
Het Universum van Discretie: Nachtslaper
Auteur
Michael BN
Lezers
16,5K
Hoofdstukken
3
Hoofdstuk 1
Ik was altijd een beetje jaloers op mensen die hun leven perfect op de rit hadden. Ik had zelf namelijk geen flauw idee wat ik met mijn leven aan wilde.
Ik had een bijna perfecte score gehaald op mijn toelatingsexamen. Mijn ouders konden het zich bovendien veroorloven om me naar elke denkbare universiteit te sturen. Het probleem was alleen dat ik werkelijk nergens een vonk voor voelde.
Mijn vader was een trotse oud-student van Hargrave en werkte nu als operationeel directeur bij Helix, een populair streamingplatform voor muziek. Ondanks de neiging van mijn moeder om veel geld uit te geven en haar lichte drankprobleem, hadden ze een behoorlijk sterk huwelijk.
Mijn vader was tijdens mijn jeugd vaak afwezig door zijn veeleisende baan. Misschien dat ik daarom zo aarzelde om een carrièrepad te kiezen. Ik wilde niet zoals hij eindigen, helemaal opgeslokt door mijn werk.
Mijn moeder was niet zo blij met mijn plan, maar mijn vader vond het fantastisch. Hij bekende dat hij na de middelbare school precies hetzelfde had willen doen, maar dat zijn ouders daar destijds tegen waren geweest.
Twee weken later zat ik dus in een vliegtuig naar Londen, klaar om te beginnen aan een backpackavontuur van een maand door Europa.
***
Ik had een groot deel van mijn reis al voor vertrek vanuit de Verenigde Staten gepland, maar ik liet ook ruimte over voor spontaniteit. Ik wilde de vrijheid hebben om langer te blijven op plekken waar ik van hield en snel weer te vertrekken als het niet beviel.
Amsterdam bleek geweldig te zijn, dus besloot ik daar vier dagen langer te blijven. Daarna stond Rome op de planning, en ik bedacht dat de beste route via Zwitserland zou zijn.
Mijn nieuwe Nederlandse vriend, Sjoerd, stelde voor om de trein naar Hannover te nemen en daar over te stappen op de nachttrein naar Basel. Vanaf daar kon ik nog beslissen of ik Zürich of Genève wilde bezoeken, of dat ik ze allebei zou overslaan en direct door zou reizen naar Italië.
Ik probeerde een privécabine met een eenpersoonsbed te boeken in de nachttrein, maar die waren helaas allemaal vol. De beste optie daarna was een los bed in een tweepersoonscabine. Ik had deze reis al zoveel nieuwe vrienden gemaakt, dus ik dacht: ach, eentje extra kan er ook nog wel bij.
***
Ik was de menukaart met snacks aan het bekijken toen hij binnenstapte. Hij was lang, had witblond haar en doordringende blauwe ogen. Hij leek begin twintig te zijn, maar straalde een zekere volwassenheid uit.
Zijn pak was perfect op maat gemaakt en zag er prijzig uit. Mijn oog viel vooral op zijn zwarte Vero-schoenen.
Hij keek naar me en stelde zich voor in het Engels. Was het dan echt zo overduidelijk dat ik Amerikaans was?
„Roland,“ zei hij, en hij stak zijn hand uit alsof we midden in een zakelijke bijeenkomst zaten.
„Ty,“ reageerde ik, en ik schudde zijn hand. Europa liep over van de knappe gasten, en Roland hoorde daar zeker bij.
„Zoals in Krawatte?“ vroeg hij, en hij hield zijn diepblauwe stropdas omhoog om het te verduidelijken.
„Een afkorting van Tyler,“ legde ik lachend uit.
„Leuk je te ontmoeten, Tyler!“ zei hij, waarbij hij mijn favoriete roepnaam compleet negeerde.
Hij legde zijn spullen weg, trok zijn colbert uit en ging zitten met zijn telefoon in de aanslag.
Ik probeerde niet al te opzichtig naar hem te staren terwijl hij aan het typen was en zachtjes op de binnenkant van zijn wang beet.
***
Tegen de tijd dat het eten werd geserveerd, rammelde ik van de honger. Ik bestelde een kippenstoofpotje en een biertje. Roland had blijkbaar geen trek, of hij gaf de voorkeur aan een vloeibaar diner. Dat was iets wat mijn moeder ook vaak deed.
Hij bestelde vier miniflesjes rode wijn, wat hem een vreemde blik van de steward opleverde. Roland leek het niet eens te merken en betaalde zijn drankjes doodleuk met een biljet van tweehonderd euro. Ik zag dat hij een hele stapel van die biljetten in zijn portemonnee had zitten.
Wie was deze gast in vredesnaam?
Ik genoot van mijn late diner en luisterde wat naar muziek, totdat Roland mijn aandacht trok.
Ik haalde één oortje uit om te horen hoe hij vroeg: „Heb je zin in wat wijn?“
Hoe luidde dat gezegde ook alweer? Wijn na bier geeft plezier?
„Graag,“ antwoordde ik, en ik nam de fles van hem aan. Hij had geen extra glas, dus gooide ik de rest van mijn bier achterover.
