
Her Last Hope Boek 2
Auteur
Karrie
Lezers
21,7K
Hoofdstukken
35
Familie
Boek Twee: Haar Bloed
‘Het leven van Lake Mavris is altijd zwaar geweest, maar de laatste tijd is het nog veel erger geworden. Alsof de combinatie van vampier- en weerwolvenbloed in haar aderen nog niet problematisch genoeg is, is ze ook nog haar mate kwijtgeraakt. Daarbij heeft iedereen die ze kende en vertrouwde haar de rug toegekeerd. Nu moet ze op zoek naar nieuwe vrienden om haar te helpen—het soort waar je alleen in sprookjes over hoort.’
Lake
Het bos staat vol met prachtige, groene varens en wilde dieren. Mijn hart klopt sneller als ik mijn mate in de verte aan de rand van een beek zie staan. Zijn mooie zwarte wolf drinkt van het frisse bergwater.
De lente is eindelijk door het smeltende ijs en de sneeuw in South Dakota gebroken. De vogels zingen, en eekhoorns springen van tak naar tak boven het hoofd van mijn wolf, Lynne.
Drax, de wolf van Derrick, blaast snuivend de waterdruppels van zijn neus. Lynne rent naar hem toe en springt speels op zijn grote lichaam af, waardoor ze allebei in het ijskoude water belanden. Drax gromt alsof hij geïrriteerd is, maar hij kwispelt met zijn staart om onze streken.
De laatste tijd maakt Derrick zich steeds meer zorgen om onze veiligheid. Dat we zo vaak door de gebieden van andere roedels trekken, terwijl we bekendstaan als rogues, maakt hem erg zenuwachtig. Zelfs zo erg dat we de hele winter niet uit onze wolvenvorm zijn geweest.
Lynne en Drax kunnen ons in hun eigen vorm beter beschermen en onze lichaamstemperatuur op peil houden. Maar na drie volle maanden op vier poten te hebben gereisd, kan ik niet wachten om eindelijk de menselijke vorm van mijn mate weer te zien.
Begrijp me niet verkeerd—ik hou net zoveel van Drax als van Derrick. Maar het huid-op-huidcontact waar ik deze wintermaanden zo naar heb verlangd, is nu bijna binnen handbereik. Ik kan niet wachten om Derrick weer in mijn armen te sluiten.
Lynne en Drax hijsen zichzelf uit het water en schudden hun vacht uit. Ze verliezen allebei hun dikke ondervacht, net zoals elke andere wolf in deze tijd van het jaar. Daardoor is het moeilijk om te voorkomen dat we een spoor achterlaten.
Drax likt liefdevol aan de oren van Lynne. Zijn rode ogen kijken vol liefde in de zwarte ogen van mijn wolf. Hij neemt voor nu afscheid, omdat hij weet dat Derrick het zo weer overneemt.
Het verlangen van Lynne om nog even zo te blijven is overweldigend. Mijn wolf begrijpt hoe ernstig de situatie is, maar dat betekent niet dat ze zich niet een beetje egoïstisch mag voelen.
Ik stel mijn wolf zo goed mogelijk gerust. Haar verdriet verandert in begrip, voornamelijk voor mij. Ik heb al vier maanden geen bloed meer gedronken als vampier, en mijn dorst is inmiddels niet meer te beheersen.
Lynne en Drax wrijven nog één keer hun neuzen tegen elkaar, en dan ben ik eindelijk weer terug in mijn eigen lichaam.
Ik rek me uit. Mijn naakte lichaam rilt als de koude lucht mijn huid verdooft. Eén ding dat ik zeker ga missen, is de warme vacht van Lynne. Mensenkleding geeft nooit dezelfde warmte.
Als ik mijn ogen open, zie ik dat Derrick glimlachend op me neerkijkt. Zijn donkere haar is gegroeid en valt nu over zijn brede schouders, tot halverwege zijn borst. Mijn adem stokt in mijn keel bij het zien van zijn gespierde lichaam.
