
Mateo Santiago
Auteur
Katlego Moncho
Lezers
7,1M
Hoofdstukken
30
Fijne verjaardag voor mij
JUNIPER
Het had een van de gelukkigste dagen van mijn leven moeten zijn. Ik hoorde enthousiast te zijn.
Vrolijk.
Toch was de last van wat er deze dag, mijn dertiende verjaardag, zou gebeuren een groot, leeg gat vol angst en somberheid.
Er waren verwachtingen waaraan ik moest voldoen. Dingen die ik moest doen, als ik wilde dat mijn vader en moeder me ooit zouden accepteren.
Verjaardagen waren een beproeving, of in ieder geval die van mij. Ik kon me niet herinneren dat mijn ouders me ooit in het zonnetje hadden gezet. Niet dat ze op andere dagen wel veel om me gaven.
In plaats daarvan werd ik bij mijn grootouders ondergebracht. Dat was een klein wonder dat ik steeds meer ging waarderen naarmate ik ouder werd. Zij waren degenen die me opvoedden, me dingen leerden en van me hielden.
Net als veel van mijn andere verjaardagen begon de ochtend bewolkt en grijs.
De regen kletterde uit de lucht en tikte tegen de ramen. Het geluid van de druppels tegen het huis was rustgevend. Het voelde goed voor mijn gespannen zenuwen.
Ik was niet zenuwachtig voor mijn verjaardag. Het kwam meer door wat er zou moeten gebeuren. Iedereen — mijn vader, moeder, mijn familie, onze buren, onze roedel — verwachtte dat ik naar buiten zou gaan en voor de allereerste keer zou shiften.
Vandaag zou ik mijn rechtmatige plek als alfa-erfgenaam innemen.
Tenminste, als het me lukte om volledig in mijn wolf te shiften.
Ik at alleen. Het was een saai ontbijt en ik wenste dat ik de moeite niet had genomen.
Een donderklap liet het huis trillen. Daarna hoorde ik in de verte stemmen die er bovenuit probeerden te schreeuwen. Daardoor wist ik dat er gevaar dreigde.
Buiten regende het harder. Of misschien begon het harder te regenen toen ik bij de veranda kwam. De mensen van de roedel liepen door elkaar en mompelden. Maar ik kon niet verstaan wat ze zeiden.
Toen zagen ze me één voor één en vielen ze stil. Ondanks de keiharde regenbuien was iedereen er. Volwassenen, kinderen en mijn grootvader.
Mijn vader.
Naast hem stond Jacob, arrogant en trots. Hij was nieuw in de roedel. Hij was een wees die mijn vader in huis had genomen. Mijn vader was dol op Jacob en behandelde hem als een zoon.
Dat maakte me jaloers.
„Juniper. Kom.“
Ik wilde achteruit stappen, terug naar mijn kamer gaan en slapen.
Ik wou dat ik dat had gedaan.
Maar ik stond machteloos. Ik moest doen wat hij eiste.
Ik zette één stap naar voren, in de zompige modder, en de menigte deed een stap achteruit.
„Dayton, ze is er niet klaar voor,“ smeekte mijn grootvader. Ze leken erg op elkaar. Maar waar de ogen van Grootvader vol warmte zaten, waren die van Vader ijskoud.
„Ze moet wel. Dat zal ze zijn. Geen enkel kind van mij is zonder wolf.“ Mijn vader wachtte vol verwachting af terwijl ik dichterbij kwam.
„Wat is er aan de hand?“ Mijn stem was nauwelijks luider dan een fluistering. Ik viel stil toen mijn grootvader naar me keek. Er was angst in zijn ogen te zien. Wanhoop.
„Alsjeblieft, jongen. Ze is je dochter.“ Bij de woorden van Grootvader trok het gezicht van mijn vader in een wrede glimlach.
„Als June het waard is, zal ze shiften. Dan zal ze vechten. Net als alle Alfa's voor haar.“ Jacob was al in zijn wolf aan het shiften. Hij had Alfa-bloed, net als ik. Hij had onlangs zijn eigen wolf gekregen op zijn eigen dertiende verjaardag.
„Het is nog te vroeg.“
Ik wist niet waar mijn grootmoeder die ochtend was. Mijn moeder stond aan de zijkant, als een stille toeschouwer met een onverschillige blik. Toen ze sprak, waren haar woorden echter net zo koud als die van mijn vader. „Niet als het zo moet zijn. Elke gerespecteerde Alfa shift op zijn dertiende verjaardag.“
„Jullie begrijpen het niet. Geen van beiden heeft dat ooit gedaan.“ Grootvader kwam dicht bij mijn vader staan en smeekte hem.
„Genoeg!“ Opnieuw klonk er een donderklap bij de schreeuw van mijn vader en hij duwde Grootvader op de grond.
„Stop!“ Ik stond nu voor hen, machteloos en doodsbang. De wolf van Jacob stond dreigend aan de zijkant. Mijn vader draaide zich naar me om. Zijn gezicht stond gemeen en hij had er duidelijk zin in.