„Wat brengt jou naar Duitsland?“ vroeg hij. Waarschijnlijk wilde hij gewoon een praatje maken. Hij had mijn gigantische backpack vast wel opgemerkt.
„Gewoon, de typische Eurotrip,“ antwoordde ik, en ik hief mijn glas om te proosten.
„Oké!“ reageerde hij knikkend. „Waar ben je tot nu toe allemaal geweest?“
„Alleen nog maar in Londen en Amsterdam,“ antwoordde ik. „Ik heb zin om Rome te gaan bekijken, maar ik dacht dat ik eerst wel even langs Zwitserland kon reizen.“
„Heb je Berlijn overgeslagen?“ vroeg hij verbaasd.
„Nee, nee, nee, ik ben van plan om daar op de terugweg naartoe te gaan,“ stelde ik hem snel gerust. Ik wilde hem tenslotte niet voor het hoofd stoten.
Hij dronk zijn glas leeg en trok nog een miniflesje open.
„Nog een slokje?“ bood hij aan.
Ik hield mijn glas op en hij schonk een kwart van de fles bij me in.
„En, wat voor werk doe jij?“ vroeg ik, in een poging het gesprek op gang te houden.
Zijn gezicht was een heus kunstwerk, met perfecte symmetrie en een vlekkeloze huid. Hij tuitte zijn lippen een beetje en keek me doordringend aan. Het leek alsof hij op zoek was naar een verborgen geheim.
„Ik werk in de financiële sector,“ zei hij op een mysterieuze toon.
***
Voor we er erg in hadden, was Rolands wijnvoorraad erdoorheen gejaagd. Ik lag in een deuk om een verhaal dat hij vertelde over zijn eerste bezoek aan de Verenigde Staten.
„Verdomme, alles is op! Ik ben zo terug,“ kondigde hij aan, terwijl hij opstond en naar zijn jas greep.
„Laat mij maar gaan,“ stelde ik voor. Ik voelde me een beetje schuldig. „Volgens mij heb ik de helft van jouw voorraad opgedronken.“
„Geen probleem, ik kan wel een wandelingetje gebruiken,“ antwoordde hij. Hij stond al behoorlijk wankel op zijn benen.
Tien minuten later kwam hij terug, gewapend met nog twee flessen wijn en een grijns van oor tot oor.
„Laten we een spelletje spelen,“ stelde hij voor. „De verliezer betaalt de volgende ronde.“
De volgende ronde?! Hoeveel dacht hij in hemelsnaam dat we nog konden drinken? Het was al ruim na middernacht en ik had de grootste moeite om mijn ogen open te houden.
Maar één blik op zijn knappe gezicht en ik wist dat ik het niet over mijn hart kon verkrijgen om te weigeren.
„Is goed, wat gaan we spelen?“ vroeg ik, in de verwachting dat het iets simpels zou zijn.
„Het is echt geweldig,“ verzekerde hij me, met een dikker Duits accent dan daarvoor. „Ik speelde dit vroeger altijd met mijn vrienden op L’Ecole Hotelier de Sion.“
Ik wachtte af tot hij meer zou vertellen terwijl hij me een van de flessen in de hand drukte.
„Het spel heet ‘Wist je dat?’. Het doel is om een feitje te delen dat je kunt bewijzen. Als de ander het nog niet wist, win jij de ronde.“
„Maar wat houdt iemand tegen om gewoon te zeggen dat hij het al wist, alleen maar om te winnen?“ vroeg ik me hardop af. Ik zette mijn vraagtekens bij de eerlijkheid van het spel.
„Dat zou niet erg galant zijn, toch?“ reageerde hij, en er verscheen een frons op zijn voorhoofd.
„Oké,“ stemde ik in. „Wat was de nationaliteit van Cleopatra?“
„Dat is een makkie. Ze was Egyptisch,“ antwoordde hij afwijzend.
Hij dacht waarschijnlijk dat ik de regels van zijn spelletje niet snapte. Dit was echter een geschiedenisvraag die de meeste mensen fout beantwoordden.
„Eigenlijk hoorde Cleopatra bij de Ptolemaeën. Ze werd geboren in Egypte, maar stamde af van de Macedonische Grieken. Nadat Alexander de Grote het grootste deel van de bekende antieke wereld had veroverd, stierf hij op tweeëndertigjarige leeftijd. Zijn rijk werd verdeeld onder zijn generaals, en Ptolemaeus werd de heerser over Egypte.“
Roland staarde me aan en zijn interesse was duidelijk gewekt.
„Bijna drie eeuwen later werd Cleopatra de laatste Ptolemaeïsche farao die over de Nijldelta regeerde. Samen met Marcus Antonius werd ze verslagen door keizer Augustus, die Egypte vervolgens tot een vazalstaat van Rome maakte.“
„Geschiedenis was nooit mijn sterkste kant,“ gaf Roland toe met een nonchalante schouderophaling. „Jij wint de eerste ronde!“









































