje.
'Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, prinses.' Ik bracht haar hand naar mijn mond en kuste hem.
We reden nog een half uur terwijl Mia muisstil was. Ik keek opzij en zag dat ze uit het raam staarde.
'Gaat het, prinses?' vroeg ik, me afvragend waar ze aan dacht.
'Ja hoor, papa.' Ze pauzeerde. 'Ik denk elke dag aan haar. Ik vraag me af hoe zij hiermee om zou gaan.' Ze zuchtte.
Ze had me dus wel gehoord.
'Ze zou hemel en aarde bewegen om de dader te vinden. Eén ding is zeker: ik weet dat ze ontzettend trots op je zou zijn,' zei ik tegen haar.
'Ja, ze was altijd lief, maar als je haar kwaad maakte werd ze bikkelhard. Zij is de reden dat ik mijn kunst niet opgaf, zelfs als ik dat wilde. Ze is mijn kracht.' Ze zei het laatste zachtjes en zuchtte opnieuw.
'Ik ben blij dat je niet opgaf, prinses. Je hebt talent. Het spijt me dat ik je nooit steunde. Ik ben trots op je.' Ik zag haar een traan wegvegen.
Ik reed naar de kant, reikte naar haar en sloot haar in mijn armen. 'Ik hou van je, Mia. Het spijt me dat ik niet de beste vader voor je ben geweest.'
'Ik hou ook van jou, papa. Het spijt mij ook. Ik had niet weg moeten lopen en vijf jaar lang niets van me laten horen.' Mia keek op naar me terwijl de tranen over haar wangen biggelden.
'Je bent nu hier, en dat is het enige wat telt.' Ik pinkte ook een traantje weg.
Tien minuten lang hielden we elkaar vast en lieten onze emoties de vrije loop.
'Oké, genoeg geweend. Laten we naar huis gaan voor het te donker wordt. We kunnen thuis verder praten.' Ik veegde haar tranen weg, en daarna de mijne.
'Dat lijkt me fijn, papa.' Mia gaf me een kleine glimlach.
Dit was de eerste keer dat ik mijn prinses echt naar me zag glimlachen sinds Angel was overleden. Toen we ons wat beter voelden, startte ik de motor weer.
Het begon te schemeren, dus ik pakte mijn rijbril uit mijn jaszak. We hadden nog een uur te gaan voor we bij het clubhuis waren.
'Oké, ouwe, ga aan de kant en laat mij rijden. Je houdt niet van rijden in het donker.' Mia ging rechtop zitten en keek me aan.
Ik moest lachen om haar serieuze toon. 'Het gaat prima. Ik heb nu mijn rijbril. Doe jij maar een tukje. Ik red me wel.'
'Oké, papa,' zei ze zachtjes.
Eindelijk sloot ze haar ogen weer. Na alles wat ze had meegemaakt, had ze alle rust nodig die ze kon krijgen.
We kwamen om negen uur bij het clubhuis aan. Mia sliep nog steeds, zachtjes snurkend. Ik wilde haar niet wakker maken, dus stapte ik stilletjes uit de truck en liep naar de passagierskant om haar op te tillen. Ik droeg haar naar binnen.
'Welterusten, prinses. Ik ben zo blij dat je weer thuis bent,' fluisterde ik terwijl ik haar voorzichtig op haar bed legde. Ik had haar kamer precies zo gelaten als toen ze wegging. Ik kuste haar voorhoofd en sloop stilletjes weg.
Ze was weer bij me. Ik zwoer dat ik nooit meer zou toestaan dat haar iets slechts overkwam - en iedereen die probeerde ons pijn te doen, zou van een koude kermis thuiskomen.
Continue to the next chapter of Hell's Riders MC