Het voelt alsof ik hem weer voor de allereerste keer zie.
„Derrick.“ Ik sla mijn armen om mijn mate heen, en hij trekt me stevig tegen zich aan. Zijn geur omringt me, en ik voel me helemaal smelten.
„Ik heb je gemist, Firefly,“ fluistert de zware stem van Derrick in mijn oor.
„Ik heb die belachelijke bijnaam gemist.“ Ik glimlach tegen zijn huid. „En jou natuurlijk ook.“
Samen met mijn mate in wolvenvorm zijn is niet hetzelfde als hem fysiek bij me hebben. Op vier poten hebben onze wolven net zoveel controle als wij in onze menselijke vorm hebben.
Maar ze kunnen niet met elkaar communiceren in onze hoofden, net zomin als ze met ons kunnen praten. Ik wou dat mind-linking echt bestond, net als in boeken.
Derrick pakt mijn gezicht vast en brengt zijn lippen heerlijk dicht bij de mijne. Ik grijp een handvol van zijn lange haar en trek hem de rest van de weg naar me toe. Zijn lippen botsen tegen de mijne, en door zijn smaak begint mijn hele lichaam te sidderen.
„Niet hier, Firefly. We zijn in de open lucht.“ Derrick grinnikt en trekt zich met lichte tegenzin van me los.
„Nou en? Er is niemand in de buurt.“ Ik trek hem nog eens dichterbij. Buiten in de open lucht, in een grot, of zelfs midden in het bos—het maakt me niet uit. Het is maanden geleden dat we intiem zijn geweest, en een meisje heeft ook haar behoeftes.
„Wat dacht je hiervan?“ Derrick legt zijn vinger op mijn lippen. „We halen kleding, eten en een motelkamer voor het weekend. Maar we moeten wel uiterlijk maandag de stad uit zijn.“
„Derrick, het is zondag.“ Mijn woorden klinken gedempt achter de vinger van mijn mate. „Het weekend is al voorbij.“
„Dan moeten we morgen weer verder reizen,“ antwoordt Derrick met een kus op mijn voorhoofd.
„Ik mag dan tenminste kiezen waar we verblijven.“ Ik zucht. „Ik ga niet in nog een kamer vol bedwantsen slapen.“
Hij rolt met zijn ogen. „Mee eens. Ik kan nog steeds niet geloven dat we maar een derde van ons geld hebben teruggekregen.“
***
Een paar uur later lopen Derrick en ik naar buiten bij een populair restaurant, Layfield Steak and Grill. Voor de winter hadden de eigenaren vriendelijk ingestemd om onze spullen veilig te bewaren terwijl we weg waren.
„De roedel in dit dorp is aardig voor rogues die op doorreis zijn, zolang ze geen bedreiging vormen,“ zegt Derrick. „Hun Alpha is erg coulant vergeleken met de meesten tegenwoordig.“
„Je lijkt veel over dit dorp te weten.“ Ik trek een wenkbrauw op. „We hebben er al omheen gezworven sinds we in dit gebied zijn aangekomen.“
„Het doet me denken aan een plek uit het jaar voordat jij in mijn leven kwam,“ zegt hij, terwijl hij de deur opent van het hotel dat we op weg naar het dorp hadden uitgekozen.
We lopen naar de oudere vrouw achter de incheckbalie en vragen om een kamer voor de nacht.
„Rogues betalen de helft van de normale prijs,“ zegt ze terwijl Derrick zijn portemonnee pakt. „Regels van de Alpha.“
„Dat is erg genereus voor een roedel,“ zeg ik. „Is daar een reden voor?“
De oude vrouw haalt haar schouders op. „Wij voeren alleen de regels van de Alpha uit. Stel er maar geen vragen over.“
Ze overhandigt ons onze sleutels en we lopen naar de lift. De roedelleden in de lobby geven ons een gastvrije glimlach. Dat zou geruststellend moeten zijn, maar het geeft me juist de kriebels. Derrick knijpt geruststellend in mijn hand.