„Het is tijd, Juniper. Je weet welke dag het is. Shift en vecht voor je titel met Jacob.“
Ik kon het niet.
Ik probeerde het steeds weer. Ik riep naar mijn wolf en zocht naar een teken van de verandering. Maar ik zat vast en was verstijfd.
Het klikken van een geweer klonk, nog harder dan de regen of de donder. Ik zag Grootvader ineenkrimpen toen de loop tegen zijn hoofd werd gedrukt. De ogen van Vader glinsterden wreed, terwijl hij het wapen in de slaap van mijn grootvader boorde.
„Shift of ik vermoord hem.“ Zijn hand trilde niet. Hij beefde niet. Hij was heel stil en de menigte keek zwijgend toe.
Ik smeekte hen, en ik smeekte mijn vader. Ik smeekte mijn innerlijke beest.
„Shift!“
„Ik kan het niet!“
Toen ging het geweer af.
***
Met een kloppend hart en badend in het zweet schoot ik overeind in bed. Het geluid van de knal galmde nog na in mijn hoofd.
Alweer een nachtmerrie.
Weer een droom waarin ik het ergste moment van mijn leven herbeleefde.
Je bent nu veilig, June. Het is voorbij.
Starlet. Ik zuchtte van opluchting en voelde me getroost door haar woorden. Mijn hartslag werd rustiger en leek niet langer uit mijn borst te willen bonzen. Ik wou dat ik het niet steeds opnieuw hoefde mee te maken.
Ik wou dat ik eerder naar je toe was gekomen.
Starlet kwam naar me toe na die vreselijke dag, vijf jaar geleden. Toch hadden we onze shift nog steeds niet voltooid. Mijn wolf vertelde me nooit waarom, en dat wilde ze nog steeds niet. Het kon me echter niet schelen. Ik had haar. Ze was een goede vriendin toen ik er een het hardst nodig had. En dat was het enige dat telde.
Een zacht klopje stoorde ons en de deur ging open.
Mijn grootmoeder stapte naar binnen. Ze glimlachte toen ze zag dat ik wakker was. De jaren waren goed voor haar geweest. Maar de stress van het verliezen van haar partner, vijf jaar geleden, had zijn sporen achtergelaten. Je kon het zien aan de rimpels rond haar ogen en het feit dat haar schouders altijd een beetje hingen.
Ik was er zo zeker van dat ze mij de schuld zou geven van die ochtend. Het verdriet op haar gezicht toen ze Grootvader dood op de grond zag liggen, overtuigde me ervan dat ik haar ook kwijt was. Haar schreeuw had mijn vader genoeg laten schrikken om hem te laten vertrekken.
Na een tijdje was Grootmoeder naar me toe gekomen en had ze haar armen om me heen geslagen. Ze nam me mee naar haar huis. Daar ben ik de afgelopen vijf jaar gebleven.
Ik was doodsbang om te vertrekken. Ik was er zo zeker van dat mijn vader met mij hetzelfde zou doen als met Grootvader. Samen besloten we dat het het beste was dat ik me veilig verborgen hield. Totdat, nou ja, iets me dwong om te vertrekken.
„Gefeliciteerd met je verjaardag, June,“ zei ze, terwijl ze over de krakende vloerplanken schuifelde. In haar handen had ze een kleine taart met brandende kaarsjes erop. „Doe een wens, meisje.“
Ik glimlachte en sloot mijn ogen. Ik concentreerde me.
Er waaide een briesje door de kamer. De gordijnen bewogen en de deur sloeg dicht. Toen ik mijn ogen weer opendeed, waren de kaarsjes uit. Grootmoeder keek me vermanend aan met haar warrige haar.
„June!“
„Je zei dat ik ermee moest oefenen!“
„Magie is niet bedoeld om op die manier te gebruiken. Vooral elementaire krachten niet.“ Ze gaf me op mijn kop terwijl ze haar haar gladstreek.
Door eraan te denken, stak ik de kaarsjes weer aan. De kleine vlammetjes flakkerden weer op met een beetje magie. Ik tuitte mijn lippen en blies ze normaal uit. Ik glimlachte onschuldig, terwijl Grootmoeder haar ogen tot spleetjes kneep.
„Oké, oké.“ Ik lachte en gaf toe. „Het spijt me.“
De blik van Grootmoeder werd zachter. Er verscheen een glimlach op haar lippen.
Mijn magische krachten hadden zich langzaam laten zien in de jaren dat ik hier woonde. De eerste keer dat ik tekenen van elementaire magie liet zien, was toen ik wakker werd met koorts. Daarna stoomde ik de badkamer in een mum van tijd helemaal vol.
Grootmoeder ging er goed mee om, ook al was het weer zoiets onnatuurlijks dat met mij te maken had. „Het komt omdat je speciaal bent, Juniper. Je gaat grootse dingen doen, meisje,“ had ze tegen me gezegd toen ik huilend naar haar toe kwam.