„Voel je je wel goed?“ vraagt hij als we onze kamer binnenkomen. Hij zet onze koffers op de salontafel.
„Deze plek is raar,“ geef ik toe, terwijl ik mezelf op het bed laat vallen. „Waarom is de roedel zo aardig voor rogues? We konden het gebied zonder enige moeite binnenkomen.“
„Vraag je je nu af waarom we niet als wilde dieren worden opgejaagd?“ Derrick gaat naast me zitten en strijkt een lok haar uit mijn ogen. „Firefly, normaal gesproken klaag je over het tegenovergestelde.“
„Ik klaag niet,“ protesteer ik. „Het is gewoon... sinds ik een rogue ben, liet geen enkele roedel me hun gebied binnenkomen zonder me met de dood te bedreigen. Je was daar allemaal bij. Vind je dit niet een beetje vreemd?“
„Geniet gewoon van de rust nu het nog kan. Als alles goed afloopt, blijven we hier misschien wel een tijdje.“
Ik knipper met mijn ogen. Blijven?
„Wie ben jij en wat heb je met mijn mate gedaan?“ Ik sla Derrick met een kussen. „Mijn mate houdt juist van het leven op de weg en de gevaren van een rogue zijn!“
„Ik weet het, maar—“
„En daar komt nog bij dat we deze mensen niet kennen, net als hun motieven om rogues binnen te laten!“ voeg ik eraan toe. „Voor hetzelfde geld—“
„Firefly, wil je echt een gezin stichten in onze huidige situatie?“ onderbreekt mijn mate me. „Veilig grondgebied is moeilijk te vinden. In deze roedel zou ik jou en onze pups veel beter kunnen beschermen.“
Ik bevries. „Gezin?“
„Nou ja, ja.“ Mijn mate glimlacht zachtjes en pakt het kussen uit mijn handen. „Je bent al tweeëntwintig en ik ben vijfentwintig. Wolven van onze leeftijd hebben rond deze tijd meestal al minstens een of twee pups, met nog eentje op komst.“
„Dat komt omdat we al vier jaar in deze cyclus van rennen en vluchten vastzitten!“ roep ik uit. „Bovendien weten we niet wat er met de pups zou gebeuren, omdat ik een hybride ben en zo.“
„Hybride of niet, Firefly, ik wil er toch over gaan nadenken.“ Derrick pakt mijn handen vast in de zijne. „Ik wil je het leven geven dat je verdient. Het verleden doet er niet meer toe.“
Ik wend mijn blik van hem af. Ik ben lang niet zo zeker als hij als het over het krijgen van kinderen gaat. „Derrick, ik—“
Een klop op de deur onderbreekt me. Derrick zucht en loopt naar de deur om open te doen. Er staat een netjes geklede wolvin voor de deur. Haar ogen zijn groot van verwondering en nieuwsgierigheid.
„Hallo, mijn naam is Nymph,“ zegt ze, terwijl ze naar ons allebei knikt. „Ik ben hier om jullie twee formeel uit te nodigen in het roedelhuis voor een feestmaal ter ere van de Alpha.“
„Dank je wel,“ zeg ik, „maar ik weet niet zeker of dat wel gepast is. Wij zijn rogues.“
Nymph schudt haar hoofd en steekt een envelop naar voren. Haar kleine hand trilt een beetje. „Alle wolven in het gebied, ongeacht hun status in de maatschappij, zijn verplicht om aanwezig te zijn.“
Derrick pakt het perkament uit haar hand. Met een laatste buiging vertrekt Nymph snel weer.
„Tja, daar gaan mijn plannen voor vanavond.“ Ik kreun en laat me weer achterover op het matras vallen.

















