„Regent het vandaag weer?“ Ze knikte, maar ik was niet verrast.
Het regende altijd op mijn verjaardag.
„Ik ben er vandaag even niet. Ik moet Tabatha ergens mee helpen in haar huis.“ Ze streek het haar uit mijn gezicht en keek me heel bezorgd aan. „Red je je wel als ik een paar uurtjes weg ben?“
Ik glimlachte zachtjes. „Ga Tabatha maar helpen met welke rotzooi ze deze keer ook heeft veroorzaakt.“
Ik had een vaste routine, ondanks, of juist doordat, ik thuis vastzat. Ontbijt, schoolwerk, zoveel mogelijk sporten als ik kon, vrije tijd en dan avondeten. De avonden bracht ik meestal door met Grootmoeder en de televisieserie waar ze op dat moment helemaal in opging.
Vandaag merkte ik echter dat ik naar de achtertuin zat te staren. Soms verlangde ik ernaar om naar buiten te stappen in de warme zon of de koele regen, of om de zachte wind te voelen. Dat verlangen was in het begin ondraaglijk geweest, maar ik had geleerd om het weg te stoppen.
Tenminste, dat dacht ik.
Pas halverwege het ontbijt die ochtend besefte ik dat het Starlet was die me aanspoorde om te gaan.
We moeten vandaag naar buiten gaan.
Ik verstijfde. De lepel met ontbijtgranen bleef halverwege mijn mond steken.
Starlet, alsjeblieft. Je weet dat we dat niet kunnen.
We moeten wel, June. Het is nodig.
Dat kunnen we niet! Wat is er met je aan de hand?
Ik voel... dat het gewoon tijd is. Het is niet goed om opgesloten te blijven zitten. Niet voor een wolf. En niet voor een mens. Ik kon de wanhoop van Star voelen. Een hoop frustratie kwam naar boven.
En eerlijk gezegd? Ik wilde ook naar buiten.
Het is te gevaarlijk. Wat als iemand ons ziet? vroeg ik, maar ik meende er niets van.
Ik denk niet dat er vandaag veel mensen buiten zullen zijn.
Starlet had natuurlijk gelijk. Het was grijs en het weer was vreselijk. Bijna iedereen in de roedel zou ervoor kiezen om binnen te blijven, toch?
We kunnen een wandeling door het bos maken. Je weet dat je daar moeilijk te zien bent.
Ik had niet veel meer aansporing nodig.
Het was koud buiten, maar het was gestopt met regenen. Toch haastte ik me van de achterveranda naar de beschutting van de bomen.
Het huis van Grootmoeder was afgelegen. Het keek uit op de bossen die onze roedel omringden. Er kwam hier bijna niemand in de buurt. Ik had het vermoeden dat Grootmoeder daarachter zat.
Door de bomen wandelen voelde als een bevrijding. Het was vredig en stil. Ik hoorde alleen de blaadjes en takjes kraken en breken onder mijn voeten. Vogels floten lui vanaf hun takken boven me.
Ik wou dat we de zon konden voelen.
Het was een geweldige gedachte. Arme Starlet had maar even van de buitenwereld kunnen proeven. Daarna werd ze samen met mij verborgen in dat huis.
Kun je niet iets doen, June? smeekte ze me.
Ik wilde wel. Starlet was mijn beste vriendin. Ze had me gezelschap gehouden tijdens de ergste momenten van de afgelopen vijf jaar. Ze hield me bij mijn verstand. Ze was een van de weinigen die echt van me hield.
Maar wat kon ik doen? Ik kon het weer immers niet sturen.
Het spijt me, Star. Ik zuchtte.
Ik voelde hoe Star de moed opgaf. Haar hart brak, en dat van mij brak in duizend stukjes mee.
Ik sloot mijn ogen. Met een diepe zucht stroomde de lucht uit mijn longen.
Wat voor leven was dit? We moesten stiekem doen in onze eigen achtertuin uit angst om gezien te worden. We moesten ons leven wagen om even de wind te voelen, of de zon op onze huid.
Als we toch eens...
Plotseling begon het te waaien. De wind ritselde door de bomen en stoorde de vogels.
Mijn ogen vlogen open toen de wolken begonnen te schuiven en te verdwijnen. In plaats daarvan kwam de zon tevoorschijn.
Schitterend, warm en helder.
Ik stond daar als aan de grond genageld en nam het allemaal in me op. Ik voelde hoe Star zich in mij opende als een bloeiende bloem. Ze werd er ontzettend blij van.
Ik kon het niet helpen, maar ik moest lachen. Misschien was dit kleine beetje geluk wel een verjaardagscadeau van de wereld aan mij.
„Jij!“
Mijn hart maakte een sprongetje toen ik weer hard met beide benen op de grond kwam.
Door het breken van een tak en een harde plof draaide ik me snel om. Precies op tijd om een vreemdeling te zien, dreigend en onbekend.
















































